Verdrag betreffende de Internationale Hydrografische Organisatie
De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag
Overwegende dat het Internationale Hydrografische Bureau in juni 1921 werd opgericht ten einde bij te dragen tot het vergemakkelijken en veiliger maken van de navigatie over de hele wereld door het verbeteren van zeekaarten en boekwerken;
Overwegend dat de Internationale Hydrografische Organisatie een bevoegde internationale organisatie is, zoals bedoeld in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, die de vaststelling van normen op mondiaal niveau coördineert voor de productie van hydrografische gegevens en het verlenen van hydrografische diensten en die de capaciteitsopbouw van nationale hydrografische diensten vereenvoudigt;
Overwegend dat de Internationale Hydrografische Organisatie tot taak heeft te fungeren als de gezaghebbende hydrografische instantie die alle kuststaten en belanghebbende staten actief betrekt bij de bevordering van de maritieme veiligheid en efficiëntie en die de bescherming en het duurzame gebruik van het mariene milieu ondersteunt;
Overwegend dat het de opdracht van de Internationale Hydrografische Organisatie is een mondiale omgeving te creëren waarin de Staten adequaat en tijdig hydrografische gegevens, producten en diensten verschaffen en het gebruik ervan op zo ruim mogelijke schaal waarborgen; en
Verlangende op intergouvernementele basis samen te werken op het gebied der hydrografie;
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel I
Bij dezen wordt opgericht een Internationale Hydrografische Organisatie, hierna te noemen de Organisatie, waarvan de zetel in Monaco is gevestigd.
Artikel II
De Organisatie heeft een raadgevend en technisch karakter. De Organisatie beoogt:
- a. de toepassing van hydrografie ten behoeve van de veiligheid van de scheepvaart en alle overige mariene doelstellingen te stimuleren en het bewustzijn van het belang van hydrografie op mondiaal niveau te bevorderen;
- b. de mondiale dekking, beschikbaarheid en kwaliteit van hydrografische gegevens, informatie, producten en diensten te verbeteren en de toegang tot deze gegevens, informatie, producten en diensten te vergemakkelijken;
- c. de mondiale vaardigheden, capaciteit, opleiding, wetenschap en technieken op het gebied van hydrografie te verbeteren;
- d. de aanzet geven tot de ontwikkeling van internationale normen voor hydrografische gegevens, informatie, producten, diensten en technieken en deze te bevorderen en de grootst mogelijke uniformiteit bij de toepassing van die normen te bewerkstelligen;
- e. Staten en internationale organisaties gezaghebbend en tijdig advies te verstrekken inzake alle hydrografische aangelegenheden;
- f. de coördinatie van hydrografische activiteiten tussen de Lidstaten te vereenvoudigen; en
- g. de samenwerking bij hydrografische activiteiten tussen Staten op regionale basis te bevorderen.
Artikel III
De Lidstaten van de Organisatie zijn de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.
Artikel IV
De Organisatie bestaat uit:
- a. de Algemene Vergadering;
- b. de Raad;
- c. de Financiële Commissie;
- d. het Secretariaat; en
- e. eventuele subsidiaire organen.
Artikel V
a. De Algemene Vergadering is het hoofdorgaan dat over alle bevoegdheden van de Organisatie beschikt, tenzij anders is bepaald in het Verdrag of tenzij de Algemene Vergadering bevoegdheden delegeert aan andere organen.
b. De Algemene Vergadering omvat alle Lidstaten.
c. De Algemene Vergadering komt eenmaal in de drie jaar in gewone zitting bijeen. Buitengewone zittingen van de Algemene Vergadering kunnen worden gehouden op verzoek van een Lidstaat, van de Raad of van de Secretaris-Generaal, op voorwaarde van goedkeuring door de meerderheid van de Lidstaten.
d. Een meerderheid van de Lidstaten vormt het quorum voor de zittingen van de Algemene Vergadering.
