Douaneovereenkomst inzake het carnet A.T.A. voor de tijdelijke invoer van goederen
PREAMBULE
De Overeenkomstsluitende Partijen,
Vergaderende onder auspiciën van de Internationale Douaneraad en van de Verdragsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) en met medewerking van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO),
Gelet op voorstellen gedaan door vertegenwoordigers van de internationale handel en andere belanghebbenden ter vereenvoudiging van de formaliteiten inzake de tijdelijke invoer van goederen met vrijstelling van rechten bij invoer,
Ervan overtuigd, dat aanvaarding van algemene regelen betreffende de tijdelijke invoer van goederen met vrijstelling van rechten bij invoer, aanzienlijke voordelen zal geven aan internationale, commerciële of culturele activiteiten en een hogere mate van overeenstemming en eenvormigheid in de douanesystemen van de Overeenkomstsluitende Partijen zal verzekeren,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen en toelating
Artikel 1
In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
- (a). „rechten bij invoer”, de douanerechten en alle andere rechten en belastingen, geheven bij of ter zake van de invoer, alsmede alle accijnzen en binnenlandse belastingen waaraan ingevoerde goederen zijn onderworpen, echter met uitzondering van leges en heffingen die beperkt zijn tot de geschatte kosten van verleende diensten en die geen verkapte bescherming van binnenlandse produkten inhouden, noch het karakter hebben van fiscale heffingen op de invoer;
- (b). „tijdelijke invoer”, de tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten bij invoer, onder de voorwaarden neergelegd in de Overeenkomsten bedoeld in artikel 3 van deze Overeenkomst, of onder de voorwaarden van de wetten en andere voorschriften van het land van invoer;
- (c). „doorvoer”, het vervoer van goederen van een douanekantoor van het gebied van een Overeenkomstsluitende Partij naar een ander douanekantoor van hetzelfde gebied, onder de voorwaarden neergelegd in de wetten en andere voorschriften van die Overeenkomstsluitende Partij;
- (d). „carnet A.T.A.” (Admission Temporaire - Temporary Admission), het document dat als Bijlage bij deze Overeenkomst is opgenomen;
- (e). „organisatie van uitgifte”, een organisatie welke door de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij is toegelaten tot de uitgifte van carnets A.T.A. in het gebied van die Overeenkomstsluitende Partij;
- (f). „aansprakelijke organisatie”, een organisatie welke door de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij is toegelaten tot het stellen van waarborgen voor de bedragen als bedoeld in artikel 6 van deze Overeenkomst in het gebied van die Overeenkomstsluitende Partij;
- (g). „de Raad”, de organisatie ingesteld bij het op 15 december 1950 te Brussel gesloten Verdrag houdende instelling van een Internationale Douaneraad;
- (h). „persoon”, zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon, tenzij uit het tekstverband anders blijkt.
Artikel 2
De toelating door de douaneautoriteiten van een organisatie van uitgifte als bedoeld onder (e) van artikel 1 van deze Overeenkomst, kan in het bijzonder afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de prijs van een carnet A.T.A. overeenkomt met de kosten van de bewezen diensten.
HOOFDSTUK II. Werkingssfeer
Artikel 3
Elke Overeenkomstsluitende Partij aanvaardt in plaats van haar nationale douanedocumenten en als waarborg voor de bedragen, als bedoeld in artikel 6 van deze Overeenkomst, elk voor haar grondgebied geldig carnet A.T.A. dat is afgegeven en wordt gebruikt onder de voorwaarden neergelegd in deze Overeenkomst, voor goederen tijdelijk ingevoerd met toepassing van:
voorzover zij Partij is bij deze Overeenkomsten.
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan eveneens carnets A.T.A. aanvaarden, welke zijn afgegeven en worden gebruikt onder dezelfde voorwaarden, voor goederen welke tijdelijk worden ingevoerd met toepassing van andere internationale Overeenkomsten betreffende de tijdelijke invoer, en voor de gevallen van tijdelijke invoer op de voet van haar nationale wetten en andere voorschriften.
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan carnets A.T.A. welke zijn afgegeven en worden gebruikt onder dezelfde voorwaarden, aanvaarden voor de doorvoer.
Goederen welke zijn bestemd voor bewerking, verwerking of reparatie kunnen niet worden ingevoerd onder dekking van een carnet A.T.A.
