Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek der Filipijnen nopens het vervoer door de lucht
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek der Filippijnen, hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen,
Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart en de Overeenkomst inzake de Doortocht van Internationale Luchtdiensten, beide op 7 december 1944 te Chicago ter ondertekening opengesteld,
Geleid door de wens de daarin vastgelegde beginselen en bepalingen op het luchtvervoer toe te passen, en
Geleid door de wens een overeenkomst te sluiten met het doel luchtdiensten in te stellen en te exploiteren tussen en via de grondgebieden van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek der Filippijnen,
Zijn als volgt overeengekomen:
Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1981/220.
Artikel I
Tenzij uit de inhoud van deze Overeenkomst anders mocht blijken, hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:
- (a). Onder „luchtvaartautoriteiten” wordt, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, verstaan de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst of alle personen of instellingen die bevoegd zijn enige functie te vervullen die thans door genoemde Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst wordt vervuld, of soortgelijke functies, en wat de Republiek der Filippijnen betreft, de Raad voor de Burgerluchtvaart of alle personen of instellingen die bevoegd zijn enige functie te vervullen die thans door genoemde Raad voor de Burgerluchtvaart wordt vervuld, of soortgelijke functies.
- (b). Onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” of „aangewezen luchtvaartmaatschappijen” wordt een luchtvaartmaatschappij of worden luchtvaartmaatschappijen verstaan die een der Overeenkomstsluitende Partijen, overeenkomstig het bepaalde in artikel III van deze Overeenkomst, door schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij heeft aangewezen voor de exploitatie van luchtdiensten op de routes die zijn omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst.
- (c). Onder „grondgebied” in verband met een Staat wordt verstaan het land en de daaraan grenzende territoriale wateren die onder de soevereiniteit, de suzereiniteit, de bescherming, het trustschap of het beheer van die Staat staan.
- (d). Onder „het Verdrag” wordt verstaan het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago ter ondertekening werd opengesteld, met inbegrip van alle overeenkomstig artikel 90 van het Verdrag aangenomen bijlagen en alle overeenkomstig de artikelen 90 en 94 van dat Verdrag aangenomen wijzigingen van de bijlagen of het Verdrag.
- (e). Aan de termen „luchtdiensten”, „internationale luchtdienst”, „luchtvaartmaatschappij” en „landingen anders dan voor verkeersdoeleinden” wordt dezelfde betekenis gehecht als daaraan in artikel 96 van het Verdrag wordt toegekend.
- (f). Onder „overeengekomen diensten” worden verstaan geregelde luchtdiensten onderhouden op de routes die zijn omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst.
Artikel II
(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van de overeengekomen diensten.
(2). Met inachtneming van het bepaalde in deze Overeenkomst heeft (hebben) de door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, de volgende rechten:
- (a). zonder te landen over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vliegen;
- (b). op dat grondgebied te landen voor andere dan verkeersdoeleinden; en
- (c). op dat grondgebied te landen op de voor die route in de Bijlage bij deze Overeenkomst genoemde punten voor het afzetten en opnemen van passagiers, vracht en post in internationaal verkeer komende van of bestemd voor andere aldus genoemde punten.
(3). Geen der in lid 2 van dit artikel vervatte bepalingen wordt geacht de luchtvaartmaatschappij of de luchtvaartmaatschappijen van een der Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers, vracht of post tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel III
(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij is gerechtigd aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van een of meer luchtvaartmaatschappijen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.
(2). Na ontvangst van de aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, via haar luchtvaartautoriteiten, met inachtneming van het bepaalde in de leden 3, 4 en 5 van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij.
(3). De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen eisen dat (een) door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen hun aantoont (aantonen) dat zij in staat is (zijn) te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wettten en voorschriften welke door deze autoriteiten gewoonlijk en op redelijke wijze worden toegepast op een wijze die niet in strijd is met de bepalingen van het Verdrag.
