Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Tunesië inzake technische samenwerking
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Tunesië,
Verlangende, de tussen hun volken bestaande vriendschapsbanden nauwer aan te halen en in het algemeen de goede betrekkingen tussen hun landen uit te breiden,
Erkennende, dat het in beider belang is de wetenschappelijke, economische en sociale vooruitgang naar vermogen te bevorderen en dat een regeling van de technische samenwerking daartoe een belangrijke bijdrage vormt,
Overwegende dat het instellen van een algemeen kader, waarbinnen zodanige technische samenwerking kan worden tot stand gebracht, hiertoe bevorderlijk zou zijn,
Komen het volgende overeen:
Artikel I
De Nederlandse Regering en de Tunesische Regering verbinden zich binnen de ten dienste staande financiële, personele en materiële mogelijkheden de technische samenwerking tussen beider landen te bevorderen en te vergemakkelijken.
Artikel II
De technische samenwerking zal bestaan uit de uitwisseling, in de ruimste zin des woords, van kennis en ervaring, al dan niet vergezeld van materiële steun.
Tot daadwerkelijke samenwerking als bedoeld in het vorige lid zal slechts kunnen worden overgegaan nadat hierom uitdrukkelijk is verzocht door de Regering van het land dat van de geboden mogelijkheden tot samenwerking gebruik wenst te maken, en nadat over de voor deze samenwerking vereiste zakelijke voorwaarden overeenstemming is bereikt.
Artikel III
Wanneer tot technische samenwerking als bedoeld in het eerste lid van artikel II is besloten en dientengevolge deskundigen, leerkrachten en specialisten beschikbaar worden gesteld, studiebeurzen worden verleend of tot meer uitgebreide vormen van technische samenwerking wordt overgegaan, zullen, in overeenstemming met de beginselen neergelegd in deze Overeenkomst, de wijzen waarop en de voorwaarden waaronder zulks zal geschieden van geval tot geval in gemeenschappelijk overleg worden geregeld in administratieve akkoorden.
Artikel IV
In het kader van de projecten voor technische samenwerking wordt door de Regering van de Republiek Tunesië:
-
- de Nederlandse deskundigen, leerkrachten en specialisten, hun gezinnen en de andere leden van hun huishouding te allen tijde de binnenkomst in en het verlaten van het land, alsmede de in verband met de uitvoering van de projecten noodzakelijke arbeids- en verblijfsvergunningen gewaarborgd, zonder daaraan de heffing van rechten of belastingen te verbinden;
-
- de Nederlandse deskundigen, leerkrachten en specialisten vrijstelling verleend van belasting en andere fiscale lasten met betrekking tot de inkomsten die zij van Nederlandse zijde ontvangen;
-
- ten aanzien van de door de Nederlandse Regering voor de verschillende projecten geleverde voorwerpen vrijstelling verleend van in- en uitvoerrechten en andere fiscale lasten, met inbegrip van havenrechten;
-
- de Nederlandse deskundigen, leerkrachten en specialisten, alsmede de leden van hun gezin vrijstelling verleend van alle in- en uitvoerrechten en andere fiscale lasten ten aanzien van de door hen meegebrachte belastbare meubels en andere goederen voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van één personenauto per gezin, mits deze goederen worden ingevoerd binnen drie maanden nadat de Nederlandse deskundige, leerkracht of specialist zijn werkzaamheden heeft aanvaard, en de leden van hun gezin in Tunesië zijn aangekomen. Deze termijn kan in behoorlijk gemotiveerde uitzonderingsgevallen worden verlengd;
-
- de Nederlandse deskundigen, leerkrachten en specialisten alsmede hun gezinnen toegestaan geneesmiddelen, levensmiddelen voor kinderen en dieetvoedsel voor zover deze op de Tunesische markt niet verkrijgbaar zijn en ze voor hun persoonlijk gebruik zijn bestemd zonder betaling van douaneheffingen in te voeren;
-
- de Nederlandse deskundigen, leerkrachten en specialisten een legitimatiebewijs verschaft dat hun bij de uitvoering van de hun toegewezen taak de volledige steun van de bevoegde nationale instanties waarborgt.
Artikel V
De Regering van de Tunesische Republiek stelt zich aansprakelijk voor schade die de Nederlandse deskundigen, leerkrachten en specialisten aan derden veroorzaken voor zover die schade verband houdt met de uitvoering van een taak die hun krachtens deze Overeenkomst is opgedragen. Elke eis tot schadevergoeding tegen de Nederlandse deskundigen, leerkrachten of specialisten die daarop betrekking heeft is uitgesloten.
Behoudens in geval van nalatigheid of bedrog kan de Regering van de Tunesische Republiek, onverschillig op welke juridische gronden, geen verhaal zoeken op de Nederlandse deskundigen, leerkrachten of specialisten.
Artikel VI
Voor de gevallen waarin deze Overeenkomst niet voorziet zullen de beide Regeringen van geval tot geval bij administratief akkoord en na voorafgaand overleg vaststellen welke faciliteiten, vervat in de „Model Text of Agreement concerning assistance under the United Nations Development Programme”, geldig op het tijdstip waarop het administratief akkoord wordt gesloten, met betrekking tot het beschikbaar stellen van deskundigen, leerkrachten en specialisten en het uitvoeren van projecten, van toepassing worden verklaard.
Artikel VII
De bepalingen van deze Overeenkomst zijn eveneens van toepassing op de Nederlandse deskundigen, leerkrachten en specialisten die bij het in werking treden van deze Overeenkomst op last van de Nederlandse Regering in het kader van de technische samenwerking reeds werkzaam zijn in Tunesië.
Artikel VIII
Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Tunesië elkaar schriftelijk ervan in kennis stellen dat in hun beide landen aan de vereiste grondwettelijke procedures is voldaan.
Deze Overeenkomst geldt voor een periode van vijf jaar. Zij wordt geacht stilzwijgend te zijn verlengd, telkens voor een periode van drie jaar, indien zij niet door een der Partijen schriftelijk is opgezegd uiterlijk zes maanden voor het einde van de lopende periode.
In geval van opzegging behouden de deskundigen, leerkrachten en specialisten hun bijzondere positie tot het einde van het lopende jaar. Zij die een studiebeurs hebben of een stage lopen, blijven, indien zij met succes examens hebben afgelegd, vallen onder de bepalingen van deze Overeenkomst tot het normale einde van de studie of de opleiding waarvoor de beurs is verleend.
De beide Partijen zullen overleg plegen over de voltooiing der projecten waarmede ingevolge deze Overeenkomst een begin is gemaakt.
EN FOI DE QUOI les plénipotentiaires, dûment autorisés à cet effet, ont signé la présente Convention.
FAIT à La Haye, le 8 juillet 1966, en deux exemplaires.
Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas,
(s.) J. LUNS
Pour le Gouvernement de la République Tunisienne,
(s.) HABIB BOURGUIBA Jr.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.