Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken

Type Verdrag
Publication 1965-09-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN

en

DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

De wens koesterende, om de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken te regelen,

Zijn overeengekomen, een verdrag te sluiten, en hebben tot Hun gevolmachtigden benoemd:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

De Heer mr. J. M. A. H. Luns, Minister van Buitenlandse Zaken,

De President van de Bondsrepubliek Duitsland:

De Heren

Dr. J. Löns, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur te 's-Gravenhage, en

Prof. dr. A. Bülow, Directeur-Generaal bij het Bondsministerie van Justitie.

De gevolmachtigden zijn, na hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben uitgewisseld, het volgende overeengekomen:

Het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken vervangt per 1 februari 1973 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 55 van het Verdrag van 1968 en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging geldt slechts met inachtneming van de beperkingen van de artikelen 54, tweede alinea, en 56 van het genoemde Verdrag en slechts voor zover de toepassing van dat Verdrag op grond van zijn artikel 1 reikt. De EG-Verordening 44/2001 vervangt per 1 maart 2002 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 69 van de Verordening en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging geldt slechts met inachtneming van de beperkingen van de artikelen 66, tweede lid, en 70 van de Verordening en slechts voor zover de toepassing van de Verordening op grond van haar artikel 1 reikt. De EG-Verordening 1346/2000 vervangt per 31 mei 2002 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 44 van de Verordening en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging geldt slechts voor zover de toepassing van de Verordening op grond van haar artikel 1 reikt. De EG-Verordening 2201/2003 vervangt per 1 augustus 2004 het onderhavige Verdrag, en wel op grond van artikel 59 van de Verordening en de genoemde inwerkingtreding ervan. Echter, de vervanging is pas van toepassing vanaf 1 maart 2005, met uitzondering van de artikelen 67, 68, 69 en 70 van de Verordening van 2003 die wel vanaf 1 augustus 2004 van toepassing zijn. Bovendien geldt de vervanging slechts voor zover de toepassing van de Verordening op grond van haar artikel 1 reikt (Trb. 2005/61).

TITEL I. Erkenning van rechterlijke beslissingen

Artikel 1

(1). De in burgerlijke zaken door de gerechten van een der Staten gegeven beslissingen, waarbij in eigenlijke of oneigenlijke rechtspraak uitspraak is gedaan over rechten van partijen, worden in de andere Staat erkend, ook al zijn zij nog niet in kracht van gewijsde gegaan. Door de erkenning wordt aan de beslissingen het gezag toegekend, dat hun toekomt in de Staat waar zij zijn gegeven.

(2). Onder beslissingen in de zin van dit Verdrag worden verstaan alle beslissingen, welke naam zij ook dragen (vonnissen en arresten, Urteile; beschikkingen, Beschlüsse; dwangbevelen, Vollstreckungsbefehle; voorlopige maatregelen, Arreste en einstweilige Verfügungen), daaronder begrepen die waarbij het bedrag der proceskosten later wordt vastgesteld.

(3). Dit Verdrag is niet van toepassing

Artikel 2

De erkenning mag slechts worden geweigerd,

Artikel 3

(1). De erkenning mag niet worden geweigerd op de enkele grond dat het gerecht, dat de beslissing heeft gegeven, naar de regels van zijn internationaal privaatrecht andere wetten heeft toegepast dan die, welke naar het internationaal privaatrecht van de Staat, waar de beslissing wordt ingeroepen, hadden moeten zijn toegepast.

(2). Niettemin mag de erkenning op de in het eerste lid genoemde grond worden geweigerd, indien de beslissing berust op een beoordeling van een familierechtelijke of erfrechtelijke rechtsbetrekking, van de rechtsbevoegdheid of handelingsbekwaamheid, de wettelijke vertegenwoordiging of de verklaring van vermoedelijk overlijden van een onderdaan van de Staat waar een beroep op de beslissing wordt gedaan, tenzij zij ook bij toepassing van het internationaal privaatrecht van deze Staat gerechtvaardigd zou zijn geweest.

