Protocol betreffende water en gezondheid bij het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren van 1992

Type Verdrag
Publication 2009-09-23
State In force
Source BWB
artikelen 26
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen bij dit Protocol,

Zich ervan bewust dat water essentieel is voor het behoud van leven en dat de beschikbaarheid van voldoende water van een toereikende kwaliteit om te voorzien in de basisbehoeften van de mens noodzakelijk is voor zowel een betere gezondheid als voor duurzame ontwikkeling,

Het nut voor de gezondheid en het welzijn van de mens erkennend dat voortvloeit uit gezond en schoon water en een harmonisch en deugdelijk functionerende wateromgeving,

Zich ervan bewust dat oppervlaktewateren en grondwater hernieuwbare hulpbronnen zijn met een beperkt vermogen zich te herstellen van de nadelige gevolgen van menselijke activiteiten op hun kwantiteit en kwaliteit, dat iedere nalatigheid deze grenzen te eerbiedigen, kan leiden tot nadelige gevolgen op zowel de korte als de lange termijn voor de gezondheid en het welzijn van degenen die van deze hulpbronnen en hun kwaliteit afhankelijk zijn, en dat dientengevolge duurzaam beheer van de hydrologische kringloop essentieel is om te voorzien in menselijke behoeften en het milieu te beschermen,

Zich er tevens van bewust van de gevolgen voor de volksgezondheid van tekorten aan water van een toereikende kwaliteit om te voorzien in de basisbehoeften van de mens en zich bewust van de ernstige gevolgen van dergelijke tekorten, in het bijzonder voor kwetsbare, kansarme en sociaal uitgesloten personen,

Zich ervan bewust dat de voorkoming, beheersing en vermindering van aan water gerelateerde ziekten belangrijke taken zijn die alleen afdoende kunnen worden vervuld door nauwere samenwerking op alle niveaus en tussen alle sectoren, zowel binnen landen als tussen Staten,

Zich er tevens van bewust dat toezicht op aan water gerelateerde ziekten en de instelling van systemen voor vroegtijdige waarschuwing en bestrijdingssystemen belangrijke aspecten zijn van de voorkoming, beheersing en vermindering van aan water gerelateerde ziekten,

Zich baserend op de conclusies van de Conferentie over Milieu en Ontwikkeling van de Verenigde Naties (Rio de Janeiro, 1992), in het bijzonder de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling en Agenda 21, alsmede op het programma voor de verdere implementatie van Agenda 21 (New York, 1997) en het daaruit voortvloeiende besluit van de Commissie inzake Duurzame Ontwikkeling betreffende het duurzaam beheer van zoet water (New York, 1998),

Geïnspireerd door de desbetreffende bepalingen van het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren van 1992, en benadrukkend dat zowel bredere toepassing van die bepalingen als aanvulling van dat Verdrag met verdere maatregelen ter versterking van de bescherming van de volksgezondheid geboden is,

Gelet op het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991, het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen van 1992, het VN-Verdrag inzake het recht met betrekking tot het gebruik van internationale waterlopen anders dan voor scheepvaart van 1997 en het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden van 1998,

Voorts gelet op de desbetreffende grondbeginselen, doelstellingen en aanbevelingen van het Europees Handvest inzake milieu en volksgezondheid van 1989, de Verklaring van Helsinki inzake milieu en gezondheid van 1994 en de ministeriële verklaringen, aanbevelingen en resoluties in het kader van het „Milieu-voor-Europa”-proces,

Erkennend de stevige basis en relevantie van andere milieu-initiatieven, -instrumenten en -processen in Europa, alsmede de opstelling en uitvoering van nationale actieplannen voor milieu en volksgezondheid en van nationale milieuactieplannen,

Verheugd over de inspanningen die de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties en het Regionale Bureau van de Wereldgezondheids-organisatie voor Europa reeds hebben geleverd om op bilateraal en multilateraal niveau hun samenwerking te intensiveren, gericht op de voorkoming, beheersing en vermindering van aan water gerelateerde ziekten,

Aangemoedigd door de vele voorbeelden van positieve resultaten bereikt door de Staten die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties en de Staten die lid zijn van het Regionaal Comité voor Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie bij de bestrijding van vervuiling en bij het behoud en herstel van het milieucomponent water die de gezondheid en het welzijn van de mens kunnen ondersteunen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Doel

Het doel van dit Protocol is op alle niveaus, zowel nationaal als in grensoverschrijdende en internationale verbanden, de bescherming van de gezondheid en het welzijn van de mens, zowel individueel als collectief, binnen een kader van duurzame ontwikkeling door verbetering van het waterbeheer, met inbegrip van de bescherming van waterecosystemen, en door het voorkomen, beheersen en verminderen van aan water gerelateerde ziekten.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

Artikel 3. Reikwijdte

De bepalingen van dit Protocol zijn van toepassing op:

Artikel 4. Algemene bepalingen

1.

