Overeenkomst inzake de inschrijving van binnenschepen
Artikel 1
Voor de toepassing van de Overeenkomst
- a). wordt verstaan onder „registratiekantoor”: een kantoor dat een register houdt als bedoeld in artikel 2 van deze Overeenkomst;
- b). worden onder schepen mede verstaan glijboten, veerponten, baggermolens, kranen, elevators, alsmede alle andere soorten van schepen of drijvend materiaal van vergelijkbare aard.
De term „eigenaar” van het schip zoals in deze Overeenkomst gebruikt, dient te worden verstaan in de zin van het nationale recht van de Overeenkomstsluitende Partij in een van wier registers het schip is ingeschreven.
Artikel 2
De Overeenkomstsluitende Partijen nemen de verplichting op zich registers te houden voor het inschrijven van binnenschepen. Deze overeenkomstig het nationale recht ingerichte registers dienen in overeenstemming te zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst.
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen bepaalt welke voorwaarden en verplichtingen zijn verbonden aan inschrijving in haar registers, voor zover deze niet bij deze Overeenkomst zijn vastgesteld.
Een ieder kan, tegen betaling der daaraan verbonden kosten, toezending verlangen van voor eensluidend gewaarmerkte uittreksels van inschrijvingen in het register, alsmede, voor zover de inschrijvingen verwijzen naar bij het registratiekantoor berustende bij die inschrijvingen behorende documenten, van voor eensluidend gewaarmerkte uittreksels van die documenten.
Artikel 3
Een Overeenkomstsluitende Partij mag de inschrijving van een schip in haar registers slechts toestaan indien aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan:
- a). de plaats van waaruit de exploitatie van het schip gewoonlijk wordt geleid moet zijn gelegen op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij;
- b). wanneer de eigenaar van het schip een natuurlijke persoon is, moet hij onderdaan zijn van, of zijn gewone verblijfplaats hebben op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij;
- c). wanneer de eigenaar van het schip een rechtspersoon of een handelsvennootschap is, moet zijn zetel, of de plaats van waaruit de onderneming voornamelijk wordt geleid, zijn gelegen op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij;
met dien verstande evenwel dat de hierboven onder b) en c) genoemde voorwaarden, voor zover het een schip betreft dat gemeenschappelijk eigendom is, niet geacht worden te zijn vervuld, wanneer het schip niet ten minste voor de helft in eigendom toebehoort aan personen die aan deze voorwaarden voldoen.
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen neemt de verplichting op zich, onverminderd de bepalingen van artikel 4, lid 1 en 2, van deze Overeenkomst, te bepalen dat elk schip dat voldoet aan de voorwaarden die in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel in zijn wetgeving ten aanzien van de inschrijving zijn voorzien, in haar registers wordt ingeschreven. Deze verplichting van de Overeenkomstsluitende Partij geldt echter noch voor schepen die worden gebruikt voor het vervoer van goederen, met een laadvermogen van minder dan 20 ton, noch voor andere schepen met een waterverplaatsing van minder dan 10 kubieke meter.
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen neemt de verplichting op zich de nodige maatregelen te riemen om te voorkomen dat een schip te zelfder tijd in meer dan een van haar registers tegelijk is ingeschreven. Deze bepaling vormt echter geen beletsel voor het instellen van centrale registers waarin de inschrijvingen van de plaatselijke registers worden overgenomen.
Artikel 4
Indien een schip aan zodanige voorwaarden voldoet dat het, ingevolge het toepasselijke nationale recht in de registers van meer dan een Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven kan of moet worden, mag het slechts worden ingeschreven in de registers van een van die Partijen; de eigenaar heeft dan het recht het land aan te wijzen waarin het schip zal worden geregistreerd.
Een Overeenkomstsluitende Partij mag niet eisen dat in haar registers een schip dat aan de in haar wetgeving voor de inschrijving gestelde voorwaarden voldoet wordt ingeschreven, wanneer het betrokken schip in een land dat geen Overeenkomstsluitende Partij is staat ingeschreven en in dat land voldoet aan een der in artikel 3, eerste lid, genoemde voorwaarden.
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft niettemin het recht te eisen dat tot haar onderdanen behorende natuurlijke personen, alsmede rechtspersonen en handelsvennootschappen wier zetel op haar grondgebied is gevestigd, in haar registers de vaartuigen laten inschrijven die hun voor meer dan de helft in eigendom toebehoren, indien hun gewone verblijfplaats of, voor zover het rechtspersonen of handelsvennootschappen betreft, de plaats van waaruit de onderneming hoofdzakelijk wordt geleid, op haar grondgebied is gelegen.
Artikel 5
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan zelf de voorwaarden vaststellen waarop een schip dat op haar grondgebied in aanbouw is in haar registers kan of moet worden ingeschreven. Artikel 8 van deze Overeenkomst is niet van toepassing op deze inschrijvingen.
