Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus inzake het handelsluchtverkeer

Type Verdrag
Publication 1969-11-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus, hierna in deze Overeenkomst te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen, die beide het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening is opengesteld, hierna in deze Overeenkomst te noemen het „Verdrag”, hebben ondertekend, verlangend voorzieningen te treffen voor geregelde commerciële luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden en met het oog op de bevordering van het toerisme, zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

In deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis, tenzij in de tekst anders staat vermeld:

Artikel 2

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van geregelde internationale luchtdiensten op de routes omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst.

Zulke diensten en routes worden hierna onderscheidenlijk „de overeengekomen diensten” en „de omschreven routes” genoemd.

De door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft, bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, de volgende rechten:

Artikel 3
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij is gerechtigd aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

2.

Na ontvangst van een zodanige aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij.

3.

De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen eisen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij hun aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wetten en voorschriften welke door deze autoriteiten gewoonlijk en op redelijke wijze ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag worden toegepast.

4.

In elk geval waar niet ten genoegen van genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij berusten bij die andere Overeenkomstsluitende Partij of bij haar onderdanen, heeft de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij het recht de exploitatievergunning bedoeld in het tweede lid van dit artikel te weigeren, of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van de in artikel 2 bedoelde rechten door die aangewezen luchtvaartmaatschappij.

5.

Wanneer een luchtvaartmaatschappij is aangewezen en haar een vergunning is verleend, kan zij op ieder ogenblik een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits ten aanzien van die dienst een tarief, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van deze Overeenkomst, van kracht is.

Artikel 4

De aangewezen luchtvaartmaatschappij van iedere Overeenkomstsluitende Partij deelt ten minste dertig (30) dagen voor de invoering van de diensten op de routes omschreven overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij ter goedkeuring mede welke soorten van luchtvaartuigen zullen worden gebruikt en wat de vliegroosters zijn. Hetzelfde geldt voor latere veranderingen.

Artikel 5
1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij van iedere Overeenkomstsluitende Partij wordt op billijke wijze en gelijkelijk in de gelegenheid gesteld diensten te exploiteren op een route omschreven overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst.

2.

Bij het exploiteren van internationale luchtdiensten op de routes omschreven overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst houdt de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij rekening met de belangen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zodat de luchtdiensten die de laatstgenoemde luchtvaartmaatschappij op dezelfde routes of delen daarvan exploiteert, hierdoor niet op onredelijke wijze worden getroffen.

Artikel 6
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning te herroepen, of de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op te schorten, of ten aanzien van de uitoefening van die rechten de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht:

2.

Dit recht wordt slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijk herroeping, opschorting of het stellen van de in lid 1 van dit artikel genoemde voorwaarden noodzakelijk is om hernieuwde inbreuken op de wetten of voorschriften te voorkomen.

Artikel 7
1.

Luchtvaartuigen die door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op internationale diensten worden gebruikt, en hun normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden van die luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere rechten en heffingen, onder voorwaarde dat die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.

2.

Voorraden motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand die in het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij worden ingevoerd door of namens een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, of aan boord genomen worden van de luchtvaartuigen geëxploiteerd door zulk een aangewezen luchtvaartmaatschappij, en die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik bij de exploitatie van internationale diensten zijn vrijgesteld van alle nationale rechten en heffingen, daaronder begrepen douanerechten en inspectiekosten, opgelegd op het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, zelfs wanneer die voorraden zullen worden gebruikt op de delen van de vlucht die boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij aan boord worden genomen worden afgelegd. Verlangd kan worden dat de bovengenoemde goederen onder douanetoezicht of controle blijven.

3.

De normale boorduitrustingsstukken, reservedelen, proviand en voorraden motorbrandstof en smeermiddelen die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een der Overeenkomstsluitende Partijen bevinden kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die Partij, die kunnen eisen dat die goederen onder hun toezicht worden gesteld totdat zij weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel 8

Passagiers op doorreis via het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen worden slechts aan een eenvoudige controle onderworpen. Bagage en vracht die rechtstreeks worden doorgevoerd zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Artikel 9

Wordt vervangen door de Internationale Overeenkomst inzake de procedure voor de vaststelling van tarieven voor geregelde luchtdiensten; Parijs, 10 juli 1967.

Artikel 10

Elk der beide Overeenkomstsluitende Partijen verbindt zich de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht te verlenen tot het vrijelijk overmaken tegen de officiële wisselkoers van de netto-inkomsten op haar grondgebied verworven ten gevolge van het vervoer van passagiers, bagage, postzendingen en vracht door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij. In alle gevallen waarin het betalingsverkeer tussen de Overeenkomstsluitende Partijen door een bijzondere overeenkomst wordt geregeld, is deze bijzondere overeenkomst van toepassing.

Artikel 11
1.

