← Geldende tekst · Geschiedenis

Veterinaire Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Republiek Roemenië

Geldende tekst a fecha 1970-01-02

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Socialistische Republiek Roemenië,

Verlangende de samenwerking op het gebied der diergeneeskunde tussen de beide landen zoveel mogelijk te vergemakkelijken;

Verlangende de onderlinge handel in dieren en dierlijke produkten te ontwikkelen, met volledige veiligstelling van hun levensbelangen, in het bijzonder van de gezondheidstoestand der dieren;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1
1.

De invoer, uitvoer of doorvoer van in deze Overeenkomst genoemde levende dieren en produkten van dierlijke oorsprong, kan aan de grens aan een veterinaire controle worden onderworpen.

2.

De grensposten, havens en luchthavens waar de veterinaire controle plaatsvindt, evenals de dagen en uren van openstelling daarvan, worden door de bevoegde autoriteiten van ieder der Partijen vastgesteld en ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 2
1.

De in deze Overeenkomst met betrekking tot dieren voorgeschreven certificaten van oorsprong en gezondheidscertificaten moeten de verklaring inhouden dat de dieren van het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen afkomstig zijn. Genoemde certificaten en de veterinaire gezondheidscertificaten voor vlees en andere produkten van dierlijke oorsprong moeten door een officiële dierenarts van het uitvoerende land worden afgegeven.

2.

Genoemde certificaten worden in de Franse taal gesteld overeenkomstig door de centrale veeartsenijkundige diensten van beide Partijen in onderling overleg vast te stellen modellen.

Artikel 3
1.

Eenhoevige dieren, herkauwers, varkens en pluimvee moeten, om voor invoer te worden toegelaten, vergezeld zijn van een certificaat van oorsprong en van gezondheid, inhoudende de verklaring:

2.

De certificaten van oorsprong en de gezondheidscertificaten kunnen verzamelcertificaten of afzonderlijke certificaten zijn. De gemengde commissie, voorzien in artikel 23 van deze Overeenkomst stelt vast welke diersoorten van een verzamelcertificaat, en welke van een afzonderlijk certificaat dienen te worden vergezeld.

3.

In ieder geval kan een bepaald certificaat slechts betrekking hebben op dieren van een zelfde soort, met dezelfde bestemming en geladen in één en hetzelfde voertuig.

4.

De geldigheid der certificaten is gesteld op tien dagen te rekenen van de dag van afgifte.

5.

De dieren, pluimvee en wilde dieren uitgezonderd, worden gemerkt door tatoeëring van het oor, door het aanbrengen van een metalen beugel of knoop voorzien van een nummer, of door enig ander onuitwisbaar merkteken waardoor identificatie mogelijk is.

Artikel 4

Uitvoercertificaten voor dieren die vatbaar zijn voor een der in dit artikel genoemde ziekten worden, wat de vatbare soorten betreft, slechts afgegeven indien de genoemde ziekten tijdens de hieronder genoemde tijdvakken niet zijn waargenomen:

Artikel 5
1.

De certificaten moeten bovendien de verklaring inhouden:

2.

Runderen en varkens bestemd voor de slacht mogen niet afkomstig zijn van bedrijven, waarvan de dieren in het kader van een programma tot het uitbannen van een besmettelijke ziekte dienen te worden afgeslacht.

3.

Met het oog op de dierziektetoestand van de veestapel, kan worden verlangd dat voor invoer bestemde dieren in het land van herkomst worden ingeënt tegen mond- en klauwzeer, met een door de bevoegde autoriteit van het land van verzending toegelaten en gecontroleerde entstof, die op basis van geïnactiveerde virussen is bereid. De inenting moet ten minste 15 dagen en niet meer dan 4 maanden voor het inladen van de dieren worden verricht.

Op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen kan de inenting tegen mond- en klauwzeer geschieden met een driewaardig, geïnactiveerd vaccin.

De inenting tegen varkenspest moet ten minste 15 dagen en niet meer dan 3 maanden voor de datum van afgifte van het certificaat worden verricht met een geïnactiveerd vaccin.

De inenting tegen mond- en klauwzeer kan achterwege blijven, indien het land van herkomst en de landen van doorvoer reeds ten minste 6 maanden vrij zijn van mond- en klauwzeer.