HOOFDSTUK III. Uitgifte en gebruik van carnets A.T.A.
Artikel 4
De organisaties van uitgifte mogen geen carnets A.T.A. afgeven, waarvan de geldigheidsduur langer is dan één jaar, te rekenen van de dag van afgifte. Zij moeten op de omslag van de carnets vermelden voor welke landen het carnet geldig is, alsmede de desbetreffende aansprakelijke organisaties.
Nadat een carnet A.T.A. is afgegeven mag geen enkel goed worden toegevoegd aan de lijst van de goederen die is vermeld aan de achterzijde van de omslag van het carnet A.T.A. en, in voorkomende gevallen, op de daaraan gehechte aanvullingsbladen (algemene lijst).
Alle formaliteiten die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst kunnen elektronisch worden uitgevoerd door gebruikmaking van door de Overeenkomstsluitende Partijen goedgekeurde technieken voor gegevensverwerking.
Artikel 5
De termijn welke wordt vastgesteld voor de wederuitvoer van de goederen, ingevoerd onder dekking van een carnet A.T.A., mag in geen geval langer zijn dan de geldigheidsduur van dit carnet.
HOOFDSTUK IV. Aansprakelijkheid
Artikel 6
Elke aansprakelijke organisatie waarborgt tegenover de douaneautoriteiten van het land waar zij is gevestigd, de betaling van de rechten bij invoer en de andere bedragen welke opeisbaar worden in geval van niet-nakoming van de voorwaarden die zijn vastgesteld voor de tijdelijke invoer in of de doorvoer door dit land van goederen onder dekking van een carnet A.T.A., afgegeven door een soortgelijke organisatie van uitgifte. Zij is met de personen die de hiervoor bedoelde bedragen verschuldigd zijn, gezamenlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van die bedragen.
De aansprakelijke organisatie is niet gehouden tot betaling van een hoger bedrag dan de rechten bij invoer, verhoogd met tien ten honderd.
Indien de douaneautoriteiten van het land van invoer een carnet A.T.A. voor bepaalde goederen zonder voorbehoud hebben gezuiverd, kunnen zij met betrekking tot deze goederen van de aansprakelijke organisaties de betaling van de in artikel 1 van deze Overeenkomst bedoelde bedragen niet meer vorderen. Een vordering tot betaling kan niettemin toch worden gericht tot de aansprakelijke organisatie, indien later blijkt dat de zuivering op onregelmatige of frauduleuze wijze werd verkregen, of dat de voorwaarden waaraan de tijdelijke invoer of de doorvoer was onderworpen zijn overtreden.
De douaneautoriteiten kunnen in geen geval van de aansprakelijke organisatie de betaling van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bedragen vorderen, indien de vordering niet binnen een jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van het carnet tot deze organisatie is gericht.
HOOFDSTUK V. Regularisatie van carnets A.T.A.
Artikel 7
De aansprakelijke organisaties hebben een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de douaneautoriteiten de betaling van de in het eerste lid van vorenstaand artikel 6 bedoelde bedragen vorderen, om het bewijs te leveren van wederuitvoer van de goederen onder de voorwaarden voorzien in deze Overeenkomst, dan wel van enigerlei andere regelmatige zuivering van het carnet A.T.A.
Indien dat bewijs niet binnen de voorgeschreven termijn wordt geleverd, dient de aansprakelijke organisatie deze bedragen onverwijld als borgstelling te storten of voorlopig te betalen. Deze storting of betaling wordt definitief na verloop van drie maanden te rekenen vanaf de datum van storting of betaling. Gedurende deze laatste termijn kan de aansprakelijke organisatie, teneinde teruggave van de gestorte of betaalde bedragen te verkrijgen, de in het vorige lid bedoelde bewijzen alsnog leveren.
In de landen waarvan de wetten en andere voorschriften niet voorzien in de mogelijkheid van storting als borgstelling of van voorlopige betaling van de rechten bij invoer, zullen de betalingen welke overeenkomstig de bepalingen van het vorige lid zijn gedaan, als definitief worden beschouwd, maar de bedragen worden terugbetaald indien de bewijzen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, worden geleverd binnen een termijn van drie maanden na de datum van de betaling.
