Verdrag tot beperking der staatloosheid

Type Verdrag
Publication 1985-08-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Staten,

Handelende overeenkomstig resolutie 896 (IX), aangenomen door de op 4 december 1954 gehouden Algemene Vergadering van de Verenigde Naties,

Overwegende dat het wenselijk is de staatloosheid door een internationaal akkoord te beperken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1
1.

Iedere Verdragsluitende Staat verleent zijn nationaliteit aan degene die geboren is op zijn grondgebied en die anders staatloos zou zijn.

Deze nationaliteit wordt verleend:

Een Verdragsluitende Staat welks wetgeving verlening van zijn nationaliteit op verzoek overeenkomstig punt b van dit lid kent, kan die nationaliteit ook van rechtswege verlenen bij het bereiken van de leeftijd en op de voorwaarden als in zijn wetgeving zijn vastgesteld.

2.

Een Verdragsluitende Staat kan de verkrijging van zijn nationaliteit overeenkomstig punt b van het eerste lid van dit artikel, aan een of meer van de volgende voorwaarden binden:

3.

Ongeacht de bepalingen van het eerste lid sub b en van het tweede lid van dit artikel, verkrijgt het wettige kind dat is geboren op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat en welks moeder de nationaliteit van die Staat bezit, die nationaliteit bij de geboorte, indien het anders staatloos zou zijn.

4.

Iedere Verdragsluitende Staat verleent zijn nationaliteit aan degene, die anders staatloos zou zijn en van wie, ten tijde van de geboorte, de vader of de moeder de nationaliteit van genoemde Staat bezat, indien hij, doordat hij boven de leeftijd is gekomen welke is vastgesteld voor de indiening van zijn verzoek, of doordat hij niet voldoet aan de gestelde voorwaarden met betrekking tot het verblijf, de nationaliteit van de Verdragsluitende Staat op welks grondgebied hij is geboren niet heeft kunnen verkrijgen. Indien de ouders niet dezelfde nationaliteit bezaten ten tijde van de geboorte, volgt naar gelang van de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Staat het kind de nationaliteit van de vader dan wel die van de moeder. Indien de nationaliteit moet worden aangevraagd, dient dit verzoek door of namens de belanghebbende bij de bevoegde autoriteit te worden ingediend op de wijze als is voorgeschreven door de wetgeving van de betrokken Staat. Behoudens de bepalingen van het vijfde lid van dit artikel, mag dit verzoek niet worden afgewezen.

5.

De Verdragsluitende Staat kan het verlenen van zijn nationaliteit overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid van dit artikel, binden aan een of meer van de volgende voorwaarden:

Artikel 2

Het kind, gevonden op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat wordt, totdat het tegendeel is bewezen, geacht te zijn geboren op dat grondgebied uit ouders die de nationaliteit van die Staat bezitten.

Artikel 3

Ter vaststelling van de verplichtingen der Verdragsluitende Staten binnen het kader van dit Verdrag wordt een geboorte aan boord van een schip of van een luchtvaartuig geacht te hebben plaats gehad op het grondgebied van de Staat welks vlag het schip voert of waarin het luchtvaartuig staat ingeschreven.

Artikel 4
1.

Een Verdragsluitende Staat verleent zijn nationaliteit aan degene, die anders staatloos zou zijn en niet is geboren op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat, indien ten tijde van de geboorte de vader of de moeder de nationaliteit van de eerstgenoemde Staat bezat. Indien de ouders ten tijde van de geboorte niet dezelfde nationaliteit bezaten, volgt het kind, naar gelang van de wetgeving van die Staat, de nationaliteit van de vader dan wel die van de moeder. De nationaliteit, toegekend overeenkomstig het in dit lid bepaalde, wordt verleend:

2.

De Verdragsluitende Staat kan het verlenen van zijn nationaliteit, overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel binden aan een of meer van de volgende voorwaarden:

Artikel 5
1.

Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Staat bepaalt dat iemand zijn nationaliteit verliest als gevolg van een wijziging in zijn burgerlijke staat zoals huwelijk, ontbinding van het huwelijk, wettiging, erkenning of adoptie, wordt dat verlies afhankelijk gesteld van het bezit of het verkrijgen van de nationaliteit van een andere Staat.

2.

Indien overeenkomstig de wetgeving van een Verdragsluitende Staat een natuurlijk kind de nationaliteit van die Staat verliest als gevolg van een erkenning, wordt het de mogelijkheid geboden deze terug te krijgen door middel van een daartoe strekkend aan de bevoegde autoriteit gericht verzoek, waarvan de inwilliging niet mag worden gebonden aan de vervulling van strengere voorwaarden dan die, welke worden genoemd in het tweede lid van artikel 1 van dit Verdrag.

Artikel 6

Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Staat bepaalt dat, doordat iemand de nationaliteit van die Staat verliest of deze hem wordt ontnomen ook de echtgenoot of de kinderen deze verliezen, wordt dit verlies afhankelijk gesteld van het bezit of het verkrijgen door dezen van de nationaliteit van een andere Staat.

Artikel 7
2.

Hij die de nationaliteit van een Verdragsluitende Staat bezit en een verzoek tot naturalisatie in een ander land heeft ingediend, verliest zijn nationaliteit niet, tenzij hij de nationaliteit van dat andere land verkrijgt of de verzekering heeft ontvangen die te zullen verkrijgen.

3.

Behoudens de bepalingen van het vierde en vijfde lid van dit artikel, zal niemand zijn nationaliteit verliezen op grond van het feit dat hij het land waarvan hij de nationaliteit bezit, verlaat, in het buitenland woont, zich niet laat inschrijven of op grond van enig ander soortgelijk feit, dat voor hem staatloosheid met zich zou brengen.

4.

Verlies van de nationaliteit, verkregen door naturalisatie, kan worden gegrond op verblijf in den vreemde gedurende een door de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Staat vast te stellen tijdvak van ten minste zeven opeenvolgende jaren, tenzij de belanghebbende de bevoegde autoriteit ervan in kennis stelt dat hij zijn nationaliteit wenst te behouden.

5.

Met betrekking tot een persoon die geboren is buiten het grondgebied van de Verdragsluitende Staat waarvan hij de nationaliteit bezit, kan de wetgeving van die Staat bepalen, dat deze persoon zijn nationaliteit na verloop van één jaar te rekenen van het tijdstip waarop hij meerderjarig werd, verliest, indien hij op dat moment zijn woonplaats niet heeft op het grondgebied van die Staat of zich niet bij de bevoegde autoriteit heeft laten inschrijven.

6.

Behoudens het bepaalde in dit artikel verliest niemand de nationaliteit van een Verdragsluitende Staat, indien dit verlies voor hem staatloosheid met zich zou brengen, ook indien dit verlies niet reeds uitdrukkelijk door enige andere bepaling van dit Verdrag is uitgesloten.

Artikel 8
1.

Een Verdragsluitende Staat ontneemt een onderdaan de nationaliteit van die Staat niet, indien dit voor die onderdaan staatloosheid met zich zou brengen.

2.

Ongeacht de bepaling van het eerste lid van dit artikel kan iemand de nationaliteit van een Verdragsluitende Staat worden ontnomen:

3.

Ongeacht het bepaalde in het eerste lid van dit artikel behoudt een Verdragsluitende Staat het recht iemand zijn nationaliteit te ontnemen, indien die Staat ten tijde van de ondertekening of de bekrachtiging van of de toetreding tot dit Verdrag een daartoe strekkende verklaring aflegt onder opgave van de gronden, welke zijn nationale recht voor die ontneming kent en waarvoor de beweegreden is geweest:

4.

