← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende het internationale vervoer van goederen over de weg

Geldende tekst a fecha 1987-10-23

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Geleid door de wens de ontwikkeling van het goederenvervoer tussen hun beide landen in het belang van hun economische betrekkingen te bevorderen,

Besloten hebbende een overeenkomst te sluiten teneinde bestaande faciliteiten te bevestigen en verdere faciliteiten te creëren,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

Voertuigen van vervoerders, aan wie overeenkomstig de nationale wetgeving van een der Overeenkomstsluitende Partijen een vergunning is verleend, mogen tijdelijk het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij binnenkomen teneinde de volgende soorten wegvervoer te verrichten, zonder dat daartoe een bijzondere vergunning voor het vervoer van goederen wordt geëist:

Artikel 2

Niets in deze Overeenkomst wordt geacht toe te staan dat

Artikel 3

Bestuurders van voertuigen vermeld in artikel 1 van deze Overeenkomst dienen op het grondgebied waar zij rijden de verkeers- en gedragsregels voor alle weggebruikers in acht te nemen alsmede de voorschriften betreffende werk-, rij- en rusttijden.

Artikel 4

In geval van overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst door een vervoerder welke in een van beide landen is gevestigd, kan de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de overtreding plaatsvond, hiervan kennisgeven aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, welke de maatregelen kan nemen waarin haar nationale wetgeving voorziet.

Artikel 5

(1). Voertuigen van vervoerders aan wie een vergunning is verleend om op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen goederen te vervoeren, dan wel aanhangwagens of opleggers welke door dergelijke voertuigen worden getrokken, dienen wanneer zij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij voor een dergelijk vervoer worden gebezigd, te voldoen aan de op dat grondgebied geldende regelingen betreffende de maximum gewichten en afmetingen van voertuigen, tenzij door de bevoegde autoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij een bijzondere ontheffing tot het overschrijden van deze maximum gewichten en afmetingen is verleend.

(2). Een in Nederland ingeschreven en voor met het vervoer van goederen samenhangende doeleinden tijdelijk in het Verenigd Koninkrijk ingevoerde aanhangwagen of oplegger wordt geacht te voldoen aan de in het Verenigd Koninkrijk geldende bepalingen met betrekking tot verlichting, uitrusting en constructie van dergelijke voertuigen, onder voorwaarde dat de aanhangwagen of oplegger en elke combinatie van voertuigen waarvan hij deel uitmaakt voldoet aan de desbetreffende bepalingen van het op 19 september 1949 te Genève tot stand gekomen Verdrag nopens het wegverkeer dan wel van elk internationaal Verdrag dat dat Verdrag vervangt of wijzigt en waarbij zowel Nederland als het Verenigd Koninklijk partij zijn.

(3). Een aanhangwagen of oplegger, eigendom van dan wel gebezigd door of namens iemand aan wie in het Verenigd Koninkrijk een vervoervergunning is verleend, welke tijdelijk in Nederland wordt ingevoerd teneinde in samenhang met het vervoer van goederen te worden gebruikt, wordt geacht te voldoen aan de in Nederland geldende bepalingen met betrekking tot verlichting, uitrusting en constructie van dergelijke voertuigen onder de in het tweede lid van dit artikel bedoelde voorwaarde.

Artikel 6

De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen elkaar raadplegen over alle vraagstukken die uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien.

Artikel 7

(1). Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk.

(2). Met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, is deze Overeenkomst van toepassing op Engeland, Wales, Schotland, Noord-Ierland en Gibraltar.

Artikel 8

(1). Deze Overeenkomst treedt in werking dertig dagen nadat de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat de in hun onderscheiden gebieden noodzakelijke maatregelen voor de inwerkingstelling van de Overeenkomst zijn genomen.

(2). Deze Overeenkomst zal voor een tijdvak van een jaar na haar inwerkingtreding van kracht zijn en zal van jaar tot jaar van kracht blijven behoudens opzegging door een der Overeenkomstsluitende Partijen. Een Overeenkomstsluitende Partij welke deze Overeenkomst wenst te beëindigen zal dit drie maanden tevoren aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededelen.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at London, this 19th day of September 1969, in the English language.

For the Goverment of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) D. W. VAN LYNDEN

For the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland:

(sd.) FRED MULLEY