Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties
De Verdragsluitende Staten, geleid door de wens de rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties te beschermen,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
De krachtens dit Verdrag toegekende bescherming laat onverlet en is op generlei wijze van invloed op de bescherming van het auteursrecht op werken van letterkunde en kunst. Derhalve mag geen bepaling van dit Verdrag zo worden uitgelegd dat daardoor aan deze bescherming afbreuk zou worden gedaan.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder nationale behandeling verstaan de behandeling toegekend door de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar aanspraak op bescherming wordt gemaakt:
- (a). aan uitvoerende kunstenaars die zijn onderdanen zijn, ten aanzien van uitvoeringen die op zijn grondgebied plaats vinden, worden uitgezonden of voor het eerst zijn vastgelegd;
- (b). aan producenten van fonogrammen die zijn onderdanen zijn, ten aanzien van fonogrammen die voor het eerst zijn vastgelegd of openbaar gemaakt op zijn grondgebied;
- (c). aan omroep organisaties die hun hoofdkantoor hebben op zijn grondgebied, ten aanzien van radio-uitzendingen via zendinstallaties die op zijn grondgebied zijn gelegen.
De nationale behandeling is onderworpen aan de in dit Verdrag speciaal gewaarborgde bescherming en speciaal voorziene beperkingen.
Artikel 3
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- (a). wordt onder „uitvoerende kunstenaars” verstaan acteurs, zangers, musici, dansers en andere personen die acteren, zingen, reciteren, declameren, spelen of anderszins werken van letterkunde of kunst uitvoeren;
- (b). wordt onder „fonogram” verstaan iedere uitsluitend hoorbare vastlegging van klanken van een uitvoering of van andere klanken;
- (c). wordt onder „producent van fonogrammen” verstaan de natuurlijke- of de rechtspersoon die de klanken van een uitvoering of andere klanken voor het eerst vastlegt;
- (d). wordt onder „openbaarmaking” verstaan het aanbieden van exemplaren van een fonogram aan het publiek in een redelijke hoeveelheid;
- (e). wordt onder „reproduktie” verstaan het maken van een exemplaar of van exemplaren van een vastlegging;
- (f). wordt onder „uitzending” verstaan de overdracht langs draadloze weg van klanken of van beelden en klanken voor ontvangst door het publiek;
- (g). wordt onder „heruitzending” verstaan het gelijktijdig uitzenden door de ene omroeporganisatie van de uitzending van een andere omroeporganisatie.
Artikel 4
Elke Verdragsluitende Staat kent uitvoerende kunstenaars een nationale behandeling toe indien aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- (a). de uitvoering vindt plaats in een andere Verdragsluitende Staat;
- (b). de uitvoering is opgenomen op een fonogram dat wordt beschermd ingevolge artikel 5 van dit Verdrag;
- (c). de uitvoering, die niet is vastgelegd op een fonogram, wordt uitgezonden door middel van een uitzending die wordt beschermd ingevolge artikel 6 van dit Verdrag.
Artikel 5
Elke Verdragsluitende Staat kent een nationale behandeling toe aan producenten van fonogrammen indien aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- (a). de producent van het fonogram is onderdaan van een andere Verdragsluitende Staat (nationaliteitscriterium);
- (b). de eerste vastlegging van de klanken werd verricht in een andere Verdragsluitende Staat (vastleggingscriterium);
- (c). het fonogram werd voor het eerst openbaar gemaakt in een andere Verdragsluitende Staat (openbaarmakingscriterium).
Indien een fonogram voor het eerst werd openbaar gemaakt in een niet-Verdragsluitende Staat, maar indien deze ook binnen dertig dagen na de eerste openbaarmaking, openbaar werd gemaakt in een Verdragsluitende Staat (gelijktijdige openbaarmaking), wordt deze beschouwd als voor het eerst openbaar gemaakt in de Verdragsluitende Staat.
Iedere Verdragsluitende Staat kan, door middel van een bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegde kennisgeving, verklaren dat hij het openbaarmakingscriterium of het vastleggingscriterium niet zal toepassen. Deze kennisgeving kan worden nedergelegd op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, of op elk tijdstip daarna; in het laatste geval wordt zij van kracht zes maanden nadat zij is nedergelegd.
