Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR)

Type Verdrag
Publication 2022-04-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Verlangende de ontwikkeling en de verbetering van het internationale vervoer van personen en goederen over de weg te bevorderen,

Overtuigd van de noodzaak de veiligheid van het wegverkeer te vergroten, bepaalde arbeidsvoorwaarden in het internationale vervoer over de weg te regelen overeenkomstig de beginselen van de Internationale Arbeidsorganisatie en, in gezamenlijk overleg, bepaalde maatregelen vast te stellen om de naleving van een zodanige regeling te verzekeren,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities

In deze Overeenkomst betekent:

Artikel 2. Toepassingsgebied
1.

Deze Overeenkomst is op het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij van toepassing op al het internationaal vervoer over de weg dat wordt verricht door een voertuig dat is geregistreerd op het grondgebied van genoemde Overeenkomstsluitende Partij of op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij.

2.

Deze Overeenkomst is, tenzij door de Overeenkomstsluitende Partijen op wier grondgebied het vervoer plaatsvindt anders is overeengekomen, evenwel niet van toepassing op internationaal vervoer over de weg, verricht met:

Artikel 3. Toepassing van een aantal bepalingen van deze Overeenkomst op wegvervoer verricht door voertuigen ingeschreven in de landen die geen Partij zijn bij deze Overeenkomst
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij past ten aanzien van internationaal wegvervoer, verricht door een voertuig dat is ingeschreven op het grondgebied van een land dat geen Partij is bij deze Overeenkomst, op haar grondgebied bepalingen toe die ten minste even streng zijn als die welke zijn neergelegd in de artikelen 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van deze Overeenkomst.

Artikel 4. Algemene beginselen

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan hogere minima of lagere maxima toepassen dan die welke zijn neergelegd in de artikelen 5 tot en met 8. De bepalingen van deze Overeenkomst blijven echter van toepassing op bestuurders die internationaal wegvervoer verrichten met voertuigen die zijn ingeschreven in een ander land dat Partij of geen Partij is bij deze Overeenkomst.

Artikel 5. Bemanning
1.

De minimumleeftijd van de bij het vervoer van goederen betrokken bestuurders bedraagt

2.

Bestuurders die tewerkgesteld zijn bij het vervoer van personen dienen de leeftijd van 21 jaar te hebben bereikt.

Bestuurders die tewerkgesteld zijn bij het vervoer van personen op trajecten buiten een straal van 50 kilometer vanaf de gebruikelijke standplaats van het voertuig dienen tevens aan een van de volgende voorwaarden te voldoen:

Artikel 6. Rijtijden
1.

De dagelijkse rijtijd, als omschreven in artikel 1, onderdeel s, van deze Overeenkomst, mag ten hoogste 9 uren bedragen. Ten hoogste twee maal per week mag de rijtijd worden uitgebreid tot 10 uren.

2.

De wekelijkse rijtijd, als omschreven in artikel 1, onderdeel t, van deze Overeenkomst, mag ten hoogste 56 uren bedragen.

3.

De totale opgetelde rijtijd gedurende twee opeenvolgende weken mag ten hoogste 90 uren bedragen.

4.

Rijtijden omvatten alle rijwerkzaamheden op het grondgebied van Overeenkomstsluitende en niet-Overeenkomstsluitende Partijen.

5.

Een bestuurder dient de tijd doorgebracht als omschreven in artikel 1, onderdeel q, alsmede de tijd gedurende welke een voertuig wordt bestuurd voor commerciële activiteiten die niet onder het toepassingsgebied van deze Overeenkomst vallen, als andere werkzaamheden te registreren en dient alle tijdvakken van beschikbaarheid te registreren, als vermeld in artikel 12, paragraaf 3, onderdeel c, van de Bijlage bij deze Overeenkomst. Deze registratie geschiedt handmatig op een registratieblad of afdruk of door gebruikmaking van de functies voor handmatige invoer van het controle apparaat.

Artikel 7. Onderbrekingen
1.

Na een rijperiode van vier en een half uur neemt een bestuurder een aaneengesloten onderbreking van ten minste vijfenveertig minuten, tenzij hij een rusttijd neemt.

2.

Deze onderbreking, als omschreven in artikel 1, onderdeel n, van deze Overeenkomst, mag worden vervangen door een onderbreking van ten minste 15 minuten, gevolgd door een onderbreking van ten minste 30 minuten die zodanig over de rijperiode of onmiddellijk na deze periode worden verdeeld dat aan de vereisten van het eerste lid wordt voldaan.

3.

Voor de toepassing van dit artikel worden de wachttijd en de tijd die niet aan rijden wordt besteed in een bewegend voertuig, op een veerboot of op een trein niet aangemerkt als „andere werkzaamheden” als omschreven in artikel 1, onderdeel q, van deze Overeenkomst; deze tijd mag als „onderbreking” worden aangemerkt.

4.

De in dit artikel in acht genomen onderbrekingen mogen niet worden aangemerkt als dagelijkse rusttijd.

Artikel 8. Rusttijden

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.