Artikel 4

(1). De gerechten van de Staat waar de beslissing is gegeven, worden als bevoegd in de zin van dit Verdrag erkend,

(2). De bevoegdheid van de gerechten van de Staat waar de beslissing is gegeven, wordt echter in de gevallen van het eerste lid, onder a-d, h en i , niet erkend, wanneer tot kennisneming van de eis die tot de beslissing heeft geleid, de gerechten van de Staat waar de beslissing wordt ingeroepen, of de gerechten van een derde Staat uitsluitend bevoegd zijn; dit geldt met name voor eisen die een recht op een onroerend goed of een vordering uit een recht op zulk een goed tot onderwerp hebben.

Artikel 5

(1). De in een Staat gegeven beslissing, welke in de andere Staat wordt ingeroepen, mag slechts worden getoetst aan de in artikel 2 en artikel 3, lid 2, genoemde weigeringsgronden. Het gerecht van de Staat waar een beroep op de beslissing wordt gedaan, is bij zijn onderzoek of de voorwaarde van artikel 2, onder b, is vervuld, gebonden aan de feitelijke- en rechtsoverwegingen op grond waarvan het gerecht zijn bevoegdheid heeft vastgesteld.

(2). De beslissing mag in geen geval worden getoetst op haar juistheid.

TITEL II. Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen

Artikel 6

(1). Rechterlijke beslissingen, die in een van beide Staten uitvoerbaar zijn en in de andere Staat ingevolge dit Verdrag moeten worden erkend, worden in deze Staat ten uitvoer gelegd, indien dit daar krachtens een verlof tot tenuitvoerlegging is toegelaten.

(2). Dit geldt ook voor beslissingen, die nog niet in kracht van gewijsde zijn gegaan.

Artikel 7

Behelst de beslissing van een Nederlands gerecht een veroordeling van de schuldenaar tot betaling van een dwangsom aan de schuldeiser voor het geval gene handelt in strijd met zijn verplichting tot het doen of nalaten van een handeling, zo wordt in de Bondsrepubliek Duitsland eerst dan verlof tot tenuitvoerlegging gegeven, indien het beloop van de verbeurde dwangsom door een nadere beslissing van het Nederlandse gerecht is vastgesteld.

Artikel 8

De procedure ter verkrijging van een verlof tot tenuitvoerlegging wordt, onverminderd de bepalingen van dit Verdrag, geregeld door het recht van de Staat waar de tenuitvoerlegging moet plaats vinden.

Artikel 9

Het verzoek tot afgifte van een verlof tot tenuitvoerlegging kan worden gedaan door ieder die in de Staat waar de beslissing is gegeven, daaraan rechten kan ontlenen.

Artikel 10

De partij die verlening van een verlof tot tenuitvoerlegging verzoekt, moet overleggen:

Artikel 11

(1). Bij zijn beslissing op het verzoek tot afgifte van een verlof tot tenuitvoerlegging bepaalt het aangezochte gerecht zich ertoe te onderzoeken

(2). De beslissing waarop het verlof tot tenuitvoerlegging moet worden gegeven, mag in geen geval getoetst worden op haar juistheid.

Artikel 12

Het verlof tot tenuitvoerlegging kan ook slechts voor een deel van de beslissing worden gegeven,

Artikel 13

De tenuitvoerlegging mag pas een aanvang nemen, nadat de van het verlof tot tenuitvoerlegging voorziene beslissing aan de schuldenaar volgens het recht van de Staat waar de tenuitvoerlegging moet plaats vinden, is betekend.

Artikel 14

(1). Tegen een beslissing waarbij een verlof tot tenuitvoerlegging is verleend, kan de schuldenaar aanvoeren:

(2). Het geding waarin deze verweren kunnen worden aangevoerd, wordt geregeld door het recht van de Staat waar de tenuitvoerlegging moet plaatsvinden.