Artikel 8
Het bewijs dat goederen, ingevoerd onder dekking van een carnet A.T.A., weder zijn uitgevoerd, wordt geleverd door de verklaring van wederuitvoer welke op dit carnet is geplaatst door de douaneautoriteiten van het land waar de goederen tijdelijk zijn ingevoerd.
Indien niet overeenkomstig het eerste lid van dit artikel is vastgesteld dat de goederen weer zijn uitgevoerd kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer, zelfs na het verstrijken van de geldigheidsduur van het carnet, als bewijs van de wederuitvoer van de goederen aanvaarden:
- (a). aantekeningen welke door de douaneautoriteiten van een andere Overeenkomstsluitende Partij op het carnet A.T.A. zijn gesteld bij de invoer of de wederinvoer, of een verklaring van deze autoriteiten welke is gebaseerd op de aantekeningen vermeld op een strook die bij de invoer of wederinvoer in hun grondgebied uit het carnet is verwijderd, mits deze aantekeningen betrekking hebben op een invoer of een wederinvoer waarvan kan worden aangetoond dat deze heeft plaatsgevonden na de wederuitvoer waarvan het bewijs dient te worden geleverd;
- (b). elk ander bewijsstuk waaruit blijkt dat de goederen zich buiten dat land bevinden.
Ingeval de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij afzien van de eis tot wederuitvoer van bepaalde goederen welke tot haar gebied zijn toegelaten onder dekking van een carnet A.T.A., wordt de aansprakelijke organisatie slechts van haar verplichtingen ontheven, wanneer deze autoriteiten in het carnet hebben bevestigd dat met betrekking tot deze goederen regularisatie heeft plaats gehad.
Artikel 9
De douaneautoriteiten behouden zich het recht voor in de gevallen bedoeld in het tweede lid van artikel 8 van deze Overeenkomst kosten voor regularisatie te heffen.
HOOFDSTUK VI. Algemene bepalingen
Artikel 10
Het aftekenen van carnets A.T.A. welke op de voet van deze Overeenkomst worden gebruikt geeft geen aanleiding tot betaling van een vergoeding voor de verrichtingen van de douane, indien zulks geschiedt aan de douanekantoren of douaneposten gedurende de normale uren van openstelling.
Artikel 11
Is een carnet A.T.A. dat betrekking heeft op goederen welke zich op het gebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen bevinden teniet gegaan, verloren geraakt of gestolen, dan zullen de douaneautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij, op verzoek van de organisatie van uitgifte en behoudens de door deze autoriteiten te stellen voorwaarden, een vervangingsdocument aanvaarden, waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op de vervaldatum van het vervangen carnet.
Artikel 12
Indien tijdelijk ingevoerde goederen niet weder kunnen worden uitgevoerd als gevolg van inbeslagneming of beslaglegging anders dan op vordering van particulieren, wordt de verplichting tot wederuitvoer opgeschort voor de duur van het beslag.
Van de gevallen waarin de douaneautoriteiten goederen waarvoor een aansprakelijke organisatie een carnet A.T.A. heeft afgegeven, in beslag hebben genomen of doen nemen, of wel daarop beslag hebben gelegd of doen leggen, geven zij voor zoveel mogelijk kennis aan die organisatie. Zij doen voorts mededeling aan bedoelde organisatie van de maatregelen welke zij voornemens zijn te treffen.
Artikel 13
Carnets A.T.A. of gedeelten daarvan welke bestemd zijn om te worden afgegeven in het land waar zij worden ingevoerd, worden met vrijstelling van rechten bij invoer en zonder toepassing van enigerlei invoerverbod of invoerbeperking toegelaten, indien zij aan organisaties van uitgifte worden toegezonden door een soortgelijke buitenlandse organisatie, door een internationale organisatie of door de douaneautoriteiten van één der Overeenkomstsluitende Partijen. Overeenkomstige faciliteiten zullen worden verleend bij de uitvoer.
Artikel 14
Voor de toepassing van deze Overeenkomst kunnen de gebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen die een douane-unie of een economische unie vormen worden beschouwd als één gebied.
Artikel 15
In geval van fraude, overtreding of misbruik hebben de Overeenkomstsluitende Partijen, niettegenstaande de bepalingen van deze Overeenkomst, het recht tegen personen die gebruik maken van een carnet A.T.A., vervolging in te stellen met het oog op de invordering van de rechten bij invoer en de andere opeisbare bedragen, alsmede met het oog op het opleggen van straffen waaraan deze personen zich hebben blootgesteld. Indien van dit recht gebruik wordt gemaakt, dienen de aansprakelijke organisaties hun medewerking aan de douaneautoriteiten te verlenen.
