Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) betreffende de vestiging te Petten van een inrichting van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek op het gebied van de Kernenergie

Type Verdrag
Publication 1962-10-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden (hierna genoemd „de Regering”), handelend zowel namens haarzelf als namens het Reactor Centrum Nederland (hierna genoemd „het R.C.N.”), en de Commissie van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna genoemd „de Commissie”);

Overwegende dat de Commissie, krachtens artikel 8 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna genoemd „de Gemeenschap”) na raadpleging van het Wetenschappelijk en Technisch Comité, tot taak heeft een Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek op het Gebied van de Kernenergie op te richten;

Overwegende dat de Regering heeft voorgesteld op haar grondgebied, te weten te Petten, een inrichting van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek op het Gebied van de Kernenergie te vestigen, dat grenst aan het centrum van het R.C.N.;

Overwegende dat de bouw door het R.C.N. van een hoge flux reactor zijn voltooiing nadert;

Overwegende dat de Commissie de wens koestert te Petten een inrichting van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek met algemene bevoegdheden op te richten en krachtig te ontwikkelen;

Overwegende dat de Regering uitdrukking heeft gegeven aan de wens dat de nationale inspanning op het gebied van de kernenergie hierdoor niet zal worden verminderd en dat zij heeft bevestigd voornemens te zijn het onderzoekprogramma in Nederland te zullen opvoeren,

Hebben omtrent de volgende bepalingen overeenstemming bereikt:

Artikel 1. – Doel van de overeenkomst

1-1. Op de wijze en onder de voorwaarden aangegeven in artikel 2 stelt de Regering de in Bijlage I bij deze overeenkomst omschreven installaties met het daarbij behorende terrein hetwelk eveneens in Bijlage I is aangegeven (hierna genoemd „de H.F.R. c.a.”), alsmede een in Bijlage II bij deze overeenkomst aangegeven terrein van ongeveer vijfentwintig hectaren, ter beschikking van de Commissie.

1-2. De lijn A-B-C-D resulterend uit de afbakening der terreinen vermeld op voornoemde Bijlagen kan — naar aanleiding van de coördinatie van de investeringsprogramma's bedoeld in artikel 4-4 — bij onderling overleg tussen partijen worden gewijzigd.

1-3. De Regering verbindt zich, naar de mate waarin de ontwikkeling van het Centrum zulks nodig mocht maken, ten Oosten van de in Bijlagen I en II aangegeven terreinen — en zo mogelijk aangrenzend daaraan — op dezelfde voorwaarden als geldend voor meer genoemde terreinen, daartoe geschikte poldergrond ter beschikking van de Gemeenschap te stellen.

1-4. Zodra deze overeenkomst in werking is getreden, richt de Commissie op de genoemde terreinen een inrichting van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek op het Gebied van de Kernenergie met algemene bevoegdheden (hierna genoemd „het Centrum”) op.

Artikel 2. – Wijze en voorwaarden van de overdracht

2-1. Onder nader tussen de partijen overeen te komen voorwaarden geeft het Koninkrijk der Nederlanden het in Bijlage II aangegeven terrein aan de Gemeenschap in erfpacht uit. De Regering zal zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de akte van overdracht doen opmaken en in het kadaster doen inschrijven.

2-2. Onder nader tussen de partijen overeen te komen voorwaarden verleent het Koninkrijk der Nederlanden een recht van erfpacht aan de Gemeenschap op het terrein als aangegeven in Bijlage I met de zich daarop bevindende installaties. De Regering zal de akte van overdracht doen opmaken en in het kadaster doen inschrijven.

Wanneer in deze overeenkomst sprake is van een overdracht van de H.F.R.c.a. wordt deze overdracht geacht te hebben plaatsgevonden op het moment van haar kadastrale inschrijving.

2-3. De Regering maakt zich sterk, dat voor dat deel van het in Bijlage I aangegeven terrein, waarvan niet het Koninkrijk der Nederlanden eigenaar is, aan de Gemeenschap een erfpachtsrecht zal worden verleend op dezelfde voorwaarden als geldend voor het aan het Koninkrijk toebehorende terrein.