e. De Algemene Vergadering heeft de volgende functies:
- (i) kiezen van haar voorzitter en vicevoorzitter;
- (ii) vaststellen van haar eigen reglement van orde en dat van de Raad, van de Financiële Commissie en van eventuele subsidiaire organen van de Organisatie;
- (iii) in overeenstemming met het Algemeen Reglement kiezen van de Secretaris-Generaal en de Directeuren en het vaststellen van hun arbeidsvoorwaarden;
- (iv) instellen van subsidiaire organen;
- (v) het algemene beleid, de strategie en het activiteitenprogramma van de Organisatie vaststellen;
- (vi) bestuderen van rapporten die haar door de Raad worden voorgelegd;
- (vii) bestuderen van de opmerkingen en aanbevelingen die haar worden voorgelegd door Lidstaten, de Raad of de Secretaris-Generaal;
- (viii) beslissen over voorstellen die haar worden voorgelegd door Lidstaten, de Raad of de Secretaris-Generaal;
- (ix) toetsen van de uitgaven, goedkeuren van de boeken en vaststellen van de financiële regelingen van de Organisatie;
- (x) goedkeuren van de driejaarlijkse begroting van de Organisatie;
- (xi) beslissen over operationele diensten;
- (xii) beslissen over andere aangelegenheden op het werkterrein van de Organisatie; en
- (xiii) waar mogelijk en noodzakelijk delegeren van verantwoordelijkheden aan de Raad.
Artikel VI
a. Een vierde van de Lidstaten, maar ten minste dertig, nemen zitting in de Raad, waarvan twee derde op basis van hun regio en de resterende een derde op basis van de hydrografische belangen die worden omschreven in het Algemeen Reglement.
b. De uitgangspunten voor de samenstelling van de Raad worden neergelegd in het Algemeen Reglement.
c. De leden van de Raad bekleden hun functie tot het eind van de volgende gewone zitting van de Algemene Vergadering.
d. Het quorum wordt gevormd door twee derde van de leden van de Raad.
e. De Raad komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.
f. De Lidstaten die geen lid zijn van de Raad kunnen deelnemen aan de vergadering van de Raad, maar zijn niet gerechtigd een stem uit te brengen.
g. De Raad heeft de volgende functies:
- i. kiezen van de voorzitter en vicevoorzitter, die hun functie bekleden tot het eind van de volgende gewone zitting van de Algemene Vergadering;
- ii. uitoefenen van de verantwoordelijkheden die de Algemene Vergadering aan de Raad kan delegeren;
- iii. gedurende de tijdvakken tussen de zittingen van de Algemene Vergadering coördineren van de activiteiten van de Organisatie binnen het kader van haar strategie, activiteitenprogramma en financiële regelingen zoals besloten door de Algemene Vergadering;
- iv. tijdens elke gewone zitting aan de Algemene Vergadering rapporteren over de werkzaamheden van de Organisatie;
- v. met ondersteuning van de Secretaris-Generaal voorbereiden van voorstellen betreffende de algemene strategie en het activiteitenprogramma voor aanneming door de Algemene Vergadering;
- vi. bestuderen van de jaarrekening en de voorlopige begroting die zijn opgesteld door de Secretaris-Generaal en deze ter goedkeuring met commentaar en aanbevelingen voor toewijzingen voorleggen aan de Algemene Vergadering;
- vii. toetsen van voorstellen die bij hem zijn ingediend door de subsidiaire organen en deze:
- doorverwijzen naar de Algemene Vergadering voor alle aangelegenheden waarover de Algemene Vergadering dient te beslissen;
- terugverwijzen naar het subsidiaire orgaan indien dat noodzakelijk wordt geacht; of
- doorverwijzen naar de Lidstaten voor aanneming via een schriftelijke procedure;
- viii. voorstellen aan de Algemene Vergadering doen voor de oprichting van subsidiaire organen; en
- ix. toetsen van ontwerpovereenkomsten tussen de Organisatie en andere organisaties en deze ter goedkeuring voorleggen aan de Algemene Vergadering.
Artikel VII
a. De Financiële Commissie staat voor alle Lidstaten open. Elke Lidstaat heeft een stem.
b. De Financiële Commissie wordt gewoonlijk tegelijk met elke gewone zitting van de Algemene Vergadering bijeengeroepen en kan zo nodig aanvullende vergaderingen beleggen.
c. De taken van de Financiële Commissie omvatten het toetsen van de jaarrekening, de voorlopige begroting en rapporten over administratieve aangelegenheden die zijn opgesteld door de Secretaris-Generaal en haar commentaar en aanbevelingen daaromtrent presenteren aan de Algemene Vergadering.
d. De Financiële Commissie kiest haar voorzitter en vice-voorzitter.
