Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Democratische Republiek Soedan

Type Verdrag
Publication 1972-03-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Democratische Republiek Soedan, verlangende hun traditionele vriendschapsbanden aan te halen, hun economische en technische betrekkingen te ontwikkelen en te versterken en investeringen op basis van gelijkheid en tot wederzijds voordeel te bevorderen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I
1.

De beide Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich hun samenwerking op economisch en technisch gebied te bevorderen.

2.

De beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen samenwerken ter vergemakkelijking van de deelneming door hun onderdanen in de ontplooiing van produktieve en commerciële activiteiten en de verlening van diensten in beide landen.

3.

Elke vorm van toekomstige technische samenwerking tussen de beide landen wordt omschreven in bijzondere overeenkomsten of administratieve akkoorden.

Artikel II
1.

Teneinde de doelstellingen dezer Overeenkomst te verwezenlijken verbindt elke Overeenkomstsluitende Partij zich om, binnen de grenzen harer wetten, regelingen en voorschriften, haar onderdanen, op daartoe gedaan verzoek, te machtigen tot het leveren van kapitaalgoederen aan, en het uitvoeren van openbare werken ten behoeve van, Overheids- en particuliere ondernemingen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, tegen overeengekomen betalingen.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt binnen de grenzen harer wetten, regelingen en voorschriften het telkens op de vervaldag overmaken uit haar grondgebied van de bedragen verschuldigd aan crediteuren die onderdanen zijn van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel III

De beide Overeenkomstsluitende Partijen bevorderen de grootst mogelijke uitbreiding van de handelsbetrekkingen tussen hun onderscheiden landen. Hiertoe bevorderen zij, in het kader van hun wetten, regelingen en voorschriften, de samenwerking tussen alle maatschappijen, verenigingen, stichtingen en andere organisaties of dochterondernemingen daarvan, die verband houden met de nationale economie in beide landen, met inbegrip van alle personen die economische activiteiten verrichten.

Artikel IV

Bij beslissingen op verzoeken inzake de instelling van geregelde burgerluchtvaartdiensten houden de Overeenkomstsluitende Partijen rekening met het belang van de grootst mogelijke vrijheid in het luchtverkeer.

Derhalve erkennen de Overeenkomstsluitende Partijen dat de beste wijze om het doel vervat in het eerste lid van dit artikel te verwezenlijken ligt in de naleving van de bepalingen van de tussen hen van kracht zijnde luchtvaartovereenkomst.

Artikel V

De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen de ontwikkeling van internationale scheepvaartdiensten te bevorderen. Hierbij handhaven zij de vrije en normale mededingingsvoorwaarden. Elke Overeenkomstsluitende Partij onthoudt zich van het nemen van enigerlei discriminerende maatregelen tegen, en van het beperken van de vrije deelneming aan het internationale verkeer door schepen die worden geëxploiteerd door ondernemingen waarvan de plaats van daadwerkelijke leiding is gelegen binnen het grondgebied en die de vlag voeren van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Van deze regeling zijn uitgezonderd de visserij en de kustvaart in de niet-Europese delen van het Koninkrijk der Nederlanden, waarop alleen de interne regelingen van deze delen van het Koninkrijk van toepassing zijn, alsmede de visserij en de kustvaart in Soedan.

In haar havens kent elke Overeenkomstsluitende Partij aan schepen die de vlag van de andere Overeenkomstsluitende Partij voeren, dezelfde behandeling toe als die welke zij aan haar eigen schepen toekent. Deze bepaling is van toepassing op de douaneformaliteiten, het innen van belastingen en havengelden en -rechten, de vrije toegang tot de havens, het aanwijzen van aanlegsteigers, faciliteiten voor laden en lossen, alsmede op iedere andere faciliteit verleend aan de scheepvaart en aan economische activiteiten die betrekking hebben op de schepen, hun bemanningen, hun passagiers en hun lading.

Artikel VI

Wat de betaling van belastingen, rechten of heffingen betreft, alsmede de toekenning van fiscale aftrekken en vrijstellingen, kent elke Overeenkomstsluitende Partij op haar grondgebied aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, die economische activiteiten verrichten, dezelfde behandeling toe als die welke zij toekent aan haar eigen onderdanen.

Artikel VII

Met inachtneming van de rechten waarin in internationale overeenkomsten is voorzien, genieten de onderdanen van elke Overeenkomstsluitende Partij, wat betreft de bescherming van de industriële eigendom, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij een niet minder gunstige bescherming dan die welke de onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij genieten. De industriële eigendom omvat onder meer octrooien op uitvindingen, fabrieks- en handelsmerken, handelsnamen, industriële tekeningen of modellen en de bestrijding van oneerlijke mededinging.

Artikel VIII

Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich binnen de grenzen harer wetten, regelingen en voorschriften te vergemakkelijken:

Artikel IX
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt de eerlijke en billijke behandeling van de investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en belemmert niet, door ongerechtvaardigde of discriminatoire maatregelen, het beheer, de instandhouding, het gebruik en het genot daarvan of de beschikking daarover door die onderdanen.

2.

Met name verleent elke Overeenkomstsluitende Partij aan zodanige investeringen dezelfde veiligheid en bescherming die zij verleent aan haar eigen onderdanen.

Artikel X
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt de onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij de overmaking naar hun land van:

2.

Met inachtneming van de wetten, regelingen en voorschriften die in elk land van kracht zijn, worden zodanige overmakingen verricht zonder onnodige beperkingen of vertraging.

Artikel XI

De investeringen van onderdanen van een der Overeenkomstsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij mogen niet worden onteigend, behalve in het openbaar belang en tegen vergoeding. Een zodanige vergoeding vertegenwoordigt de tegenwaarde van de getroffen investering; zij dient inderdaad verwezenlijkt te kunnen worden, vrijelijk te kunnen worden overgemaakt en zonder nodeloze vertraging te worden betaald.