In een geest van nauwe samenwerking raadplegen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen elkander van tijd tot tijd om de uitvoering en bevredigende naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en de Bijlage daarbij te verzekeren.

2.

De luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen verschaffen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op een daartoe strekkend verzoek alle periodieke statistische gegevens welke redelijkerwijs kunnen worden verlangd om te kunnen beoordelen of eventueel veranderingen dienen te worden aangebracht in de capaciteit welke door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van elke Overeenkomstsluitende Partij ter beschikking wordt gesteld op de omschreven routes.

Artikel 12
1.

Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht bepalingen van deze Overeenkomst te wijzigen, kan zij de andere Overeenkomstsluitende Partij om overleg verzoeken. Dit overleg, dat kan plaatsvinden tussen de luchtvaartautoriteiten, kan zowel mondeling als schriftelijk geschieden, en vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen te rekenen van de datum van het verzoek. Alle zodanig overeengekomen wijzigingen worden van kracht wanneer zij zijn bevestigd door middel van een diplomatieke notawisseling, in welke nota's, in geval van wijziging van de Overeenkomst, wordt verklaard dat de door de nationale wetgeving van elk der Overeenkomstsluitende Partijen vereiste formaliteiten zijn vervuld.

2.

Wijzigingen in de Bijlage bij deze Overeenkomst kunnen worden aangebracht bij rechtstreekse overeenstemming tussen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen en worden van kracht na een diplomatieke notawisseling.

Artikel 13

Deze Overeenkomst en de Bijlage bij deze Overeenkomst worden zo nodig zodanig gewijzigd dat zij aansluiten bij de multilaterale luchtvaartverdragen die de Overeenkomstsluitende Partijen eventueel in de toekomst kunnen binden.

Artikel 14

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan aan de andere Overeenkomstsluitende Partij te allen tijde mededeling doen van haar besluit deze Overeenkomst te beëindigen; deze mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. In een dergelijk geval treedt de Overeenkomst buiten werking twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling in onderling overleg voor het einde van deze termijn wordt ingetrokken. Indien van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen ontvangstbevestiging wordt ontvangen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 15
1.

Indien tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een geschil mocht ontstaan omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, trachten de Overeenkomstsluitende Partijen eerst dit geschil te regelen door middel van onderhandelingen.

2.

Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen door middel van onderhandelingen een regeling te treffen, kunnen zij overeenkomen het geschil ter beslissing voor te leggen aan een bepaalde persoon of instantie; het geschil kan ook op verzoek van een der Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan een scheidsgerecht van drie scheidsrechters, van wie elk der Overeenkomstsluitende Partijen er een aanwijst terwijl de derde door de twee aldus aangewezen scheidsrechters wordt benoemd. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen benoemt een scheidsrechter binnen zestig (60) dagen na het tijdstip waarop zij van de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg een kennisgeving heeft ontvangen, waarin om een scheidsrechterlijke beslissing in het geschil wordt verzocht, en de derde scheidsrechter wordt binnen het daaraan aansluitende tijdvak van eveneens zestig (60) dagen benoemd.

Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen nalaat binnen het aangegeven tijdvak een scheidsrechter aan te wijzen, of indien de derde scheidsrechter niet binnen het aangegeven tijdvak is benoemd, kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen een verzoek richten tot de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie om een scheidsrechter of eventueel scheidsrechters te benoemen. In dat geval dient de derde scheidsrechter onderdaan te zijn van een derde staat en dient hij op te treden als President van het Scheidsgerecht.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe, zich aan iedere ingevolge lid 2 van dit artikel genomen beslissing te houden.

4.

De kosten verbonden aan de behandeling door het scheidsgerecht worden gelijkelijk gedragen door de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 16

De door elke Overeenkomstsluitende Partij opgelegde heffingen voor het gebruik van de vliegvelden en andere luchtvaartfaciliteiten door de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij mogen niet hoger zijn dan die welke betaald worden door haar nationale luchtvaartuigen op internationale lijnen.

Artikel 17

Deze Overeenkomst en wijzigingen daarop, alsmede notawisselingen ingevolge deze Overeenkomst, worden ter kennis gebracht van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 18
1.

Deze Overeenkomst wordt voorlopig toegepast van de datum van haar ondertekening af en treedt in werking op een datum vast te stellen bij diplomatieke notawisseling, in welke nota's dient te worden verklaard dat de door de nationale wetgeving van elk der Overeenkomstsluitende Partijen vereiste formaliteiten zijn vervuld.

2.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is de Overeenkomst van toepassing op het grondgebied in Europa.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed the present Agreement.

DONE, in duplicate, at Nicosia this eighteenth of April of the year one thousand nine hundred and sixty nine (1969), in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands

(sd.) C. VREEDE

For the Republic of Cyprus

(sd.) N. DIMITRIOU

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.