Artikel 15

Is de partij die de tenuitvoerlegging verlangt, in de Staat waar de gerechtelijke beslissing is gegeven, toegelaten om kosteloos te procederen, dan geniet zij datzelfde recht zonder meer ook in de andere Staat, zowel in de procedure tot verlening van het verlof tot tenuitvoerlegging, als bij de tenuitvoerlegging zelf.

TITEL III. Erkenning en tenuitvoerlegging van andere executoriale titels

Artikel 16

(1). In de andere Staat worden behalve rechterlijke beslissingen ook de volgende executoriale titels erkend en als in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen ten uitvoer gelegd, voor zover zij in de Staat waar zij tot stand gekomen zijn, voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn:

(2). Op het verzoek tot verlening van het verlof tot tenuitvoerlegging en voor de verdere procedure zijn de artikelen 9, 10, onder a, c en d, 12, 13, 14, eerste lid, onder a en c , en tweede lid, alsmede artikel 15 van overeenkomstige toepassing. Bij de beslissing op het verzoek tot verlening van het verlof tot tenuitvoerlegging moet het aangezochte gerecht zich bepalen tot het onderzoek of de vereiste stukken zijn overgelegd en of de in artikel 2, onder a, genoemde weigeringsgrond aanwezig is.

Artikel 17

De erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken blijven geregeld door de Verdragen die daaromtrent tussen de beide Staten van kracht zijn of zullen worden.

TITEL IV. Bijzondere bepalingen

Artikel 18

(1). Indien een zaak voor het gerecht van een der beide Staten aanhangig is en de beslissing in die zaak in de andere Staat zal moeten worden erkend, dan moet een gerecht van deze Staat in een geding dat bij dit gerecht over hetzelfde onderwerp en tussen dezelfde partijen naderhand aanhangig wordt, de niet-ontvankelijkheid uitspreken.

(2). Evenwel kunnen de bevoegde autoriteiten van elk der beide Staten in spoedeisende gevallen verlof geven tot het treffen van de in hun interne recht voorziene voorlopige maatregelen, daaronder begrepen maatregelen tot bewaring van recht, en wel ongeacht bij welk gerecht de hoofdzaak aanhangig is.

Artikel 19

Dit Verdrag doet geen afbreuk aan de bepalingen van andere Overeenkomsten, die tussen de beide Staten van kracht zijn of zullen worden en die voor bijzondere rechtsgebieden de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of andere executoriale titels regelen.

Artikel 20

Dit Verdrag is slechts van toepassing op die rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels, die na zijn inwerkingtreding zijn tot stand gekomen of verleden.

TITEL V. Slotbepalingen

Artikel 21

(1). Dit Verdrag geldt, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, alleen voor het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk.

(2). Dit Verdrag kan door wisseling van nota's tussen de Regeringen van de beide Staten toepasselijk worden verklaard op elk der buiten Europa gelegen delen van het Koninkrijk der Nederlanden. In de notawisseling wordt het tijdstip van inwerkingtreding vastgesteld.

Artikel 22

Dit Verdrag geldt ook voor het „Land” Berlijn, tenzij de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland tegenover de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden binnen drie maanden na de inwerkingtreding van het Verdrag het tegendeel verklaart.

Artikel 23

(1). Dit Verdrag zal worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk in Bonn worden uitgewisseld.

(2). Dit Verdrag treedt in werking twee maanden na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

(3). Dit Verdrag kan te allen tijde schriftelijk worden opgezegd. De opzegging kan beperkt worden tot een buiten Europa gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden, waarop het Verdrag overeenkomstig artikel 21, lid 2, toepasselijk is verklaard. De opzegging wordt zes maanden na haar mededeling van kracht.

TEN BLIJKE WAARVAN de gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegels voorzien.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 30e augustus 1962, in twee oorspronkelijke exemplaren, elk in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. LUNS

Voor de Bondsrepubliek Duitsland:

(w.g.) DR. J. LÖNS

(w.g.) A. BÜLOW

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.