Artikel VIII
a. Het Secretariaat bestaat uit een Secretaris-Generaal, Directeuren en andere medewerkers die de Organisatie mogelijk behoeft.
b. De Secretaris-Generaal houdt de archieven bij voor zover dat nodig is voor de efficiënte uitvoering van de werkzaamheden van de Organisatie en draagt zorg voor het opstellen, verzamelen en rondzenden van de benodigde stukken.
c. De Secretaris-Generaal is de hoogste bestuurlijke ambtenaar van de Organisatie.
d. De Secretaris-Generaal:
- i. stelt jaarlijks de jaarrekening op, alsmede de voorlopige begroting voor een tijdvak van drie jaar met daarin de ramingen per jaar afzonderlijk en legt deze voor aan de Financiële Commissie en de Raad; en
- ii. houdt de Lidstaten op de hoogte van de activiteiten van de Organisatie.
e. De Secretaris-Generaal verricht andere taken die kunnen worden opgedragen door het Verdrag, de Algemene Vergadering of de Raad.
f. Bij de vervulling van hun werkzaamheden mogen de Secretaris-Generaal, de Directeuren en de medewerkers geen instructies vragen of ontvangen van een Lidstaat of van een andere autoriteit buiten de Organisatie. Zij onthouden zich van activiteiten die onverenigbaar kunnen zijn met hun hoedanigheid van internationale functionarissen. Iedere Lidstaat verbindt zich ertoe het zuiver internationale karakter van de taken van de Secretaris-Generaal, de Directeuren en de medewerkers te respecteren en niet te trachten hen te beïnvloeden bij de vervulling van hun taken.
Artikel IX
Indien geen beslissingen kunnen worden genomen met eenparigheid van stemmen, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- a. Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, heeft elke Lidstaat een stem.
- b. Voor de verkiezing van de Secretaris-Generaal en de Directeuren, heeft elke Lidstaat een aantal stemmen gebaseerd op de tonnage van zijn vloot.
- c. Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, worden beslissingen genomen met een gewone meerderheid van de Lidstaten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen en indien de stemmen staken, beslist de voorzitter.
- d. Beslissingen over aangelegenheden die verband houden met het beleid of de financiën van de Organisatie, met inbegrip van wijzigingen van het Algemeen Reglement of het Financieel Reglement worden genomen met een tweederdemeerderheid van de Lidstaten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.
- e. In (c) en (d) van dit artikel en artikel XXI (b) wordt onder de zinsnede „Lidstaten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen” verstaan Lidstaten die aanwezig zijn en een stem voor of tegen uitbrengen. Lidstaten die zich van stemming onthouden worden geacht niet te hebben gestemd.
- f. Bij voorlegging aan de Lidstaten in overeenstemming met artikel VI (g) (vii), wordt de beslissing genomen door een meerderheid van de Lidstaten die een stem uitbrengen waarbij ten minste een derde van alle Lidstaten vóór moet stemmen.
Artikel X
Ten behoeve van aangelegenheden die tot haar werkterrein behoren kan de Organisatie samenwerken met internationale organisaties wier belangen en activiteiten verband houden met het doel van de Organisatie.
Artikel XI
Het functioneren van de Organisatie wordt nader vastgelegd in het Algemeen Reglement en het Financieel Reglement, die bij dit Verdrag zijn gevoegd, maar er geen integrerend deel van uitmaken. In geval van verschillen tussen dit Verdrag en het Algemeen Reglement of het Financieel Reglement is het Verdrag doorslaggevend.
Artikel XII
De voertalen van de Organisatie zijn Engels en Frans.
Artikel XIII
De Organisatie heeft rechtspersoonlijkheid. Op het grondgebied van elk van haar Lidstaten geniet zij, onder voorbehoud van goedkeuring van de desbetreffende Lidstaat, de voorrechten en immuniteiten die nodig kunnen zijn voor de uitoefening van haar taken en de verwezenlijking van haar doelstellingen.
Artikel XIV
De voor het functioneren van de Organisatie te maken onkosten worden bestreden uit:
- (a). de normale jaarlijkse bijdragen van de Lidstaten volgens een verdeelsleutel die uitgaat van de tonnage van hun vloten;
- (b). giften, legaten, bijdragen en andere bronnen, met goedkeuring van de Algemene Vergadering.
Artikel XV
Een Lidstaat die twee jaar achter is met de betaling van zijn bijdragen worden het volledige stemrecht en de voorrechten waarop Lidstaten krachtens het Verdrag en de Reglementen aanspraak kunnen maken ontzegd totdat de achterstallige bijdragen zijn betaald.
Artikel XVI
a. De Regering van Zijne Doorluchtige Hoogheid de Prins van Monaco treedt op als Depositaris.
b. Het oorspronkelijke exemplaar van het Verdrag wordt beheerd door de Depositaris, die gewaarmerkte afschriften ervan doet toekomen aan alle Staten die het hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden.
c. De Depositaris:
- i. stelt de Secretaris-Generaal en alle Lidstaten in kennis van verzoeken om toetreding die hij ontvangt van de Staten bedoeld in artikel XX (b); en
- ii. stelt de Secretaris-Generaal en alle Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden in kennis van:
- • iedere nieuwe ondertekening of nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, alsmede de datum ervan;
- • de datum waarop dit Verdrag in werking treedt of eventuele wijzigingen ervan; en
- • de nederlegging van elke akte van opzegging van het Verdrag, alsmede de datum van ontvangst ervan en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.