Artikel 16
De Bijlage bij deze Overeenkomst wordt geacht daarvan een integrerend deel uit te maken.
Artikel 17
De bepalingen van deze Overeenkomst bevatten minimumfaciliteiten en beletten niet de toepassing van ruimere faciliteiten die bepaalde Overeenkomstsluitende Partijen toestaan of in de toekomst zullen toestaan, hetzij unilateraal, hetzij krachtens bilaterale of multilaterale overeenkomsten.
HOOFDSTUK VII. Slotbepalingen
Artikel 18
De Overeenkomstsluitende Partijen komen, indien nodig, in vergadering bijeen teneinde de werking van deze Overeenkomst te onderzoeken en in het bijzonder om te onderzoeken welke maatregelen moeten worden genomen ter verzekering van een eenvormige uitlegging en toepassing van deze Overeenkomst.
Zodanige vergaderingen worden bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Raad op verzoek van een of meer Overeenkomstsluitende Partijen. Tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen anders beslissen, worden de vergaderingen gehouden ter plaatse waar de Raad is gevestigd.
De Overeenkomstsluitende Partijen stellen voor zodanige vergaderingen het reglement van orde vast. De besluiten van de Overeenkomstsluitende Partijen worden genomen met twee-derde meerderheid van de aanwezige Overeenkomstsluitende Partijen die aan de stemming deelnemen.
Vertegenwoordigers van een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen vormen een quorum voor de vergadering.
Artikel 19
Elk geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, wordt zoveel mogelijk bijgelegd door middel van rechtstreekse onderhandelingen tussen de desbetreffende partijen.
Elk geschil dat niet door rechtstreekse onderhandelingen is bijgelegd, wordt door de Overeenkomstsluitende Partijen tussen wie het geschil is gerezen, voorgelegd aan de Overeenkomstsluitende Partijen in vergadering bijeen overeenkomstig artikel 18 van deze Overeenkomst, die het geschil onderzoeken en aanbevelingen doen met het oog op de bijlegging ervan.
De Overeenkomstsluitende Partijen tussen wie het geschil is gerezen kunnen van tevoren overeenkomen dat zij de aanbevelingen van de Overeenkomstsluitende Partijen als bindend aanvaarden.
Artikel 20
Elke Staat die Lid is van de Raad en elke Staat die Lid is van de Verenigde Naties of van gespecialiseerde organisaties daarvan kan Partij bij deze Overeenkomst worden door:
- (a). ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging;
- (b). nederlegging van een akte van bekrachtiging na ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging;
- (c). toetreding.
Deze Overeenkomst staat tot en met 31 juli 1962 te Brussel, ter plaatse waar de zetel van de Raad is gevestigd, open voor ondertekening door de Staten bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Na deze datum kunnen zij tot deze Overeenkomst toetreden.
In het geval voorzien in het eerste lid, onder (b), van dit artikel dient deze Overeenkomst door de Staten die haar hebben ondertekend te worden bekrachtigd in overeenstemming met hun grondwettelijke procedure.
Elke Staat die geen Lid is van de in het eerste lid van dit artikel vermelde Organisaties, tot wie door de Secretaris-Generaal van de Raad op verzoek van de Overeenkomstsluitende Partijen een daartoe strekkende uitnodiging is gericht, kan Partij worden bij deze Overeenkomst door toetreding, nadat de Overeenkomst in werking is getreden.
De akten van bekrachtiging of toetreding worden neder gelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad.
Artikel 21
Deze Overeenkomst treedt in werking drie maanden nadat vijf van de in het eerste lid van artikel 20 van deze Overeenkomst bedoelde Staten haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd.
Voor elke Staat die deze Overeenkomst ondertekent zonder voorbehoud van bekrachtiging en die haar bekrachtigt of ertoe toetreedt nadat vijf Staten haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Overeenkomst in werking drie maanden nadat deze Staat heeft ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.
Artikel 22
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten, doch kan door elke Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd op elk willekeurig tijdstip na de datum van haar inwerkingtreding als vastgesteld in artikel 21 van deze Overeenkomst.
