Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije inzake sociale zekerheid
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en
de President van de Republiek Turkije,
Bezield door de wens de betrekkingen inzake sociale verzekering tussen de beide Staten te regelen;
Hebben omtrent de volgende bepalingen overeenstemming bereikt:
TITEL I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. wordt onder „wetgeving” of „wettelijke regeling” verstaan de bestaande en toekomstige wetten, reglementen en statutaire bepalingen met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, vermelde regelingen en takken van sociale zekerheid;
- b. wordt onder „grondgebied” verstaan: van Nederlandse zijde: het grondgebied van het Rijk in Europa; van Turkse zijde: het nationale grondgebied;
- c. wordt onder de term „onderdanen” verstaan: van Nederlandse zijde: personen van Nederlandse nationaliteit; van Turkse zijde: personen van Turkse nationaliteit;
- d. wordt onder bevoegde autoriteit verstaan: van Nederlandse zijde: de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne; van Turkse zijde: het Ministerie van Sociale Zekerheid en de andere gemachtigde ministeries;
- e. wordt onder „orgaan” verstaan het lichaam of de autoriteit welke tot taak heeft de gehele wetgeving of een deel daarvan uit te voeren;
- f. wordt onder „bevoegd orgaan” verstaan het orgaan waarbij die verzekerde is aangesloten op het tijdstip waarop hij om uitkering verzoekt, of tegenover hetwelk hij recht op prestaties bezit of zou blijven bezitten, indien hij woonachtig was op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar hij het laatst werkzaam was;
- g. wordt onder „bevoegd land” verstaan de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zich het bevoegde orgaan bevindt;
- h. wordt onder „woonplaats” verstaan de normale verblijfplaats;
- i. wordt onder „orgaan van de woonplaats” en „orgaan van de verblijfplaats” verstaan het orgaan dat voor de plaats waar de betrokkene woont, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen, onderscheidenlijk het orgaan dat voor de plaats waar de betrokkene verblijft, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij welke dat orgaan toepast, of indien zodanig orgaan niet bestaat, het orgaan dat door de bevoegde autoriteit van de betrokken Partij wordt aangewezen;
- j. wordt onder „gezinsleden” verstaan de gezinsleden van de werknemer die door de wetgeving van het land waar zij wonen, als rechthebbenden worden beschouwd;
- k. wordt onder „nagelaten betrekkingen” verstaan de personen die als zodanig in de van toepassing zijnde wetgeving worden aangemerkt of erkend;
- l. omvat de term „tijdvakken van verzekering” de tijdvakken van premiebetaling of van arbeid, welke als tijdvakken van verzekering worden omschreven of in aanmerking genomen in de wetgeving waaronder die tijdvakken zijn vervuld, alsook alle daarmede gelijkgestelde tijdvakken, voor zover zij door die wetgeving als gelijkwaardig met de tijdvakken van verzekering of van arbeid worden erkend;
- m. wordt onder „uitkeringen”, „pensioenen” of „renten” verstaan de uitkeringen, pensioenen of renten, met inbegrip van alle bedragen ten laste van de openbare middelen, de bijslagen, de uitkeringen op grond van herziening of de aanvullende uitkeringen, alsmede de als afkoopsom uitgekeerde bedragen welke in de plaats kunnen treden van de pensioenen of renten.
Artikel 2
Dit Verdrag is van toepassing:
- a). in Nederland op de wettelijke regelingen betreffende:
-
- prestaties bij ziekte en moederschap;
-
- uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid;
-
- uitkeringen bij ouderdom;
-
- uitkeringen aan nagelaten betrekkingen;
-
- uitkeringen bij werkloosheid;
-
- kinderbijslagen;
-
- bijzondere stelsels voor personen werkzaam bij ondernemingen die steenkolenmijnen exploiteren.
- b). in Turkije op de wettelijke regelingen betreffende:
-
- sociale verzekeringen voor werknemers (ziekte, moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten, invaliditeit, ouderdom en overlijden);
-
- sociale verzekeringen voor zelfstandigen en vrije beroepen (invaliditeit, ouderdom en overlijden);
-
- het overheidspensioenfonds;
-
- de uitkeringsfondsen, bedoeld in het overgangsartikel 20 van de Wet no. 506 op de sociale verzekeringen
Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten en regelingen waarbij de wettelijke regelingen, genoemd in het eerste lid van dit artikel zijn of worden gewijzigd of aangevuld.
Evenwel is dit Verdrag slechts van toepassing:
- a. op wetten of regelingen welke betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, indien daartoe een nadere overeenkomst is gesloten tussen de Verdragsluitende Partijen;
- b. op wetten of regelingen welke de werking van die bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de Regering van de betrokken Verdragsluitende Partij daartegen niet binnen drie maanden na kennisgeving van de officiële bekendmaking van bedoelde wetten of regelingen bezwaar maakt.
