Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank

Type Verdrag
Publication 2026-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Overwegende het belang van nauwere economische samenwerking als middel om te komen tot het meest doelmatige gebruik van de beschikbare hulpbronnen en om de economische ontwikkeling van Azië en het Verre Oosten te versnellen;

zich rekenschap gevende van de betekenis van het ter beschikking stellen van meer ontwikkelingskapitaal voor dat gebied door fondsen en andere middelen zowel binnen als buiten dat gebied vrij te maken en door te trachten voorwaarden te scheppen en te bevorderen, die zouden kunnen leiden tot vergroting van binnenlandse besparingen en een grotere toevoer van ontwikkelingsfondsen naar het gebied;

de wenselijkheid erkennende van een bevordering der harmonische groei van de economieën in het gebied, alsmede van die uitbreiding van de buitenlandse handel der lid-staten;

overtuigd, dat de oprichting van een monetaire instelling, die fundamenteel Aziatisch is, zou bijdragen tot verwezenlijking van deze doeleinden;

zijn hierbij overeengekomen op te richten de Aziatische Ontwikkelingsbank (hierna te noemen „de Bank”), die zal handelen in overeenstemming met de navolgende

OVEREENKOMST

HOOFDSTUK I. Doel, taken en lidmaatschap

Artikel 1. Doel

Het doel van de Bank is de economische groei en samenwerking in het gebied van Azië en het Verre Oosten (hierna te noemen „het gebied”) te bevorderen en bij te dragen tot versnelling van het proces van economische ontwikkeling van de in ontwikkeling zijnde lid-staten in het gebied, zowel te zamen als afzonderlijk. Waar in deze Overeenkomst de termen „gebied van Azië en het Verre Oosten” en „gebied” worden gebruikt, omvatten zij het grondgebied van Azië en het Verre Oosten zoals bedoeld in het mandaat van de Economische Commissie voor Azië en het Verre Oosten van de Verenigde Naties.

Artikel 2. Taken

Om aan haar doel te beantwoorden vervult de Bank de volgende taken:

Artikel 3. Lidmaatschap
1.

Het lidmaatschap van de Bank staat open voor: (i) leden en geassocieerde leden van de Economische Commissie voor Azië en het Verre Oosten van de Verenigde Naties en (ii) andere, in het gebied gelegen landen en niet in het gebied gelegen ontwikkelde landen die lid zijn van de Verenigde Naties of van een van hun gespecialiseerde organisaties.

2.

Staten die in aanmerking komen voor het lidmaatschap ingevolge het eerste lid van dit artikel en die geen lid worden ingevolge artikel 64 van deze Overeenkomst, kunnen op zodanige voorwaarden als de Bank bepaalt, worden toegelaten tot haar lidmaatschap van de Bank, indien twee derde van het totale aantal Bestuurders, die ten minste drie vierde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen, zich daarvoor uitspreken.

3.

Ten aanzien van de geassocieerde leden van de Economische Commissie voor Azië en het Verre Oosten van de Verenigde Naties, die niet zelf hun internationale betrekkingen regelen, wordt de aanvraag van het lidmaatschap van de Bank gedaan door het lid van de Bank dat verantwoordelijk is voor de internationale betrekkingen van de aanvrager en gaat deze vergezeld van een toezegging door dat lid dat het, totdat de aanvrager zelf die verantwoordelijkheid overneemt, verantwoordelijk is voor alle verplichtingen die door de aanvrager worden aanvaard in verband met zijn toelating tot het lidmaatschap van de Bank en het genot van de voordelen van dat lidmaatschap. „Staat”, zoals gebruikt in deze Overeenkomst, omvat mede elk gebied dat geassocieerd lid is van de Economische Commissie voor Azië en het Verre Oosten van de Verenigde Naties.

HOOFDSTUK II. Kapitaal

Artikel 4. Maatschappelijk kapitaal
1.

Het maatschappelijk kapitaal van de Bank bedraagt een miljard dollar ($ 1.000.000.000), uitgedrukt in U.S. dollars van het gewicht en met het gehalte zoals deze gelden op 31 januari 1966. Overal waar in deze Overeenkomst wordt gesproken van dollars moet daaronder worden verstaan de U.S. dollar van de bovenvermelde waarde. Het maatschappelijk kapitaal is verdeeld in honderdduizend (100.000) aandelen, met een pari-waarde van tienduizend dollar ($ 10.000) elk, waarop overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van deze Overeenkomst uitsluitend door leden kan worden ingeschreven.

2.

Het oorspronkelijke maatschappelijk kapitaal wordt verdeeld in volgestorte aandelen en niet volgestorte aandelen. Tot een totale pariwaarde van vijfhonderd miljoen dollar ($ 500.000.000) bestaat het uit volgestorte aandelen, en tot een totale pari-waarde van vijfhonderd miljoen dollar ($ 500.000.000) uit niet volgestorte aandelen.

3.