Voor zover niet in deze Overeenkomst is voorzien, stellen de centrale veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen gezamenlijk de biologische methoden, proeven en tests vast, welke met het oog op het waarborgen van het niet voorkomen der in dit artikel genoemde ziekten in de onderscheidene landen dienen te worden gevolgd, respectievelijk verricht.

Artikel 6
1.

Paarden die bestemd zijn voor rennen, concours hippiques of andere sportieve manifestaties, kunnen tijdelijk voor invoer worden toegelaten, indien zij vergezeld zijn van een door een officiële dierenarts afgegeven bewijs, waarin de naam en het domicilie van de eigenaar, het nauwkeurig signalement der dieren, hun herkomst en plaats van bestemming is aangegeven, en dat de verklaring inhoudt dat de dieren goed gezond zijn en dat het bedrijf van herkomst vrij is van besmettelijke ziekten van eenhoevige dieren.

De officiële veterinaire autoriteit van het land van invoer kan een voorafgaande aanvrage eisen.

2.

Honden en katten kunnen vanuit het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen in dat van de andere worden ingevoerd na overlegging van een door een officiële of door de Staat gemachtigde dierenarts afgegeven gezondheidscertificaat dat ten hoogste 10 dagen voordat de grens wordt gepasseerd is opgesteld, en dat de verklaring inhoudt, dat er zich sedert ten minste 6 maanden in de plaats van herkomst geen enkel geval van hondsdolheid of van verdenking van hondsdolheid heeft voorgedaan.

De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen verlangen dat de dieren tegen hondsdolheid zijn ingeënt.

Artikel 7

Produkten van dierlijke oorsprong, zoals sperma, huiden, paardenhaar, wol, hoorns, hoeven, beenderen, daaronder begrepen gebroken of gemalen beenderen, stalmest, kunstmest en veevoeder dat geheel of gedeeltelijk uit diermeel, beendermeel of bloedmeel bestaat, moeten vergezeld zijn van een gezondheidscertificaat, dat vaststelling van de identiteit der produkten mogelijk maakt en dat de verklaring inhoudt dat ze niet verdacht worden dragers te zijn van een agens dat een in artikel 4 genoemde ziekte kan verwekken, waaronder begrepen salmonellosen voor zover het vlees-, beender- en bloedmeel betreft en dat zij zijn gesteriliseerd of gedesinfecteerd. De centrale veeartsenijkundige dienst van ieder der Overeenkomstsluitende Partijen stelt de centrale veeartsenijkundige dienst van de andere Partij in kennis van de bij het steriliseren of desinfecteren van de produkten van dierlijke oorsprong vóór uitvoer toegepaste technische methoden.

Artikel 8
1.

Om voor invoer in aanmerking te komen, moeten vlees van runderen, paarden, schapen, geiten en varkens in verse, bevroren of gekoelde toestand of op andere wijze verduurzaamd, vetten, reuzel en alle vleesprodukten die voor voeding bestemd zijn, vergezeld zijn van een certificaat, inhoudende de verklaring, dat de dieren waarvan deze produkten afkomstig zijn, voor en na het slachten, in een onder voortdurend officieel veterinair toezicht staand slachthuis, aan een veterinair onderzoek onderworpen zijn geweest. Voor uitvoer bestemd vlees moet gezond en onvoorwaardelijk geschikt voor consumptie zijn bevonden.

2.

De slachthuizen, de uitsnijderijen en de vleeswarenfabrieken, die vlees en vleesprodukten exporteren, moeten voorzien zijn van een veterinair identificatienummer en in een officieel register zijn ingeschreven. De centrale veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen doen elkaar regelmatig lijsten van slachthuizen, uitsnijderijen, vleeswarenfabrieken en koelhuizen toekomen, en houden elkaar op de hoogte van de wetgeving betreffende de vleeswarenkeuring.

3.

Wat varkensvlees en de van varkensvlees op andere wijze dan door koken bereide vleeswaren betreft, moet het certificaat de verklaring inhouden, hetzij dat het resultaat van het onderzoek op cysticercosis en trichinosis negatief is geweest, hetzij dat gedurende ten minste een jaar geen enkel geval van trichinosis of van cysticercosis op het gehele grondgebied van het land is vastgesteld. Wanneer geen enkel geval van trichinosis of van cysticercosis gedurende ten minste een jaar is vastgesteld op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, brengt de centrale veeartsenijkundige dienst van deze Partij dit ter kennis van de centrale veeartsenijkundige dienst van de andere Partij.