De Partijen treffen alle passende maatregelen ter voorkoming, beheersing en terugdringing van aan water gerelateerde ziekten binnen een kader van integrale waterbeheersingssystemen gericht op het duurzaam gebruik van watervoorkomens, op een kwaliteit van het water die de gezondheid van de mens niet bedreigt en op de bescherming van waterecosystemen.

2.

De Partijen treffen, in het bijzonder, alle passende maatregelen ter waarborging van:

3.

Hierna volgende verwijzingen in dit Protocol naar „drinkwater” en „sanitatie” betreffen drinkwater en sanitatie waarvan vereist is dat zij voldoen aan de vereisten van het tweede lid van dit artikel.

4.

De Partijen baseren al dergelijke maatregelen op een beoordeling van elke voorgestelde maatregel ten aanzien van al zijn implicaties, met inbegrip van de voordelen, nadelen en kosten, voor:

5.

De Partijen nemen alle passende maatregelen om juridische, administratieve en economische kaders te creëren die stabiel en gunstig zijn en waarbinnen de openbare, particuliere en vrijwillige sectoren hun bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van het waterbeheer ten behoeve van voorkoming, beheersing en vermindering van aan water gerelateerde ziekten.

6.

De Partijen verlangen van de overheidsinstanties die maatregelen overwegen, of overwegen om goed te keuren dat derden maatregelen nemen die een wezenlijke invloed kunnen hebben op de toestand van wateren binnen de reikwijdte van dit Protocol, dat zij voldoende rekening houden met alle potentiële effecten van dergelijke maatregelen op de volksgezondheid.

7.

Wanneer een Partij Partij is bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, is voldaan aan het vereiste uit hoofde van het zesde lid van dit artikel wat betreft een voorgestelde activiteit, als de overheidsinstanties van die Partij zich houden aan de voorschriften van voornoemd Verdrag wat betreft die maatregel.

8.

De bepalingen van dit Protocol doen geen afbreuk aan het recht van Partijen stringentere maatregelen dan de in dit Protocol neergelegde maatregelen te handhaven, aan te nemen of uit te voeren.

9.

De bepalingen van dit Protocol doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de Partijen bij dit Protocol die voortvloeien uit het Verdrag of uit een andere bestaande internationale overeenkomst, tenzij de vereisten ingevolge dit Protocol stringenter zijn dan de overeenkomstige vereisten ingevolge het Verdrag of die andere bestaande internationale overeenkomst.

Artikel 5. Beginselen en benaderingen

Bij het nemen van maatregelen ter uitvoering van dit Protocol worden de Partijen in het bijzonder geleid door de volgende beginselen en benaderingen:

Artikel 6. Doelen en streefdata

1.

Teneinde de doelstelling van dit Protocol te verwezenlijken streven de Partijen naar:

2.

Te dien einde worden door de Partijen nationale en/of lokale doelstellingen geformuleerd en gepubliceerd voor de normen voor en het niveau van de resultaten die dienen te worden verwezenlijkt of gehandhaafd voor hoogwaardige bescherming tegen aan water gerelateerde ziekten. Deze doelstellingen worden periodiek bijgesteld. Bij de uitvoering van dit alles treft elke Partij passende praktische en/of andere voorzieningen voor inspraak, binnen een transparant en eerlijk kader, en ziet zij erop toe dat voldoende rekening wordt gehouden met de uitkomst van de inspraak. Behalve wanneer zij door nationale of lokale omstandigheden hun relevantie voor de voorkoming, beheersing en vermindering van aan water gerelateerde ziekten verliezen, hebben de doelstellingen onder andere betrekking op:

3.

Binnen twee jaar nadat zij Partij is geworden, formuleert elke Partij de in het tweede lid genoemde doelstellingen en maakt zij deze openbaar; ook stelt zij streefdata vast voor het bereiken van deze doelstellingen.

4.

Wanneer voor het bereiken van een doel een langdurig uitvoeringsproces wordt verwacht, worden tussendoelen of gefaseerde doelen vastgesteld.

5.

Teneinde het bereiken van de in het tweede lid genoemde doelen te bevorderen:

Artikel 7. Toetsing en beoordeling van de vooruitgang

1.

