Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian)

Type Verdrag
Publication 1962-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië,

Indachtig de belangen en het welzijn van de volkeren van het gebied Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian), hierna te noemen ,,het gebied”,

Verlangend hun geschil betreffende het gebied te regelen,

Zijn mitsdien overeengekomen als volgt:

Bekrachtiging der Overeenkomst en Resolutie der Algemene Vergadering van de Verenigde Naties

Artikel I

Nadat deze Overeenkomst tussen Nederland en Indonesië door beide Overeenkomstsluitende Partijen is ondertekend en bekrachtigd, zullen Nederland en Indonesië gezamenlijk een ontwerp-resolutie bij de Verenigde Naties indienen, bij welke de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties kennis neemt van deze Overeenkomst, de rol in deze Overeenkomst opgedragen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties erkent en hem machtigt de hem bij deze Overeenkomst toevertrouwde taken uit te voeren.

Overdracht van het bestuur

Artikel II

Na de aanvaarding van de in artikel I bedoelde resolutie, draagt Nederland het bestuur over het gebied over aan een Tijdelijk Bestuursorgaan van de Verenigde Naties (United Nations Temporary Executive Authority; UNTEA), ingesteld door en onder gezag staand van de Secretaris-Generaal, zodra de ingevolge artikel IV benoemde Bestuurder der Verenigde Naties ter plaatse zal zijn aangekomen. Het UNTEA draagt op zijn beurt het bestuur over aan Indonesië, overeenkomstig artikel XII.

Het bestuur door de Verenigde Naties

Artikel III

Teneinde, na de aanvaarding van de resolutie door de Algemene Vergadering, de overdracht van het bestuur aan het UNTEA te vergemakkelijken, nodigt Nederland de Secretaris-Generaal uit, een vertegenwoordiger te zenden om gedurende korte tijd met de Nederlandse Gouverneur van het gebied vóór diens vertrek overleg te plegen. De Nederlandse Gouverneur vertrekt vóór de aankomst van de Bestuurder der Verenigde Naties.

Artikel IV

De Secretaris-Generaal benoemt een voor Nederland en Indonesië aanvaardbare Bestuurder der Verenigde Naties.

Artikel V

De Bestuurder der Verenigde Naties is als hoogste bewindvoerende functionaris van het UNTEA, volledig bevoegd onder leiding van de Secretaris-Generaal het gebied in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst te besturen gedurende de tijd dat het onder het bestuur van het UNTEA staat.

Artikel VI
1.

De vlag van de Verenigde Naties wordt gevoerd gedurende de periode waarin door de Verenigde Naties het bestuur wordt uitgeoefend.

2.

Ten aanzien van het voeren van de Nederlandse en de Indonesische vlag is overeengekomen dat deze kwestie zal worden geregeld in overleg tussen de Secretaris-Generaal en de onderscheiden regeringen.

Artikel VII

De Secretaris-Generaal stelt de door de Bestuurder der Verenigde Naties nodig geoordeelde veiligheidstroepen ter beschikking van het UNTEA; deze troepen dienen in de eerste plaats om de bestaande Papoea-politie (Westirianese politie) aan te vullen voor de handhaving van recht en orde. Het Papoea-Vrijwilligerskorps, dat bij aankomst van de Bestuurder der Verenigde Naties zal ophouden deel uit te maken van de Nederlandse strijdkrachten, en de zich in het gebied bevindende Indonesische strijdkrachten staan voor dezelfde doeleinden onder het gezag van en ter beschikking van de Secretaris-Generaal. De Bestuurder der Verenigde Naties gebruikt zoveel mogelijk de Papoea-politie (Westirianese politie) als veiligheidstroepen van de Verenigde Naties ter handhaving van recht en orde en, indien hij dit wenselijk oordeelt, Indonesische strijdkrachten. De Nederlandse strijdkrachten worden zo snel mogelijk gerepatrieerd en staan, zolang zij zich nog in het gebied bevinden, onder het gezag van het UNTEA.