Een Verdragsluitende Staat maakt van de mogelijkheid om iemand met inachtneming van de leden 2 en 3 van dit artikel zijn nationaliteit te ontnemen geen gebruik dan met eerbiediging van de wet, waarbij de betrokkene recht heeft op een onpartijdige behandeling van zijn zaak, hetzij door een rechtbank, hetzij door een ander onafhankelijk orgaan.

Artikel 9

Geen Verdragsluitende Staat mag een persoon of een groep personen hun nationaliteit op grond van overwegingen ingegeven door hun ras, etnologische afkomst, godsdienst of politieke overtuiging ontnemen.

Artikel 10
1.

Ieder tussen Verdragsluitende Staten gesloten verdrag waarin wordt voorzien in de overdracht van grondgebied, dient bepalingen te bevatten ter verzekering dat niemand tengevolge van die overdracht staatloos wordt. Een Verdragsluitende Staat dient al het mogelijke te doen ter verzekering dat in elk zodanig verdrag dat hij met een Staat die geen partij is bij het onderhavige Verdrag sluit, bepalingen als hierboven bedoeld worden opgenomen.

2.

Indien bepalingen van deze strekking ontbreken, verleent de Verdragsluitende Staat waaraan grondgebied wordt overgedragen of die op andere wijze grondgebied verkrijgt, zijn nationaliteit aan hen die anders tengevolge van de overdracht of de verkrijging, staatloos zouden worden.

Artikel 11

De Verdragsluitende Staten bevorderen dat binnen het raam van de Organisatie van de Verenigde Naties, zo spoedig mogelijk na de nederlegging van de zesde akte van bekrachtiging of toetreding een orgaan wordt ingesteld, waartoe iemand die zich op dit Verdrag wenst te beroepen zich, zowel voor onderzoek van zijn beroep als voor bijstand bij het voorleggen van zijn zaak aan het bevoegde gezag, kan wenden.

Artikel 12
1.

Ten aanzien van een Verdragsluitende Staat die niet overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van artikel 1 of die van artikel 4 van dit Verdrag zijn nationaliteit van rechtswege bij de geboorte verleent, zijn de bepalingen van het eerste lid van artikel 1 of die van artikel 4 van toepassing zowel op personen die geboren zijn vóór, als op personen die geboren zijn na de inwerkingtreding van dit Verdrag.

2.

De bepalingen van het vierde lid van artikel 1 van dit Verdrag zijn van toepassing zowel op personen die geboren zijn vóór, als op personen die geboren zijn na de inwerkingtreding daarvan.

3.

De bepalingen van artikel 2 van dit Verdrag zijn uitsluitend van toepassing op kinderen gevonden op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat na het in werking treden van het Verdrag.

Artikel 13

Dit Verdrag laat eventuele bepalingen, die in nog sterkere mate de beperking der staatloosheid bevorderen en thans zijn of later mochten worden opgenomen, hetzij in de wetgeving van een der Verdragsluitende Staten, hetzij in een Verdrag, overeenkomst of regeling tussen twee of meer Verdragsluitende Staten, onverlet.

Artikel 14

Elk tussen Verdragsluitende Staten gerezen geschil de uitlegging of toepassing van dit Verdrag betreffende, dat niet langs andere weg kan worden beslecht, wordt op verzoek van een der partijen bij het geschil voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof.

Artikel 15
1.

Dit Verdrag is van toepassing op alle niet-autonome, onder beheer staande en koloniale gebieden, alsmede op alle andere niet tot het moederland behorende gebieden voor de internationale betrekkingen waarvan een Verdragsluitende Staat verantwoordelijk is; met inachtneming van de bepalingen van het tweede lid van dit artikel verklaart de betrokken Verdragsluitende Staat ten tijde van de ondertekening of de bekrachtiging van of de toetreding tot dit Verdrag op welke van de niet tot het moederland behorende gebieden het Verdrag ipso facto, op grond van die ondertekening, die bekrachtiging of die toetreding van toepassing is.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.