2-4. De installaties, deel uitmakende van de H.F.R.c.a., waarvan de bouw is voltooid kunnen vóór de overdracht bedoeld in lid 2, door het R.C.N. ter beschikking van de Commissie worden gesteld op in gemeenschappelijk overleg tussen de Commissie en het R.C.N. vast te stellen data en voorwaarden.

2-5. Voor elk erfpachtsrecht betaalt de Commissie jaarlijks een vergoeding van één gulden aan de Regering.

2-6. Vóór het tijdstip van de in lid 2 bedoelde overdracht en vóór een eventuele terbeschikkingstelling overeenkomstig lid 4 maken het R.C.N. en de Commissie een uitvoerige inventaris van de installaties op.

2-7. De Regering neemt alle maatregelen, die nodig zijn om de garantie die het R.C.N. geniet ten opzichte van de leveranciers van de H.F.R.c.a. aan de Commissie ten goede te doen komen.

Artikel 3. – Verrichtingen van het R.C.N.

3-1. Het R.C.N. voltooit de H.F.R.c.a. en stelt hem uitsluitend op zijn verantwoordelijkheid en op zijn kosten in werking.

3-2. De technische overneming van de H.F.R.c.a. en/of van zijn onderdelen geschiedt door het R.C.N.; op verzoek van de Commissie kunnen haar vertegenwoordigers daarbij aanwezig zijn.

3-3. Gedurende het tijdvak van vier jaar na de overdracht van de H.F.R.c.a., het z.g. „overgangstijdvak”, is het R.C.N. verantwoordelijk voor de technische bedrijfsvoering, zoals die omschreven is in het volgende lid, van de reactor en vrijwaart het de Commissie terzake van de wettelijke aansprakelijkheid jegens derden.

3-4. In dit artikel wordt onder technische bedrijfsvoering verstaan de dagelijkse leiding bij de bediening van de reactor, die noodzakelijk is voor de tenuitvoerlegging van de bestralingprogramma's. Deze programma's worden door de in het hiernavolgende artikel 6 genoemde Gemengde Commissie voorgesteld en door de Commissie vastgesteld. De voorwaarden waaronder deze technische bedrijfsvoering zal geschieden worden door de Commissie en het R.C.N. in gemeenschappelijk overleg vastgelegd vóór het inwerkingtreden van de overeenkomst.

3-5. Gedurende het overgangstijdvak wordt het personeel van de Gemeenschap bij de technische bedrijfsvoering betrokken op de door de Gemengde Commissie in bijzonderheden vastgestelde voorwaarden.

Artikel 4. – Werkzaamheden en ontwikkeling van het Centrum

4-1. De Commissie concentreert haar werkzaamheden in het Centrum in de eerste plaats op het gebruik van de H.F.R.c.a. Zij maakt van deze installaties optimaal gebruik.

4-2. De Commissie voorziet de H.F.R.c.a. van de door haar nodig geachte aanvullende apparatuur.

4-3. De Commissie bouwt binnen een tijdvak van drie tot vijf jaar na de overdracht van de H.F.R.c.a. alle installaties, waaronder begrepen zowel gebouwen als uitrustingen die nodig zijn voor een doeltreffend Centrum, alsmede lokalen voor onderwijs, verblijven voor bezoeken en vergaderzalen.

4-4. Teneinde elke onnodige dubbele investering te voorkomen, wordt ten aanzien van de in de voorgaande leden bedoelde investeringen door de Commissie beslist, nadat de investeringsprogramma's voor Petten van het R.C.N. en van de Commissie tegen elkaar zijn afgewogen en met elkaar zijn gecoördineerd. Het Raadgevend Verbindingscomité genoemd in artikel 8 kan aan de Commissie en aan de Regering over deze investeringen voorstellen doen.