Het maatschappelijk kapitaal van de Bank kan door de Raad van Bestuur worden verhoogd op een zodanig tijdstip en op zodanige voorwaarden als de Raad wenselijk acht, en wel met een meerderheid van twee derde van het totale aantal Bestuurders, die ten minste drie vierde van het totale aantal stemmen der leden vertegenwoordigen.

Artikel 5. Inschrijving op aandelen
1.

Ieder lid schrijft in op de aandelen van het kapitaal van de Bank. Iedere inschrijving op het oorspronkelijke maatschappelijk kapitaal heeft voor gelijke delen betrekking op volgestorte aandelen en op niet volgestorte aandelen. Het aantal aandelen waarvoor aanvankelijk dient te worden ingeschreven door landen die lid worden overeenkomstig artikel 64 van deze Overeenkomst, is vermeld in Bijlage A bij deze Overeenkomst. Het aantal aandelen waarvoor aanvankelijk dient te worden ingeschreven door landen die worden toegelaten tot het lidmaatschap overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van deze Overeenkomst, wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur, met dien verstande echter dat inschrijving niet is toegestaan, indien dit tot gevolg zou hebben dat het percentage kapitaal in handen van regionale leden wordt teruggebracht tot minder dan 60 (zestig) % van het totale geplaatste kapitaal.

2.

De Raad van Bestuur herziet het kapitaal van de Bank met tussenpozen van niet minder dan 5 (vijf) jaar. In geval van verhoging van het maatschappelijk kapitaal krijgt ieder lid een redelijke gelegenheid onder door de Raad van Bestuur vast te stellen voorwaarden in te schrijven voor een deel van het bedrag waarmede het kapitaal wordt verhoogd dat gelijk is aan de verhouding waarin de aandelen waarvoor het reeds heeft ingeschreven staan tot het totale geplaatste kapitaal onmiddellijk voor de verhoging; met dien verstande echter dat deze bepaling niet van toepassing is op een verhoging of enig deel van een verhoging van het maatschappelijk kapitaal dat uitsluitend is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van besluiten van de Raad van Bestuur ingevolge het eerste en derde lid van dit artikel. De leden zijn niet verplicht in te schrijven op een gedeelte van een verhoging van het kapitaal.

3.

De Raad van Bestuur kan op verzoek van een lid de participatie van dat lid uitbreiden op door de Raad vast te stellen voorwaarden, met dien verstande echter dat uitbreiding van de inschrijving van een lid niet is toegestaan, indien dit tot gevolg zou hebben dat het percentage van het kapitaal in handen van regionale leden wordt teruggebracht tot minder dan 60 (zestig) % van het totale geplaatste kapitaal. De Raad van Bestuur schenkt bijzondere aandacht aan het verzoek van een regionaal lid dat minder dan 6 (zes) % van het geplaatste kapitaal bezit, tot vergroting van zijn evenredig deel daarvan.

4.

De aandelen waarvoor de leden aanvankelijk hebben ingeschreven, worden uitgegeven a pari. De andere aandelen worden eveneens a pari uitgegeven, tenzij de Raad van Bestuur met een meerderheid van het totale aantal Bestuurders, die een meerderheid van het totale aantal stemmen der leden vertegenwoordigen, onder bijzondere omstandigheden besluit ze op andere voorwaarden uit te geven.

5.

De aandelen worden op generlei wijze verpand of bezwaard en zijn slechts overdraagbaar aan de Bank, overeenkomstig Hoofdstuk VII van deze Overeenkomst.

6.

De aansprakelijkheid van de leden uit hoofde van hun aandelenbezit is beperkt tot het niet betaalde gedeelte van de prijs van uitgifte.

7.

De leden zijn niet op grond van hun lidmaatschap aansprakelijk voor verplichtingen van de Bank.

Artikel 6. Betaling der inschrijvingen
1.

Het aanvankelijk door degenen die deze Overeenkomst hebben ondertekend en die lid worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 64, op het gestorte kapitaal van de Bank ingeschreven bedrag wordt betaald in 5 (vijf) termijnen, elk van 20 (twintig) % van dat bedrag. De eerste termijn wordt door de leden betaald hetzij binnen 30 (dertig) dagen na het in werking treden van deze Overeenkomst, hetzij op of voor de datum van nederlegging namens dat lid van de akte van bekrachtiging of aanvaarding overeenkomstig het eerste lid van artikel 64, zo dit laatste tijdstip later valt. De tweede termijn vervalt een jaar na het in werking treden van deze Overeenkomst. De resterende drie termijnen vervallen achtereenvolgens telkens een jaar na de datum waarop de voorgaande termijn verviel.

2.

Van elke termijnbetaling van de aanvankelijke inschrijvingen op het oorspronkelijke volgestorte kapitaal wordt

3.