De Partijen verzamelen en evalueren elk gegevens met betrekking tot:

2.

De Partijen maken periodiek de resultaten van deze verzameling en evaluatie van gegevens openbaar. De frequentie van deze openbaarmakingen wordt vastgesteld door de Vergadering van de Partijen.

3.

De Partijen zien er elk op toe dat de resultaten van monsternames van water en effluenten verricht met het oog op de verzameling van gegevens, voor het publiek beschikbaar zijn.

4.

Op basis van deze verzameling en evaluatie van gegevens toetst elke Partij periodiek de vooruitgang die is geboekt bij het bereiken van de in artikel 6, tweede lid, genoemde doelen en maakt zij een beoordeling van deze vooruitgang openbaar. De frequentie van dergelijke toetsingen wordt vastgesteld door de Vergadering van de Partijen. Onverminderd de mogelijkheid van frequentere toetsingen ingevolge artikel 6, tweede lid, bevatten toetsingen ingevolge dit lid een beoordeling van de in artikel 6, tweede lid, genoemde doelen teneinde de doelen te verbeteren in het licht van wetenschappelijke en technische kennis.

5.

Elke Partij verstrekt aan het in artikel 17 bedoelde secretariaat, voor verspreiding onder de andere Partijen, een samenvattend verslag van de verzamelde en geëvalueerde gegevens en de beoordeling van de geboekte vooruitgang. Deze verslagen dienen in overeenstemming te zijn met de door de Vergadering van de Partijen opgestelde richtlijnen. In deze richtlijnen wordt bepaald dat de Partijen voor dit doel verslagen kunnen gebruiken die zijn samengesteld voor andere internationale fora en waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.

6.

De Vergadering van de Partijen evalueert de vooruitgang in de uitvoering van dit Protocol op basis van dergelijke samenvattende verslagen.

Artikel 8. Bestrijdingssystemen

1.

De Partijen dragen er elk zorg voor dat:

2.

Systemen voor toezicht en tijdige waarschuwing, rampenplannen en bestrijdingscapaciteiten in het kader van aan water gerelateerde ziekten mogen worden gecombineerd met die welke zijn gerelateerd aan andere aangelegenheden.

3.

Binnen drie jaar nadat zij Partij is geworden, dient elke Partij de in het eerste lid bedoelde systemen voor toezicht en vroegtijdige waarschuwing, noodplannen en bestrijdingscapaciteiten te hebben ingesteld.

Artikel 9. Bewustwording van het publiek, scholing, training, onderzoek en ontwikkeling en informatie

1.

De Partijen nemen maatregelen met het oog op de vergroting van het bewustzijn van het publiek in alle geledingen van de samenleving met betrekking tot:

2.

De Partijen bevorderen:

3.

De Partijen bevorderen de scholing en training van het technische en vakpersoneel dat nodig is voor het beheer van watervoorkomens en bedieningssystemen voor wateraanvoer en sanitatie en bevorderen het actueel houden en verbeteren van hun kennis en vaardigheden. Deze scholing en training dienen relevante aspecten van de volksgezondheid te omvatten.

4.

De Partijen bevorderen:

Artikel 10. Openbare informatie

1.

Naast de vereisten van dit Protocol voor de Partijen om specifieke informatie of documenten openbaar te maken, neemt elke Partij binnen het kader van haar eigen wetgeving stappen om aan het publiek informatie beschikbaar te stellen die in het bezit is van overheidsinstanties en redelijkerwijs nodig is om het publieke debat mogelijk te maken over:

2.

Elke Partij draagt er zorg voor dat de overheidsinstanties, naar aanleiding van een verzoek om andere informatie die van belang is voor de uitvoering van dit Protocol, dergelijke informatie binnen een redelijk tijdsbestek aan het publiek beschikbaar stellen, binnen het kader van de nationale wetgeving.

3.

De Partijen waarborgen dat de in artikel 7, vierde lid, en in het eerste lid van dit artikel bedoelde informatie op alle redelijke tijdstippen kosteloos voor het publiek ter inzage beschikbaar is, en verleent de burgers redelijke voorzieningen om, tegen betaling van een redelijke vergoeding, kopieën van die informatie te verkrijgen.

4.

Niets in dit Protocol verplicht een overheidsinstantie ertoe informatie openbaar te maken of informatie aan het publiek beschikbaar te stellen indien:

5.

