Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen

Type Verdrag
Publication 1986-01-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

In herinnering brengend dat van oudsher consulaire betrekkingen tussen de volkeren hebben bestaan,

Indachtig de doelstellingen en beginselen van het Handvest der Verenigde Naties betreffende de soevereine gelijkheid der Staten, de handhaving der internationale vrede en veiligheid, alsmede de bevordering van vriendschappelijke betrekkingen tussen de volkeren,

Overwegende dat de Conferentie der Verenigde Naties inzake diplomatiek verkeer en diplomatieke immuniteiten het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer, hetwelk op 18 april 1961 voor ondertekening is opengesteld, heeft aanvaard,

In de overtuiging dat een internationaal verdrag inzake consulaire betrekkingen, voorrechten en immuniteiten eveneens een bijdrage zou betekenen tot de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de volkeren, ongeacht de verschillen in hun constitutionele en maatschappelijke stelsels,

Overtuigd dat het doel van deze voorrechten en immuniteiten niet is personen te bevoorrechten, maar te verzekeren dat de consulaire posten ten behoeve van hun onderscheiden Staten doelmatig functioneren,

Bevestigend dat de regels van het internationale gewoonterecht van toepassing blijven op aangelegenheden die door de Bepalingen van dit Verdrag niet uitdrukkelijk worden geregeld,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

In dit Verdrag hebben de navolgende uitdrukkingen de hieronder aangegeven betekenissen:

2.

Er bestaan twee categorieën consulaire ambtenaren, beroeps-consulaire ambtenaren en honoraire consulaire ambtenaren. De bepalingen van Hoofdstuk II van dit Verdrag zijn van toepassing op consulaire posten met aan het hoofd een beroeps-consulaire ambtenaar, terwijl de bepalingen van Hoofdstuk III betrekking hebben op consulaire posten met aan het hoofd een honoraire consulaire ambtenaar.

3.

De bijzondere status van leden van consulaire posten die onderdaan of ingezetene van de ontvangende Staat zijn, wordt geregeld in artikel 71 van dit Verdrag.

Hoofdstuk I. Consulaire betrekkingen in het algemeen

AFDELING I. HET AANKNOPEN EN ONDERHOUDEN VAN CONSULAIRE BETREKKINGEN

Artikel 2. Aanknopen van consulaire betrekkingen
1.

Het aanknopen van consulaire betrekkingen tussen de Staten geschiedt met wederzijds goedvinden.

2.

Toestemming tot het aanknopen van diplomatieke betrekkingen tussen twee Staten houdt in toestemming tot het aanknopen van consulaire betrekkingen, tenzij anders is bepaald.

3.

Het verbreken der diplomatieke betrekkingen brengt niet ipso facto het verbreken der consulaire betrekkingen mede.

Artikel 3. Uitoefening van consulaire werkzaamheden

De consulaire werkzaamheden worden uitgeoefend door consulaire posten. Zij worden eveneens, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, door diplomatieke zendingen uitgeoefend.

Artikel 4. Vestiging van een consulaire post
1.

Een consulaire post mag slechts worden gevestigd op het grondgebied van de ontvangende Staat met toestemming van die Staat.

2.

De zetel, de klasse en het consulaire ressort van de consulaire post worden vastgesteld door de zendstaat en onderworpen aan de goedkeuring van de ontvangende Staat.

3.

Daarna mag de zendstaat slechts wijzigingen in de zetel, de klasse of het consulaire ressort van de consulaire post aanbrengen met toestemming van de ontvangende Staat.

4.

De toestemming van de ontvangende Staat is eveneens vereist, indien een consulaat-generaal of een consulaat in een andere plaats dan die waar het is gevestigd een vice-consulaat of een consulair agentschap wenst te openen.

5.

Voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de ontvangende Staat is eveneens vereist voor het openen van een kantoor dat deel uitmaakt van een bestaande consulaire post, buiten de zetel van deze consulaire post.

Artikel 5. Consulaire werkzaamheden

De consulaire werkzaamheden omvatten:

Artikel 6. Uitoefening van consulaire werkzaamheden buiten het consulaire ressort

Een consulaire ambtenaar kan in bijzondere omstandigheden met toestemming van de ontvangende Staat zijn werkzaamheden uitoefenen buiten het consulair ressort.

Artikel 7. Uitoefening van consulaire werkzaamheden in een derde Staat

De zendstaat kan, na hiervan de betrokken Staten in kennis te hebben gesteld, een consulaire post die in één bepaalde Staat is gevestigd opdragen consulaire werkzaamheden in een andere Staat uit te oefenen, tenzij een der betrokken Staten zich hiertegen uitdrukkelijk verzet.

Artikel 8. Uitoefening van consulaire werkzaamheden ten behoeve van een derde Staat

Nadat hiervan op passende wijze kennis is gegeven aan de ontvangende Staat, kan, tenzij de ontvangende Staat hiertegen bezwaar maakt, een consulaire post van de zendstaat in de ontvangende Staat consulaire werkzaamheden uitoefenen ten behoeve van een derde Staat.

Artikel 9. Indeling van hoofden van consulaire posten
1.

De hoofden van consulaire posten worden in vier klassen ingedeeld, namelijk:

2.

