Overeenkomst van Locarno van 8 oktober 1968 tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid
Artikel 1. Oprichting van een bijzondere Unie; Vaststelling van een internationale classificatie
1). De landen waarvoor deze Overeenkomst geldt vormen een bijzondere Unie.
2). Zij aanvaarden eenzelfde classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid (hierna te noemen „internationale classificatie”).
3). De internationale classificatie omvat:
- i). een lijst van klassen en onderklassen;
- ii). een alfabetische lijst van voortbrengselen waarin tekeningen en modellen zijn belichaamd, met vermelding van de klassen en onderklassen waarin zij zijn ondergebracht;
- iii). toelichtingen.
4). De lijst van klassen en onderklassen is die welke aan deze Overeenkomst is gehecht, onder voorbehoud van wijzigingen en aanvullingen die de Commissie van deskundigen, ingesteld bij artikel 3 (hierna te noemen „Commissie van deskundigen”), daarin kan aanbrengen.
5). De alfabetische lijst van voortbrengselen en de toelichtingen worden door de Commissie van deskundigen, overeenkomstig de in artikel 3 omschreven procedure, aangenomen.
6). De internationale classificatie kan door de Commissie van deskundigen overeenkomstig de in artikel 3 omschreven procedure worden gewijzigd of aangevuld.
- a). De internationale classificatie is opgesteld in de Engelse en de Franse taal.
- b). In overleg met de betrokken regeringen worden door het Internationale Bureau van de intellectuele eigendom (hierna te noemen „het Internationale Bureau"), genoemd in het Verdrag ter oprichting van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (hierna te noemen „de Organisatie”), officiële teksten van de internationale classificatie vastgelegd in de andere talen die de Algemene Vergadering, bedoeld in artikel 5, kan aangeven.
Artikel 2. Toepassing en juridische draagwijdte van de internationale classificatie
1). Onverminderd de door deze Overeenkomst opgelegde verplichtingen, heeft de internationale classificatie slechts een administratief karakter. Elk land kan daaraan evenwel de juridische draagwijdte toekennen die het gewenst acht. De landen van de bijzondere Unie worden met name niet door de internationale classificatie gebonden, wat betreft de aard en de omvang van de bescherming die de tekening of het model in die landen geniet.
2). Elk land van de bijzondere Unie behoudt zich het recht voor de internationale classificatie toe te passen als hoofdsysteem of als hulpsysteem.
3). De Administraties van de landen van de bijzondere Unie nemen in de officiële documenten voor de nederlegging of de inschrijving van tekeningen of modellen en, zo deze officieel bekendgemaakt worden, in de desbetreffende publikaties, de nummers op van de klassen en onderklassen van de internationale classificatie, waarin de voortbrengselen waarin de tekeningen of modellen zijn belichaamd, zijn ondergebracht.
4). Bij de keuze van de benamingen die in de alfabetische lijst van de voortbrengselen moeten worden opgenomen, vermijdt de Commissie van deskundigen, voor zover zulks naar redelijkheid mogelijk is, het gebruik benamingen waarop uitsluitende rechten kunnen bestaan. Met het opnemen in de alfabetische lijst van welke term ook, spreekt de Commissie van deskundigen evenwel geen oordeel uit over het al dan niet bestaan van uitsluitende rechten daarop.
Artikel 3. Commissie van deskundigen
1). Bij het Internationale Bureau wordt een Commissie van deskundigen ingesteld, die zal worden belast met de taken genoemd in artikel 1, vierde, vijfde en zesde lid.
Elk land van de bijzondere Unie is vertegenwoordigd in de Commissie van deskundigen, wier werkwijze wordt geregeld in een huishoudelijk reglement, vastgesteld krachtens eenvoudige meerderheid van stemmen van de vertegenwoordigde landen.
2). De Commissie van deskundigen neemt de alfabetische lijst en de toelichtingen daarop met eenvoudige meerderheid van stemmen van de landen van de bijzondere Unie aan.
3). Voorstellen tot wijziging of aanvulling van de internationale classificatie kunnen worden gedaan door de Administratie van ieder land van de bijzondere Unie of door het Internationale Bureau. Elk voorstel van een Administratie wordt door deze ter kennis gebracht van het Internationale Bureau.