(4). In elk geval waarin niet ten genoegen van een Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op (een) luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen berusten bij de andere Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij of de luchtvaartmaatschappijen heeft aangewezen of bij onderdanen van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen heeft aangewezen, heeft eerstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij het recht de exploitatievergunning bedoeld in lid 2 van dit artikel te weigeren, niet te verlenen of te herroepen, of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van deze rechten door (een) luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen.
(5). De uitoefening door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de rechten toegekend in de desbetreffende exploitatievergunning zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, is onderworpen aan de wettelijke bevoegdheden van de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen, ten einde de uitvoering van het bepaalde in artikel VIII van deze Overeenkomst te verzekeren.
(6). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de uitoefening door (een) luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de in lid 2 van artikel II omschreven rechten op te schorten of ten aanzien van de uitoefening van die rechten door (een) luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht in elk geval waarin de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen in gebreke blijft (blijven) de wetten en voorschriften bedoeld in artikel VII van deze Overeenkomst na te komen of anderszins in gebreke blijft (blijven) de exploitatie te voeren in overeenstemming met de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden, met dien verstande dat tenzij de onmiddellijke opschorting of het stellen van voorwaarden noodzakelijk is om hernieuwde inbreuken op de wetten of voorschriften te voorkomen, dit recht slechts wordt uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel IV
(1). Luchtvaartuigen die door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen op internationale diensten worden gebruikt, en hun normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden van die luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere rechten en heffingen, onder voorwaarde dat die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.
(2). Voorraden motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand die in het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij worden ingevoerd door of namens een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, of aan boord genomen worden van de luchtvaartuigen geëxploiteerd door zulk een aangewezen luchtvaartmaatschappij, en die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik bij de exploitatie van internationale diensten, zijn vrijgesteld van alle rechten en heffingen, daaronder begrepen douanerechten en inspectiekosten, opgelegd op het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, zelfs wanneer die voorraden zullen worden gebruikt op de delen van de vlucht die boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij aan boord worden genomen worden afgelegd. Verlangd kan worden dat de bovengenoemde goederen onder douanetoezicht of -controle blijven.
(3). De normale boorduitrustingsstukken, reservedelen, proviand en voorraden motorbrandstof en smeermiddelen die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een der Overeenkomstsluitende Partijen bevinden kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die Partij, die kunnen eisen dat die goederen onder hun toezicht worden gesteld, totdat zij weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.
Artikel V
Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij of alle aangewezen luchtvaartmaatschappijen is (zijn) gemachtigd op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij haar (hun) eigen technisch en administratief personeel in dienst te hebben, onverminderd de nationale voorschriften van de onderscheiden Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel VI
Elk der beide Overeenkomstsluitende Partijen verbindt zich de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht te verlenen tot het vrijelijk overmaken tegen de officiële wisselkoers van de netto-inkomsten op haar grondgebied verworven ten gevolge van het vervoer van passagiers, bagage, post en vracht door een aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij. In alle gevallen waarin het betalingsverkeer tussen de Overeenkomstsluitende Partijen door een bijzondere overeenkomst wordt geregeld, is deze bijzondere overeenkomst van toepassing.
Artikel VII
(1). De wetten en voorschriften van een der Overeenkomstsluitende Partijen betreffende het binnenkomen in en het vertrek van haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebezigd in internationale luchtdiensten of betreffende de exploitatie en het vliegen van deze luchtvaartuigen terwijl zij zich op haar grondgebied bevinden, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen en worden door deze luchtvaartuigen nagekomen bij het binnenkomen in, of het vertrek van het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, of terwijl zij zich op het grondgebied van die Partij bevinden.
