Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen
Artikel 1
In de Bijlage bij deze Overeenkomst wordt het doel van het meten van binnenvaartuigen en van andere bij de vaart op de binnenwateren gebruikte vaartuigen, alsmede de wijze waarop dit geschiedt, beschreven. In bedoelde Bijlage wordt eveneens het model beschreven van de meetbrief die voor elk overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst gemeten vaartuig wordt afgegeven.
Artikel 2
Elke Overeenkomstsluitende Partij vaardigt, zodra de Overeenkomst op haar grondgebied van toepassing wordt, voorschriften uit voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze Overeenkomst en de Bijlage.
Elke Overeenkomstsluitende Partij stelt elke andere Overeenkomstsluitende Partij op haar verzoek in kennis van de voorschriften die zij heeft uitgevaardigd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel.
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wijst elke Overeenkomstsluitende Partij op haar grondgebied de dienst(en) of instelling(en) - hierna te noemen bureaus van meting - aan, die zijn belast met het afgeven van meetbrieven. Elk bureau van meting wordt met bepaalde letters of met bepaalde cijfers en letters aangeduid, waarbij de laatste letter(s) de Overeenkomstsluitende Partij aanduidt(duiden) op wier grondgebied het bureau is gevestigd.
Artikel 3
Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt de verplichting op zich de vaartuigen bedoeld in artikel 1 van deze Overeenkomst op haar grondgebied te doen meten of hermeten, indien de eigenaar van het vaartuig of degene die namens hem optreedt daarom verzoekt.
Artikel 4
De geldigheidsduur van een meetbrief is ten hoogste vijftien jaar; op iedere meetbrief staat de datum vermeld waarop hij vervalt.
Een meetbrief verliest zijn geldigheid, ongeacht de daarin vermelde vervaldatum, indien het vaartuig zodanige veranderingen ondergaat (herstellingen, veranderingen, blijvende beschadigingen) dat de in de meetbrief vermelde gegevens, de waterverplaatsing bij bepaalde inzinkingen of het maximale laadvermogen betreffende, niet juist meer zijn.
Artikel 5
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van deze Overeenkomst kan elk bureau van meting binnen het kader van de voorschriften die het van de Overeenkomstsluitende Partij waaronder het ressorteert ontvangt, de geldigheidsduur van een meetbrief verlengen indien bij een ingesteld onderzoek en, zo nodig, na raadpleging van de staat van meting op grond waarvan de meetbrief is afgegeven, blijkt dat de gegevens van de meetbrief nog juist zijn. De geldigheidsduur kan telkens voor ten hoogste tien jaar worden verlengd voor vaartuigen bestemd voor het vervoer van goederen en voor ten hoogste vijftien jaar voor andere vaartuigen.
Artikel 6
Binnen de begrenzing van hun geldigheidsduur zoals deze is vastgesteld in artikel 4 en 5 van deze Overeenkomst, worden meetbrieven, die door een bureau van meting van een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn afgegeven op grond van overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst vastgestelde voorschriften, door de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partijen erkend als gelijkwaardig aan de door deze Partijen op grond van hun overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst vastgestelde eigen voorschriften afgegeven meetbrieven.
Het in het eerste lid van dit artikel bepaalde belet een Overeenkomstsluitende Partij niet voor eigen rekening de gegevens van meetbrieven afgegeven door de bureaus van meting van een andere Overeenkomstsluitende Partij te doen controleren; deze controle dient evenwel op zodanige wijze te geschieden dat het daaruit voor de exploitatie van het vaartuig voortvloeiend ongerief tot het strikt onvermijdelijke blijft beperkt. Indien de Overeenkomstsluitende Partij die de controle laat verrichten onjuistheden in de gegevens van de meetbrief aantreft, stelt zij de Overeenkomstsluitende Partij waaronder het bureau van meting dat de meetbrief heeft afgegeven ressorteert, daarvan in kennis; het bepaalde in het eerst lid van dit artikel is op deze gegevens niet van toepassing.
Artikel 7
In geval van hermeting van een vaartuig trekt het bureau van meting dat de nieuwe meetbrief afgeeft, de oude in.
Indien een bureau van meting van een Overeenkomstsluitende Partij een meetbrief afgeeft voor een vaartuig, waarvoor door een bureau van een andere Overeenkomstsluitende Partij reeds eerder een meetbrief was afgegeven, stelt de eerste Overeenkomstsluitende Partij de tweede daarvan in kennis en stuurt haar overeenkomstig de bepalingen van artikel 11 van de Bijlage bij deze Overeenkomst de ingetrokken meetbrief terug.
Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt de nodige maatregelen opdat, indien een vaartuig, waarvoor de meetbrief is afgegeven door een bureau van meting van een andere Overeenkomstsluitende Partij op haar grondgebied tenietgaat of gesloopt wordt of daar voor de vaart blijvend ongeschikt wordt, het bureau dat de meetbrief heeft afgegeven daarvan in kennis wordt gesteld en de meetbrief zo mogelijk aan dat bureau wordt teruggezonden.
