Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Singapore inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Type Verdrag
Publication 1988-10-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Singapore, partijen bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart,

Geleid door de wens een Overeenkomst te sluiten met het doel luchtdiensten in te stellen tussen en via hun onderscheiden grondgebieden,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

Tenzij uit de inhoud van deze Overeenkomst anders mocht blijken, hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:

Artikel 2

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van luchtdiensten op de routes die zijn omschreven in het desbetreffende deel van de daaraan gehechte routetabel (hierna te noemen „de overeengekomen diensten” en „de omschreven routes”).

(2). Met inachtneming van de bepalingen van deze Overeenkomst genieten de door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route de volgende voorrechten:

(3). Geen van de in lid 2 van dit artikel genoemde voorrechten wordt geacht de luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers, vracht of post tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 3

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van een of meer luchtvaartmaatschappijen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

(2). Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in de leden 3 en 4 van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen.

(3). De luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen eisen dat een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wetten en voorschriften welke die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag toepassen op de exploitatie van internationale commerciële luchtdiensten.

(4). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht geen genoegen te nemen met de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij en de in lid 2 van artikel 2 van dit Verdrag genoemde voorrechten aan een luchtvaartmaatschappij te onthouden of te ontnemen dan wel aan de uitoefening van die voorrechten door een luchtvaartmaatschappij die voorwaarden te verbinden welke zij noodzakelijk oordeelt in elk geval waarin niet ten genoegen van die Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berust bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, of bij haar onderdanen.

(5). Op elk tijdstip nadat aan de bepalingen van lid 1 en van lid 2 van dit artikel is voldaan kan een zodanig aangewezen en bevoegde luchtvaartmaatschappij een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits ten aanzien van die diensten een overeenkomstig de bepalingen van artikel 10 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief van kracht is.

(6). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de uitoefening van de rechten van een luchtvaartmaatschappij zoals bepaald in lid 2 van artikel 2 van deze Overeenkomst op te schorten of ten aanzien van de uitoefening van deze rechten de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht wanneer die luchtvaartmaatschappij de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die de rechten verleent niet nakomt of anderszins de exploitatie niet uitoefent volgens de door deze Overeenkomst gestelde voorwaarden, mits een zodanig recht slechts wordt uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijke opschorting of het stellen van voorwaarden noodzakelijk is om hernieuwde inbreuken op de wetten of voorschriften te voorkomen.

Artikel 4

(1). Luchtvaartuigen die door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen op internationale diensten worden gebruikt, alsook hun normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden van die luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere rechten en heffingen, onder voorwaarde dat die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.

(2). Voorraden motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand, die op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij worden ingevoerd door of namens een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, of aan boord genomen worden van door die aangewezen luchtvaartmaatschappij gebruikte luchtvaartuigen en die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik bij de exploitatie van internationale diensten, zijn vrijgesteld van alle nationale rechten en heffingen, daaronder begrepen douanerechten en inspectiekosten die worden geheven op het grondgebied van de eerste Overeenkomstsluitende Partij, zelfs wanneer die voorraden moeten worden gebruikt op de gedeelten van de route die worden afgelegd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij aan boord zijn genomen. Verlangd kan worden dat de bovenvermelde goederen onder douanetoezicht en -controle blijven.

(3). De normale boorduitrustingsstukken, reservedelen, proviand en voorraden motorbrandstof en smeermiddelen die zich aan boord bevinden van de luchtvaartuigen van een der Overeenkomstsluitende Partijen, kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied, die kunnen eisen dat die goederen onder hun toezicht worden gesteld, totdat ze weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

(4). Motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand die door de ene Overeenkomstsluitende Partij aan boord van een luchtvaartuig worden genomen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, en uitsluitend gebruikt worden gedurende vluchten tussen twee punten op het grondgebied van de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, zullen ten aanzien van douanerechten, inspectiekosten en andere dergelijke nationale of plaatselijke rechten en heffingen behandeld worden op een basis die niet minder gunstig is dan die welke op nationale luchtvaartmaatschappijen of de meest begunstigde luchtvaartmaatschappij die dergelijke vluchten uitvoert, van toepassing is.

Artikel 5

Reizigers, bagage en lading die rechtstreeks worden doorgevoerd over het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, en die niet buiten het daarvoor bestemde gedeelte van de luchthaven worden gebracht, worden slechts aan een zeer eenvoudige controle onderworpen. Bagage en lading die rechtstreeks worden doorgevoerd zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Artikel 6

(1). De wetten en voorschriften van een der Overeenkomstsluitende Partijen, voor zover deze het binnenkomen of het verlaten van haar grondgebied door luchtvaartuigen die aan de internationale luchtvaart deelnemen of de vluchten van zodanige luchtvaartuigen over dat grondgebied regelen, zijn van toepassing op de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

(2). De wetten en voorschriften van een der Overeenkomstsluitende Partijen die het binnenkomen van, het verblijf op en het verlaten van haar grondgebied van reizigers, bemanning, vracht of post regelen, zoals formaliteiten verbonden aan binnenkomst, vertrek, emigratie en immigratie, en douaneformaliteiten en sanitaire maatregelen, zijn van toepassing op reizigers, bemanning, lading of post die door het luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden vervoerd, zolang deze zich binnen het bedoelde grondgebied bevinden.