Artikel 6
Elke Verdragsluitende Staat kent een nationale behandeling toe aan omroeporganisaties indien aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- (a). hoofdkantoor van de omroeporganisaties is gelegen in een andere Verdragsluitende Staat;
- (b). de uitzending geschiedde via een zendinstallatie gelegen in een andere Verdragsluitende Staat.
Iedere Verdragsluitende Staat kan, door middel van een bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegde kennisgeving, verklaren dat hij uitzendingen alleen zal beschermen indien het hoofdkantoor van de omroeporganisatie is gelegen in een andere Verdragsluitende Staat en de uitzending geschiedde via een in diezelfde Verdragsluitende Staat gelegen zendinstallatie. Deze kennisgeving kan worden nedergelegd op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, of op elk tijdstip daarna; in het laatste geval wordt zij van kracht zes maanden nadat zij is nedergelegd.
Artikel 7
De in dit Verdrag voorziene bescherming van uitvoerende kunstenaars omvat de mogelijkheid het volgende te voorkomen:
- (a). de uitzending en overbrenging aan het publiek, zonder hun toestemming, van hun uitvoering, behalve wanneer de in de uitzending of de overbrenging aan het publiek gebruikte uitvoering zelf reeds een uitgezonden uitvoering is of deze geschiedt door middel van een vastlegging;
- (b). de vastlegging, zonder hun toestemming van hun niet vastgelegde uitvoering;
- (c). de reproduktie, zonder hun toestemming, van een vastlegging van hun uitvoering:
- (i). indien de oorspronkelijke vastlegging zelf was vervaardigd zonder hun toestemming;
- (ii). indien de reproduktie is vervaardigd voor andere doeleinden dan voor die waarvoor de uitvoerende kunstenaars hun toestemming hebben gegeven;
- (iii). indien de oorspronkelijke vastlegging geschiedde overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 en de reproduktie is gemaakt voor andere dan in dat artikel bedoelde doeleinden.
- (1). Indien de uitvoerende kunstenaars in de uitzending hebben toegestemd, wordt het aan de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar aanspraak op bescherming wordt gemaakt overgelaten, de bescherming te regelen tegen heruitzending, vastlegging ten behoeve van uitzending en reproduktie van deze vastlegging ten behoeve van uitzending.
- (2). De voorwaarden voor het gebruik door omroeporganisaties van ten behoeve van uitzending gemaakte vastleggingen worden bepaald overeenkomstig de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar aanspraak op bescherming wordt gemaakt.
- (3). De in (1) en (2) van dit lid bedoelde nationale wetgeving mag evenwel niet ertoe leiden dat daardoor uitvoerende kunstenaars de mogelijkheid wordt ontnomen, door middel van een contract hun betrekking met omroeporganisaties te regelen.
Artikel 8
Iedere Verdragsluitende Staat kan, in zijn nationale wetgeving, de wijze aangeven waarop uitvoerende kunstenaars zullen worden vertegenwoordigd in verband met de uitoefening van hun rechten, indien verscheidene van hen deelnemen aan dezelfde uitvoering.
Artikel 9
Iedere Verdragsluitende Staat kan, in zijn nationale wetgeving, de in dit Verdrag voorziene bescherming uitbreiden tot artiesten die geen werken van letterkunde of kunst uitvoeren.
Artikel 10
Producenten van fonogrammen genieten het recht de directe of indirecte reproduktie van hun fonogrammen toe te staan of te verbieden.