Artikel VIII

De Bestuurder der Verenigde Naties zendt de Secretaris-Generaal periodiek rapporten betreffende de voornaamste aspecten van de uitvoering van deze Overeenkomst. De Secretaris-Generaal legt uitvoerige rapporten over aan Nederland en Indonesië en kan, wanneer hij dit wenselijk oordeelt, rapporten overleggen aan de Algemene Vergadering of aan alle leden van de Verenigde Naties.

Eerste fase van het bestuur door het UNTEA

Artikel IX

Gedurende de eerste fase van het bestuur door het UNTEA, welke fase tot 1 mei 1963 loopt, vervangt de Bestuurder der Verenigde Naties zo spoedig mogelijk de in bijlage A aangeduide Nederlandse topfunctionarissen door niet-Nederlandse, niet-Indonesische functionarissen. De Bestuurder der Verenigde Naties is bevoegd, op tijdelijke basis gebruik te maken van alle Nederlandse ambtenaren die niet behoren tot de in bijlage A aangeduide Nederlandse topfunctionarissen en die bereid zijn het UNTEA te dienen op door de Secretaris-Generaal te omschrijven voorwaarden. Zoveel mogelijk Papoea's (West-Irianezen) zullen in bestuurlijke en technische ambten worden aangesteld. Om in de overige nog opengebleven ambten te voorzien heeft het UNTEA de bevoegdheid, door Indonesië beschikbaar gesteld personeel aan te stellen.

De in het gebied geldende salarisschalen blijven gehandhaafd.

Artikel X

Onmiddellijk na de overdracht van het bestuur aan het UNTEA, geeft het UNTEA op grote schaal bekendheid aan de bepalingen van deze Overeenkomst en licht deze toe; het UNTEA zal de bevolking eveneens inlichten over de overdracht van het bestuur aan Indonesië en de bepalingen ter regeling der uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht zoals in deze Overeenkomst vermeld.

Artikel XI

Voor zover zij in overeenstemming zijn met letter en geest van deze Overeenkomst, blijven de bestaande wetten en voorschriften van kracht. Het UNTEA is bevoegd, nieuwe wetten en voorschriften af te kondigen of deze naar geest en opzet van deze Overeenkomst te wijzigen. De vertegenwoordigende raden worden geraadpleegd voordat nieuwe wetten en voorschriften worden uitgevaardigd of bestaande wetten worden gewijzigd.

Tweede fase

Artikel XII

Het staat de Bestuurder der Verenigde Naties vrij om het gehele bestuur, of een deel daarvan, aan Indonesië over te dragen op elk tijdstip na het einde van de eerste fase van het bestuur door het UNTEA. Het gezag van het UNTEA eindigt op het ogenblik waarop het volledige bestuur aan Indonesië is overgedragen.

Artikel XIII

Na de eerste fase van het bestuur door het UNTEA worden de veiligheidstroepen der Verenigde Naties vervangen door Indonesische veiligheidstroepen. Alle veiligheidstroepen van de Verenigde Naties worden bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië teruggetrokken.

Indonesisch bestuur en zelfbeschikking

Artikel XIV

Na overdracht van de volledige bestuursverantwoordelijkheid aan Indonesië zijn de Indonesische nationale wetten en voorschriften in beginsel in het gebied van toepassing, mits zij verenigbaar zijn met de rechten en vrijheden die krachtens deze Overeenkomst aan de inwoners worden gewaarborgd. Er kunnen nieuwe wetten en voorschriften of wijzigingen van bestaande worden uitgevaardigd in de geest van deze Overeenkomst. In de daarvoor in aanmerking komende gevallen worden de vertegenwoordigende lichamen terzake geraadpleegd.

