Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Columbia inzake het ter beschikking stellen van Nederlandse Vrijwilligers voor arbeid in Columbia
De Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, vertegenwoordigd door de bij de Regering van de Republiek Columbia geaccrediteerde Ambassadeur, en van de Republiek Columbia, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, handelend krachtens de bevoegdheden vervat in de Wet No. 24 van 1959, en hiertoe volledig bevoegd,
Verlangende de vriendschap te bevestigen welke hun volkeren elkaar toedragen en de goede betrekkingen tussen hun landen te verstevigen, alsmede samen te werken in de uitvoering van het Nationale Programma voor de Ontwikkeling van de Gemeenschap in Columbia, en hiervoor de diensten van Nederlandse Jongeren Vrijwilligers aan te wenden,
Zijn overeengekomen de Overeenkomst inhoudende de volgende bepalingen:
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
GEDAAN te Bogotá, de 6e juli 1964, in zes exemplaren, waarvan drie in de Nederlandse en drie in de Spaanse taal, zijnde de teksten gelijkelijk authentiek.
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,
(w.g.) TH. P. BERGSMA
Voor de Regering van de Republiek Columbia,
(w.g.) AURELIO CAMACHO RUEDA
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.