4-5. Op een daartoe strekkend verzoek van de Commissie belast het R.C.N. zich met de bouw van de installaties namens en voor rekening van de Gemeenschap.

Artikel 5. – Financiële bepalingen

5-1. Van de datum van overdracht af komen de exploitatiekosten van de H.F.R.c.a. voor rekening van de Commissie. Gedurende het overgangstijd vak worden deze kosten aan de Commissie voorgesteld door de in het hiernavolgende artikel 6 genoemde Gemengde Commissie.

5-2. De kosten van de hierboven in artikel 4, lid 2 en 3 bedoelde investeringen worden geraamd op elf miljoen EMO rekeneenheden. Deze kosten worden gezamenlijk gedragen door de Com missie en de Regering, met dien verstande dat de bijdrage van laatstgenoemde ten deze het bedrag van één miljoen EMO rekeneenheden, te weten het verschil tussen de totale, op acht miljoen EMO rekeneenheden bepaalde bijdrage van de Regering en de vooruit vastgestelde waarde van de H.F.R.c.a. van zeven miljoen EMO rekeneenheden, niet zal overschrijden.

Artikel 6. – Gemengde Commissie

6-1. Zodra deze overeenkomst in werking is getreden, wordt voor de duur van het overgangstijdvak een Gemengde Commissie ingesteld, bestaande uit drie vertegenwoordigers van de Commissie en drie van het R.C.N.

6-2. De Gemengde Commissie oefent de bevoegdheden uit die zij krachtens artikelen 3-4, 3-5 en 5-1 van deze overeenkomst heeft verkregen.

6-3. Na het overgangstijdvak kunnen de technische aangelegenheden die van belang zijn voor de overeenkomstsluitende partijen, en in voorkomende gevallen voor het R.C.N., het onderwerp vormen van besprekingen in een der in het hiernavolgende artikel 8-3 bedoelde subcomité's.

Artikel 7. – Prioriteit van het Nederlandse programma

7-1. Gedurende het overgangstijdvak geeft de Commissie in het programma voor het gebruik van de H.F.R.c.a. prioriteit aan de bestralingen van het Nederlandse programma, waarvan de Nederlands-Noorse projecten deel uitmaken. Onder „Nederlands programma” wordt verstaan alles wat door de Regering als zodanig wordt aangegeven.

7-2. Het gebruik van de H.F.R.c.a. wordt aan het R.C.N. in rekening gebracht volgens een algemeen tarief. De normen voor dit tarief, die gedurende het overgangstijdvak van toepassing zullen zijn, zullen vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst in gemeenschappelijk overleg tussen de Commissie en het R.C.N. worden vastgesteld.

7-3. Na het overgangstijdvak worden de in lid 1 van dit artikel bedoelde bestralingen in de H.F.R.c.a. uitgevoerd op een zo groot mogelijke schaal als verenigbaar is met een optimaal gebruik van de proefreactoren in de Gemeenschap.

Artikel 8. – Raadgevend Verbindingscomité

8-1. Er wordt een Raadgevend Verbindingscomité ingesteld, bestaande uit ten minste zes leden, die voor de helft door de Commissie en voor de helft door de Regering worden benoemd.

8-2. Het Raadgevend Verbindingscomité bestudeert alle uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst voortvloeiende aangelegenheden, die van belang zijn voor de overeenkomstsluitende partijen, en in voorkomende gevallen voor het R.C.N., met name het gebruik van de H.F.R.c.a. voor bestralingen voorzien in het Nederlandse programma in het kader van de in lid 1 en 3 van artikel 7 vervatte bepalingen. Het legt zijn adviezen aan de overeenkomstsluitende partijen voor.

8-3. Het Raadgevend Verbindingscomité kan subcomité's instellen die belast zijn met de studie van bepaalde aangelegenheden.

Artikel 9. – Woonruimte

De Regering garandeert, naar gelang van de behoefte, de nodige woonruimte aan de personeelsleden van het Centrum en hun gezinnen. Deze woonruimte, waarvan de soort en de ligging in gemeenschappelijk overleg tussen de overeenkomstsluitende partijen worden bepaald, wordt op geldende marktvoorwaarden verhuurd.

