Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Gabon inzake het luchtvervoer

Type Verdrag
Publication 1970-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van de Republiek Gabon;

Verlangende de ontwikkeling van het luchtvervoer tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Gabon te bevorderen en zoveel mogelijk te streven naar internationale samenwerking op dit gebied;

Verlangende met betrekking tot dit vervoer de beginselen en bepalingen toe te passen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944;

Zijn het volgende overeengekomen:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar de in deze Overeenkomst omschreven rechten met het oog op de vestiging van de internationale burgerlijke luchtverbindingen vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage:

Artikel 3

(1). De luchtvaartuigen gebruikt in internationaal verkeer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij, alsmede hun normale uitrusting, hun reserves aan motorbrandstoffen en smeeroliën en hun boordvoorraden (met inbegrip van proviand, dranken en tabak), zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten of heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingen en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd.

(2). Van dezelfde rechten of heffingen zijn eveneens vrijgesteld, met uitzondering van accijnzen of heffingen voor bewezen diensten:

Er kan worden verlangd dat de goederen bedoeld onder a), b) en c) hierboven onder douanetoezicht of -controle worden geplaatst.

(3). De normale boorduitrusting, evenals de materialen en voorraden die zich aan boord bevinden van de door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij gebruikte luchtvaartuigen mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden gelost dan met toestemming van de douane-autoriteiten van dat grondgebied. In dit geval kunnen zij onder toezicht van de genoemde autoriteiten worden geplaatst totdat zij weer worden uitgevoerd of totdat daarvan aangifte bij de douane is gedaan.

Artikel 4

De bewijzen van luchtwaardigheid, de bewijzen van bevoegdheid en de vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen en welke niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend wat betreft de exploitatie van dé luchtdiensten vermeld in de hierbijbehorende Bijlage.

Niettemin behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor om, wat betreft het vliegen over haar eigen grondgebied, de aan haar eigen onderdanen door de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende bewijzen van bevoegdheid niet als geldig te erkennen.

Artikel 5

(1). De wetten en voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij betrekking hebbende op het binnenkomen in en het vertrek uit haar grondgebied van de luchtvaartuigen, gebruikt in de internationale luchtvaart of betrekking hebbende op de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen gedurende hun verblijf binnen de grenzen van haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

(2). De passagiers, de bemanningsleden en de verladers van goederen dienen, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een derde handelende in hun naam en voor hun rekening, zich te houden aan de wetten en voorschriften die op het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij het binnenkomen, het verblijf en het vertrek regelen van de passagiers, bemanningsleden en goederen, zoals b.v. die welke betrekking hebben op het binnenkomen, de uitreisformaliteiten, de immigratie, de douane en de maatregelen die voortvloeien uit de gezondheidsvoorschriften.

(3). Reizigers, bagage en goederen die rechtstreeks op doorreis zijn via het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij en die het hun voorbehouden gedeelte van de luchthaven niet verlaten, worden slechts aan een zeer vereenvoudigde controle onderworpen. Bagage en goederen die rechtstreeks worden doorgevoerd zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Artikel 6

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde om overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen verzoeken inzake de uitlegging, toepassing of wijzigingen van deze Overeenkomst en van haar Bijlage.

Dit overleg vangt aan uiterlijk zestig (60) dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek.

(2). Alle wijzigingen van deze Overeenkomst waartoe tijdens het in het eerste lid bedoelde overleg wordt besloten, worden schriftelijk overeengekomen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen en worden van kracht op de datum waarop de beide Regeringen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat aan de in hun onderscheiden wetgevingen voorgeschreven formaliteiten is voldaan.

(3). Wat de Bijlage bij de Overeenkomst betreft worden wijzigingen die men heeft besloten daarin aan te brengen van kracht zodra ze zijn bevestigd door middel van een diplomatieke notawisseling.

Artikel 7

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de wens te kennen geven, deze Overeenkomst op te zeggen. Een zodanige kennisgeving wordt tegelijkertijd gedaan aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. De opzegging treedt in werking één jaar na die datum van ontvangst van deze kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij deze kennisgeving vóór het einde van deze periode in gemeen overleg wordt ingetrokken. Ingeval de Overeenkomstsluitende Partij welke een dergelijke kennisgeving ontvangt, de ontvangst daarvan niet zou bevestigen, wordt die kennisgeving geacht te zijn ontvangen vijftien (15) dagen na ontvangst daarvan bij de zetel van de Internationale Burgerluchtvaartmaatschappij.