De voorstellen van de Administraties en van het Internationale Bureau worden door het laatste toegezonden aan de leden van de Commissie van deskundigen, uiterlijk twee maanden voor de zitting van de Commissie waarin de voorstellen zullen worden behandeld.
4). De besluiten van de Commissie van deskundigen betreffende wijzigingen van en aanvullingen op de internationale classificatie worden met eenvoudige meerderheid van stemmen van de landen van de bijzondere Unie genomen. Indien deze besluiten de instelling van een nieuwe klasse of de overbrenging van voortbrengselen van de ene klasse naar de andere inhouden, is evenwel eenstemmigheid vereist.
5). De deskundigen zijn bevoegd hun stem per brief uit te brengen.
6). Ingeval een land geen vertegenwoordiger heeft aangewezen voor een bepaalde zitting van de Commissie van deskundigen, of de aangewezen deskundige zijn stem niet heeft uitgebracht tijdens de zitting of binnen een in het huishoudelijke reglement van de Commissie van deskundigen vastgestelde termijn, wordt het desbetreffende land geacht het besluit van de Commissie te hebben aanvaard.
Artikel 4. Kennisgeving en bekendmaking van de classificatie, alsmede van aanvullingen en wijzigingen daarvan
1). De alfabetische lijst van voortbrengselen en de toelichtingen vastgesteld door de Commissie van deskundigen, alsmede alle wijzigingen en aanvullingen van de internationale classificatie waartoe de Commissie besluit, worden door het Internationale Bureau ter kennis gebracht van de Administraties van de landen van de bijzondere Unie. De besluiten van de Commissie van deskundigen treden in werking na ontvangst van de kennisgeving. Indien zij de instelling van een nieuwe klasse of de overbrenging van voortbrengselen van de ene klasse naar de andere inhouden, treden zij evenwel in werking binnen een termijn van zes maanden, te rekenen van de datum van verzending van de kennisgeving.
2). Het Internationale Bureau brengt in zijn hoedanigheid van bewaarder van de internationale classificatie daarin de in werking getreden wijzigingen en aanvullingen aan. Van deze wijzigingen en aanvullingen geschiedt bekendmaking in de door de Algemene Vergadering aan te wijzen periodieken.
Artikel 5. De Algemene Vergadering van de Unie
- a). De bijzondere Unie kent een Algemene Vergadering, samengesteld uit de landen van de bijzondere Unie.
- b). De Regering van elk land is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
- c). De door elke delegatie gemaakte kosten worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.
- a). Onverminderd het bepaalde in artikel 3:
- i). neemt de Algemene Vergadering alle vraagstukken in behandeling betreffende de instandhouding en de ontwikkeling van de bijzondere Unie en de toepassing van deze Overeenkomst;
- ii). verstrekt zij aan het Internationale Bureau richtlijnen betreffende de voorbereiding van herzieningsconferenties;
- iii). bestudeert zij en hecht zij haar goedkeuring aan de rapporten en werkzaamheden van de Directeur-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen de „Directeur-Generaal”) met betrekking tot de bijzondere Unie en verstrekt zij hem alle van belang zijnde richtlijnen met betrekking tot de vraagstukken ter zake van de competentie van de bijzondere Unie;
- iv). stelt zij het programma en de tweejaarlijkse begroting van de bijzondere Unie vast en keurt zij haar jaarrekeningen goed;
- v). stelt zij het financiële reglement van de bijzondere Unie vast;
- vi). besluit zij over de opstelling van de officiële teksten van de internationale classificatie in andere talen dan het Engels en het Frans;
- vii). roept zij, naast de Commissie van deskundigen ingesteld bij artikel 3, de andere commissies van deskundigen en de werkgroepen in het leven welke zij van belang acht voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de bijzondere Unie;
- viii). beslist zij welke landen, geen leden der bijzondere Unie zijnde, en welke intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties als waarnemers tot haar vergaderingen kunnen worden toegelaten;
- ix). neemt zij de wijzigingen aan van de artikelen 5 tot en met 8;
- x). verricht zij iedere handeling die dienstig is ter verwezenlijking van de doelstellingen van de bijzondere Unie;
- xi). verricht zij alle overige taken die in deze Overeenkomst besloten liggen.
- b). Aangaande de vraagstukken die eveneens andere door de Organisatie beheerde Unies raken, doet de Algemene Vergadering uitspraak na het advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie te hebben ingewonnen.