Artikel 10. – Europese School

De overeenkomstsluitende partijen bevorderen de oprichting van een Europese school in de omgeving van het Centrum.

Artikel 11. – Algemene diensten

11-1. De Regering maakt, op verzoek van de Commissie, gebruik van haar bevoegdheden teneinde aan het Centrum alle nodige diensten van de openbare nutsbedrijven te verzekeren. Indien de verrichting van een dezer diensten mocht worden onderbroken, doet de Regering haar uiterste best om te voldoen aan de behoeften van het Centrum, zodat er geen nadelige gevolgen voor het functioneren van het Centrum ontstaan.

11-2. De Regering verleent haar bemiddeling teneinde te bereiken, dat deze diensten op de meest gunstige voorwaarden worden aangeboden.

11-3. De Commissie kan, in de mate die nodig is om aan haar behoeften te voldoen en op in gemeenschappelijk overleg tussen de Commissie en het R.C.N. te bepalen voorwaarden, gebruik maken van de algemene diensten van het R.C.N., zoals werkplaatsen, magazijnen en installaties voor de behandeling van radio-actieve afvalstoffen.

Artikel 12. – Personeel van het Centrum

De Commissie draagt zorg voor een voldoende personeelsbezetting voor de ontwikkeling en het doen functioneren van het Centrum, waarbij rekening wordt gehouden met de Nederlandse behoeften aan wetenschappelijk personeel voor de tenuitvoerlegging van het Nederlandse onderzoekprogramma.

Artikel 13. – Studenten

De Nederlandse Regering vergemakkelijkt de binnenkomst en het verblijf in Nederland van studenten en bovendien van personen, die zich naar Nederland moeten begeven voor de in artikel 5, laatste lid, van het Euratom Verdrag voorziene doeleinden, mits de Nederlandse vreemdelingenvoorschriften in acht worden genomen.

Artikel 14. – De Directeur van het Centrum

De Commissie benoemt de Directeur van het Centrum. Deze benoeming wordt aan de Regering medegedeeld.

Artikel 15. – Bescherming van het Centrum

De Regering neemt alle maatregelen die nodig zijn om te voorkomen, dat het functioneren van het Centrum op enigerlei wijze wordt gestoord. Te dien einde garandeert zij het Centrum de nodige bescherming van buiten af; de Commissie draagt er zorg voor dat het Centrum op voldoende wijze wordt omheind.

Artikel 16. – Nederlandse wetgeving

De wijze van handhaving van de Nederlandse wetgeving binnen het Centrum zal geschieden overeenkomstig het bepaalde in Bijlage III.

Artikel 17. – Aanvullende overeenkomsten

Alle aangelegenheden, die bij de uitvoering van deze overeenkomst de verhouding tussen de Commissie enerzijds, en het R.C.N. anderzijds, raken, kunnen in tussen hen te sluiten aanvullende overeenkomsten worden geregeld.

Artikel 18. – Geschillen

Uitsluitend het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is bevoegd ten aanzien van elk geschil omtrent de rechten en verplichtingen van partijen, voortvloeiend uit deze overeenkomst.

Artikel 19. – Inwerkingtreding

Deze overeenkomst, waarvan de Bijlagen I, II en III een integrerend onderdeel uitmaken, wordt voor een tijdvak van 99 jaar gesloten en treedt in werking zodra elk der partijen van de andere heeft vernomen, dat aan de daarvoor gestelde eisen is voldaan.

Ten blijke waarvan de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gemachtigd, hun handtekening onder deze overeenkomst hebben gesteld.

Gedaan te Brussel in twee exemplaren, in de Nederlandse taal de 25 juli 1961. Eén exemplaar van deze overeenkomst wordt nedergelegd in het archief van de Regering, het andere in het archief van de Gemeenschap.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) J. LUNS

Voor de Commissie van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

(w.g.) E. HIRSCH

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.