Europese Code inzake sociale zekerheid
Preambule
De Regeringen die deze Code hebben ondertekend, Leden van de Raad van Europa,
Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn Leden, ten einde met name aldus hun sociale vooruitgang te bevorderen;
Overwegende dat een van de doelstellingen van het sociale programma van de Raad van Europa is, alle Leden ertoe aan te sporen hun regelingen inzake sociale zekerheid verder tot ontwikkeling te brengen;
De wenselijkheid erkennende de sociale lasten in de Lid-Staten te harmoniseren;
Ervan overtuigd zijnde dat het gewenst is een Europese Code inzake sociale zekerheid in te stellen, waarvan de normen op een hoger niveau liggen dan de minimumnormen neergelegd in het Internationale Arbeidsverdrag nr. 102 betreffende de minimumnormen van sociale zekerheid;
Zijn de volgende bepalingen, die zijn opgesteld met medewerking van het Internationale Arbeidsbureau, overeengekomen:
DEEL I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Code wordt verstaan onder:
- (a). „het Comité van Ministers”: het Comité van Ministers van de Raad van Europa;
- (b). „de Commissie”: de Commissie van deskundigen op het gebied der sociale zekerheid van de Raad van Europa of elke andere commissie die het Comité van Ministers kan belasten met de uitvoering van de taken omschreven in artikel 2, lid 3, artikel 74, lid 4 en artikel 78, lid 3;
- (c). „Secretaris-Generaal”: de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa;
- (d). „voorgeschreven”: voorgeschreven bij of krachtens de nationale wetgeving;
- (e). „verblijf”: het gewone verblijf op het grondgebied van de Contracterende Partij; „inwoner”: degene die gewoonlijk op het grondgebied van de Contracterende Partij verblijf houdt;
- (f). „echtgenote”: een echtgenote die ten laste van haar man is;
- (g). „weduwe”: een vrouw die ten laste van haar echtgenoot was op het tijdstip van diens overlijden;
- (h). „kind”:
- (i). hetzij een kind beneden de leeftijd van 16 jaren;
- (ii). hetzij een kind beneden de leeftijd, waarop de leerplicht een einde neemt, of jonger dan 15 jaren, naar gelang zal worden voorgeschreven. Wanneer het echter een kind betreft dat verder onderwijs geniet, onder het leerlingenstelsel valt of invalide is, wordt daaronder een kind verstaan beneden de leeftijd van 18 jaren;
- (i). „wachttijd”: hetzij een tijdvak van premiebetaling, hetzij een tijdvak van arbeid, hetzij een tijdvak van verblijf, hetzij een combinatie van deze tijdvakken naar gelang zal worden voorgeschreven.
Voor de toepassing van de artikelen 10, 34 en 49 wordt onder „verstrekkingen” verstaan hetzij rechtstreeks verleende verstrekkingen, hetzij indirect verleende verstrekkingen, bestaande in een vergoeding van de door de belanghebbende gedragen kosten.
Artikel 2
Elke Contracterende Partij moet toepassen:
- (a). deel I;
- (b). ten minste acht van de delen II tot en met X ten aanzien waarvan de betrokken Lid-Staat krachtens artikel 3 de verplichtingen van de Code heeft aanvaard, met dien verstande dat deel II voor twee en deel V voor drie delen telt;
- (c). de desbetreffende bepalingen van de delen XI en XII; en
- (d). deel XIII.
Aan de voorwaarde genoemd in het voorgaande lid sub (b ) wordt geacht te zijn voldaan, indien:
- (a). er van de delen II tot en met X ten aanzien waarvan de betrokken Lid-Staat krachtens artikel 3 de verplichtingen van de Code hééft aanvaard ten minste zes, waaronder ten minste een van de delen IV, V, VI, IX of X, worden toegepast; en
- (b). bovendien wordt aangetoond dat de van kracht zijnde wetgeving op het gebied der Sociale Zekerheid gelijkwaardig is aan een van de onder (b ) bedoelde combinaties, daarbij rekening houdende:
- (i). met het feit dat bepaalde takken, bedoeld onder (a ) van dit Lid, uitgaan boven de normen van de Code wat het toepassingsgebied, of het niveau der uitkeringen, of beide betreft;
- (ii). met het feit dat bepaalde takken, bedoeld onder (a ) van dit lid, uitgaan boven de normen van de Code doordat zij in addendum 2 van de Code, als bij dit Protocol gewijzigd, opgenomen extra voordelen verlenen; en
- (iii). met takken die beneden de normen van de Code blijven.