Artikel 3
De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op de werknemers of met hen gelijkgestelden, op wie de wettelijke regeling van één der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is en die onderdaan zijn van één van die Partijen, alsmede op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen.
De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op de diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, kanselarijbeambten daaronder begrepen, noch op personen die tot het overheidspersoneel van een Verdragsluitende Partij behoren en door hun Regering naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij worden gezonden.
Artikel 4
De onderdanen van één der Verdragsluitende Partijen op wie de bepalingen van dit Verdrag van toepassing zijn, zijn onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van de andere Partij onderworpen aan de verplichtingen en gerechtigd tot de voordelen voortvloeiende uit de in artikel 2 genoemde wettelijke regelingen.
Artikel 5
De pensioenen of renten met inbegrip van de bijslagen, verkregen op grond van de wettelijke regelingen van één der Verdragsluitende Partijen, kunnen niet verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard worden op grond van het feit dat de rechthebbende woonachtig is op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dan die op het grondgebied waarvan het orgaan dat de uitkering verschuldigd is zich bevindt.
De sociale verzekeringsuitkeringen van één der Verdragsluitende Partijen worden aan de onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij die op het grondgebied van een derde Staat verblijven, onder dezelfde voorwaarden en tot dezelfde omvang uitbetaald als aan de onderdanen van de eerste Partij die op het grondgebied van die derde Staat verblijven.
Artikel 6
Krachtens de bepalingen van dit Verdrag kan geen enkel recht worden uitgeoefend of gehandhaafd om op grond van de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partijen verschillende uitkeringen van dezelfde aard of verschillende uitkeringen die betrekking hebben op eenzelfde tijdvak van verzekering te genieten, behalve wanneer deze voor zoveel het de ouderdomsverzekering betreft, tot verdeling van de lasten tussen de organen van de beide Verdragsluitende Partijen leiden.
De bepalingen inzake vermindering, schorsing of intrekking, voorzien bij de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij in geval van samenloop met andere uitkeringen van sociale zekerheid of met andere inkomsten zijn op de rechthebbende van toepassing, zelfs indien het uitkeringen betreft welke verschuldigd zijn krachtens een wettelijke regeling van de andere Verdragsluitende Partij of indien het gaat om inkomsten verkregen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
Indien de toepassing van deze regel tot gevolg heeft, dat de uitkeringen verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van beide Verdragsluitende Partijen beide worden verminderd of geschorst, dan kan geen van deze uitkeringen verminderd of geschorst worden met een bedrag dat hoger is dan de helft van het bedrag dat niet uitbetaald zou worden.
Het bepaalde in het vorige lid is evenwel niet van toepassing in de gevallen waarin uitkeringen van dezelfde aard verschuldigd zijn overeenkomstig de artikelen 22 en 23 van dit Verdrag.
Indien de toepassing van het tweede lid de vermindering of de schorsing tot gevolg heeft van een uitkering welke overeenkomstig de artikelen 22 en 23 is toegekend, wordt voor de vermindering of schorsing slechts een gedeelte van die uitkeringen of inkomsten in aanmerking genomen, dat wordt vastgesteld in verhouding tot de duur van de overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, onder b, van artikel 23 vervulde tijdvakken.
TITEL II. Bepalingen ter vaststelling van de van toepassing zijnde wetgeving
Artikel 7
Onverminderd de bepalingen van deze Titel is op werknemers of met hen gelijkgestelden die werkzaam zijn op het grondgebied van één der Verdragsluitende Partijen, de wetgeving van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij geacht worden te wonen op het grondgebied van de andere Partij of indien hun werkgever of de zetel van de onderneming waarbij zij in dienst zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.
Artikel 8
Op het beginsel vervat in het vorige artikel, gelden de volgende uitzonderingen:
- a. Op de werknemers of met hen gelijkgestelden die, in dienst zijnde van een onderneming die op het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij een bedrijf heeft, waaraan zij gewoonlijk verbonden zijn, door deze onderneming worden uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij om aldaar een werk uit te voeren, blijft die wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij van toepassing gedurende een periode van 24 maanden, alsof zij op zijn grondgebied werkzaam bleven; indien het werk op het grondgebied van de laatstgenoemde Partij na afloop van deze periode nog voortduurt, blijft die wetgeving van eerstgenoemde Partij van toepassing, mits aan de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Partij, waarvan de wetgeving krachtens artikel 7 van toepassing zou zijn, voor het einde van genoemde periode om goedkeuring is gevraagd, hetzij door de werkgever met toestemming van de werknemer, hetzij door de werknemer met toestemming van zijn werkgever. De bevoegde autoriteit van deze Partij geeft slechts toestemming, indien de bevoegde autoriteit van de andere Partij er mede heeft ingestemd.