Het eerste lid van dit artikel beperkt in geen enkel opzicht het recht van de Verdragsluitende Partijen benamingen vast te stellen voor consulaire ambtenaren die geen hoofd van een consulaire post zijn.

Artikel 10. Benoeming en toelating van hoofden van consulaire posten
1.

De hoofden van consulaire posten worden benoemd door de zendstaat en worden door de ontvangende Staat tot de uitoefening van hun werkzaamheden toegelaten.

2.

Met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag, worden de wijzen van benoeming en toelating van het hoofd van de consulaire post beheerst door de wetten, regelingen en gebruiken van de zendstaat, onderscheidenlijk de ontvangende Staat.

Artikel 11. Benoemingsbrevet of kennisgeving van de benoeming
1.

Het hoofd van de consulaire post wordt door de zendstaat voorzien van een voor elke benoeming opgesteld document in de vorm van een benoemingsbrevet of een soortgelijke akte, waaruit zijn hoedanigheid blijkt, alsmede als regel zijn naam en voornamen, zijn categorie en klasse, het consulaire ressort en de zetel van de consulaire post.

2.

De zendstaat doet het benoemingsbrevet of een soortgelijke akte langs diplomatieke weg of op een andere passende wijze toekomen aan de Regering van de Staat op wiens grondgebied het hoofd van de consulaire post zijn werkzaamheden zal gaan uitoefenen.

3.

Indien de ontvangende Staat hiermede instemt, kan de zendstaat de ontvangende Staat in plaats van een benoemingsbrevet of soortgelijke akte een kennisgeving doen toekomen waarin de in het eerste lid van dit artikel vereiste gegevens zijn vervat.

Artikel 12. Exequatur
1.

Het hoofd van een consulaire post wordt tot de uitoefening van zijn werkzaamheden toegelaten door middel van een machtiging van de ontvangende Staat, die, ongeacht de vorm waarin deze machtiging is opgesteld, het exequatur wordt genoemd.

2.

Een Staat die weigert een exequatur te verlenen is niet verplicht de zendstaat de redenen voor deze weigering mede te delen.

3.

Met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 13 en 15, kan het hoofd van een consulaire post zijn werkzaamheden niet aanvangen voordat hij het exequatur heeft ontvangen.

Artikel 13. Voorlopige toelating van hoofden van consulaire posten

In afwachting van de verlening van het exequatur, kan het hoofd van een consulaire post voorlopig tot de uitoefening van zijn werkzaamheden worden toegelaten. In dit geval zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing.

Artikel 14. Kennisgeving aan de autoriteiten van het consulaire ressort

Zodra het hoofd van een consulaire post is toegelaten tot de uitoefening van zijn werkzaamheden, zelfs indien dit voorlopig is, stelt de ontvangende Staat de bevoegde autoriteiten van het consulaire ressort hiervan onmiddellijk in kennis. Deze zorgt er tevens voor dat de noodzakelijke maatregelen worden getroffen om het hoofd van de consulaire post in staat te stellen zijn ambtelijke werkzaamheden te verrichten en te genieten van de voordelen van de in de bepalingen van dit Verdrag voorziene behandeling.

Artikel 15. Tijdelijke uitoefening van de werkzaamheden van het hoofd van een consulaire post
1.

Indien het hoofd van een consulaire post niet in staat is zijn werkzaamheden uit te oefenen of indien de post open staat, kan een tijdelijk waarnemer voorlopig optreden als hoofd van de consulaire post.

2.

De naam en voornamen van de tijdelijk waarnemer van de post worden door de diplomatieke zending van de zendstaat of indien deze Staat in de ontvangende Staat niet over een dergelijke zending beschikt, door het hoofd van de consulaire post of indien deze daartoe niet in staat is, door een bevoegde autoriteit van de zendstaat, medegedeeld aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende Staat of aan een door dat Ministerie aangewezen autoriteit. Als regel dient deze mededeling van te voren te worden gedaan. De ontvangende Staat kan toelating als tijdelijk waarnemer van een post van een persoon die noch een diplomatiek ambtenaar noch een consulair ambtenaar van de zendstaat is in de ontvangende Staat, afhankelijk stellen van zijn goedkeuring.

3.

De bevoegde autoriteiten van de ontvangende Staat verlenen de tijdelijk waarnemer van de post bijstand en bescherming. Zolang hij met de leiding van de post is belast, zijn de bepalingen van dit Verdrag op hem van toepassing op dezelfde grondslag als zij dit zijn op het hoofd van de desbetreffende consulaire post. De ontvangende Staat is evenwel niet verplicht een tijdelijk waarnemer van een post de faciliteiten, voorrechten of immuniteiten te verlenen, die het hoofd van de consulaire post slechts geniet onder voorwaarden waaraan de tijdelijk waarnemer van de post niet voldoet.

4.

Wanneer in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde omstandigheden, een lid van het diplomatieke personeel van de diplomatieke vertegenwoordiging van de zendstaat in de ontvangende Staat wordt aangewezen door de zendstaat als tijdelijk waarnemer van een consulaire post, blijft hij diplomatieke voorrechten en immuniteiten genieten indien de ontvangende Staat daartegen geen bezwaren heeft.

Artikel 16. Rangorde van de hoofden van consulaire posten
1.

De rangorde van de hoofden van consulaire posten wordt in elke klasse bepaald door de datum waarop het exequatur is verleend.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.