Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust inzake het luchtvervoer

Type Verdrag
Publication 1964-08-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Ivoorkust,

verlangende de ontwikkeling van het luchtvervoer tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust te bevorderen en zoveel mogelijk te streven naar internationale samenwerking op dit gebied,

verlangende met betrekking tot dit vervoer, de beginselen en bepalingen toe te passen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944,

Zijn het volgende overeengekomen:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar de in deze Overeenkomst omschreven rechten met het oog op de vestiging van de internationale burgerlijke luchtverbindingen, vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage:

Artikel 3

1). De luchtvaartuigen gebruikt in internationaal verkeer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij, alsmede hun normale uitrusting, hun reserves aan motorbrandstoffen en smeeroliën en hun boordvoorraden (met inbegrip van proviand, dranken en tabak), zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten of heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingen en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd.

2). Van dezelfde rechten of heffingen zijn eveneens vrijgesteld, met uitzondering van cijnzen of heffingen voor bewezen diensten:

3). De normale boorduitrusting, evenals de materialen en voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een Overeenkomstsluitende Partij bevinden, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet gelost worden dan met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied.

In dit geval kunnen zij onder toezicht van de genoemde autoriteiten worden geplaatst totdat ze weer worden uitgevoerd of totdat daarvan aangifte bij de douane is gedaan.

Artikel 4

De bewijzen van luchtwaardigheid en de bewijzen van bevoegdheid, uitgereikt of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen, en welke niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend wat betreft de exploitatie van de luchtdiensten vermeld in de hierbijbehorende Bijlage.

Niettemin behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor om, wat betreft het vliegen over haar eigen grondgebied, de aan haar eigen onderdanen door de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende bewijzen van bevoegdheid niet als geldig te erkennen.

Artikel 5

1). De wetten en voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij betrekking hebbende op het binnenkomen in en het vertrek uit haar grondgebied van de luchtvaartuigen, gebruikt in de internationale luchtvaart of betrekking hebbende op de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen gedurende hun verblijf binnen de grenzen van haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

2). De passagiers, de bemanningsleden en de verladers van goederen dienen, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een derde handelende in hun naam en voor hun rekening, zich te houden aan de wetten en voorschriften die op het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij het binnenkomen, het verblijf en het vertrek regelen van de passagiers, bemanningsleden en goederen, zoals b.v. die welke betrekking hebben op het binnenkomen, de uitreisformaliteiten, de immigratie, de douane en de maatregelen die voortvloeien uit de gezondheidsvoorschriften.

Artikel 6

1). Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde om overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen verzoeken inzake de uitlegging, toepassing of wijzigingen van deze Overeenkomst en van haar Bijlage.

2). Dit overleg vangt aan uiterlijk zestig (60) dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek.

3). Indien men besluit wijzigingen in deze Overeenkomst aan te brengen, dan worden deze van kracht na bevestiging bij diplomatieke notawisseling. Deze notawisseling kan eventueel voorafgegaan worden door bekrachtiging overeenkomstig de grondwettelijke bepalingen van elk der beide Overeenkomstsluitende Partijen.

Indien men besluit wijzigingen in de Bijlage aan te brengen, dan worden deze van kracht, zodra zij bevestigd zijn bij eenvoudige diplomatieke notawisseling.

Artikel 7

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de wens te kennen geven, deze Overeenkomst op te zeggen. Een zodanige kennisgeving wordt tegelijkertijd gedaan aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. De opzegging treedt in werking één jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij tenzij deze kennisgeving vóór het einde van deze periode in gemeen overleg wordt ingetrokken. In geval de Overeenkomstsluitende Partij welke een dergelijke kennisgeving ontvangt, de ontvangst daarvan niet zou bevestigen, wordt die kennisgeving geacht te zijn ontvangen vijftien (15) dagen na ontvangst daarvan bij de zetel van de Internatinonale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 8

1). In geval regeling van een geschil betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 niet mogelijk is gebleken, hetzij tussen de luchtvaartautoriteiten, hetzij tussen de regeringen van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt het op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen aan een scheidsgerecht voorgelegd.

2). Dit scheidsgerecht zal uit drie leden zijn samengesteld. Elk van de beide Overeenkomstsluitende Partijen wijst een scheidsrechter aan en deze beide scheidsrechters dienen tot overeenstemming te komen omtrent de aanwijzing van een onderdaan van een derde staat als Voorzitter.

