← Geldende tekst · Geschiedenis

Culturele Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Hongaarse Volksrepubliek

Geldende tekst a fecha 1970-01-27

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Hongaarse Volksrepubliek, de wens koesterend de samenwerking tussen beide landen op het gebied van onderwijs, wetenschap en cultuur te bevorderen, en ervan overtuigd dat deze samenwerking zal bijdragen tot een beter begrip tussen de beide volkeren, hebben besloten een culturele overeenkomst te sluiten, en zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I

Ten einde de samenwerking tussen de beide landen op het gebied van de wetenschap, het onderwijs en het maatschappelijk werk te bevorderen, verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich met name ertoe op basis van wederkerigheid:

Artikel II

Ten einde in hun onderscheiden landen een betere kennis van de cultuur van het andere land te bevorderen, moedigen de Overeenkomstsluitende Partijen de uitwisseling van bezoeken en andere contacten aan tussen persoonlijkheden uit het culturele leven, zoals schrijvers, componisten, choreografen, beeldende kunstenaars, kunstcritici en deskundigen op het gebied van de massamedia, het maatschappelijk werk, het volksontwikkelingswerk, de jeugdvorming en de sportbeoefening.

Met hetzelfde doel steunen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar op basis van wederkerigheid en zoveel als mogelijk is bij:

Artikel III

De Overeenkomstsluitende Partijen stellen een gemengde commissie in, die tot taak heeft ter uitvoering van de artikelen I en II aan de beide Regeringen een programma van activiteiten, telkens voor een periode van twee jaar, aan te bevelen, vergezeld van suggesties betreffende de financiering van de verschillende onderdelen daarvan. Elke Overeenkomstsluitende Partij maakt via de normale diplomatieke kanalen haar beslissing ten aanzien van de aanbevelingen en suggesties van de gemengde commissie aan de andere Partij kenbaar.

Artikel IV

De commissie bestaat uit ten hoogste tien leden; elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt een gelijk aantal leden.

Artikel V

De gemengde commissie komt in beginsel eenmaal in de twee jaar bijeen, beurtelings in Nederland en in Hongarije.

De onderscheiden diplomatieke vertegenwoordigers van elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden uitgenodigd de bijeenkomsten van de commissie bij te wonen. De leden kunnen zich ter vergadering doen bijstaan door een beperkt aantal deskundigen.

De bijeenkomsten worden voorgezeten door een commissielid van het land waar zij worden gehouden.

Artikel VI

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt deze Overeenkomst voor het Rijk in Europa.

Artikel VII

De Overeenkomst dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.

De Overeenkomst treedt in werking op de datum van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

Artikel VIII

Deze Overeenkomst blijft van kracht voor een tijdvak van vijf jaar. Indien zij niet zes maanden voor de datum van beëindiging is opgezegd, wordt zij stilzwijgend verlengd, met dien verstande dat elk van de Overeenkomstsluitende Partijen zich in dat geval het recht voorbehoudt haar op ieder tijdstip op te zeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden.

IN WITNESS WHEREOF the respective plenipotentiaries have signed the present Agreement and affixed their seals thereto.

DONE at Budapest on the 14th February, 1968, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) J. LUNS.

For the Government of the Hungarian People's Republic:

(sd.) PÉTER JÁNOS