4.

Voor alle vleeswaren moet het certificaat de verklaring inhouden dat zij onder toezicht van de veterinaire dienst zijn bereid en dat zij geen enkele stof bevatten, waarvan het gebruik bij een wettelijke regeling van het invoerend land is verboden.

5.

Volwassen runderen en paarden dienen te zijn onthuid en verdeeld in helften of vierendelen, zonder organen; kalveren en varkens, heel of in helften verdeeld, zonder organen; schapen en geiten, heel, zonder organen.

6.

Ieder geheel dier, iedere helft of ieder vierendeel moet een veterinair keuringsstempel dragen waarop het officiële erkenningsnummer van het slachthuis van herkomst is vermeld.

7.

Het afkrabben der serosa, het verwijderen van de klieren of het uitsnijden van een willekeurig deel van het vlees heeft terugwijzing van de zending ten gevolge.

Eveneens teruggewezen wordt:

8.

Invoer van vlees, met of zonder been, in stukken, vers, gekoeld of bevroren, van rauwe vetten of van afzonderlijke organen is toegestaan op door de centrale veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen vast te stellen voorwaarden.

9.

De verpakkingen van vleeswaren, alsmede de daarop aangebrachte opschriften moeten overeenstemmen met de wetgeving van het invoerende land.

10.

De centrale veeartsenijkundige dienst van elk der Overeenkomstsluitende Partijen doet de veeartsenijkundige dienst van de andere Partij een lijst toekomen van stoffen, waarvan de toevoeging aan vleeswaren en vetten is toegestaan krachtens de wetgeving van zijn eigen land

Artikel 9
1.

Geslacht pluimvee in verse, gekoelde of bevroren toestand moet zijn vergezeld van een veterinair gezondheidscertificaat dat de verklaring inhoudt dat het betreffende pluimvee is geslacht in gespecialiseerde, voor uitvoerdoeleinden goedgekeurde, onder toezicht van de veeartsenijkundige dienst staande inrichtingen en moet geplukt, schoongemaakt of ontdaan van de ingewanden ten invoer worden aangeboden. Het is echter toegestaan enkele veren aan de vleugels van ganzen en eenden te laten.

2.

Pluimvee dat voor het slachten is behandeld met oestrogenen of thyreostatica of met stoffen die antimonium of arsenicum bevatten, alsmede vlees en vleeswaren van pluimvee dat is behandeld met radio-actieve stoffen of met antibiotica, worden teruggewezen.

3.

De invoer van eieren zonder schaal, van hun samenstellende delen of van eipoeder is toegestaan mits deze produkten vergezeld zijn van een door een officiële of door de Staat daartoe gemachtigde dierenarts afgegeven certificaat inhoudende, dat zij vrij zijn van salmonellen of andere ziekteverwekkende kiemen.

Artikel 10

Melk, melkprodukten en eieren, met uitzondering van broedeieren, mogen zonder certificaat in omloop worden gebracht.

Artikel 11
1.

Vis en andere voedingsmiddelen afkomstig van de visserij mogen zonder veterinair gezondheidscertificaat worden ingevoerd.

2.

Vis, in verse of bevroren toestand, moet bij invoer over het algemeen in zijn geheel worden aangeboden. De centrale veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen stellen evenwel de gevallen en de voorwaarden vast waarin, onderscheidenlijk waarop vis zonder kop, vinnen en staart, van ingewanden ontdaan of gefileerd, zal worden toegelaten.

3.

Visconserven mogen worden ingevoerd op voorwaarde dat zij een doelmatig sterilisatieproces of verduurzamingsproces hebben ondergaan en geen enkele stof bevatten waarvan het gebruik bij een wettelijke regeling van het invoerende land is verboden. De verpakkingen moeten bovendien in overeenstemming zijn met de wetgeving van het land van invoer.

Artikel 12

Om van het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen naar dat van de andere te kunnen worden overgebracht, moeten de hierna te noemen dieren vergezeld zijn van een door een officiële dierenarts afgegeven gezondheidscertificaat, inhoudende dat:

Artikel 13
1.