Elke ondertekenende Staat die gebruik wil maken van het bepaalde in lid 2 onder (b) van dit artikel doet daartoe een verzoek in het overeenkomstig het bepaalde in artikel 78 aan de Secretaris-Generaal uit te brengen verslag. De Commissie, die daarbij uitgaat van het beginsel van de gelijkheid der kosten, stelt regels vast voor het coördineren en vaststellen van de voorwaarden waarop rekening moet worden gehouden met de in lid 2 onder (b) van dit artikel genoemde bepalingen. Met deze bepalingen kan in alle voorkomende gevallen slechts met goedkeuring van de Commissie rekening worden gehouden; de Commissie beslist met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen.
Artikel 3
Elke Contracterende Partij geeft in haar akte van bekrachtiging aan, ten aanzien van welke van de delen II t/m X zij de uit deze Code voortvloeiende verplichtingen aanvaardt en vermeldt daarin tevens of en zo ja, in hoeverre, zij een beroep doet op de bepalingen van artikel 2, tweede lid.
Artikel 4
Elke Contracterende Partij kan later de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen dat zij de verplichtingen aanvaardt, voortvloeiende uit de Code wat betreft een of meer van de delen II t/m X waarvan zij in haar akte van bekrachtiging nog geen opgave heeft gedaan.
De aanvaarding der verplichtingen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt geacht een integrerend deel te vormen van de bekrachtiging en heeft gelijke kracht te rekenen van de datum van de kennisgeving.
Artikel 5
Wanneer op grond van een der delen II t/m X van deze Code, waarop de bekrachtiging van toepassing zal zijn, een Contracterende Partij gehouden is tot het beschermen van voorgeschreven groepen van personen die in totaal ten minste een bepaald percentage uitmaken van de loontrekkenden of van de inwoners, moet die Contracterende Partij, alvorens zich te binden tot het toepassen van dat deel zich ervan vergewissen, dat het bedoelde percentage is bereikt.
Artikel 6
Voor de toepassing van de delen II, III, IV, V, VIII (wat betreft geneeskundige zorg), IX of X van deze Code, kan een Contracterende Partij rekening houden met de bescherming, voortvloeiende uit verzekeringen welke krachtens de nationale wetgeving niet verplicht zijn voor de betrokken personen, mits deze verzekeringen:
- (a). door de overheid worden gesubsidieerd of, wanneer deze verzekeringen slechts een aanvullend karakter hebben, onder toezicht van de overheid staan dan wel volgens voorgeschreven normen, door werkgevers en werknemers in gemeenschappelijk beheer worden uitgevoerd;
- (b). zich uitstrekken tot een aanzienlijk deel der personen wier inkomsten uit arbeid die van een geschoolde mannelijke handarbeider, als vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 65, niet te boven gaan; en
- (c). te zamen met eventuele andere vormen van bescherming, voldoen aan de desbetreffende bepalingen van deze Code.
DEEL II. Geneeskundige zorg
Artikel 7
Elke Contracterende Partij ten aanzien waarvan dit deel van de Code van kracht is, moet overeenkomstig de navolgende bepalingen van dit deel aan de beschermde personen de voorziening van verstrekkingen waarborgen, wanneer hun toestand geneeskundige zorg van preventieve of curatieve aard vereist.
Artikel 8
Onder de verzekerde gevallen moeten begrepen zijn alle ziektegevallen, ongeacht de oorzaak, alsmede zwangerschap, bevalling en de gevolgen daarvan.
Artikel 9
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- (a). voorgeschreven groepen van loontrekkenden welke in totaal ten minste 80 procent uitmaken van de gezamenlijke loontrekkenden, alsmede de echtgenoten en kinderen van de tot deze groepen behorende loontrekkenden, of
- (b). voorgeschreven groepen van de werkende bevolking, welke in totaal ten minste 30 procent uitmaken van de gezamenlijke inwoners, alsmede de echtgenoten en kinderen van de tot deze groepen behorende personen; of
- (c). voorgeschreven groepen van inwoners, welke in totaal ten minste 65 procent uitmaken van de gezamenlijke inwoners.