Artikel 11
Indien een Verdragsluitende Staat, als voorwaarde voor de bescherming van de rechten van producenten van fonogrammen of van uitvoerende kunstenaars, of van beiden, ingevolge zijn nationale wetgeving met betrekking tot fonogrammen eist dat aan bepaalde formaliteiten wordt voldaan, wordt geacht daaraan te zijn voldaan, als alle in de handel zijnde exemplaren van het openbaar gemaakte fonogram of het omhulsel daarvan, voorzien zijn van een aanduiding, bestaande uit het teken
vergezeld van het jaar van de eerste openbaarmaking, en wel zo aangebracht, dat de aanspraak op bescherming duidelijk blijkt; en indien de exemplaren of hun omhulsel niet de producent of de licentiehouder van de producent aanduiden (doordat zijn naam, handelsmerk of andere passende aanduiding daarop is vermeld), dient de aanduiding tevens de naam van de eigenaar van de produktierechten te omvatten; en voorts dient de aanduiding, indien de exemplaren of hun omhulsel niet de voornaamste uitvoerende kunstenaars vermelden, tevens de naam te omvatten van de persoon die, in het land waar de vastlegging geschiedde, de rechten van deze uitvoerende kunstenaars bezit.
Artikel 12
Indien een voor handelsdoeleinden openbaar gemaakt fonogram, of een reproduktie van zulk een geluidsdrager, rechtstreeks wordt gebruikt voor uitzending of voor enigerlei overbrenging aan het publiek, dient door de gebruiker één enkele redelijke vergoeding te worden betaald aan de uitvoerende kunstenaars of aan de producenten van de fonogrammen of aan beiden. De nationale wetgeving kan, bij het ontbreken van overeenstemming tussen deze partijen, de voorwaarden inzake de verdeling van deze vergoeding bepalen.
Artikel 13
Omroeporganisaties genieten het recht toe te staan of te verbieden:
- (a). de heruitzending van hun uitzendingen;
- (b). de vastlegging van hun uitzendingen;
- (c). de reproduktie:
- (i). van zonder hun toestemming vervaardigde vastleggingen van hun uitzendingen;
- (ii). van overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 gemaakte vastleggingen van hun uitzendingen, indien de reproduktie wordt vervaardigd voor andere doeleinden dan in die bepalingen bedoeld;
- (d). de overbrenging aan het publiek van hun televisieuitzendingen indien deze overbrenging geschiedt in voor het publiek toegankelijke plaatsen tegen betaling van entreegeld; het wordt overgelaten aan de nationale wetgeving van de Staat waar aanspraak op bescherming van dit recht wordt gemaakt, de voorwaarden te bepalen waarop dit recht kan worden uitgeoefend.
Artikel 14
De duur van de ingevolge dit Verdrag toe te kennen bescherming loopt tot ten minste het einde van een tijdvak van 20 jaar, berekend vanaf het einde van het jaar waarin:
- (a). de vastlegging geschiedde - voor fonogrammen en voor daarop opgenomen uitvoeringen;
- (b). de uitvoering plaats vond - voor niet op fonogrammen opgenomen uitvoeringen;
- (c). de uitzending plaats vond - voor uitzendingen.
Artikel 15
Iedere Verdragsluitende Staat kan, in zijn nationale wetgeving, voorzien in uitzonderingen op de door dit Verdrag gewaarborgde bescherming ten aanzien van:
- (a). privé-gebruik;
- (b). gebruik van korte uittreksels in verband met de berichtgeving over actuele gebeurtenissen;
- (c). kortstondige vastlegging door een omroeporganisatie met gebruikmaking van haar eigen middelen en voor haar eigen uitzendingen;
- (d). gebruik uitsluitend ten behoeve van onderwijs of wetenschappelijk onderzoek.
Ongeacht het eerste lid van dit artikel kan een Verdragsluitende Staat, in zijn nationale wetgeving, voorzien in dezelfde soorten beperkingen ten aanzien van de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, als waarin hij in zijn binnenlandse wetten en voorschriften voorziet in verband met de bescherming van het auteursrecht van werken van letterkunde en kunst. Er mag evenwel slechts in dwang-licenties worden voorzien voor zover deze verenigbaar zijn met dit Verdrag.