(3). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen neemt de verplichting op zich aan haar eigen luchtvaartmaatschappijen geen enkele voorkeursbehandeling toe te kennen ten opzichte van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij ten aanzien van de toepassing der wetten en voorschriften bedoeld in dit artikel.

(4). Bij het gebruik van de luchthavens en andere door een der Overeenkomstsluitende Partijen ter beschikking gestelde faciliteiten, behoeft de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen hogere rechten te betalen dan die welke door de nationale luchtvaartuigen die geregelde internationale diensten onderhouden moeten worden betaald.

Artikel 7

(1). Certificaten van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn afgegeven of waaraan door haar geldigheid is verleend, worden gedurende hun geldigheidsduur door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend.

(2). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen behoudt zich evenwel het recht voor, ten aanzien van vluchten over haar eigen grondgebied, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door de andere Overeenkomstsluitende Partij of een andere Staat aan eigen onderdanen zijn verleend of waaraan door die Partij of Staat geldigheid is verleend ten behoeve van die onderdanen, niet als geldig te erkennen.

Artikel 8

(1). De luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen worden onbelemmerd en gelijkelijk in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes tussen hun onderscheiden grondgebieden te exploiteren.

(2). De luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen houden rekening met de belangen van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij teneinde de diensten welke laatstgenoemde maatschappij op dezelfde route of op een gedeelte daarvan onderhoudt, niet te zeer aan te tasten.

(3). De overeengekomen diensten welke door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen worden verzorgd, dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de behoeften van het publiek aan vervoer op de omschreven routes en zij zullen voornamelijk ten doel hebben tegen een redelijke beladingsgraad voldoende gelegenheid te verschaffen tot het vervoer van passagiers, lading en post afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, daarbij rekening houdende met de huidige zowel als met de redelijkerwijze in de toekomst te verwachten behoeften. Voorzieningen in de behoeften voor het vervoer van passagiers, lading en post opgenomen of afgezet op punten op de omschreven routes op de grondgebieden van andere Staten dan die welke de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, worden getroffen overeenkomstig de algemene beginselen dat er verband moet bestaan tussen de capaciteit en:

Artikel 9

Een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij mag alleen van een toestel van een andere capaciteit gebruik maken van een punt binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij op voorwaarde dat:

Artikel 10

(1). De tarieven voor alle overeengekomen diensten worden vastgesteld op redelijk niveau, waarbij behoorlijk rekening wordt gehouden met alle in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, de kenmerkende eigenschappen van de dienst (zoals maatstaven voor snelheid en accommodatie) en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen voor enig gedeelte van de omschreven route. Deze tarieven worden vastgesteld overeenkomstig de hierna volgende bepalingen van dit artikel.

(2). De in lid 1 van dit artikel vermelde tarieven, evenals de tarieven van agentencommissies die daarop worden verleend, worden, indien mogelijk, ten aanzien van elk der omschreven routes in onderlinge overeenstemming vastgesteld door de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen, in overleg met andere luchtvaartmaatschappijen die een gehele route of een gedeelte daarvan exploiteren, en die overeenstemming dient, zo mogelijk, te worden bereikt door middel van de procedure van de „International Air Transport Association” ter vaststelling van de tarieven. De aldus overeengekomen tarieven worden aan de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen ter goedkeuring voorgelegd.

(3). Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent een van deze tarieven, of indien om een andere reden omtrent een tarief geen overeenstemming kan worden bereikt overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van dit artikel, zullen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen trachten in onderling overleg het tarief vast te stellen.

(4). Indien de luchtvaartautoriteiten niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de goedkeuring van een hun volgens lid 2 van dit artikel voorgelegd tarief of omtrent de vaststelling van een tarief volgens lid 3, wordt het geschil opgelost overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 van deze Overeenkomst.

(5). Geen tarief zal van kracht worden indien de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen daarmede niet tevreden zijn, behoudens op grond van de bepalingen van lid 3 van artikel 14 van deze Overeenkomst.

(6). De overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.

Artikel 11

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen het recht aan hun hoofdkantoren tegen de op de dag van de remise geldende officiële wisselkoers het bedrag van de netto inkomsten over te maken in welke valuta deze ook verdiend mogen zijn.

Artikel 12

De luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen verstrekken aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op een daartoe strekkend verzoek periodieke of andere statistische gegevens welke redelijkerwijs kunnen worden verlangd om te kunnen beoordelen of eventueel veranderingen dienen te worden aangebracht in de capaciteit welke door de door eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen voor het onderhouden van de overeengekomen diensten ter beschikking wordt gesteld.

Artikel 13

Ten einde een nauwe samenwerking te verzekeren ten aanzien van alles wat op de uitvoering van deze Overeenkomst betrekking heeft, vindt regelmatig en veelvuldig overleg plaats tussen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 14

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.