Een schip dat in aanbouw is op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij kan alleen worden ingeschreven in de registers van die Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 6
De in artikel 3, tweede lid, van deze Overeenkomst bedoelde verplichting heeft geen betrekking op schepen die niet overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 zijn ingeschreven ten tijde dat zij in aanbouw waren en die, nadat zij zijn afgebouwd, naar het land vertrekken waar zij moeten worden ingeschreven.
De in artikel 3, tweede lid, van deze Overeenkomst genoemde verplichting heeft evenmin betrekking op schepen die afkomstig zijn uit een land dat geen Overeenkomstsluitende Partij is en die onderweg zijn naar het land waar zij moeten worden ingeschreven.
Artikel 7
Alle gegevens die op een zelfde schip betrekking hebben moeten in één register worden ingeschreven.
Iedere inschrijving in een register moet zijn gedagtekend; dit geldt eveneens voor wijzigingen of doorhalingen van eerdere inschrijvingen.
Artikel 8
De inschrijving geschiedt op verzoek van de eigenaar van het schip, die de nodige bewijsstukken dient over te leggen. In het verzoek dient te worden vermeld of het schip reeds elders staat ingeschreven en, zo ja, bij welk kantoor; tevens dient in het verzoek elk kantoor te worden genoemd waar het schip eventueel reeds is ingeschreven geweest.
Ieder kantoor van inschrijving schrijft elk schip dat bij het kantoor wordt geregistreerd onder een eigen nummer in, waarbij de gebruikte nummers een ononderbroken reeks dienen te vormen.
De inschrijving in het register dient ten minste de volgende gegevens te omvatten:
- a). naam of andere aanduiding van het schip;
- b). type van het schip, materiaal waarvan de romp is gemaakt, jaar en plaats van de bouw en, voor zover het schepen met een mechanische voortstuwing betreft, ook al is het slechts een hulpmotor, type en vermogen van de motor;
- c). laadvermogen in tonnen of de waterverplaatsing in kubieke meters zoals vermeld in de meetbrief of, ingeval geen meetbrief is vereist, zoals kan worden vastgesteld aan de hand van de verstrekte gegevens en met behulp van de in het land waarin om inschrijving wordt verzocht gangbare methode voor de berekening van de tonnemaat op basis van die gegevens;
- d). naam en adres of verblijfplaats van de eigenaar en, ingeval van medeëigendom, het aandeel van ieder der medeëigenaren.
Artikel 9
Indien er wijzigingen optreden in de overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van deze Overeenkomst in het register opgenomen gegevens, dient de eigenaar een verzoek tot inschrijving van de wijzigingen te richten aan het kantoor van inschrijving, onder overlegging van de nodige bewijsstukken, te zamen met het certificaat bedoeld in artikel 12 van deze Overeenkomst en, zo dit is uitgereikt, een eensluidend afschrift daarvan.
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan echter in haar wetgeving bepalen dat bij eigendomsoverdracht van een schip het wijzigen van de inschrijving kan of moet worden verzocht door degene die de eigendom verkrijgt.
Indien het schip vergaat, wordt gesloopt of blijvend ongeschikt wordt voor de vaart, is de eigenaar verplicht het kantoor van inschrijving te verzoeken dit in het register op te nemen; hij dient bij zijn verzoek bewijsstukken over te leggen en het in artikel 12 van deze Overeenkomst bedoelde certificaat, alsmede een eensluidend afschrift daarvan, zo dit is uitgereikt.
Artikel 10
Elke Overeenkomstsluitende Partij bepaalt zelf onder welke omstandigheden de inschrijving van een in haar registers opgenomen schip kan of moet worden doorgehaald.
Indien echter het schip is ingeschreven ten gunste van derden, kan de inschrijving alleen worden tenietgedaan indien geen der door deze inschrijving begunstigde personen zich hiertegen verzet.
Artikel 11
Een in een register van een Overeenkomstsluitende Partij opgenomen schip kan alleen in een register van een andere Overeenkomstsluitende Partij worden opgenomen wanneer daarbij de volgende procedure voor de overschrijving wordt gevolgd:
- a). het kantoor dat het verzoek van de eigenaar tot de nieuwe inschrijving ontvangt, verricht de verzochte inschrijving, ook die ten gunste van derden, doch vermeldt in het register dat deze inschrijving eerst gevolg heeft nadat de vorige inschrijving van het schip is doorgehaald;
- b). het kantoor in welks register het schip voordien was ingeschreven haalt, op vertoon van een uittreksel uit het register waarin de nieuwe inschrijving is opgenomen, de inschrijving door en geeft een bewijs van doorhaling af, waarin de datum der doorhaling is vermeld. Met uitzondering van het geval voorzien in artikel 10, tweede lid, van deze Overeenkomst en van de gevallen waarin de overschrijving van de inschrijving onverenigbaar zou zijn met de eisen der openbare veiligheid, kan dit kantoor alleen weigeren de inschrijving door te halen indien, op grond van artikel 4, derde lid, het schip in het register van dat kantoor of in een ander register van dat land moet worden ingeschreven;
- c). Tegen overlegging van het bewijs van doorhaling haalt het kantoor dat de nieuwe inschrijving verricht de overeenkomstig het hierboven onder a) bepaalde in zijn register opgenomen vermelding door, schrijft de datum der doorhaling van de vorige inschrijving in en geeft het in artikel 12 van deze Overeenkomst bedoelde certificaat af.