Artikel 16
Iedere Staat is, wanneer hij partij bij dit Verdrag wordt, gebonden door alle verplichtingen en geniet alle voordelen daarin bepaald. Een Staat kan evenwel te allen tijde, middels een bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegde kennisgeving verklaren dat hij:
- (a). wat artikel 12 betreft:
- (i). de bepalingen van dat artikel niet zal toepassen;
- (ii). de bepalingen van dat artikel niet zal toepassen ten aanzien van bepaalde soorten gebruik;
- (iii). wat fonogrammen betreft waarvan de producent geen onderdaan is van een andere Verdragsluitende Staat, dat artikel niet zal toepassen;
- (iv). wat geluidsdragers betreft waarvan de producent onderdaan is van een andere Verdragsluitende Staat, de in dat artikel voorziene bescherming zal beperken tot de mate waarin en tot de duur waarvoor de laatstgenoemde Staat bescherming toekent aan fonogrammen die voor het eerst zijn vastgelegd door een onderdaan van de Staat die de verklaring aflegt; het feit dat de Verdragsluitende Staat waarvan de producent onderdaan is, niet aan dezelfde gerechtigde(n) bescherming toekent als de Staat die de verklaring aflegt wordt echter niet beschouwd als een verschil in de mate van bescherming;
- (b). wat artikel 13 betreft, niet letter (d) van dat artikel zal toepassen; indien een Verdragsluitende Staat zulk een verklaring aflegt, zijn de andere Verdragsluitende Staten niet verplicht het in artikel 13, letter (d) bedoelde recht toe te kennen aan omroeporganisaties waarvan het hoofdkantoor in die Staat is gelegen.
Indien de in het eerste lid van dit artikel bedoelde kennisgeving wordt gedaan na de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, wordt de kennisgeving van kracht zes maanden nadat zij is nedergelegd.
Artikel 17
Een Staat die op 26 oktober 1961 aan producenten van fonogrammen uitsluitend op basis van het vastleggingscriterium bescherming toekent, kan, door middel van een op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegde kennisgeving, verklaren dat hij, voor de toepassing van artikel 5, uitsluitend het vastleggingscriterium zal toepassen en, voor de toepassing van artikel 16, eerste lid, letter (a), onder (iii) en (iv), het vastleggingscriterium in plaats van het nationaliteitscriterium.
Artikel 18
Een Staat die een kennisgeving heeft nedergelegd ingevolge artikel 5, derde lid, artikel 6, tweede lid, artikel 16, eerste lid of artikel 17, kan, door middel van een latere kennisgeving, nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, de reikwijdte daarvan beperken of deze intrekken.
Artikel 19
Niettegenstaande elke andere bepaling in dit Verdrag is artikel 7 niet langer van toepassing, wanneer een uitvoerende kunstenaar eenmaal heeft toegestemd in de opneming van zijn uitvoering in een visuele of audio-visuele vastlegging.
Artikel 20
Dit Verdrag laat onverlet rechten die in een Verdragsluitende Staat zijn verworven vóór de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag voor die Staat.
Een Verdragsluitende Staat is niet gebonden de bepalingen van dit Verdrag toe te passen op uitvoeringen of uitzendingen die hebben plaatsgevonden, of op fonogrammen die werden vastgelegd, vóór de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag voor die Staat.
Artikel 21
De in dit Verdrag voorziene bescherming laat onverlet bescherming die anderszins is verzekerd aan uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties.
Artikel 22
De Verdragsluitende Staten behouden zich het recht voor onderling bijzondere overeenkomsten te sluiten, voor zover zulke overeenkomsten uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen of omroeporganisaties uitgebreidere rechten toekennen dan die welke zijn toegekend bij dit Verdrag, of andere bepalingen bevatten die niet strijdig zijn met dit Verdrag.
Artikel 23
Dit Verdrag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Het staat tot 30 juni 1962 open voor ondertekening door iedere Staat die werd uitgenodigd voor de Diplomatieke Conferentie inzake de internationale bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, die partij is bij de Universele Auteursrecht-Conventie of lid is van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst.
Artikel 24
Dit Verdrag dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd of aanvaard.
Dit Verdrag staat open voor toetreding door iedere Staat die werd uitgenodigd voor de in artikel 23 bedoelde Conferentie en door iedere lidstaat van de Verenigde Naties, mits in beide gevallen deze Staat partij is bij de Universele Auteursrecht-Conventie of lid is van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst.
De bekrachtiging, aanvaarding of toetreding geschiedt door de nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 25
Dit Verdrag treedt in werking drie maanden na de datum van nederlegging van de zesde akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.