Zendingen die niet aan de bovengenoemde bepalingen voldoen, zomede dieren ten aanzien waarvan de officiële dierenarts bij het overschrijden van de grens constateert dat zij zijn aangetast door of die hij ervan verdenkt te zijn aangetast door besmettelijke ziekten, worden niet toegelaten. Teruggewezen dieren kunnen echter op verzoek van de belanghebbende importeur of exporteur en overeenkomstig de wettelijke voorschriften van het invoerende land worden toegelaten, op voorwaarde dat zij onmiddellijk in een door de centrale veterinaire autoriteit aan te wijzen slachthuis zullen worden geslacht. Op het vlees en de produkten van aldus geslachte dieren wordt dezelfde behandeling toegepast als van kracht is voor inheemse dieren die zijn aangetast door, of verdacht worden te zijn aangetast door een besmettelijke ziekte.

2.

De officiële dierenarts van de grenspost van het invoerende land moet de motivering van de terugwijzing of de slachting op het certificaat aantekenen en met zijn handtekening bekrachtigen; deze dierenarts maakt tevens een proces-verbaal in tweevoud op.

3.

Indien eerst na aankomst in het invoerende land wordt vastgesteld dat de ingevoerde dieren aan een besmettelijke ziekte lijden, dient dit binnen een redelijke termijn in een door een officiële dierenarts ondertekend proces-verbaal te worden gemeld.

4.

Indien, in overeenstemming met de voorgaande bepalingen, veterinaire maatregelen zijn genomen ten aanzien van ten invoer aangeboden dieren, moet de centrale veterinaire autoriteit van het invoerende land onmiddellijk de centrale veterinaire autoriteit van het uitvoerende land telegrafisch waarschuwen, onder vermelding van het aantal dieren waarop die maatregelen zijn toegepast, van de verschijnselen of de vastgestelde ziekte en van de genomen maatregelen. Dit telegram wordt gevolgd door een uitgebreid rapport.

5.

De onder 4 genoemde handelwijze is eveneens van toepassing op de invoer van vlees, vetten en vleeswaren.

Artikel 14

Indien de centrale veeartsenijkundige dienst van een der Overeenkomstsluitende Partijen dit nodig acht, kunnen de centrale veeartsenijkundige diensten van beide Partijen in onderling overleg de bepalingen van artikel 4 ook van toepassing verklaren op produkten van dierlijke oorsprong, alsmede op alle andere produkten en voorwerpen die drager van smetstof kunnen zijn.

Artikel 15

Indien is vastgesteld dat een epizoötie op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen de neiging heeft zich uit te breiden, heeft de andere Partij, na voorafgaand overleg met de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de epizoötie is uitgebroken, het recht, zolang er besmettingsgevaar bestaat, de invoer en de doorvoer van dieren en dierlijke produkten, alsmede van alle produkten die de besmetting kunnen overbrengen, te verbieden of te beperken.

Artikel 16
1.

De bij deze Overeenkomst vastgestelde bepalingen zullen van toepassing zijn op dieren en dierlijke produkten die uit het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen afkomstig zijn en die zijn bestemd voor rechtstreekse doorvoer over het grondgebied van de andere Partij, op voorwaarde dat het land van bestemming zich verbindt in geen geval de in transito vervoerde dieren of dierlijke produkten terug te wijzen. Indien bij doorvoer de doortocht door andere landen noodzakelijk is, moet van tevoren toestemming voor doorvoer van de landen waardoor wordt gereisd, zijn verkregen.

2.

De doorvoer van vers, gekoeld, bevroren, verduurzaamd of toebereid vlees, en van ruwe produkten van dierlijke oorsprong, die per spoor, in gesloten en verzegelde wagons, of per vliegtuig worden vervoerd, kan geschieden zonder voorafgaande goedkeuring van de landen waarover doorvoer eventueel zal plaatshebben, en van het land van bestemming.

Artikel 17

Levende dieren, dierlijke produkten of andere produkten en voorwerpen die drager van smetstof kunnen zijn en die niet in deze Overeenkomst worden genoemd, vallen onder de desbetreffende veterinaire bepalingen van de betreffende Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 18
1.

De veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen geven een veertiendaags bulletin uit met betrekking tot de veterinaire gezondheidstoestand, dat rechtstreeks aan de veeartsenijkundige dienst van de andere Overeenkomstsluitende Partij wordt toegezonden. Bovendien kan de centrale veeartsenijkundige dienst van elk der Overeenkomstsluitende Partijen van de centrale veeartsenijkundige dienst van de andere Partij alle inlichtingen op veterinair gebied krijgen die voor die Partij van belang kunnen zijn.