(2). De wetten en voorschriften van een der Overeenkomstsluitende Partijen betreffende het binnenkomen in en het vertrek van haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebezigd in internationale luchtdiensten of betreffende de exploitatie en het vliegen van deze luchtvaartuigen terwijl zij zich op haar grondgebied bevinden, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen en worden door deze luchtvaartuigen nagekomen bij het binnenkomen in, of het vertrek van het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, of terwijl zij zich op het grondgebied van die Partij bevinden.
(3). Passagiers op rechtstreekse doorreis via het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen worden slechts aan een eenvoudige controle onderworpen. Bagage en vracht die rechtstreeks worden doorgevoerd zijn vrijgesteld van douanerechten en soortgelijke heffingen. Voor de toepassing van dit lid is de term „rechtstreekse doorreis” alleen van toepassing op passagiers, bagage en/of vracht die steeds onder toezicht van de douane-autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen blijven.
Artikel VIII
Ter ontwikkeling van de luchtvervoersdiensten langs de routes of delen daarvan omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst, ten einde evenwicht te bereiken en te handhaven tussen de capaciteit van de omschreven luchtdiensten en de behoeften van het publiek aan luchtvervoer, zoals vastgesteld door de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt overeengekomen dat:
- (1). De aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elke Overeenkomstsluitende Partij op billijke wijze en gelijkelijk in de gelegenheid wordt (worden) gesteld de overeengekomen diensten voor het vervoer tussen de grondgebieden van de beide Partijen te exploiteren;
- (2). Bij het exploiteren van de overeengekomen diensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen wordt rekening gehouden met de belangen van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zodat de diensten die de laatstgenoemde maatschappijen op dezelfde routes of delen daarvan onderhouden hier niet op onredelijke wijze door worden getroffen.
Artikel IX
(1). De tarieven te heffen door de luchtvaartmaatschappij of de luchtvaartmaatschappijen van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor vervoer naar of uit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij terdege rekening wordt gehouden met alle in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen zoals die worden toegepast op de omschreven routes of delen daarvan.
(2). De in lid 1 van dit artikel bedoelde tarieven worden, indien mogelijk, in onderlinge overeenstemming vastgesteld door de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen, in overleg met andere luchtvaartmaatschappijen die de gehele route of delen daarvan exploiteren, en die overeenstemming dient, zo mogelijk, te worden bereikt door middel van de procedure van de „International Air Transport Association” ter vaststelling van de tarieven.
(3). De aldus overeengekomen tarieven worden tenminste negentig (90) dagen voor de voorgestelde datum van invoering aan de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen ter goedkeuring voorgelegd; in bijzondere gevallen kan dit tijdvak worden verkort, behoudens toestemming van de genoemde autoriteiten.
(4). Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent een of meer van deze tarieven, of indien om een andere reden een tarief niet kan worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van dit artikel, of indien gedurende de eerste 30 dagen van de periode van 90 dagen, genoemd in lid 3 van dit artikel, de ene Overeenkomstsluitende Partij de andere mededeelt dat zij een tarief, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van dit artikel, onbevredigend acht, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen in onderling overleg het tarief vast te stellen.
(5). Indien de luchtvaartautoriteiten niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de goedkeuring van een hun ingevolge lid 3 van dit artikel voorgelegd tarief of omtrent de vaststelling van een tarief ingevolge lid 4, wordt het geschil opgelost overeenkomstig de bepalingen van artikel XII van deze Overeenkomst.
(6). Geen nieuw tarief wordt van kracht indien de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen dit niet hebben goedgekeurd, behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel.
(7). De overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
Artikel X
In een geest van nauwe samenwerking raadplegen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen elkander van tijd tot tijd om de uitvoering en bevredigende naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en de Bijlage daarbij te verzekeren.
Artikel XI
Bewijzen van luchtwaardigheid en bewijzen van bevoegdheid welke zijn uitgereikt of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen worden als geldig erkend door de andere Overeenkomstsluitende Partij wat de exploitatie op de routes en van de diensten omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst betreft. ledere Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de erkenning van bewijzen van bevoegdheid voor vluchten boven haar eigen grondgebied te weigeren, indien deze bewijzen door een andere Staat aan zijn eigen onderdanen zijn verleend.
