Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen
Preambule
De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,
Overwegende dat het wederrechtelijk in zijn macht brengen of houden van luchtvaartuigen tijdens de vlucht de veiligheid van personen en goederen in gevaar brengt, de exploitatie van luchtdiensten ernstig aantast en het vertrouwen dat de volkeren der wereld stellen in de veiligheid der burgerluchtvaart ondermijnt,
Overwegende dat zodanige handelingen hen ernstig verontrusten,
Overwegende dat, ten einde zodanige handelingen te voorkomen, er dringende behoefte bestaat aan passende maatregelen ter bestraffing van de daders.
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
Aan een strafbaar feit maakt zich schuldig hij die wederrechtelijk en opzettelijk een luchtvaartuig in bedrijf in zijn macht brengt of houdt door geweld of bedreiging met geweld, of door dwang, of door elke andere vorm van intimidatie, of door enig technologisch middel.
Aan een strafbaar feit maakt zich eveneens schuldig hij die:
- a. dreigt de in het eerste lid van dit artikel bedoelde strafbare feiten te plegen; of
- b. wederrechtelijk en opzettelijk bewerkstelligt dat een persoon een dergelijke bedreiging ontvangt,
onder omstandigheden die deze bedreiging geloofwaardig maken.
Aan een strafbaar feit maakt zich eveneens schuldig hij die:
- a. poogt de in het eerste lid van dit artikel bedoelde strafbare feiten te plegen; of
- b. het plegen van een strafbaar feit zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, onderdeel a, van dit artikel organiseert of anderen opdracht geeft een van deze strafbare feiten te plegen; of
- c. als medeplichtige deelneemt aan een strafbaar feit zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, onderdeel a, van dit artikel; of
- d. een andere persoon wederrechtelijk en opzettelijk helpt onderzoek, strafrechtelijke vervolging of bestraffing te ontlopen, wetende dat deze persoon een strafbaar feit heeft gepleegd zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, onderdelen a, b of c van dit artikel of dat deze persoon gezocht wordt voor strafrechtelijke vervolging door de rechtshandhavingsautoriteiten wegens een dergelijk strafbaar feit of wegens een dergelijk strafbaar feit is veroordeeld.
Elke staat die partij is stelt tevens een of beide van de volgende gedragingen strafbaar indien zij opzettelijk zijn gepleegd, ongeacht of een van de in het eerste of tweede lid van dit artikel bedoelde strafbare feiten daadwerkelijk is gepleegd of daartoe daadwerkelijk een poging is gedaan:
- a. met een of meer personen overeenkomen een strafbaar feit te plegen zoals bedoeld in het eerste of tweede lid van dit artikel waarbij, indien het nationale recht dit vereist, een handeling betrokken is, door een van de deelnemers ondernomen ter uitvoering van de overeenkomst; of
- b. op enige andere wijze bijdragen aan het plegen van een of meer van de strafbare feiten zoals bedoeld in het eerste of tweede lid van dit artikel door een groep personen die optreedt met een gemeenschappelijk doel,
- i. hetzij met het oog op de bevordering van de criminele activiteit in het algemeen of het criminele doel van de groep, wanneer een dergelijke activiteit of het doel het plegen van een strafbaar feit inhoudt zoals bedoeld in het eerste of tweede lid van dit artikel; of
- ii. hetzij in de wetenschap van de bedoeling van de groep om een strafbaar feit zoals bedoeld in het eerste of tweede lid van dit artikel te plegen.
Artikel 2
Elke staat die partij is verbindt zich ertoe zware straffen te stellen op de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten.
Artikel 3
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt een luchtvaartuig geacht in bedrijf te zijn van het begin van het aan de vlucht voorafgaande gereedmaken van het luchtvaartuig door grondpersoneel of door de bemanning voor een bepaalde vlucht tot vierentwintig uur na een landing. In geval van een noodlanding wordt de vlucht geacht voort te duren totdat de bevoegde autoriteiten de verantwoordelijkheid voor het luchtvaartuig en voor de personen en goederen aan boord overnemen.
Dit Verdrag is niet van toepassing op luchtvaartuigen gebruikt door de strijdkrachten, de douane of de politie.
Dit Verdrag is slechts van toepassing indien de plaats van opstijgen of de plaats van de feitelijke landing van het luchtvaartuig aan boord waarvan het strafbare feit is gepleegd, gelegen is buiten het grondgebied van de Staat waar dat luchtvaartuig is ingeschreven, ongeacht of het luchtvaartuig een internationale dan wel een binnenlandse vlucht uitvoert.