Niets in dit Protocol verplicht een overheidsinstantie ertoe informatie openbaar te maken of informatie aan het publiek beschikbaar te stellen indien de bekendmaking van de informatie nadelige gevolgen heeft voor:

Deze gronden voor het niet openbaarmaken van informatie worden op een restrictieve wijze uitgelegd, rekening houdend met het openbare belang dat is gediend met de bekendmaking ervan en rekening houdend met het feit of de informatie al dan niet betrekking heeft op emissies en lozingen in het milieu.

Artikel 11. Internationale samenwerking

De Partijen werken samen en bieden elkaar passende bijstand:

Artikel 12. Gezamenlijke en gecoördineerde internationale maatregelen

Ingevolge artikel 11, onderdeel a, bevorderen de Partijen samenwerking bij internationale maatregelen met betrekking tot:

Artikel 13. Samenwerking met betrekking tot grensoverschrijdende wateren

1.

Wanneer Partijen grenzen aan dezelfde grensoverschrijdende wateren dienen zij ter aanvulling van hun andere verplichtingen ingevolge de artikelen 11 en 12 samen te werken en waar nodig elkaar bijstand te verlenen ter voorkoming, beheersing en vermindering van de grensoverschrijdende gevolgen van aan water gerelateerde ziekten.

In het bijzonder:

2.

Wanneer de betrokken Partijen Partij zijn bij het Verdrag, vinden de samenwerking en bijstand ten aanzien van grensoverschrijdende gevolgen van aan water gerelateerde ziekten die grensoverschrijdende effecten zijn, plaats in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag.

Artikel 14. Internationale steun voor nationale maatregelen

Bij de samenwerking en wederzijdse bijstand bij de uitvoering van nationale en lokale plannen ingevolge artikel 11, onderdeel b, overwegen de Partijen in het bijzonder hoe zij het best kunnen helpen bij de bevordering van:

Artikel 15. Toetsing van de naleving

De Partijen toetsen de naleving door de Partijen van de bepalingen van dit Protocol op basis van de in artikel 7 bedoelde toetsingen en beoordelingen. Tijdens de eerste vergadering van de Partijen stellen de Partijen multilaterale regelingen vast van een niet-confronterende en niet-rechtelijke en raadplegende aard voor de toetsing van de naleving. Deze regelingen dienen te voorzien in passende betrokkenheid van het publiek.

Artikel 16. Vergadering van de Partijen

1.

De eerste vergadering van de Partijen wordt uiterlijk achttien maanden na de datum van inwerkingtreding van dit Protocol belegd. Daarna worden gewone vergaderingen gehouden met regelmatige tussenpozen zoals bepaald door de Partijen, maar ten minste elke drie jaar, behoudens voorzover andere regelingen nodig zijn voor het bereiken van de hieronder in het tweede lid genoemde doelen. De Partijen beleggen een buitengewone vergadering indien zij daartoe tijdens een gewone vergadering besluiten, of op schriftelijk verzoek van een Partij, mits dit verzoek, binnen zes maanden nadat het aan alle Partijen is toegezonden, door ten minste een derde van de Partijen wordt gesteund.

2.

Indien mogelijk worden de gewone vergaderingen van de Partijen tezamen met de vergaderingen van de Partijen bij het Verdrag gehouden.

3.

Tijdens hun vergaderingen toetsen de Partijen de uitvoering van dit Protocol voortdurend, en hiertoe verbinden zij zich tot:

Artikel 17. Secretariaat

1.

De Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa en de Regionaal Directeur van het Regionaal Bureau voor Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie verrichten de volgende secretariaatstaken voor dit Protocol:

2.

De Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa en de Regionaal Directeur van het Regionaal Bureau voor Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie:

Artikel 18. Wijziging van het Protocol

1.

Iedere Partij kan voorstellen doen tot wijziging van dit Protocol.

2.

Voorstellen tot wijziging van dit Protocol worden besproken tijdens een vergadering van de Partijen.

3.

Teksten van voorstellen tot wijziging van dit Protocol worden schriftelijk ingediend bij het secretariaat, dat ze doet toekomen aan alle Partijen ten minste negentig dagen voor de vergadering tijdens welke zij ter aanneming zullen worden voorgelegd.

4.

Een wijziging van dit Protocol wordt aangenomen met consensus van de vertegenwoordigers van de Partijen die tijdens de vergadering aanwezig zijn. De aangenomen wijziging wordt door het secretariaat aan de Depositaris verstrekt, die dit aan alle Partijen ter aanvaarding zendt. De wijziging treedt ten aanzien van de Partijen die haar hebben aanvaard in werking op de negentigste dag na de datum waarop twee derde van die Partijen hun akten van aanvaarding van de wijziging bij de Depositaris hebben nedergelegd. Voor iedere andere Partij treedt de wijziging in werking op de negentigste dag na de datum waarop die Partij haar akte van aanvaarding van de wijziging nederlegt.