Artikel 10
De verstrekkingen moeten tenminste omvatten:
- (a). in geval van ziektetoestand
- (i). de hulp van huisartsen, met inbegrip van huisbezoeken en de hulp van specialisten overeenkomstig voorgeschreven voorwaarden:
- (ii). ziekenhuisverpleging, met inbegrip van verzorging in een ziekenhuis, de hulp van huisartsen, onderscheidenlijk specialisten, verpleging en alle vereiste bijkomende hulp;
- (iii). de verstrekking van alle nodige geneesmiddelen op recept, en van alle als noodzakelijk beschouwde spécialités; en
- (iv). onderhoud van het gebit voor de beschermde kinderen; en
- (b). in geval van zwangerschap, bevalling en de gevolgen daarvan,
- (i). prenatale zorg, hulp bij de bevalling, postnatale zorg, hetzij van een geneeskundige, hetzij van een gediplomeerde vroedvrouw;
- (ii). opneming in een ziekenhuis, wanneer deze noodzakelijk is en
- (iii). de verstrekking van geneesmiddelen.
De gerechtigde of zijn kostwinner kunnen ertoe gehouden worden een bijdrage te leveren in de kosten van de geneeskundige zorg, ontvangen:
- (a). in geval van ziektetoestand; de regels betreffende deze bijdrage in de kosten moeten echter zodanig worden vastgesteld dat zij geen te zware belasting met zich brengen en de bijdrage in de kosten door de gerechtigde of zijn kostwinner mag niet meer bedragen dan:
- (i). 25 procent voor de hulp van huisartsen en specialisten verleend buiten de zalen van het ziekenhuis;
- (ii). 25 procent voor verpleging in een ziekenhuis;
- (iii). gemiddeld 25 procent voor de verstrekking van geneesmiddelen;
- (iv). 33 1/3 procent voor het onderhoud van het gebit;
- (b). in geval van zwangerschap, bevalling en de gevolgen daarvan uitsluitend voor de verstrekking van geneesmiddelen, waarbij de bijdrage in de kosten door de gerechtigde of haar kostwinner gemiddeld niet meer mag bedragen dan 25 procent; de regels betreffende deze bijdrage in de kosten moeten zodanig worden vastgesteld dat zij geen te zware last met zich brengen;
- (c). wanneer deze bijdrage in de kosten wordt vastgesteld op een vast bedrag voor elke behandeling of voor elk geval waarin geneesmiddelen worden voorgeschreven, mag het totaal van de door alle beschermde personen verrichte betalingen met betrekking tot elk der onder (a ) en (b ) genoemde verstrekkingen het voorgeschreven percentage van de totale kosten van die verstrekkingen binnen een bepaald tijdvak niet te boven gaan.
De verstrekkingen, verleend overeenkomstig dit artikel, moeten strekken tot instandhouding, herstel of verbetering van de gezondheid van de beschermde persoon, alsmede van diens geschiktheid om te werken en om te voorzien in zijn persoonlijke behoeften.
De regeringsdepartementen of de instellingen welke de verstrekkingen verlenen, moeten de beschermde personen met alle daartoe geëigende middelen aanmoedigen om gebruik te maken van de algemene gezondheidsdiensten welke door de overheid of door andere organen, door de overheid erkend, te hunner beschikking zijn gesteld.
Artikel 11
De in artikel 10 vermelde verstrekkingen moeten in een door verzekering gedekt geval ten minste worden gewaarborgd aan een beschermde persoon die zelf of wiens kostwinner een wachttijd heeft vervuld, welke noodzakelijk kan worden geacht om misbruik te voorkomen.
Artikel 12
De in artikel 10 vermelde verstrekkingen moeten gedurende de gehele duur van het door verzekering gedekte geval worden verleend, behoudens dat verpleging in een ziekenhuis kan worden beperkt tot 52 weken per geval of tot 78 weken binnen een tijdvak van drie opeenvolgende jaren.
DEEL III. Uitkering van ziekengeld
Artikel 13
Elke Contracterende Partij ten aanzien waarvan dit deel van de Code van kracht is, moet overeenkomstig de navolgende bepalingen van dit deel aan de beschermde personen de uitkering van ziekengeld waarborgen.
Artikel 14
Het door verzekering gedekte geval moet omvatten ongeschiktheid tot werken, welke voortspruit uit een ziektetoestand en welke derving van inkomsten uit arbeid met zich brengt, zoals nader geregeld bij de nationale wetgeving.