Artikel XII
(1). Indien tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een geschil mocht ontstaan omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, trachten de Overeenkomstsluitende Partijen eerst dit geschil te regelen door middel van onderhandelingen. Deze onderhandelingen dienen te beginnen binnen 60 dagen nadat een der Partijen het verzoek van de andere heeft ontvangen.
(2). Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen door middel van onderhandelingen een regeling te treffen wordt het geschil ter beslissing voorgelegd aan een scheidsgerecht van drie scheidsrechters, van wie elk der Overeenkomstsluitende Partijen er een aanwijst, terwijl over de derde overeenstemming wordt bereikt door de twee aldus gekozen scheidsrechters, mits deze derde scheidsrechter geen onderdaan van een der Overeenkomstsluitende Partijen is. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen wijst een scheidsrechter aan binnen twee maanden na de datum van overhandiging door een der Partijen aan de andere Partij van een diplomatieke nota waarin om een scheidsrechterlijke beslissing in het geschil wordt verzocht en over de derde scheidsrechter wordt overeenstemming bereikt binnen een maand na een zodanig tijdvak van twee maanden. Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen nalaat binnen het aangegeven tijdvak een scheidsrechter aan te wijzen, of indien geen overeenstemming over de derde scheidsrechter wordt bereikt, kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen een verzoek richten tot de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie een scheidsrechter of eventueel scheidsrechters te benoemen. In dat geval dient de derde scheidsrechter onderdaan te zijn van een derde Staat en treedt hij op als President van het scheidsgerecht.
(3). Tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen anders bepalen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen zetel vast en bepaalt het zijn eigen procedureregels.
(4). Het scheidsgerecht poogt het geschil met eenparigheid van stemmen op te lossen. Indien zulks niet mogelijk is, wordt de beslissing van het scheidsgerecht bepaald bij een meerderheid van stemmen.
(5). De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe, zich aan iedere ingevolge lid 2, 3 en 4 van dit artikel genomen beslissing te houden.
Artikel XIII
(1). Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht bepalingen van deze Overeenkomst te wijzigen, kan zij de andere Overeenkomstsluitende Partij om overleg verzoeken. Dit overleg, dat kan plaatsvinden tussen de luchtvaartautoriteiten, kan zowel mondeling als schriftelijk geschieden, en vangt aan binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de datum van het verzoek.
(2). Wijzigingen van de routes kunnen worden aangebracht bij rechtstreekse overeenstemming tussen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.
(3). Alle wijzigingen die zijn overeengekomen krachtens lid 1 en 2 hierboven, treden in werking wanneer zij zijn bevestigd door middel van een diplomatieke notawisseling.
Artikel XIV
Deze Overeenkomst en eventuele wijzigingen daarop overeenkomstig artikel XIII hierboven, worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel XV
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan aan de andere Overeenkomstsluitende Partij te allen tijde mededeling doen van haar besluit deze Overeenkomst te beëindigen; deze mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. In een dergelijk geval treedt de Overeenkomst buiten werking twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling in onderling overleg voor het einde van deze termijn wordt ingetrokken. Indien van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen ontvangstbevestiging wordt ontvangen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel XVI
Deze Overeenkomst wordt van kracht en treedt in werking op de datum waarop diplomatieke nota's worden uitgewisseld waarin wordt verklaard dat de door elke Overeenkomstsluitende Partij vereiste formaliteiten zijn vervuld.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned plenipotentiaries, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed the present Agreement and have affixed thereto their seals.
DONE at Manila, Philippines, this 21st day of January 1969, in duplicate in the English language, and signed at The Hague on 8th day of May, 1969.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands:
(sd.) H. J. DE KOSTER
For the Government of the Republic of the Philippines:
(sd.) GAUTTIER F. BISNAR