Artikel XV

Na de overdracht van de volledige bestuursverantwoordelijkheid aan Indonesië is het in de eerste plaats de taak van Indonesië krachtig voort te gaan met de opvoeding van de bevolking, de bestrijding van het analfabetisme en de bevordering van haar sociale, culturele en economische ontwikkeling. Er wordt tevens naar gestreefd, in overeenstemming met de in Indonesië bestaande praktijk de deelneming van de bevolking aan het plaatselijke bestuur verder te bespoedigen door middel van periodieke verkiezingen. Alle aspecten van de uitoefening der vrije keuze worden beheerst door de bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel XVI

Op het tijdstip van de overdracht van de volledige bestuursverantwoordelijkheid aan Indonesië worden zoveel deskundigen van de Verenigde Naties als de Secretaris-Generaal na overleg met Indonesië voldoende oordeelt, aangewezen om te verblijven op alle plaatsen waar hun werkzaamheden hun aanwezigheid vereisen. Vóór de aankomst van de Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties, die, wanneer de tijd gekomen is, deel zal hebben in de regelingen met betrekking tot de zelfbeschikking, blijven hun werkzaamheden beperkt tot advies en bijstand bij de voorbereidingen voor de tenuitvoerlegging der bepalingen inzake de zelfbeschikking, met dien verstande dat Indonesië en de Secretaris-Generaal hun gezamenlijk andere werkzaamheden kunnen toewijzen, waarvoor deskundigen vereist zijn. Voor de uitoefening van hun werkzaamheden zijn zij verantwoordelijk aan de Secretaris-Generaal.

Artikel XVII

Indonesië nodigt de Secretaris-Generaal uit, een vertegenwoordiger aan te stellen, die, tezamen met een staf waarvan ook deskundigen als bedoeld in artikel XVI deel uitmaken, belast zal zijn met de uitvoering van de op de Secretaris-Generaal rustende taak om advies en bijstand te verlenen bij, en deel te hebben in, de regelingen waarvoor Indonesië verantwoordelijk is met het oog op de uitoefening van de vrije keuze. De Secretaris-Generaal stelt op het daarvoor geschikte ogenblik de Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties aan, zodat hij en zijn staf hun werkzaamheden in het gebied kunnen aanvangen een jaar voor de datum van zelfbeschikking. Door de Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties noodzakelijk geachte aanvullingen van de staf worden vastgesteld door de Secretaris-Generaal, na overleg met Indonesië. De Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties en zijn staf genieten dezelfde bewegingsvrijheid als het in artikel XVI bedoelde personeel.

Artikel XVIII

Indonesië treft, met bijstand en bemoeiing van de Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties en zijn staf, regelingen om aan de bevolking van het gebied de gelegenheid te geven hun keuze vrijelijk te bepalen. Deze regelingen zullen inhouden:

Artikel XIX

De Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties brengt aan de Secretaris-Generaal verslag uit over de tot stand gekomen regelingen t.a.v. de vrije keuze.

Artikel XX

De uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht dient vóór het einde van het jaar 1969 te zijn voltooid.

Artikel XXI
1.

Na de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht zullen Indonesië en de Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties eindrapporten indienen bij de Secretaris-Generaal, die aan de Algemene Vergadering verslag zal uitbrengen over de wijze waarop het zelfbeschikkingsrecht is uitgeoefend, alsmede over de uitslag daarvan.

2.

Partijen bij deze Overeenkomst zullen de uitslag van de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht erkennen en er zich aan houden.

De rechten van de inwoners

Artikel XXII
1.

Het UNTEA en Indonesië garanderen volledig de rechten der inwoners van het gebied, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, de bewegingsvrijheid en het recht van vereniging en vergadering. Deze rechten omvatten tevens de op het ogenblik van de overdracht van het bestuur aan het UNTEA bestaande rechten der inwoners van het gebied.

2.

De bestaande Nederlandse verplichtingen ten aanzien van concessies en eigendomsrechten worden door het UNTEA overgenomen.

3.

Nadat Indonesië het bestuur heeft overgenomen, komt het die verplichtingen na, welke niet onverenigbaar zijn met de belangen en de economische ontwikkeling der bevolking van het gebied. Na de overdracht van het bestuur aan Indonesië wordt een gemengde Nederlands-Indonesische commissie ingesteld ter bestudering van de aard der bovengenoemde concessies en eigendomsrechten.

4.