Artikel 19. Stemrecht

1.

Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel heeft elke Partij één stem.

2.

Regionale organisaties voor economische integratie oefenen ten aanzien van de aangelegenheden die onder hun bevoegdheid vallen hun stemrecht uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van hun lidstaten die Partij zijn. Deze organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien hun lidstaten hun stemrecht uitoefenen, en omgekeerd.

Artikel 20. Geschillenregeling

1.

Indien tussen twee of meer Partijen een geschil ontstaat over de uitlegging of de toepassing van dit Protocol, trachten zij dit op te lossen door onderhandeling of volgens een andere voor de partijen bij het geschil aanvaardbare methode voor de regeling van geschillen.

2.

Een Partij kan bij de ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of de toetreding tot dit Protocol, of te allen tijde daarna, schriftelijk aan de Depositaris mededelen dat zij, in geval van een geschil dat niet wordt opgelost in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel, de toepassing van een van de volgende methoden voor het regelen van geschillen als verplicht aanvaardt ten aanzien van iedere Partij die dezelfde verplichting aanvaardt:

Artikel 21. Ondertekening

Dit Protocol staat op 17 juni 1999 ter gelegenheid van de Derde Ministeriële Conferentie inzake Milieu en Gezondheid te Londen, en daarna tot 18 juni 2000 op de Zetel van de Verenigde Naties te New York, open voor ondertekening voor de lidstaten van de Economische Commissie voor Europa alsmede voor de lidstaten van het Regionaal Comité voor Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie, voor Staten die een consultatieve status bij de Economische Commissie voor Europa hebben krachtens paragraaf 8 van resolutie 36 (IV) van 28 maart 1947 van de Economische en Sociale Raad, en voor regionale organisaties voor economische integratie opgericht door soevereine Staten die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa of van het Regionaal Comité voor Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie waaraan de lidstaten bevoegdheden hebben overgedragen ten aanzien van aangelegenheden die onder dit Protocol vallen, met inbegrip van de bevoegdheid ten aanzien van die aangelegenheden verdragen aan te gaan.

Artikel 22. Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

1.

Dit Protocol dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door ondertekenende Staten en regionale organisaties voor economische integratie.

2.

Dit Protocol staat open voor toetreding door de in artikel 21 bedoelde Staten en organisaties.

3.

Iedere organisatie zoals bedoeld in artikel 21 die Partij wordt bij dit Protocol zonder dat een van haar lidstaten Partij is, is gebonden door alle verplichtingen krachtens dit Protocol. Indien een of meer lidstaten van een dergelijke organisatie Partij bij dit Protocol zijn, beslissen de organisatie en haar lidstaten over hun onderscheiden verantwoordelijkheden ten aanzien van de nakoming van hun verplichtingen krachtens dit Protocol. In dat geval mogen de organisatie en de lidstaten niet tegelijkertijd rechten krachtens dit Protocol uitoefenen.

4.

In hun akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geven de in artikel 21 bedoelde regionale organisaties voor economische integratie de reikwijdte aan van hun bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden die onder dit Protocol vallen. Deze organisaties doen de Depositaris tevens mededeling van iedere wezenlijke verandering in de reikwijdte van hun bevoegdheid.

5.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 23. Inwerkingtreding

1.

Dit Protocol treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de zestiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt de door een regionale organisatie voor economische integratie nedergelegde akte niet meegeteld naast akten die zijn nedergelegd door de lidstaten van die organisatie.

3.

Ten aanzien van elke in artikel 21 bedoelde staat of organisatie die dit Protocol bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de zestiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt het Protocol in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging door die staat of organisatie van zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

Artikel 24. Opzegging

Elke Partij kan, te allen tijde na drie jaar vanaf de datum waarop dit Protocol ten aanzien van die Partij in werking is getreden, het Protocol opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris. Deze opzegging wordt van kracht op de negentigste dag na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Depositaris.

Artikel 25. Depositaris

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties treedt op als Depositaris van dit Protocol.

Artikel 26. Authentieke teksten

Het origineel van dit Protocol, waarvan de Engelse, de Franse, de Duitse en de Russische tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Protocol.

DONE in London, this 17th day of June one thousand nine hundred and ninety-nine.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)