- b. Op werknemers of met hen gelijkgestelden, die in dienst zijn van een onderneming welke voor rekening van anderen of voor eigen rekening personen of goederen vervoert per spoor, over de weg, door de lucht of te water of de zeevisserij uitoefent en die haar zetel heeft op het grondgebied van één der Verdragsluitende Partijen, en die als lid van het rijdend of varend personeel werkzaam zijn, is de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming gevestigd is, van toepassing; indien echter de onderneming op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij een filiaal of een duurzame vertegenwoordiging heeft, is op de daarbij werkzame werknemers de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het filiaal of de duurzame vertegenwoordiging zich bevindt van toepassing.
Artikel 9
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 3, is artikel 7 van toepassing op de werknemers of met hen gelijkgestelden die in de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen van de Verdragsluitende Partijen werkzaam zijn of in persoonlijke dienst van de ambtenaren dier diensten zijn.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde werknemers die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij welke door de desbetreffende diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wordt vertegenwoordigd, mogen evenwel binnen een termijn van drie maanden na de aanvang van hun werkzaamheid of het in werking treden van dit Verdrag kiezen voor toepassing van de wetgeving van de vertegenwoordigde Staat. De keuze heeft geen terugwerkende kracht.
Artikel 10
De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen voor bepaalde werknemers of groepen werknemers met betrekking tot de toepasselijke wetgeving in gemeen overleg uitzonderingen vaststellen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 9 van dit Verdrag.
TITEL III. Bijzondere bepalingen
HOOFDSTUK 1. Ziekte - Moederschap
Artikel 11
Wanneer een werknemer of een met hem gelijkgestelde achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de wettelijke regeling van elk der Verdragsluitende Partijen, voor zover zij niet samenvallen, samengeteld.
Artikel 12
De werknemer of de met hem gelijkgestelde, die tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wettelijke regeling van één der Verdragsluitende Partijen en zich naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij begeeft, heeft voor zichzelf en voor zijn gezinsleden die zich op dat grondgebied bevinden, recht op prestaties ingevolge de ziekte- en moederschapsverzekering als voorzien in de wettelijke regeling van deze Verdragsluitende Partij, mits hij:
- a). arbeidsgeschikt was bij zijn laatste aankomst op het grondgebied van deze Verdragsluitende Partij;
- b). onderworpen was aan de verplichte verzekering na zijn laatste aankomst op genoemd grondgebied;
- c). voldoet aan de door de wettelijke regeling van deze Verdragsluitende Partij gestelde voorwaarden, de in het vorige artikel bedoelde samentelling van tijdvakken in aanmerking genomen.
Indien in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde gevallen de werknemer of de met hem gelijkgestelde niet aan de in de letters a), b) en c) van dat lid vermelde voorwaarden voldoet en wanneer bedoelde werknemer nog recht heeft op prestaties ingevolge de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij het laatst verzekerd was voordat hij van woonplaats veranderde, indien hij zich op laatstbedoeld grondgebied bevond, behoudt hij recht op de prestaties. Het orgaan van laatstbedoelde Partij kan het orgaan van de woonplaats verzoeken de verstrekkingen te verlenen overeenkomstig de wettelijke regeling, toegepast door laatstgenoemd orgaan.
Artikel 13
Een werknemer of een met hem gelijkgestelde die aangesloten is bij een orgaan van een der Verdragsluitende Partijen en woonachtig is op het grondgebied van die Partij, heeft recht op prestaties gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, wanneer zijn gezondheidstoestand onmiddellijke geneeskundige behandeling met inbegrip van opname in een ziekenhuis, noodzakelijk maakt.
Een werknemer of een met hem gelijkgestelde, die recht op prestaties heeft verkregen ten laste van een orgaan van een der Verdragsluitende Partijen en die op het grondgebied van die Partij woonachtig is, behoudt dat recht indien hij zijn woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij overbrengt; vóór de overbrenging moet de werknemer echter toestemming hebben van het bevoegde orgaan dat deze slechts kan weigeren op advies van een geneeskundige van dit orgaan die vastgesteld heeft dat de gezondheidstoestand van de werknemer de overbrenging van de woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij verhindert.
Wanneer een werknemer of een met hem gelijkgestelde overeenkomstig de bepalingen van de vorige leden recht heeft op prestaties, worden de verstrekkingen gedaan door het orgaan van zijn verblijfplaats of van zijn nieuwe woonplaats overeenkomstig de bepalingen van de wettelijke regeling welke door dat orgaan wordt toegepast, in het bijzonder wat betreft de omvang en de wijze van de verstrekking; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is evenwel gelijk aan die voorzien in de wettelijke regeling van het bevoegde land.
In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, worden prothesen, kunstmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen, behalve in onmiskenbare spoedgevallen, slechts verschaft als het bevoegde Orgaan daartoe machtiging heeft verleend.
In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, worden de uitkeringen overeenkomstig de wettelijke regeling van het bevoegde land verleend.
Deze uitkeringen kunnen, volgens in een administratief akkoord te stellen regelen, voor rekening van het bevoegde orgaan door het orgaan van het andere land worden uitbetaald.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.