Tijdens het bestuur door het UNTEA kunnen burgers van Nederlandse en van Indonesische nationaliteit het gebied vrijelijk binnenreizen en verlaten.

Artikel XXIII

Vacatures in de vertegenwoordigende raden, ontstaan door het vertrek van Nederlandse onderdanen of door andere oorzaken, worden op de daarvoor in aanmerking komende wijze en overeenkomstig de bestaande wetgeving vervuld door middel van verkiezingen of door benoeming door het UNTEA. De vertegenwoordigende raden worden gehoord alvorens tot de benoeming van nieuwe vertegenwoordigers wordt overgegaan.

Financiële aangelegenheden

Artikel XXIV
1.

Tekorten op de begroting van het gebied tijdens het bestuur door het UNTEA worden door Nederland en Indonesië, ieder voor de helft, gedragen.

2.

Nederland en Indonesië worden door de Secretaris-Generaal geraadpleegd bij de opstelling van de UNTEA-begroting en ten aanzien van andere financiële aangelegenheden met betrekking tot de verantwoordelijkheden van de Verenigde Naties krachtens deze Overeenkomst; aan de Secretaris-Generaal is evenwel de definitieve beslissing voorbehouden.

3.

De Partijen bij deze Overeenkomst zullen de Secretaris-Generaal alle kosten vergoeden, die de Verenigde Naties krachtens deze Overeenkomst maken en de nodige voorschotten verstrekken teneinde de Secretaris-Generaal in staat te stellen zijn taak te vervullen. Partijen bij deze Overeenkomst zullen elk de helft van deze vergoedingen en voorschotten dragen.

Eerdere verdragen en overeenkomsten

Artikel XXV

Deze Overeenkomst prevaleert over alle eerdere overeenkomsten inzake het gebied. Eerdere verdragen en overeenkomsten met betrekking tot het gebied kunnen derhalve worden beëindigd of, indien noodzakelijk, worden aangepast, zodat zij in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst.

Voorrechten en immuniteiten

Artikel XXVI

Ter fine van deze Overeenkomst passen de Regering van Indonesië en de Regering van Nederland op de eigendommen, fondsen, bezittingen en functionarissen van de Verenigde Naties de bepalingen toe van het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties. Met name genieten de ingevolge artikel IV benoemde Bestuurder der Verenigde Naties en de ingevolge artikel XVII benoemde Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties de voorrechten en immuniteiten aangegeven in par. 19 van het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties.

Bekrachtiging

Artikel XXVII
1.

Deze Overeenkomst zal worden bekrachtigd in overeenstemming met de grondwettelijke procedures van de Overeenkomstsluitende Partijen.

2.

De akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk door de geaccrediteerde Vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties uitgewisseld.

3.

De Secretaris-Generaal stelt een proces-verbaal op van de uitwisseling der akten van bekrachtiging en verstrekt een gewaarmerkt afschrift van dat proces-verbaal aan elk der Overeenkomstsluitende Partijen.

Inwerkingtreding

Artikel XXVIII
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de Algemene Vergadering de in artikel I van deze Overeenkomst bedoelde resolutie aanneemt.

2.

Zodra deze Overeenkomst in werking is getreden, registreert de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties haar overeenkomstig artikel 102 van het Handvest.

Authentieke tekst

Artikel XXIX

De authentieke tekst van deze Overeenkomst is opgesteld in de Engelse taal. De Overeenkomstsluitende Partijen zullen vertalingen in de Nederlandse en in de Indonesische taal uitwisselen.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned plenipotentiaries, being duly authorized for that purpose by their respective Governments, have signed the present Agreement.

DONE at the Headquarters of the United Nations, New York, on this fifteenth day of August 1962, in three identical copies, of which one shall be deposited with the Secretary-General and one shall be furnished to the Government of each of the Contracting Parties.

(sd.) J. H. VAN ROIJEN

For the Kingdom of the Netherlands

(sd.) C. SCHURMANN

For the Kingdom of the Netherlands

(sd.) SUBANDRIO

For the Republic of Indonesia

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.