Artikel 15
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- (a). voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke in totaal ten minste 80 procent uitmaken van de gezamenlijke loontrekkenden;
- (b). voorgeschreven groepen van de werkende bevolking welke in totaal ten minste 30 procent uitmaken van de gezamenlijke inwoners; of
- (c). alle inwoners wier inkomsten tijdens het door verzekering gedekte geval grenzen, voorgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 67, niet overschrijden.
Artikel 16
Wanneer groepen van loontrekkenden of groepen van de werkende bevolking worden beschermd, zal de uitkering bestaan in een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 65, hetzij van artikel 66.
Wanneer alle inwoners, wier inkomsten tijdens het door verzekering gedekte geval voorgeschreven grenzen niet overschrijden, beschermd zijn, zal de uitkering bestaan in een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 67. Een voorgeschreven uitkering moet echter gewaarborgd worden aan de overeenkomstig hetzij in alinea (a ), hetzij in alinea (b ) van artikel 15 voorgeschreven groepen zonder onderzoek naar de financiële positie van de betrokkene.
Artikel 17
De in artikel 16 vermelde uitkering moet in het door verzekering gedekte geval ten minste worden gewaarborgd aan de beschermde personen die een wachttijd hebben vervuld, welke noodzakelijk kan worden geacht om misbruiken te voorkomen.
Artikel 18
De in artikel 16 vermelde uitkering moet gedurende de gehele duur van het door verzekering gedekte geval worden verleend, met de mogelijkheid dat zij niet behoeft te worden verleend over de eerste drie dagen van inkomstenderving en behoudens dat de duur van de uitkering kan worden beperkt tot 52 weken voor elk ziektegeval of tot 78 weken binnen een tijdvak van drie opeenvolgende jaren.
DEEL IV. Uitkering bij werkloosheid
Artikel 19
Elke Contracterende Partij ten aanzien waarvan dit deel van de Code van kracht is, moet overeenkomstig de navolgende bepalingen van dit deel aan de beschermde personen uitkeringen bij werkloosheid waarborgen.
Artikel 20
Het door verzekering gedekte geval moet omvatten het derven van inkomsten uit arbeid - zoals nader geregeld bij de nationale wetgeving - veroorzaakt door de onmogelijkheid voor een beschermde persoon die in staat is arbeid te verrichten en voor de arbeid beschikbaar is, om passend werk te verkrijgen.
Artikel 21
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- (a). voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke in totaal ten minste 55 procent uitmaken van de gezamenlijke loontrekkenden; of
- (b). alle inwoners wier inkomsten tijdens het door verzekering gedekte geval grenzen, voorgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 67, niet overschrijden.
Artikel 22
Wanneer groepen van loontrekkenden worden beschermd, zal de uitkering bestaan in een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen, hetzij van artikel 65, hetzij van artikel 66.
Wanneer alle inwoners wier inkomsten tijdens het door verzekering gedekte geval voorgeschreven grenzen niet overschrijden, beschermd zijn, zal de uitkering bestaan in een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 67. Een voorgeschreven uitkering moet echter gewaarborgd worden aan de voorgeschreven groepen bepaald overeenkomstig artikel 21 (a ) zonder onderzoek naar de financiële positie van de betrokkene.
Artikel 23
De in artikel 22 vermelde uitkering moet tijdens het door verzekering gedekte geval ten minste worden gewaarborgd aan de beschermde personen die een wachttijd hebben vervuld, welke noodzakelijk kan worden geacht om misbruiken te voorkomen.
Artikel 24
Wanneer groepen van loontrekkenden beschermd worden kan de duur van de in artikel 22 vermelde uitkering worden beperkt tot 21 weken binnen een tijdvak van 12 maanden, of tot 21 weken per geval van inkomstenderving.
Wanneer alle inwoners beschermd worden wier inkomsten tijdens het door verzekering gedekte geval voorgeschreven grenzen niet overschrijden, moet de in artikel 22 vermelde uitkering tijdens de gehele duur van het door verzekering gedekte geval verleend worden. De duur van de voorgeschreven uitkering, die gewaarborgd moet worden zonder onderzoek naar de financiële positie van de betrokkene, kan evenwel worden beperkt overeenkomstig het bepaalde in lid 1 van dit artikel.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.