- a). Elk land dat lid is van de Algemene Vergadering brengt één stem uit.
- b). Het quorum wordt gevormd door de helft van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
- c). Niettegenstaande het bepaalde onder b) van dit artikel kunnen, indien gedurende een zitting het aantal vertegenwoordigde landen kleiner is dan de helft, maar gelijk aan of groter dan het derde deel van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering, door die Vergadering besluiten worden genomen; evenwel worden de besluiten van de Algemene Vergadering, met uitzondering van die welke haar eigen procedure betreffen, eerst rechtens uitvoerbaar nadat aan de hierna vermelde voorwaarden is voldaan. Het Internationale Bureau brengt de hier bedoelde besluiten ter kennis van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering die niet vertegenwoordigd waren en verzoekt hun binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de datum van de bedoelde kennisgeving, schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na afloop van deze termijn het aantal landen dat op deze wijze zijn stem heeft uitgebracht of zijn onthouding heeft kenbaar gemaakt ten minste gelijk is aan het aantal landen dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen bedoelde besluiten rechtens uitvoerbaar worden, mits tezelfdertijd de vereiste meerderheid is bereikt.
- d). Onverminderd het bepaalde in artikel 8, tweede lid, worden de besluiten van de Algemene Vergadering genomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
- e). Onthouding geldt niet als stem.
- f). Een afgevaardigde kan slechts één enkel land vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van dit land zijn stem uitbrengen.
- a). De Algemene Vergadering komt eenmaal in de twee jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal en, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, gedurende dezelfde periode en te zelfder plaatse als de Algemene Vergadering van de Organisatie.
- b). De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal ingevolge een verzoek van een vierde van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
- c). Voor elke zitting wordt de agenda opgesteld door de Directeur-Generaal.
5). De Algemene Vergadering stelt haar reglement van orde vast.
Artikel 6. Het Internationale Bureau
- a). De aan de bijzondere Unie toevallende administratieve taken worden verricht door het Internationale Bureau.
- b). Het Internationale Bureau bereidt in het bijzonder de bijeenkomsten voor en voorziet in het secretariaat van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van alle andere door een van laatstgenoemden in te stellen commissies van deskundigen en werkgroepen.
- c). De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de bijzondere Unie en tevens haar vertegenwoordiger.
2). De Directeur-Generaal en elk door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van de door een van laatstgenoemden in te stellen commissies van deskundigen en werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.
- a). Het Internationale Bureau bereidt volgens de aanwijzingen van de Algemene Vergadering de conferenties voor ter herziening van de bepalingen van de Overeenkomst, met uitzondering van de artikelen 5 tot en met 8.
- b). Het Internationale Bureau kan bij de voorbereiding van de herzieningsconferenties het advies inwinnen van intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties.
- c). De Directeur-Generaal en de door hem aangewezen personen nemen zonder stemrecht deel aan de beraadslagingen tijdens deze herzieningsconferenties.
4). Het Internationale Bureau voert alle overige hem opgedragen taken uit.
Artikel 7. Financiën
- a). De bijzondere Unie heeft een begroting.
- b). De begroting van de bijzondere Unie omvat de eigen inkomsten en uitgaven van de bijzondere Unie, haar bijdrage aan de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven der Unies, alsook, indien zulks zich voordoet, het bedrag dat ter beschikking is gesteld van de begroting van de Conferentie der Organisatie.
- c). Als gemeenschappelijke uitgaven der Unies worden beschouwd de uitgaven die niet uitsluitend ten laste van de bijzondere Unie komen, maar tevens van een of meer andere Unies, welke worden beheerd door de Organisatie. Het aandeel van de bijzondere Unie in deze gemeenschappelijke uitgaven is evenredig aan het belang dat deze uitgaven voor haar vertegenwoordigen.
2). De begroting van de bijzondere Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coördinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.
3). De begroting van de bijzondere Unie wordt gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten:
- i). de bijdragen van de landen der bijzondere Unie;
- ii). de taksen en gelden verschuldigd voor diensten verleend door het Internationale Bureau namens de bijzondere Unie;
- iii). de opbrengst van de verkoop van de publikaties van het Internationale Bureau betreffende de bijzondere Unie en de rechten welke op deze publikaties betrekking hebben;
- iv). giften, legaten en subsidies;
- v). huuropbrengsten, renten en overige inkomsten.