Artikel 8

(1). Ingeval regeling van een geschil betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 niet mogelijk is gebleken, hetzij tussen de luchtvaartautoriteiten, hetzij tussen de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt het op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen aan een scheidsgerecht voorgelegd.

(2). Dit scheidsgerecht zal uit drie leden zijn samengesteld. Elk van de beide Regeringen wijst een scheidsrechter aan en deze beide scheidsrechters dienen tot overeenstemming te komen omtrent de aanwijzing van een onderdaan van een derde staat als President.

Indien binnen een tijdsverloop van twee maanden vanaf de datum waarop een van beide Regeringen de scheidsrechterlijke regeling van het geschil heeft voorgesteld, de beide scheidsrechters niet zijn aangewezen, of indien in de loop van de daarop volgende twee maanden de scheidsrechters niet tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de aanwijzing van een President, kan elke Overeenkomstsluitende Partij de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie verzoeken over te gaan tot de nodige aanwijzingen.

(3). Het scheidsgerecht neemt, indien het er niet in slaagt het geschil in der minne te schikken, een beslissing bij meerderheid van stemmen. Voor zover de Overeenkomstsluitende Partijen niet anders overeenkomen, stelt het zelf zijn procedureregels vast en bepaalt het zelf zijn zetel.

(4). De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich, zich te houden aan de voorlopige maatregelen die tijdens het proces kunnen worden voorgeschreven, alsook aan de scheidsrechterlijke uitspraak, welke in ieder geval als definitief wordt beschouwd.

(5). Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen zich niet houdt aan de scheidsrechterlijke beslissingen, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij, zolang deze nalatigheid duurt, de rechten of voorrechten welke zij krachtens deze Overeenkomst aan de in gebreke zijnde Overeenkomstsluitende Partij had verleend, beperken, opschorten of intrekken.

(6). Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt de vergoeding voor de werkzaamheden van haar scheidsrechter op zich, alsook de helft van de vergoeding van de aangewezen President.

Hoofdstuk II. Overeengekomen diensten

Artikel 9

De Regering van de Republiek Gabon verleent aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en omgekeerd verleent de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Regering van de Republiek Gabon het recht om de door ieder van beide aangewezen luchtvaartmaatschappij de luchtdiensten te doen exploiteren, welke zijn omschreven in de Routetabel voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst. Deze diensten zullen verder worden aangeduid met de uitdrukking „overeengekomen diensten”.

Artikel 10

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de aangegeven routes en doet hiervan schriftelijk mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij.

(2). Na ontvangst van deze mededeling houdende aanwijzing dient de andere Overeenkomstsluitende Partij, behoudens de bepalingen van lid 3 van dit artikel en die van de artikelen 11 en 13 van deze Overeenkomst, onverwijld aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij de passende exploitatievergunningen te verlenen.

(3). De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij het bewijs levert, dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden welke op het gebied van de exploitatie van de internationale luchtdiensten worden voorgeschreven door de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, door de genoemde autoriteiten worden toegepast.

Artikel 11

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunningen voorzien in lid 2 van artikel 10 niet te verlenen, indien de genoemde Overeenkomstsluitende Partij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij welke de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij.

(2). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening door de luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, van de rechten omschreven in artikel 9 van deze Overeenkomst te schorsen indien:

Tenzij de intrekking of de schorsing noodzakelijk is om nieuwe inbreuken op de bedoelde wetten en voorschriften te voorkomen, kan een zodanig recht niet worden uitgeoefend dan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, als voorzien in artikel 6. Ingeval dit overleg faalt, wordt overgegaan tot een scheidsrechterlijke uitspraak, overeenkomstig artikel 8.

Artikel 12

(1). De door de Regering van de Republiek Gabon krachtens deze Overeenkomst aangewezen luchtvaartmaatschappij geniet op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden het recht van overvliegen en van landingen voor niet-commerciële doeleinden alsmede het recht om in internationaal verkeer passagiers, post en goederen af te zetten of op te nemen op de landingsplaatsen en op de routes vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage.

(2). De door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden krachtens deze Overeenkomst aangewezen luchtvaartmaatschappij geniet op het grondgebied van de Republiek Gabon het recht van overvliegen en van landingen voor niet-commerciële doeleinden, alsmede het recht om in internationaal verkeer passagiers, post en goederen af te zetten of op te nemen op de landingsplaatsen en op de routes vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage.