Artikel XII

Elke Overeenkomstsluitende Partij die goedkeurt dat op haar grondgebied een investering wordt verricht, ten aanzien waarvan de andere Overeenkomstsluitende Partij of een onderdaan daarvan enige financiële zekerheid tegen niet-commerciële risico's heeft gesteld, erkent de subrogatie van degene die deze zekerheid heeft gesteld in de rechten van de investeerder met betrekking tot schadevergoeding ten bedrage van iedere verrichte betaling.

Artikel XIII

Deze Overeenkomst is van toepassing op alle investeringen verricht op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen door een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij, ongeacht of deze zijn gedaan voor of na de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt.

Artikel XIV
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen een Gemengde Commissie in te stellen, bestaande uit door hen benoemde vertegenwoordigers.

2.

De Gemengde Commissie komt op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen bijeen ter bespreking van aangelegenheden betreffende de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en ter bestudering van middelen voor de bevordering van hun economische samenwerking.

3.

De Gemengde Commissie stelt zich voortdurend op de hoogte van de ontwikkeling van de economische betrekkingen tussen de twee landen, zowel in bilateraal als in multilateraal verband. Bovendien doet zij aanbevelingen aan de onderscheiden Regeringen wanneer de doelstellingen van deze Overeenkomst zouden kunnen worden bevorderd en een grotere mate van economische samenwerking tot stand zou kunnen worden gebracht.

Artikel XV

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

Artikel XVI

Wanneer een aangelegenheid bij zowel deze Overeenkomst als bij een andere internationale overeenkomst die verbindend is voor de Overeenkomstsluitende Partijen is geregeld, belet niets in deze Overeenkomst een onderdaan van een Overeenkomstsluitende Partij, zich te beroepen op de bepalingen die voor hem het gunstigst zijn.

Artikel XVII
1.

Geschillen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst zullen, zo mogelijk, door de Overeenkomstsluitende Partijen worden geregeld. Indien een geschil niet op deze wijze kan worden geregeld, wordt het op verzoek van een der Partijen bij het geschil voorgelegd aan een uit drie leden bestaand scheidsgerecht. Iedere partij benoemt een scheidsman en de beide aldus benoemde scheidsmannen benoemen samen een derde scheidsman die geen onderdaan van een der partijen is.

2.

Indien een der partijen geen scheidsman heeft benoemd en indien zij daartoe niet is overgegaan binnen twee maanden na een daartoe strekkend verzoek van de andere partij wordt de scheidsman op verzoek van laatstbedoelde partij benoemd door de President van het Internationale Gerechtshof.

3.

Indien de twee scheidsmannen binnen twee maanden na hun benoeming niet tot overeenstemming kunnen geraken over de keuze van een scheidsrechter, wordt deze op verzoek van een der partijen benoemd door de President van het Internationale Gerechtshof.

4.

Indien in de gevallen bedoeld in het tweede en het derde lid van dit artikel, de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen of indien hij onderdaan is van een der partijen, geschieden de noodzakelijke benoemingen door de Vice-President. Indien deze verhinderd is genoemde functie uit te oefenen of indien hij onderdaan is van een der partijen, geschieden de noodzakelijke benoemingen door het in jaren oudste lid van het Hof dat geen onderdaan is van een der partijen.

5.

Het scheidsgerecht doet uitspraak op de grondslag van de bepalingen van deze Overeenkomst overeenkomstig de beginselen van het recht. Alvorens uitspraak te doen kan het scheidsgerecht, in ieder stadium van de procedure, aan de partijen voorstellen dat terzake van het geschil een minnelijke schikking wordt getroffen. De bovenstaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht om een uitspraak ex aequo et bono te doen wanneer de partijen aldus overeenkomen.

6.

Tenzij partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn procedureregels zelf vast.

7.

Het scheidsgerecht beslist bij meerderheid van stemmen. Een zodanige beslissing is onherroepelijk en bindend voor de partijen bij het geschil. Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van haar eigen scheidsman en van haar advocaat in de scheidsrechterlijke procedure; de kosten van de scheidsrechter en de overige kosten worden gelijkelijk door de beide Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.

Artikel XVIII

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk, op Suriname en op de Nederlandse Antillen, tenzij in de akte van bekrachtiging van het Koninkrijk der Nederlanden anders wordt bepaald.

Artikel XIX
1.

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk te Khartoem uitgewisseld.

2.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging en blijft van kracht voor een periode van vijf jaar. Tenzij een der Overeenkomstsluitende Partijen ten minste zes maanden voor het verstrijken van de geldigheidsperiode mededeling van beëindiging van de Overeenkomst heeft gedaan, wordt de geldigheid van deze Overeenkomst stilzwijgend voor een nieuwe periode van vijf jaar verlengd, en zo vervolgens, waarbij iedere Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voorbehoudt, de Overeenkomst te beëindigen door daarvan ten minste zes maanden voor de datum van het verstrijken van de lopende periode kennis te geven.

3.

Met inachtneming van de termijnen genoemd in het tweede lid van dit artikel heeft de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden het recht de toepassing van deze Overeenkomst voor Suriname of de Nederlandse Antillen afzonderlijk te beëindigen.

4.

De beëindiging van deze Overeenkomst laat onverlet de geldigheid van contracten gesloten, of de geldigheid van enige financiële zekerheid gesteld in het kader van deze Overeenkomst en vóór de datum harer beëindiging.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned representatives, duly authorized thereto, have signed the present Agreement.

DONE at Khartoum on this day the 22nd. of August 1970, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) G. WEHRY

For the Government of the Democratic Republic of the Sudan,

(sd.) G. M. HAMID

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.