De opzegging wordt medegedeeld door een schriftelijke kennisgeving, die wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad.
De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal van de Raad de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen.
Wanneer een Overeenkomstsluitende Partij deze Overeenkomst overeenkomstig het eerste lid van dit artikel opzegt of een kennisgeving doet overeenkomstig het tweede lid, onder (b), van artikel 23, of van het tweede lid van artikel 25 van deze Overeenkomst, blijven de carnets A.T.A. welke zijn afgegeven vóór de datum waarop deze opzegging of kennisgeving van kracht wordt, geldig en blijft de aansprakelijke organisatie daarvoor aansprakelijk.
Artikel 23
Op het tijdstip van de ondertekening van, de bekrachtiging van of de toetreding tot deze Overeenkomst, dan wel op een later tijdstip, deelt elke Staat die heeft besloten carnets A.T.A. te aanvaarden onder de voorwaarden bedoeld in het tweede en derde lid van artikel 3 van deze Overeenkomst, zulks aan de Secretaris-Generaal van de Raad mede, onder nauwkeurige omschrijving van de gevallen waarin hij zich verbindt tot het aanvaarden van carnets A.T.A., onder vermelding van de datum waarop deze aanvaarding van kracht wordt.
Soortgelijke kennisgevingen kunnen aan de Secretaris-Generaal van de Raad worden gericht, teneinde:
- (a). uitbreiding te geven aan de draagwijdte van eerder gedane kennisgevingen;
- (b). met inachtneming van de bepalingen van het vierde lid van artikel 22 van deze Overeenkomst eerder gedane kennisgevingen ongedaan te maken of hun draagwijdte te beperken.
Artikel 24
De Overeenkomstsluitende Partijen, in vergadering bijeen overeenkomstig artikel 18 van deze Overeenkomst, kunnen wijzigingen van deze Overeenkomst aanbevelen.
De tekst van elke aldus aanbevolen wijziging wordt door de Secretaris-Generaal van de Raad medegedeeld aan alle Overeenkomstsluitende Partijen, aan alle andere Staten die haar hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, aan de Verdragsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en aan de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
Binnen een termijn van zes maanden na de datum waarop de aanbevolen wijziging is medegedeeld, kan elke Overeenkomstsluitende Partij aan de Secretaris-Generaal van de Raad mededelen:
- (a). hetzij dat zij bezwaren heeft tegen de aanbevolen wijziging;
- (b). hetzij dat, hoewel zij voornemens is de aanbevolen wijziging te aanvaarden, aan de voor deze aanvaarding noodzakelijke vereisten in haar land nog niet is voldaan.
Indien een Overeenkomstsluitende Partij die een mededeling als bedoeld in het derde lid, onder (b), van dit artikel heeft gedaan, de Secretaris-Generaal niet van de aanvaarding in kennis heeft gesteld, kan zij, gedurende een termijn van negen maanden na afloop van de termijn van zes maanden als bedoeld in het derde lid van dit artikel, bezwaren tegen de aanbevolen wijziging indienen.
Indien tegen de aanbevolen wijziging bezwaren zijn ingediend overeenkomstig de bepalingen van het derde en vierde lid van dit artikel, wordt deze wijziging geacht niet te zijn aanvaard en blijft deze zonder gevolg.
Indien geen bezwaren tegen de aanbevolen wijziging zijn ingediend overeenkomstig de bepalingen van het derde en vierde lid van dit artikel, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard met ingang van de volgende data:
- (a). indien geen der Overeenkomstsluitende Partijen een mededeling als bedoeld in het derde lid, onder (b), van dit artikel heeft ingezonden: na het verstrijken van de termijn van zes maanden bedoeld in het derde lid;
- (b). indien een of meer Overeenkomstsluitende Partijen een mededeling als bedoeld in het derde lid, onder (b), van dit artikel hebben gedaan, op de eerste van de twee volgende data:
- (i). de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen die zodanige mededelingen hebben gedaan, de Secretaris-Generaal van de Raad kennis hebben gegeven van hun aanvaarding van de aanbevolen wijzigingen, met dien verstande dat, indien van alle aanvaardingen kennis is gegeven vóór het verstrijken van de termijn van zes maanden als bedoeld in het derde lid van dit artikel, daarvoor in de plaats treedt de datum van het verstrijken van de termijn van zes maanden;
- (ii). de datum van afloop van de termijn van negen maanden als bedoeld in het vierde lid van dit artikel.