Indien binnen een tijdsverloop van twee maanden vanaf de datum waarop een van beide Regeringen de scheidsrechterlijke regeling van het geschil heeft voorgesteld, de beide scheidsrechters niet zijn aangewezen, of indien in de loop van de daarop volgende maand de scheidsrechters niet tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de aanwijzing van een Voorzitter, kan elke Overeenkomstsluitende Partij de Voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie verzoeken over te gaan tot de nodige aanwijzingen.

3). Het Scheidsgerecht neemt, indien het er niet in slaagt het geschil in der minne te schikken, een beslissing bij meerderheid van stemmen. Voorzover de Overeenkomstsluitende Partijen niet anders overeenkomen, stelt het zelf zijn procedureregels vast en bepaalt het zelf zijn zetel.

4). De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich, zich te houden aan de voorlopige maatregelen die tijdens het proces kunnen worden voorgeschreven, alsook aan de scheidsrechterlijke uitspraak, welke in ieder geval als definitief wordt beschouwd.

5). Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen zich niet houdt aan de scheidsrechterlijke beslissingen, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij, zolang deze nalatigheid duurt, de rechten of voorrechten welke zij krachtens deze Overeenkomst aan de in gebreke zijnde Overeenkomstsluitende Partij had verleend, beperken, opschorten of intrekken.

6). Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt de vergoeding voor de werkzaamheden van haar scheidsrechter op zich, alsook de helft van de vergoeding van de aangewezen Voorzitter.

Hoofdstuk II. Overeengekomen diensten

Artikel 9

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden verleent aan de Regering van de Republiek Ivoorkust en omgekeerd verleent de Regering van de Republiek Ivoorkust aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden het recht om door de luchtvaartmaatschappij, door ieder van beide aangewezen, de luchtdiensten te doen exploiteren, welke zijn omschreven in de Routetabel voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst. Deze diensten zullen verder worden aangeduid met de uitdrukking „overeengekomen diensten”.

Artikel 10

1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de aangegeven routes en doet hiervan mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij.

2). Na ontvangst van deze mededeling houdende aanwijzing dient de andere Overeenkomstsluitende Partij, behoudens de bepalingen van lid 3 van dit artikel en die van artikel 11 van deze Overeenkomst, onverwijld aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij de passende exploitatievergunningen te verlenen.

3). De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij het bewijs levert, dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden welke op het gebied van de exploitatie van de internationale luchtdiensten worden voorgeschreven door de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, door de genoemde autoriteiten worden toegepast.

Artikel 11

1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunningen voorzien in lid 2 van artikel 10 niet te verlenen, indien de genoemde Overeenkomstsluitende Partij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij welke de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij.

2). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening door de luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, van de rechten omschreven in artikel 9 van deze Overeenkomst, te schorsen indien:

3). Tenzij de intrekking of de schorsing noodzakelijk is om nieuwe inbreuken op de bedoelde wetten en voorschriften te voorkomen, kan een zodanig recht niet worden uitgeoefend dan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, als voorzien in artikel 6. In geval dit overleg faalt, wordt overgegaan tot een scheidsrechterlijke uitspraak, overeenkomstig artikel 8.

Artikel 12

De door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden krachtens deze Overeenkomst aangewezen luchtvaartmaatschappij geniet op het grondgebied van de Republiek Ivoorkust het recht om in internationaal verkeer passagiers, post en goederen op te nemen of af te zetten op de landingsplaatsen en op de routes van het Koninkrijk der Nederlanden, vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage.

De door de Regering van de Republiek Ivoorkust krachtens deze Overeenkomst aangewezen luchtvaartmaatschappij geniet op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden het recht om in internationaal verkeer passagiers, post en goederen op te nemen of af te zetten op de landingsplaatsen en op de routes van de Republiek Ivoorkust, vermeld in de hierbijgevoegde Bijlage.

Artikel 13

Met toepassing van de artikelen 77 en 79 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, die voorzien in het instellen door twee of meer Staten van gemeenschappelijke exploitatieorganisaties of van internationale exploitatieorganen, aanvaardt de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden dat de Regering van de Republiek Ivoorkust, overeenkomstig de artikelen 4 en 2 en de bijlagen bij het Verdrag inzake Luchtvervoer in Afrika, ondertekend door de Ivoorkust te Yaounde op 28 maart 1961, zich het recht voorbehoudt de maatschappij Air Afrique aan te wijzen als de door de Republiek de Ivoorkust gekozen organisatie voor het exploiteren van de overeengekomen diensten.