Artikel 8
Elke Overeenkomstsluitende Partij deelt de andere Overeenkomstsluitende Partijen de naam en het adres mede van de centrale dienst(en), die op het gebied der scheepsmeting bevoegd is (zijn).
De centrale diensten bedoeld in het eerste lid van dit artikel doen elkaar een lijst toekomen van de verschillende bureaus van meting binnen het ressort alsmede van de overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 3, van deze Overeenkomst aan die bureaus toegewezen onderscheidingsletters of -cijfers; zij geven elkaar eveneens kennis van de eventueel in deze lijsten en in de onderscheidingsletters of -cijfers aangebrachte wijzigingen.
De bevoegde centrale diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen zijn bevoegd rechtstreeks met elkaar in verbinding te treden wat betreft de toepassing van artikel 2, lid 2, van deze Overeenkomst, de toepassing van dit artikel en de toepassing van de artikelen 10 en 11 van de Bijlage bij deze Overeenkomst.
De bureaus van meting van de Overeenkomstsluitende Partijen zijn eveneens bevoegd rechtstreeks met elkaar in verbinding te treden wat betreft de toepassing van dit artikel, de toepassing van de artikelen 10 en 11 van de Bijlage bij deze Overeenkomst, alsmede voor het inwinnen van dringende inlichtingen.
Artikel 9
Meetbrieven die op het tijdstip waarop deze Overeenkomst voor een bepaald land in werking treedt, in dat land geldig zijn, worden erkend als meetbrieven overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst, onder voorbehoud dat het vaartuig geen zodanige veranderingen heeft ondergaan dat de gegevens van de meetbrief de waterverplaatsing van het vaartuig bij bepaalde inzinkingen of het maximale laadvermogen betreffende niet juist meer zijn.
De geldigheidsduur van deze meetbrieven blijft onveranderd, met dien verstande dat deze een termijn van tien jaar, te rekenen van het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor dat land, niet mag overschrijden. De geldigheidsduur van deze meetbrieven kan niet worden verlengd onder toepassing van de bepalingen van artikel 5 van deze Overeenkomst; indien echter aan de in genoemd artikel voor verlenging gestelde voorwaarden is voldaan, kan een meetbrief overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst worden afgegeven tegen overlegging van de oude meetbrief, zonder dat hermeting is vereist.
Artikel 10
Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening of toetreding door de landen die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa en door de landen die overeenkomstig het achtste lid van het mandaat van genoemde Commissie als raadgevend lid tot de Commissie zijn toegelaten.
Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening tot en met 15 november 1966. Na deze datum staat de Overeenkomst open voor toetreding.
Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd.
Bekrachtiging of toetreding geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Elk land dat een akte van bekrachtiging of van toetreding nederlegt dient de Secretaris-Generaal tegelijkertijd mede te delen welke onderscheidingsletter of -lettergroep het voor de toepassing van artikel 2, lid 3, van deze Overeenkomst heeft gekozen; later kan het land zijn keuze wijzigen door middel van een nieuwe aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving. Indien de door een land opgegeven letter of lettergroep reeds door een ander land is opgegeven, deelt de Secretaris-Generaal het eerstbedoelde land mede dat deze niet kan worden aanvaard. Een wijziging van een eerder gekozen letter of lettergroep wordt drie maanden na het tijdstip waarop de Secretaris-Generaal daarvan kennis is gegeven van kracht.
Elk land kan bij het ondertekenen van deze Overeenkomst of bij het nederleggen van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding verklaren dat deze Overeenkomst slechts van toepassing zal zijn op een gedeelte van zijn grondgebied. Elk land dat heeft verklaard dat de Overeenkomst slechts van toepassing is op een gedeelte van zijn grondgebied kan te allen tijde door middel van een aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving verklaren dat de Overeenkomst van toepassing zal zijn voor het geheel of voor een gedeelte van het overige grondgebied; deze kennisgeving wordt twaalf maanden na ontvangst daarvan door de Secretaris-Generaal van kracht.
Artikel 11
Deze Overeenkomst treedt in werking twaalf maanden nadat vijf van de in het eerste lid van artikel 10 bedoelde landen hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd.
Voor elk land dat het bekrachtigt of ertoe toetreedt nadat vijf landen hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Overeenkomst in werking twaalf maanden nadat de akte van bekrachtiging of toetreding van het betrokken land is nedergelegd.
Artikel 12
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan deze Overeenkomst opzeggen door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte schriftelijke kennisgeving. Deze opzegging kan betrekking hebben op het gehele grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, of slechts op een gedeelte daarvan.
De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal daarvan in kennis is gesteld.
Artikel 13
Deze Overeenkomst houdt op van kracht te zijn indien, na haar inwerkingtreding, het aantal Overeenkomstsluitende Partijen gedurende een tijdvak van twaalf achtereenvolgende maanden minder dan vijf bedraagt.