In de gevallen bedoeld in artikel 5 is dit Verdrag niet van toepassing, indien de plaats van opstijgen en de plaats van de feitelijke landing van het luchtvaartuig aan boord waarvan het strafbare feit is gepleegd, zijn gelegen op het grondgebied van een zelfde Staat, indien deze Staat een van de Staten is waarnaar in dat artikel wordt verwezen.
Onverminderd het derde en vierde lid van dit artikel zijn de artikelen 6, 7, 7bis, 8, 8bis, 8ter en 10, van toepassing ongeacht de plaats van opstijgen of de plaats van feitelijke landing van het luchtvaartuig indien de dader of de vermeende dader wordt aangetroffen op het grondgebied van een andere staat dan de staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven.
Artikel 4
Elke staat die partij is neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om zijn rechtsmacht te vestigen met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten alsmede elke andere daad van geweld tegen passagiers of bemanning gepleegd door de vermeende dader in samenhang met de strafbare feiten, in de volgende gevallen:
- a. indien het strafbare feit is gepleegd op het grondgebied van die staat;
- b. indien het strafbare feit is gepleegd tegen of aan boord van een in die staat ingeschreven luchtvaartuig;
- c. indien het luchtvaartuig aan boord waarvan het strafbare feit is gepleegd op zijn grondgebied landt met de vermeende dader nog aan boord;
- d. indien het strafbare feit is gepleegd tegen of aan boord van een luchtvaartuig dat zonder bemanning is verhuurd aan een huurder die de hoofdzetel van zijn bedrijf, of, indien de huurder een dergelijke zetel niet heeft, zijn vaste verblijfplaats heeft in die staat;
- e. indien het strafbare feit wordt gepleegd door een onderdaan van die staat.
Elke staat die partij is kan tevens in de volgende gevallen zijn rechtsmacht vestigen met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten:
- a. indien het strafbare feit wordt gepleegd tegen een onderdaan van die staat;
- b. indien het strafbare feit wordt gepleegd door een staatloze die op het grondgebied van die staat zijn gewone verblijfplaats heeft.
Elke staat die partij is neemt tevens de maatregelen die nodig zijn om zijn rechtsmacht te vestigen met betrekking tot de in artikel 1 vervatte strafbare feiten in gevallen waarin de vermeende dader zich op zijn grondgebied bevindt en hij deze persoon ingevolge artikel 8 niet uitlevert aan een staat die partij is die met betrekking tot deze strafbare feiten zijn rechtsmacht heeft gevestigd in overeenstemming met de toepasselijke leden van dit artikel.
Dit Verdrag sluit geen rechtsmacht in strafzaken uit die wordt uitgeoefend in overeenstemming met de nationale wetgeving.
Artikel 5
De staten die partij zijn die voor het luchtvervoer gemeenschappelijke exploitatie-organisaties of internationale exploitatie-organisaties oprichten, die gebruikmaken van luchtvaartuigen die onderworpen zijn aan gemeenschappelijke of internationale inschrijving, kiezen op passende wijze voor elk luchtvaartuig een staat uit hun midden die de rechtsmacht uitoefent en voor de toepassing van dit Verdrag de bevoegdheden heeft behorend bij een staat waar een luchtvaartuig is ingeschreven. Zij doen daarvan mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, die alle staten die partij zijn bij dit verdrag van deze mededeling in kennis stelt.
Artikel 6
Een staat die partij is op het grondgebied waarvan de dader of de vermoedelijke dader zich bevindt neemt deze, indien hij ervan overtuigd is dat de omstandigheden zulks wettigen, in hechtenis of neemt andere maatregelen ter verzekering van diens aanwezigheid. De inhechtenisneming en andere maatregelen dienen in overeenstemming te zijn met de wet van de betrokken Staat, doch mogen niet langer duren dan noodzakelijk is voor het instellen van een strafvervolging of uitleveringsprocedure.
Deze Staat stelt terstond een voorlopig onderzoek in naar de feiten.
Een ieder die ingevolge het eerste lid van dit artikel in hechtenis is genomen, wordt de gelegenheid gegeven zich onmiddellijk in verbinding te stellen met de dichtstbijzijnde daarvoor in aanmerking komende vertegenwoordiger van de Staat waarvan hij onderdaan is.