Voor de toepassing van dit artikel kunnen de kantoren van inschrijving van de Overeenkomstsluitende Partijen rechtstreeks met elkaar in briefwisseling treden. Deze briefwisseling kan worden gevoerd in de taal van het kantoor van afzending.
Artikel 12
Voor elk geregistreerd schip geeft het kantoor van inschrijving een certificaat af waarop de krachtens het bepaalde in artikel 8, tweede en derde lid, van dit Verdrag in het register opgenomen gegevens zijn vermeld. Op dit certificaat staan het kantoor van afgifte en de Overeenkomstsluitende Partij waaronder dat kantoor ressorteert vermeld.
Indien op het certificaat overgenomen gegevens krachtens het bepaalde in artikel 9 van deze Overeenkomst in het register worden gewijzigd, moet ook het certificaat worden gewijzigd.
Het certificaat moet worden overgelegd telkens wanneer de bevoegde autoriteiten daarom verzoeken.
Indien door het kantoor van inschrijving duplicaten worden afgegeven, kan een duplicaat het certificaat vervangen. Een duplicaat moet als zodanig kenbaar zijn en de afgifte ervan moet op het certificaat worden vermeld.
Artikel 13
Deze Overeenkomst is niet van toepassing op schepen die uitsluitend bestemd zijn voor de uitoefening van de openbare macht.
Artikel 14
Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt de nodige maatregelen opdat, na het verstrijken van een termijn van een jaar, te rekenen van het tijdstip waarop deze Overeenkomst voor die Partij in werking treedt,
- a). voordien in haar registers opgenomen gegevens en door haar kantoren afgegeven certificaten in overeenstemming worden gebracht met de bepalingen van deze Overeenkomst;
- b). nieuwe inschrijvingen of doorhalingen van inschrijvingen ingevolge het bepaalde in artikel 3 van deze Overeenkomst worden uitgevoerd.
Bij wijze van overgangsmaatregel worden certificaten die door de Overeenkomstsluitende Partij vóór het verstrijken van de betreffende in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn met betrekking tot een in haar registers opgenomen schip zijn afgegeven, tot het einde van die termijn toegelaten als gelijkwaardig aan de in artikel 12 van deze Overeenkomst bedoelde certificaten.
Artikel 15
Ieder land kan op het tijdstip waarop het deze Overeenkomst ondertekent of zijn akte van bekrachtiging of van toetreding nederlegt of op ieder tijdstip daarna verklaren dat het als bijlage aan deze Overeenkomst toegevoegde Protocol No. 1 betreffende de zakelijke rechten op binnenschepen aanvaardt; op het tijdstip waarop dat land deze verklaring aflegt of op elk tijdstip daarna, kan het verklaren dat het tevens het als bijlage aan deze Overeenkomst toegevoegde Protocol No. 2 inzake het conservatoir beslag en de gedwongen verkoop van binnenschepen, aanvaardt.
Protocol No. 1 wordt, ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partijen die op grond van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel een verklaring met betrekking tot het Protocol hebben afgelegd, geacht deel uit te maken van de Overeenkomst; evenzo wordt Protocol No. 2 ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partijen die eveneens met betrekking tot dit Protocol een verklaring hebben afgelegd, geacht deel uit te maken van de Overeenkomst. Niettemin wordt, indien de verklaring van een land wordt afgelegd nadat dit land Overeenkomstsluitende Partij bij deze Overeenkomst is gegeworden, het Protocol waarop de verklaring betrekking heeft, ten aanzien van die Overeenkomstsluitende Partij en de andere Overeenkomstsluitende Partijen die eveneens een dergelijke verklaring hebben afgelegd pas na het verstrijken van de negentigste dag volgend op die waarop de Secretaris-Generaal van het afleggen van de verklaring kennis is gegeven, geacht deel uit te maken van de Overeenkomst.
Elke Overeenkomstsluitende Partij die een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan deze te allen tijde intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving; het intrekken van een verklaring ten aanzien van Protocol No. 1 houdt in dat eventueel ten aanzien van Protocol No. 2 ingediende verklaringen eveneens worden ingetrokken. De werking van het Protocol of de Protocollen ten aanzien waarvan een Overeenkomstsluitende Partij kennis geeft van de intrekking van haar verklaring, eindigt voor die Overeenkomstsluitende Partij twaalf maanden na de datum van kennisgeving.
Artikel 16
Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening of toetreding door de landen die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa, alsmede door landen die als adviserend lid tot de Commissie zijn toegetreden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 8 van het mandaat van de Commissie.
Landen die overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 11 van het mandaat van de Economische Commissie voor Europa kunnen deelnemen aan bepaalde werkzaamheden van deze Commissie, kunnen Overeenkomstsluitende Partij bij deze Overeenkomst worden door tot deze Overeenkomst toe te treden, nadat zij in werking is getreden.
Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening tot en met 31 december 1965. Daarna staat zij open voor toetreding.
Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.