Artikel 14
Elk tussen een of meer Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst gerezen geschil dat Partijen niet door middel van onderhandelingen of op andere wijze hebben kunnen regelen, kan op verzoek van een der betrokken Overeenkomstsluitende Partijen aan het Internationale Gerechtshof ter beslissing worden voorgelegd.
Artikel 15
Elk land kan bij de ondertekening van deze Overeenkomst of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding verklaren dat het artikel 14 van deze Overeenkomst met betrekking tot het voorleggen van geschillen aan het Internationale Gerechtshof voor zichzelf niet als bindend beschouwt. De overige Overeenkomstsluitende Partijen zijn door artikel 14 niet gebonden ten opzichte van een Overeenkomstsluitende Partij die een zodanig voorbehoud heeft gemaakt.
Elk land kan bij de ondertekening van deze Overeenkomst of de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding verklaren dat de door zijn bureaus van meting afgegeven meetbrieven voor vaartuigen die voor het vervoer van goederen zijn bestemd, niet kunnen worden verlengd, of dat deze alleen kunnen worden verlengd door het bureau van afgifte of door een van zijn eigen bureaus van meting. In dit geval nemen de andere Overeenkomstsluitende Partijen de verplichting op zich de geldigheidsduur van de desbetreffende meetbrieven niet te verlengen.
Elke Overeenkomstsluitende Partij die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het eerste en tweede lid van dit artikel kan dit te allen tijde intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte schriftelijke kennisgeving.
Behoudens de in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde voorbehouden mag met betrekking tot deze Overeenkomst geen enkel voorbehoud worden gemaakt.
Artikel 16
Nadat deze Overeenkomst gedurende drie jaar van kracht is geweest kan elke Overeenkomstsluitende Partij, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte schriftelijke kennisgeving, verzoeken een conferentie tot herziening van deze Overeenkomst bijeen te roepen. De Secretaris-Generaal brengt dit verzoek ter kennis van alle Overeenkomstsluitende Partijen en roept een conferentie tot herziening bijeen, indien binnen een tijdvak van vier maanden na dagtekening van de door hem verzonden kennisgeving ten minste een vierde van de Overeenkomstsluitende Partijen hem van hun instemming met het verzoek kennis hebben gegeven.
Indien overeenkomstig het eerste lid van dit artikel een conferentie wordt bijeengeroepen, stelt de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis en verzoekt hun binnen drie maanden de voorstellen die naar hun oordeel door de conferentie dienen te worden behandeld in te zenden. De Secretaris-Generaal stelt alle Overeenkomstsluitende Partijen ten minste drie maanden voor de datum van aanvang van de conferentie in kennis van de voorlopige agenda van de conferentie, alsmede van de inhoud van de voorstellen.
De Secretaris-Generaal nodigt alle in artikel 10, eerste lid, van deze Overeenkomst bedoelde landen uit tot het bijwonen van de overeenkomstig dit artikel bijeengeroepen conferenties.
Artikel 17
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan een of meer wijzigingen in de Bijlage bij deze Overeenkomst of in de Aanhangsels daarvan voorstellen. De tekst van elk voorstel tot wijziging wordt aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties toegezonden, die deze ter kennis brengt van alle Overeenkomstsluitende Partijen, alsmede van de in artikel 10, eerste lid, van deze Overeenkomst bedoelde landen.
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan, binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de datum waarop de Secretaris-Generaal het voorstel tot wijziging heeft bekend gemaakt, de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen
- a. hetzij, dat zij bezwaar maakt tegen de voorgestelde wijziging;
- b. hetzij dat, hoewel zij voornemens is het voorstel te aanvaarden, de voorwaarden waaraan in haar land de aanvaarding is gebonden, nog niet zijn vervuld.
Zolang een Overeenkomstsluitende Partij, die de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, onder b van dit artikel heeft gedaan, de Secretaris-Generaal nog geen bericht van aanvaarding heeft gezonden, kan zij gedurende een termijn van negen maanden, te rekenen van het tijdstip waarop de termijn van zes maanden die voor het doen van de kennisgeving is voorzien, afloopt, bezwaar maken tegen de voorgestelde wijziging.
Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel bezwaar tegen het voorstel tot wijziging wordt gemaakt, wordt de wijziging als niet aanvaard beschouwd en wordt zij niet van kracht.
Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel geen bezwaar tegen het voorstel tot wijziging wordt gemaakt, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard en wordt zij op de volgende datum van kracht:
- a. indien geen der Overeenkomstsluitende Partijen een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid, onder b van dit artikel, heeft gedaan, na afloop van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde termijn;
- b. indien ten minste een der Overeenkomstsluitende Partijen een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid, onder b van dit artikel heeft gedaan, op het eerst vallende van de beide hierna genoemde tijdstippen:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.