Wanneer een staat die partij is krachtens dit artikel een persoon in hechtenis heeft genomen, stelt hij de staten die partij zijn die ingevolge artikel 4, eerste lid, hun rechtsmacht hebben gevestigd en ingevolge artikel 4, tweede lid, hun rechtsmacht hebben gevestigd en de depositaris in kennis hebben gesteld, en, indien hij dit nodig acht, iedere andere belanghebbende staat, in kennis van het feit dat de betrokken persoon in hechtenis is genomen en van de omstandigheden die zijn detentie rechtvaardigen. De staat die partij is die het voorlopig onderzoek bedoeld in het tweede lid van dit artikel instelt, deelt zijn bevindingen onverwijld mee aan voornoemde staten die partij zijn en geeft tevens aan of hij voornemens is zijn rechtsmacht uit te oefenen.
Artikel 7
De staat die partij is op het grondgebied waarvan de vermoedelijke dader wordt aangetroffen is, indien hij hem niet uitlevert, ongeacht of het strafbare feit gepleegd is op zijn grondgebied, in alle gevallen verplicht de zaak voor vervolging aan zijn bevoegde autoriteiten over te dragen.
Deze autoriteiten nemen hun beslissing op dezelfde wijze als in geval van een gewoon strafbaar feit van ernstige aard krachtens de wetgeving van die Staat.
Artikel 8
De in artikel 1 bedoelde strafbare feiten worden geacht als uitleveringsdelicten te zijn inbegrepen in alle bestaande uitleveringsverdragen tussen de staten die partij zijn. De staten die partij zijn verplichten zich ertoe de strafbare feiten op te nemen als uitleveringsdelicten in elk uitleveringsverdrag dat tussen hen wordt gesloten.
Indien een staat die partij is die uitlevering afhankelijk stelt van het bestaan van een verdrag, een verzoek om uitlevering ontvangt van een andere staat die partij is waarmee hij geen uitleveringsverdrag heeft gesloten, kan hij, indien hij dit verkiest, dit Verdrag beschouwen als de rechtsgrondslag voor uitlevering wat betreft de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten. Uitlevering is onderworpen aan de overige voorwaarden waarin het recht van de aangezochte staat voorziet.
Staten die partij zijn die uitlevering niet afhankelijk stellen van het bestaan van een verdrag erkennen de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten onderling als uitleveringsdelicten, onderworpen aan de voorwaarden waarin het recht van de aangezochte staat voorziet.
Voor uitlevering tussen staten die partij zijn wordt elk van de strafbare feiten beschouwd als niet alleen begaan op de plaats waar het is gepleegd, maar ook op het grondgebied van de staten die partij zijn die hun rechtsmacht dienen te vestigen in overeenstemming met artikel 4, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, en die hun rechtsmacht hebben gevestigd in overeenstemming met artikel 4, tweede lid.
Voor uitlevering tussen staten die partij zijn worden de in artikel 1, vierde lid, onderdelen a en b, bedoelde strafbare feiten als gelijkwaardig beschouwd.
Artikel 9
Indien een van de in artikel 1, eerste lid, bedoelde feiten is gepleegd of op het punt staat te worden gepleegd, nemen de staten die partij zijn alle passende maatregelen om het luchtvaartuig weer onder het gezag van de rechtmatige gezagvoerder te brengen of onder diens gezag te houden.
In de gevallen bedoeld in het voorgaande lid stelt iedere staat die partij is op het grondgebied waarvan het luchtvaartuig, zijn passagiers of bemanning zich bevinden, alles in het werk om de passagiers en de bemanning hun reis zo spoedig mogelijk te kunnen laten voortzetten. Hij geeft onverwijld het luchtvaartuig en zijn lading terug aan de rechthebbenden.
Artikel 10
Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel laat verplichtingen uit hoofde van een ander bilateraal of multilateraal verdrag, dat, geheel of gedeeltelijk, rechtshulp in strafzaken regelt of zal regelen, onverlet.
Artikel 11
Elke staat die partij is doet overeenkomstig zijn nationale wetgeving de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie zo spoedig mogelijk mededeling van elke ter zake doende informatie betreffende:
- a. het strafbare feit en de omstandigheden waaronder het is gepleegd;
- b. de maatregelen die ingevolge artikel 9 zijn genomen;
- c. de maatregelen genomen ten aanzien van de dader of de vermoedelijke dader, en in het bijzonder de resultaten van elke uitleveringsprocedure of elke andere gerechtelijke procedure.
Artikel 12
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.