2.

Wanneer op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen de in artikel 4 onder a. en b. genoemde ziekten worden geconstateerd en indien enig type of variant van het mond- en klauwzeervirus wordt waargenomen, wordt de centrale veeartsenijkundige dienst van de andere Overeenkomstsluitende Partij onmiddellijk en rechtstreeks telegrafisch ingelicht. Deze telegrafische mededeling wordt gevolgd door een uitvoerig rapport dat in het bijzonder de oorsprong van de ziekte, de plaats waar deze het eerst is opgetreden, het verloop ervan en de maatregelen die ter bestrijding van die ziekte zijn genomen, vermeldt.

3.

Alle andere dringende mededelingen de toepassing van deze Overeenkomst betreffende kunnen eveneens rechtstreeks tussen de centrale veterinaire autoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden uitgewisseld.

Artikel 19

De Overeenkomstsluitende Partijen nemen de verplichting op zich:

Artikel 20

De door de toepassing van artikel 19, onder 2, gemaakte kosten worden gedragen door de Overeenkomstsluitende Partij die haar deskundigen uitstuurt.

Artikel 21

De ontsmetting van vervoermiddelen voor dieren of ruwe produkten van dierlijke oorsprong, die volgens de van kracht zijnde voorschriften op het gebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen is uitgevoerd, wordt door de andere Partij als geldig erkend.

Artikel 22

De wijze, waarop deze Overeenkomst moet worden toegepast wordt door briefwisselingen tussen de centrale veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen geregeld.

De regels die bij deze briefwisselingen zijn vastgesteld, kunnen later door een zelfde procedure worden gewijzigd.

Artikel 23
1.

De beide Overeenkomstsluitende Partijen stellen een gemengde commissie in, die zal zijn samengesteld uit drie vertegenwoordigers van elk der beide Partijen, te weten twee dierenartsen en een juridisch adviseur. Als voorzitter van de vergaderingen treden beurtelings de voorzitters van de delegaties op. De vertegenwoordigers van iedere Partij kunnen zich op de vergaderingen door specialisten laten voorlichten.

2.

De gemengde commissie zal tot doel hebben:

3.

Eventuele moeilijkheden die zich bij de uitvoering of de uitlegging van de bepalingen van deze Overeenkomst kunnen voordoen, en alle andere bijzondere vraagpunten die niet in de Overeenkomst zijn voorzien, moeten aan de gemengde commissie worden voorgelegd, die binnen twee maanden advies uitbrengt.

4.

De bepalingen van dit artikel en van artikel 22 sluiten de mogelijkheid tot rechtstreekse beraadslagingen tussen de bevoegde autoriteiten der Overeenkomstsluitende Partijen omtrent de uitlegging, de uitvoering en de wijziging van de Overeenkomst niet uit.

Artikel 24

De bepalingen van deze Overeenkomst kunnen, zo nodig, door briefwisseling tussen de bevoegde instanties der Overeenkomstsluitende Partijen worden uitgebreid tot andere heden ten dage bekende of onbekende ziekten waarvan overbrenging met recht zou kunnen worden gevreesd.

Artikel 25

De beide Overeenkomstsluitende Partijen nemen in onderlinge overeenstemming maatregelen die ertoe strekken de bepalingen van deze Overeenkomst in overeenstemming te brengen met de verplichtingen die elk der Partijen aangaat uit hoofde van internationale overeenkomsten waarbij de andere geen partij is.

Artikel 26

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is de onderhavige Overeenkomst alleen van toepassing op het Rijk in Europa.

Artikel 27
1.

Deze Overeenkomst wordt goedgekeurd overeenkomstig de grondwettelijke bepalingen van ieder der Overeenkomstsluitende Partijen en treedt een maand na uitwisseling der diplomatieke nota's, waarin de goedkeuring wordt bekendgemaakt, in werking.

2.

De geldigheidsduur van deze Overeenkomst is onbepaald, met dien verstande dat ieder der Overeenkomstsluitende Partijen haar kan opzeggen, met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden.

EN FOI DE QUOI les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.

FAIT à La Haye, le 20 juillet 1967, en deux exemplaires authentiques, en langue française.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas,

(s.) J. LUNS

Pour le Gouvernement de la Republique Socialiste de Roumanie,

s.) C. MÃNESCU