Artikel 14

1). De exploitatie van de overeengekomen diensten tussen het grondgebied van de Republiek Ivoorkust en het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden of omgekeerd, welke diensten geëxploiteerd worden op de routes voorkomende in de Tabel behorende bij deze Overeenkomst, vormt voor beide landen een fundamenteel en onwrikbaar recht.

2). Beide Overeenkomstsluitende Partijen zijn het eens om het beginsel van gelijkheid en van wederkerigheid van toepassing te doen zijn op alle terreinen die betrekking hebben op de uitoefening van de rechten voortvloeiende uit deze Overeenkomst.

De door de beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappijen zijn verzekerd van een billijke en rechtvaardige behandeling; zij dienen gelijke mogelijkheden en gelijke rechten te genieten en het beginsel van een gelijke verdeling van de aan te bieden vervoerscapaciteit voor de exploitatie van de overeengekomen diensten te eerbiedigen.

3). Zij dienen op de gemeenschappelijke trajecten rekening te houden met hun wederzijdse belangen teneinde hun onderscheiden diensten niet onredelijk te treffen.

Artikel 15

1). Op elk van de routes voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst hebben de overeengekomen diensten als primair doel het verschaffen, bij een redelijk te achten beladingsgraad, van een vervoerscapaciteit welke aangepast is aan de normale en redelijkerwijze te voorziene behoeften van het internationale luchtverkeer, afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij welke de genoemde diensten exploiteert, heeft aangewezen.

2). De maatschappij aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen kan binnen de grenzen van de globale vervoerscapaciteit als voorzien in het eerste lid van dit artikel, voldoen aan de verkeersbehoeften tussen de grondgebieden van derde Staten gelegen op de overeengekomen routes en het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, daarbij rekening houdende met de plaatselijke en regionale diensten.

3). Teneinde te kunnen voldoen aan onvoorziene of tijdelijke vraag naar verkeer op diezelfde routes, dienen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen onderling te beslissen over passende maatregelen om aan deze tijdelijke toeneming van het verkeer tegemoet te komen. Zij brengen hiervan onmiddellijk verslag uit aan de luchtvaartautoriteiten van hun onderscheiden landen, die met elkaar overleg kunnen plegen indien zij zulks nuttig achten.

4). Ingeval een maatschappij aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen op een of meer routes, hetzij een gedeelte, hetzij het totaal van de vervoerscapaciteit welke zij, rekening houdende met haar rechten, mag aanbieden, niet wenst te gebruiken, verstaat zij zich met de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij teneinde aan haar voor een bepaalde tijd het totaal of een gedeelte van de betrokken vervoerscapaciteit over te dragen.

De aangewezen maatschappij die alle of een gedeelte van haar rechten heeft overgedragen kan deze aan het einde van de genoemde periode hernemen.

Artikel 16

1). De aangewezen luchtvaartmaatschappijen doen minstens dertig (30) dagen voordat zij een begin maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen mededeling van de aard van het vervoer, de te gebruiken vliegtuigtypen en de voorgenomen dienstregelingen. Dezelfde regel geldt t.a.v. latere wijzigingen.

2). De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij verschaffen op verzoek van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij alle lopende statistieken en andere statistische gegevens betreffende de aangewezen luchtvaartmaatschappij welke redelijkerwijze verlangd kunnen worden voor de controle van de door de aangewezen maatschappij van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aangeboden vervoerscapaciteit. Die statistieken omvatten alle gegevens welke benodigd zijn om de omvang, de herkomst en bestemming van het verkeer vast te stellen.

Artikel 17

De beide Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen met elkaar overleg te plegen telkens wanneer zulks nodig is voor de coördinatie van hun onderscheiden luchtdiensten.

Artikel 18

1). De vaststelling van de tarieven welke zullen worden toegepast op de overeengekomen diensten op de routes van de Republiek Ivoorkust en van het Koninkrijk der Nederlanden, vermeld in deze Overeenkomst, geschiedt zoveel mogelijk in overeenstemming tussen de aangewezen maatschappijen. Deze maatschappijen plegen rechtstreeks overleg, indien daartoe aanleiding bestaat na overleg met de luchtvaartmaatschappijen van derde landen die diensten exploiteren op dezelfde routes in hun geheel of op gedeelten daarvan.

2). De aldus vastgestelde tarieven dienen ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij, tenminste dertig (30) dagen voor de voorgestelde datum van inwerkingtreding; deze termijn kan in bijzondere gevallen, onder voorbehoud van goedkeuring van die autoriteiten, korter zijn.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.