- a). Ter vaststelling van zijn bijdrage in de zin van het derde lid, onder i), behoort ieder land van de bijzondere Unie tot de klasse waarin het is ondergebracht ter zake van de Unie van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom en betaalt het zijn jaarlijkse bijdragen op basis van het aantal eenheden dat voor die klasse in die Unie is vastgesteld.
- b). De jaarlijkse bijdrage van elk land van de bijzondere Unie wordt gevormd door een bedrag, waarvan de verhouding tot de som van de jaarlijkse bijdragen van alle landen aan de begroting van de bijzondere Unie dezelfde is als de verhouding tussen het aantal eenheden van de klasse waarin het is ondergebracht en het totale aantal eenheden van de landen gezamenlijk.
- c). De bijdragen zijn ieder jaar op 1 januari verschuldigd.
- d). Een land dat achterstallig is met de betaling van zijn bijdragen kan in geen der organen van de bijzondere Unie zijn stemrecht uitoefenen, indien het bedrag van zijn achterstalligheid gelijk is aan of hoger is dan dat der bijdragen, verschuldigd over twee volledige verstreken jaren. Zulk een land kan evenwel worden vergund de uitoefening van zijn stemrecht in het desbetreffende orgaan te behouden, zolang dit orgaan van oordeel is dat de achterstalligheid wordt veroorzaakt door uitzonderlijke en onvermijdelijke omstandigheden.
- e). Ingeval een begroting niet is vastgesteld voor de aanvang van het nieuwe begrotingsjaar, wordt de begroting van het voorafgaande jaar houden volgens de werkwijze voorzien in het financiële reglement.
5). Het bedrag der taksen en der gelden verschuldigd voor door het Internationale Bureau namens de bijzondere Unie verleende diensten wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal, die daarover verslag uitbrengt aan de Algemene Vergadering.
- a). De bijzondere Unie bezit een operationeel fonds, gevormd door een eenmalige storting van elk der landen van de bijzondere Unie. Indien het fonds ontoereikend wordt, beslist de Algemene Vergadering over bijstorting.
- b). Het bedrag der eerste storting door ieder land aan het hiervoor vermelde fonds of van zijn deelneming aan de bijstorting is evenredig aan de bijdrage van dat land voor het jaar waarin het fonds is gesticht of tot bijstorting is besloten.
- c). Het aandeel en de wijze van storting worden vastgesteld door de Algemene Vergadering op voorstel van de Directeur-Generaal en na advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie.
- a). De Overeenkomst betreffende de zetelvestiging, gesloten met het land op welks grondgebied de Organisatie haar zetel heeft, bepaalt dat, indien het operationele fonds niet toereikend is, dat land voorschotten verstrekt. Het bedrag van deze voorschotten en de voorwaarden waarop zij worden verstrekt, vormen telkenmale het onderwerp van afzonderlijke overeenkomsten tussen het betrokken land en de Organisatie.
- b). Het land bedoeld onder a), en de Organisatie, hebben elk het recht de overeenkomst tot het verstrekken van voorschotten schriftelijk op te zeggen. De opzegging wordt van kracht drie jaar na afloop van het jaar waarin de kennisgeving is gedaan.
8). Het nazien der rekeningen wordt verricht, op de wijze voorzien in het financiële reglement, door een of meer landen van de bijzondere Unie of door onafhankelijke controleurs, die met hun instemming zijn aangewezen door de Algemene Vergadering.
Artikel 8. Wijziging van de artikelen 5 tot en met 8
1). Voorstellen tot wijziging van de artikelen 5, 6 en 7 en van dit artikel kunnen worden ingediend door ieder land van de bijzondere Unie of door de Directeur-Generaal. Deze voorstellen worden door laatstgenoemde ten minste zes maanden voor zij aan de behandeling door de Algemene Vergadering worden onderworpen, medegedeeld aan de landen van de bijzondere Unie.
2). De wijzigingen van de in het eerste lid genoemde artikelen worden door de Algemene Vergadering vastgesteld. Voor deze vaststelling is drie vierde van de uitgebrachte stemmen vereist; voor een wijziging van artikel 5 en van dit lid is evenwel vier vijfde van de uitgebrachte stemmen vereist.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.