Overeenkomst tussen zekere Lid-Staten van de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek inzake de uitvoering van een bijzonder TD-project
De Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, Spanje, de Franse Republiek, het Koninkrijk der Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat (hierna te noemen „de Regeringen”), Regeringen van Staten, partij bij het Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor ruimteonderzoek, voor ondertekening opengesteld te Parijs op 14 juni 1962 (hierna te noemen „het Verdrag”)
en
de Europese Organisatie voor ruimteonderzoek (hierna te noemen „de Organisatie”),
Overwegende, dat het noodzakelijk is het ontwerpen, ontwikkelen, construeren en in een baan om de aarde brengen van een TD-satelliet ter hand te nemen;
Overwegende, dat de uitvoering van een zodanig project, waarmede reeds een aanvang is gemaakt binnen het kader van het normale programma der Organisatie, niet in dat kader kan worden voortgezet;
Overwegende, dat dit project moet worden beschouwd als een Bijzonder Project in de zin van artikel VIII van het Verdrag;
Gelet op de Verklaring van 9 oktober 1968 van de vertegenwoordigers van de hierboven genoemde Regeringen in de Raad van de Organisatie;
Gelet op de door de Raad van de Organisatie tijdens zijn 25ste zitting aanvaarde Resolutie No. ESRO/C/XXV/Res. 3.2(b);
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
Overeenkomstig het bepaalde in artikel VIII van het Verdrag, verleent de Organisatie aan de Regeringen bijstand en stelt zij haar installaties ter beschikking voor het ontwerpen, ontwikkelen, construeren en in een baan om de aarde brengen van een TD-satelliet, waarin de voornaamste kenmerken zijn verwerkt van de opdracht van de TD-1 satelliet, die voordien deel uitmaakte van het programma van de Organisatie (hierna te noemen „het Bijzondere Project”). Overeengekomen wordt dat de latere exploitatie van de in een baan om de aarde gebrachte TD-satelliet een integrerend deel uitmaakt van het normale programma van de Organisatie. Het Bijzondere Project wordt uitgevoerd in overeenstemming met het programma, neergelegd in Bijlage A, die een integrerend deel uitmaakt van deze Overeenkomst.
Artikel 2
Tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, gelden de regels van de Organisatie mutatis mutandis voor de uitvoering van het Bijzondere Project.
Artikel 3
De kosten verbonden aan de uitvoering van de ingevolge deze Overeenkomst aan de Organisatie toevallende taken, nader omschreven in Bijlage B, die een integrerend deel van deze Overeenkomst vormt, (hierna te noemen „de terug te betalen kosten”) zullen door de Regeringen worden terugbetaald aan de Organisatie.
De terug te betalen kosten mogen een bedrag van 196 miljoen Franse franken (waarin begrepen een marge voor onvoorziene kosten van 44 miljoen Franse franken) niet te boven gaan.
De terug te betalen kosten wegens door de Organisatie verrichte uitgaven komen ten laste van een bijzondere rekening, overeenkomstig de in Bijlage B neergelegde gedetailleerde voorschriften.
Het aandeel van iedere Regering in de terug te betalen kosten wordt bepaald volgens de in Bijlage B gegeven schaal.
De Regeringen storten hun aandeel in de terugbetaling op de bijzondere rekening in bedragen en op de data, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Financiële Reglement van de Organisatie.
De Directeur-Generaal van de Organisatie waakt over het gebruik van de in het tweede lid van dit artikel genoemde 44 miljoen Franse franken. Voorstellen voor het aanwenden van meer gelden dan die, waarover de Directeur-Generaal overeenkomstig de reglementen van de Organisatie op eigen gezag kan beschikken, vereisen de goedkeuring van twee derde van de Regeringen.
De Regeringen kunnen bij uitzondering besluiten
- a. tot het instellen van bijzondere technische en financiële controlemaatregelen, waarvan zij de termen en voorwaarden vaststellen,
- b. tot het houden van vergaderingen ten einde de Directeur-Generaal instructies te verstrekken betreffende het beheer van het Bijzondere Project.
Artikel 4
Verspreiding en publikatie van wetenschappelijke en technische gegevens en de daarmede verband houdende intellectuele eigendomsrechten, voortkomende uit het Bijzondere Project, worden beheerst door de daartoe strekkende regelingen van de Organisatie.
Artikel 5
De Regeringen machtigen de Organisatie tot het sluiten van de nodige contracten voor de uitvoering van het Bijzondere Project overeenkomstig het bepaalde in de Bijlagen A en B.
Bij het aangaan van contracten en sub-contracten voor de uitvoering van het Bijzondere Project wordt, waar mogelijk, de voorkeur gegeven aan de uitvoering der werken binnen het grondgebied van de Regeringen.