Zodra een wijziging van dit Verdrag in werking treedt, wordt zij door de Depositaris gepubliceerd en geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.
Artikel XVII
Elk geschil betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag dat niet door onderhandeling of door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van de Organisatie wordt geregeld, wordt op verzoek van een der bij het geschil betrokken partijen voorgelegd aan een scheidsman, die door de President van het Internationaal Gerechtshof wordt aangewezen.
Artikel XVIII
Dit Verdrag staat op 3 mei 1967 te Monaco en vervolgens van 1 juni tot 31 december 1967 bij het Gezantschap van het Vorstendom Monaco te Parijs open ter ondertekening door iedere Regering die op 3 mei 1967 deelneemt aan de werkzaamheden van het Bureau.
De in het eerste lid hierboven bedoelde Regeringen kunnen Partij worden bij dit Verdrag:
- (a). door ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring, of
- (b). door ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring en de daarop volgende nederlegging van een akte van bekrachtiging of goedkeuring.
Akten van bekrachtiging of goedkeuring worden gezonden aan het Gezantschap van het Vorstendom Monaco te Parijs ter nederlegging in het archief van de Regering van het Vorstendom Monaco.
De Regering van het Vorstendom Monaco geeft de in het eerste lid hierboven bedoelde Regeringen, alsmede de Voorzitter van de Bestuurscommissie kennis van iedere ondertekening en iedere nederlegging van een akte van bekrachtiging of van goedkeuring.
Artikel XIX
Dit Verdrag treedt in werking drie maanden na de datum waarop achtentwintig Regeringen Partij zijn geworden overeenkomstig de bepalingen van artikel XVIII, tweede lid.
De Regering van het Vorstendom Monaco brengt deze datum ter kennis van alle ondertekenende Regeringen, alsmede van de Voorzitter van de Bestuurscommissie.
Artikel XX
a. Dit Verdrag staat open voor toetreding door elke Staat die lid is van de Verenigde Naties. Het Verdrag treedt voor die Staat in werking op de datum waarop hij zijn akte van toetreding nederlegt bij de Depositaris, die de Secretaris-Generaal en alle Lidstaten daarvan in kennis stelt.
b. Een Staat die geen lid is van de Verenigde Naties kan uitsluitend tot dit Verdrag toetreden na een verzoek aan de Depositaris en op voorwaarde dat zijn verzoek door twee derde van de Lidstaten wordt goedgekeurd. Het Verdrag treedt voor die Staat in werking op de datum waarop hij zijn akte van toetreding nederlegt bij de Depositaris, die de Secretaris-Generaal en alle Lidstaten daarvan in kennis stelt.
Artikel XXI
a. Elke Lidstaat kan wijzigingen van dit Verdrag voorstellen. Voorstellen voor wijzigingen worden uiterlijk zes maanden voor de volgende zitting van de Algemene Vergadering gezonden aan de Secretaris-Generaal.
b. Voorstellen voor wijzigingen worden door de Algemene Vergadering bestudeerd die erover beslist met een tweederdemeerderheid van de Lidstaten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen. Zodra een voorgestelde wijziging door de Algemene Vergadering is goedgekeurd, verzoekt de Secretaris-Generaal van de Organisatie de Depositaris deze aan alle Lidstaten toe te zenden.
c. De wijziging wordt van kracht drie maanden nadat de Depositaris de kennisgevingen van twee derde van de Lidstaten heeft ontvangen.
Artikel XXII
Na het verstrijken van een tijdvak van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding, kan dit Verdrag door elke Verdragsluitende Partij door middel van een kennisgeving aan de Depositaris worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een jaar. De opzegging wordt van kracht op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn en behelst dat de Staat afstand doet van alle rechten en voorrechten van het lidmaatschap van de Organisatie.
Artikel XXIII
Na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt het door de Regering van het Vorstendom Monaco bij het Secretariaat van de Verenigde Naties geregistreerd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest.
Artikel 1
De Organisatie heeft een adviserende functie. Zij heeft geen zeggenschap over de hydrografische diensten van de Regeringen die Partij zijn bij dit Verdrag.
Artikel 2
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.