Elke wijziging die geacht wordt te zijn aanvaard, treedt in werking zes maanden na de datum waarop zij wordt geacht te zijn aanvaard.
De Secretaris-Generaal van de Raad stelt alle Overeenkomstsluitende Partijen zo spoedig mogelijk in kennis van alle overeenkomstig het derde lid, onder (a), van dit artikel ingediende bezwaren, alsmede van alle overeenkomstig het derde lid, onder (b), van dit artikel gedane mededelingen. Hij stelt daarna alle Overeenkomstsluitende Partijen ervan in kennis dat de Overeenkomstsluitende Partij of Partijen die een zodanige mededeling hebben gedaan bezwaar maken tegen de aanbevolen wijziging, dan wel deze aanvaarden.
Elke Staat die deze Overeenkomst bekrachtigt of ertoe toetreedt, wordt geacht de wijzigingen te hebben aanvaard, die van kracht zijn op het tijdstip van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding.
Artikel 25
Elke Staat kan, hetzij ten tijde van de ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding, hetzij daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad gerichte kennisgeving verklaren dat deze Overeenkomst mede van toepassing zal zijn op alle of op bepaalde gebieden voor welker buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is. Deze kennisgeving wordt van kracht drie maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal van de Raad haar ontvangt. De Overeenkomst kan echter niet worden toegepast in de gebieden genoemd in de kennisgeving, voordat de Overeenkomst van kracht wordt ten aanzien van de desbetreffende Staat.
Elke Staat die met toepassing van het eerste lid van dit artikel heeft medegedeeld, dat deze Overeenkomst mede wordt toegepast in een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is, kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 22 van deze Overeenkomst aan de Secretaris-Generaal van de Raad mededelen dat dit gebied de Overeenkomst niet langer zal toepassen.
Artikel 26
Elke Staat kan, op het tijdstip waarop hij deze Overeenkomst ondertekent, of bekrachtigt of ertoe toetreedt, verklaren, dan wel, nadat hij Partij bij de Overeenkomst is geworden, aan de Secretaris-Generaal van de Raad mededelen dat hij onder de voorwaarden voorzien in deze Overeenkomst geen carnets A.T.A. aanvaardt voor het postverkeer. Deze mededeling wordt van kracht de negentigste dag na de ontvangst daarvan door de Secretaris-Generaal.
Elke Overeenkomstsluitende Partij die een voorbehoud overeenkomstig het eerste lid van dit artikel heeft gemaakt kan op elk tijdstip dit voorbehoud intrekken door middel van een daartoe strekkende tot de Secretaris-Generaal van de Raad gerichte mededeling.
Ten aanzien van deze Overeenkomst is geen ander voorbehoud toegelaten.
Artikel 27
De Secretaris-Generaal van de Raad doet aan alle Overeenkomstsluitende Partijen, aan de andere Staten die deze Overeenkomst hebben ondertekend of tot haar zijn toegetreden, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, aan de Verdragsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en aan de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur mededeling van:
- (a). ondertekeningen, bekrachtigingen en toetredingen overeenkomstig artikel 20 van deze Overeenkomst;
- (b). de datum waarop deze Overeenkomst ingevolge artikel 21 in werking treedt;
- (c). opzeggingen overeenkomstig artikel 22;
- (d). kennisgevingen overeenkomstig artikel 23;
- (e). wijzigingen die geacht worden te zijn aanvaard overeenkomstig artikel 24, alsmede de datum van hun inwerkingtreding;
- (f). kennisgevingen ontvangen overeenkomstig artikel 25;
- (g). verklaringen en mededelingen ontvangen overeenkomstig artikel 26, alsmede de datum waarop een voorbehoud van kracht wordt of de datum met ingang waarvan een voorbehoud wordt ingetrokken.
Artikel 28
Overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties wordt deze Overeenkomst op verzoek van de Secretaris-Generaal van de Raad geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned plenipotentiaries have signed the present Convention.
DONE at Brussels this sixth day of December nineteen hundred and sixty-one, in the English and French languages, both texts being equally authentic, in a single original which shall be deposited with the Secretary General of the Council who shall transmit certified copies to all the States referred to in Article 20, paragraph 1, of the present Convention.