Artikel 6
De Organisatie is de eigenares van de satelliet.
Artikel 7
De Regeringen vrijwaren de Organisatie voor iedere aansprakelijkheid, die zou kunnen ontstaan indien tengevolge van de uitvoering van het Bijzondere Project de internationale verantwoordelijkheid van de Organisatie in het geding zou komen.
Vergoedingen, door de Organisatie ontvangen wegens aan het Bijzondere Project toegebrachte schade, zullen worden geboekt op de speciale rekening, bedoeld in het derde lid van artikel 3 van deze Overeenkomst.
Artikel 8
Elk geschil tussen twee of meer Regeringen of tussen bepaalde Regeringen en de Organisatie betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, dat niet in der minne kan worden geschikt, wordt, op verzoek van een der Partijen bij het geschil, voorgelegd aan een enkele arbiter, aan te wijzen door de President van het Internationale Gerechtshof. De arbiter mag geen onderdaan zijn van een Staat die partij is bij het geschil.
De Partijen bij deze Overeenkomst die geen partij zijn in het geschil, hebben het recht zich te voegen in het geding en de beslissing van de arbiter is bindend voor alle Regeringen en voor de Organisatie, ongeacht zij zich al dan niet in het geding hebben gevoegd.
Artikel 9
De Overeenkomst staat open voor ondertekening door de Regeringen tot 1 januari 1969.
De Regeringen worden partij bij deze Overeenkomst:
- -. door ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring;
- -. door het nederleggen van een akte van bekrachtiging of goedkeuring bij de Regering van de Franse Republiek, ingeval zij hebben ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring.
De Overeenkomst treedt in werking nadat zij is ondertekend door de Organisatie en nadat de Regeringen, wier gezamenlijk aandeel in de schaal, opgenomen in het Aanhangsel van Bijlage B ten minste 90% bedraagt, partij zijn geworden bij deze Overeenkomst overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van dit artikel.
Ter uitvoering van het derde lid van dit artikel wordt het nederleggen van een verklaring van intentie deze Overeenkomst voorlopig toe te passen en haar zo spoedig mogelijk te doen bekrachtigen of goed te keuren, beschouwd als het nederleggen van een akte van bekrachtiging of goedkeuring.
De Regering van een Lid-Staat van de Organisatie, die deze Overeenkomst niet vóór 1 januari 1969 heeft ondertekend kan na haar inwerkingtreding partij worden bij deze Overeenkomst indien
- a. de Regeringen, die partij zijn bij deze Overeenkomst, hiermede instemmen, en
- b. de betrokken Regering een akte van toetreding nederlegt bij de Regering van de Franse Republiek.
Een Regering die partij wordt bij deze Overeenkomst na haar inwerkingtreding, dient een bijdrage te storten, gelijk aan het bedrag dat zij zou hebben bijgedragen indien zij partij zou zijn geworden bij de Overeenkomst op het tijdstip van haar inwerkingtreding. Voor het bedrag van deze bijdrage worden de andere Partijen naar evenredigheid gecrediteerd op de speciale rekening.
Artikel 10
De Organisatie doet, na met hen overleg te hebben gepleegd, aan de Regeringen mededeling van het feit van de voltooiing van het Bijzondere Project overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst. Op het tijdstip van ontvangst van een zodanige mededeling wordt de Overeenkomst geacht te zijn beëindigd.
Indien het uit hoofde van bijzondere omstandigheden noodzakelijk zou blijken de financiële limiet, genoemd in het tweede lid van artikel 3, te verhogen ten einde het Bijzondere Project te voltooien, dient de Organisatie zulks onmiddellijk ter kennis te brengen van de Regeringen, die met elkander overleg moeten plegen om te beslissen of de uitvoering van het Bijzondere Project voortgang kan vinden en zo ja, op welke basis.
Deze Overeenkomst dient onverwijld te worden beëindigd indien er geen besluit kan worden genomen met betrekking tot de voortzetting van het Bijzondere Project. In dat geval dient een Protocol ter liquidatie van het Bijzondere Project te worden opgesteld.
Artikel 11
Nadat deze Overeenkomst in werking is getreden, doet de Regering van de Franse Republiek haar registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.
Artikel 12
De Regering van de Franse Republiek doet de Regeringen mededeling van alle ondertekeningen, bekrachtigingen, toetredingen en van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned Representatives, having been duly authorised thereto, have signed this Arrangement.
DONE in Paris, this ninth day of October nineteen hundred and sixty eight, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single copy, which shall be deposited in the archives of the Government of the French Republic, which shall transmit certified copies to each of the Governments and to the Organisation.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.