De Bank accepteert van een lid door de regering van dat lid of door de door dat lid aangewezen depositaris uitgegeven promessen of andere schuldbrieven, in plaats van het bedrag dat ingevolge het tweede lid, letter (b), van dit artikel moet worden betaald in de valuta van het lid, mits de Bank deze liquide middelen niet nodig heeft voor de uitvoering van haar werkzaamheden. De bedoelde promessen of schuldbrieven zijn niet verhandelbaar, niet rentedragend en op verzoek tegen pari-waarde betaalbaar aan de Bank. Behoudens het bepaalde in artikel 24, tweede lid (ii), dienen verzoeken tot betaling op dergelijke in convertibele valuta betaalbare promessen of schuldbrieven over redelijke tijdvakken een gelijk percentage te betreffen van al die promessen en schuldbrieven.

4.

Elke betaling door een lid in diens eigen valuta gedaan ingevolge het tweede lid, letter (b), van dit artikel beloopt een zodanig bedrag als de Bank, na het Internationale Monetaire Fonds naar goeddunken te hebben geraadpleegd en met gebruikmaking van de door het Internationale Monetaire Fonds eventueel vastgestelde pari-waarde, acht gelijkwaardig te zijn aan de volledige waarde van het gedeele van de inschrijving dat wordt betaald, uitgedrukt in dollars. De aanvankelijke betaling beloopt een bedrag dat het lid op grond van deze bepalingen juist acht, doch wordt op zodanige wijze aangepast als de Bank nodig oordeelt ten einde de volledige tegenwaarde in dollars van die betaling te vormen, en wel binnen 90 dagen na datum waarop die betaling was verschuldigd.

5.

Betaling van het bedrag waarvoor is ingeschreven op het niet volgestorte gedeelte van het kapitaal van de Bank kan slechts worden gevorderd indien en voor zover de Bank dit nodig heeft om te voldoen aan haar verplichtingen aangegaan ingevolge de alinea's (ii) en (iv) van artikel 11, uit hoofde van het lenen van fondsen voor toevoeging aan haar gewone kapitaalmiddelen of van ten laste van die middelen komende garanties.

6.

Indien de in lid 5 van dit artikel vermelde storting wordt gevorderd, kan deze naar keuze van het lid geschieden in goud, convertibele valuta, of in de valuta die benodigd is om te voldoen aan de verplichtingen van de Bank, die aanleiding zijn tot het verzoek tot storting. Verzoeken tot storting op niet betaalde inschrijvingen dienen een gelijk percentage van alle niet volgestorte aandelen te betreffen.

7.

De Bank bepaalt de plaats voor betalingen ingevolge dit artikel, met dien verstande dat tot het tijdstip van de oprichtingsvergadering van haar Raad van Bestuur de betaling van de eerste termijn, genoemd in het eerste lid van dit artikel dient te geschieden aan de Secretaris van de Economische Commissie voor Azië en het Verre Oosten van de Verenigde Naties, als trustee van de Bank.

Artikel 7. Gewone kapitaalmiddelen

In deze Overeenkomst wordt onder de term „gewone kapitaalmiddelen” van de Bank mede verstaan:

HOOFDSTUK III. Werkzaamheden

Artikel 8. Gebruik der middelen

De middelen en faciliteiten van de Bank worden uitsluitend gebruikt om het doel te bereiken en de taken te vervullen, onderscheidenlijk geregeld in de artikelen 1 en 2 van deze Overeenkomst.

Artikel 9. Gewone en bijzondere werkzaamheden
1.

De werkzaamheden van de Bank bestaan uit gewone werkzaamheden en bijzondere werkzaamheden.

2.

Gewone werkzaamheden zijn die welke worden gefinancierd uit de gewone kapitaalmiddelen van de Bank.

3.

Bijzondere werkzaamheden zijn die welke worden gefinancierd uit de middelen van de Bijzondere Fondsen, omschreven in artikel 20 van deze Overeenkomst.

Artikel 10. Scheiding van de werkzaamheden
1.

De gewone kapitaalmiddelen en de middelen van de Bijzondere Fondsen van de Bank worden te allen tijde en in alle opzichten volledig van elkaar gescheiden gehouden, gebruikt, belast, belegd, of anderszins aangewend. In de financiële verslagen van de Bank worden de gewone en de bijzondere werkzaamheden gescheiden opgenomen.

2.

De gewone kapitaalmiddelen van de Bank mogen in geen geval worden belast met of gebruikt worden tot betaling van verliezen of verplichtingen voortspruitende uit bijzondere werkzaamheden of andere activiteiten waarvoor oorspronkelijke middelen van de Bijzondere Fondsen waren gebruikt of belast.

3.

Uitgaven die rechtstreeks verband houden met de gewone werkzaamheden worden ten laste van de gewone kapitaalmiddelen van de Bank gebracht. Uitgaven die rechtstreeks verband houden met bijzondere werkzaamheden worden ten laste van de middelen van de Bijzondere Fondsen gebracht. Alle andere uitgaven worden verantwoord op door de Bank te bepalen wijze.

Artikel 11. Ontvangers en werkwijzen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.