Artikel 13

Met toepassing van de artikelen 77 en 79 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, die voorzien in het instellen door twee of meer Staten van gemeenschappelijke exploitatieorganisaties of van internationale exploitatieorganen, aanvaardt de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden dat de Regering van de Republiek Gabon, overeenkomstig de artikelen 2 en 4 en de bijlagen bij het Verdrag inzake Luchtvervoer in Afrika, ondertekend door Gabon te Yaoundé op 28 maart 1961, zich het recht voorbehoudt de maatschappij „Air-Afrique” aan te wijzen als de door de Republiek Gabon gekozen organisatie voor het exploiteren van de overeengekomen diensten.

Artikel 14

(1). De exploitatie van de overeengekomen diensten tussen het grondgebied van de Republiek Gabon en het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden of omgekeerd, welke diensten geëxploiteerd worden op de routes voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst, vormt voor beide landen een fundamenteel en onwrikbaar recht.

(2). Beide Overeenkomstsluitende Partijen zijn het eens om het beginsel van gelijkheid en van wederkerigheid van toepassing te doen zijn op alle terreinen die betrekking hebben op de uitoefening van de rechten voortvloeiende uit deze Overeenkomst.

De door de beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappijen zijn verzekerd van een billijke en rechtvaardige behandeling; zij dienen gelijke mogelijkheden en gelijke rechten te genieten en het beginsel van een gelijke verdeling van de aan te bieden vervoerscapaciteit voor de exploitatie van de overeengekomen diensten te eerbiedigen.

(3). Zij dienen op de gemeenschappelijke trajecten rekening te houden met hun wederzijdse belangen ten einde hun onderscheiden diensten niet onredelijk te treffen.

Artikel 15

(1). Op elk van de routes voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst hebben de overeengekomen diensten als primair doel het verschaffen, bij een redelijk te achten beladingsgraad, van een vervoerscapaciteit welke aangepast is aan de normale en redelijkerwijze te voorziene behoeften van het internationale luchtverkeer, afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij welke de genoemde diensten exploiteert, heeft aangewezen.

(2). De door een der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappij(en) kan (kunnen) binnen de grenzen van de globale vervoerscapaciteit als voorzien in het eerste lid van dit artikel, voldoen aan de verkeersbehoeften tussen de grondgebieden van derde Staten gelegen op de overeengekomen routes en het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, daarbij rekening houdende met de plaatselijke en regionale diensten.

(3). Ten einde te kunnen voldoen aan onvoorziene of tijdelijke vraag naar verkeer op diezelfde routes, dienen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen onderling te beslissen over passende maatregelen om aan deze tijdelijke toeneming van het verkeer tegemoet te komen. Zij brengen hiervan onmiddellijk verslag uit aan de luchtvaartautoriteiten van hun onderscheiden landen, die met elkaar overleg kunnen plegen indien zij zulks nuttig achten.

(4). Ingeval een maatschappij aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen op een of meer routes, hetzij een gedeelte, hetzij het totaal van de vervoerscapaciteit welke zij, rekening houdende met haar rechten, mag aanbieden, niet wenst te gebruiken, verstaat zij zich met de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij ten einde aan haar voor een bepaalde tijd het totaal of een gedeelte van de betrokken vervoerscapaciteit over te dragen.

De aangewezen maatschappij die alle of een gedeelte van haar rechten heeft overgedragen kan deze aan het einde van de genoemde periode hernemen.

Artikel 16

(1). De aangewezen luchtvaartmaatschappijen doen minstens dertig (30) dagen voordat zij een begin maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen mededeling van de aard van het vervoer, de te gebruiken vliegtuigtypen en de voorgenomen dienstregelingen. Dezelfde regel geldt ten aanzien van latere wijzigingen.

(2). De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij verschaffen op verzoek van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij alle lopende statistieken en andere statistische gegevens betreffende de aangewezen luchtvaartmaatschappij welke redelijkerwijze verlangd kunnen worden voor de controle van de omvang van het op de overeengekomen diensten verrichte vervoer. Die statistieken omvatten alle gegevens welke benodigd zijn om de herkomst en de bestemming van het verkeer vast te stellen.

Artikel 17

De beide Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen met elkaar overleg te plegen telkens wanneer zulks nodig is voor de coördinatie van hun onderscheiden luchtdiensten.

Artikel 18

(1). De vaststelling van de tarieven welke zullen worden toegepast op de overeengekomen diensten op de Gabonese en de Nederlandse routes, vermeld in de Bijlage bij deze Overeenkomst, geschiedt zoveel mogelijk in overeenstemming tussen de aangewezen maatschappijen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.