Europese Overeenkomst betreffende personen die deelnemen aan procedures voor de Europese Commissie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

Type Verdrag
Publication 1972-02-29
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Lid-Staten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Gelet op het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 (hierna te noemen „het Verdrag”);

Overwegende dat het voor een betere verwezenlijking van de doelstellingen van hetVerdrag wenselijk is dat aan personen die deelnemen aan procedures voor de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (hierna te noemen „de Commissie”) of voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna te noemen „het Hof”) bepaalde immuniteiten worden toegekend en faciliteiten worden verleend;

Verlangende te dien einde een overeenkomst te sluiten,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1
1.

De personen op wie de onderhavige Overeenkomst van toepassing is, zijn:

2.

In deze Overeenkomst wordt onder de termen „Commissie” en „Hof” mede verstaan een subcommissie of Kamer, of leden van elk van deze lichamen, in de uitoefening van de functies hun toebedeeld bij het Verdrag, dan wel bij de huishoudelijke reglementen van het Hof of van de Commissie; onder de term „deelnemen aan de procedure” wordt mede verstaan iedere handeling ter voorbereiding van het indienen van een klacht tegen een Staat, die het individuele klachtrecht overeenkomstig artikel 25 van het Verdrag heeft erkend.

3.

Indien bij de uitoefening door het Comité van Ministers van zijn bevoegdheden ingevolge artikel 32 van het Verdrag een der personen genoemd in het eerste lid van dit artikel wordt opgeroepen om te verschijnen voor of schriftelijke verklaringen in te dienen bij het Comité van Ministers, zijn ook op hem de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing.

Artikel 2
1.

De personen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van deze Overeenkomst genieten vrijdom van rechtsvervolging ten aanzien van mondelinge of schriftelijke verklaringen afgelegd tegenover, of ten aanzien van documenten of ander bewijsmateriaal door hen overgelegd aan, de Commissie of het Hof.

2.

Deze vrijdom geldt niet voor gehele of gedeeltelijke mededeling buiten de Commissie of het Hof gedaan van afgelegde verklaringen of overgelegde documenten en ander bewijsmateriaal, indien die mededeling door of namens personen, gerechtigd tot de vrijdom gegeven in het voorgaande lid, is gedaan.

Artikel 3
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen eerbiedigen het recht van de personen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van deze Overeenkomst, vrijelijk te corresponderen met de Commissie en het Hof.

2.

Voor wat betreft zich in hechtenis bevindende personen houdt de uitoefening van dit recht met name in dat:

3.

Bij de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel onthoudt het openbaar gezag zich van inmenging, tenzij de wet daarin voorziet en het betrokken optreden in een democratische samenleving noodzakelijk is voor de nationale veiligheid, de opsporing en de vervolging van een strafbaar feit of de bescherming van de gezondheid.

Artikel 4
3.

De Overeenkomstsluitende Partijen nemen de verplichting op zich alle zodanige personen die hun reis op hun grondgebied hebben aangevangen, bij hun terugkeer, daarop wederom toe te laten.

4.

Het in het eerste en tweede lid van dit artikel bepaalde is niet langer van toepassing wanneer de betrokken persoon gedurende vijftien achtereenvolgende dagen, te rekenen van de datum waarop zijn tegenwoordigheid niet langer door de Commissie of het Hof werd verlangd, gelegenheid heeft gehad terug te keren naar het land waar hij zijn reis heeft aangevangen.

5.

In geval van tegenstrijdigheid tussen de verplichtingen van een Overeenkomstsluitende Partij voortvloeiende uit het tweede lid van dit artikel en die welke voortvloeien uit een Verdrag van de Raad van Europa, een uitleveringsverdrag of enig ander verdrag betreffende wederzijdse bijstand in strafzaken dat is gesloten met andere Overeenkomstsluitende Partijen, gelden de bepalingen van het tweede lid van dit artikel.

Artikel 5
1.

De vrijdommen en faciliteiten worden aan de in het eerste lid van artikel 1 van deze Overeenkomst bedoelde personen toegekend, uitsluitend teneinde hun de vrijheid van spreken en de onafhankelijkheid te waarborgen welke noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun functies, taak of verplichtingen of voor de uitoefening van hun rechten met betrekking tot de Commissie en het Hof.

3.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij formeel verklaart dat de opheffing van de vrijdom bedoeld in het eerste lid van artikel 2 van deze Overeenkomst, noodzakelijk is in verband met een vervolging wegens een misdrijf tegen de nationale veiligheid, heft de Commissie of het Hof de vrijdom op in de mate waarin dit in de verklaring is omschreven.

4.

Indien een feit aan het licht komt dat vanwege zijn aard van beslissende betekenis kan zijn en waarvan ten tijde dat besloten werd te weigeren deze vrijdom op te heffen de indiener van het verzoek geen kennis droeg, kan deze een nieuw verzoek tot de Commissie of het Hof richten.

Artikel 6

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst mag zo worden uitgelegd dat zij een ingevolge het Verdrag door de Overeenkomstsluitende Partijen aangegane verplichting zou beperken of daaraan afbreuk zou doen.

Artikel 7
1.

Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa, die er partij bij kunnen worden door:

2.

De akten van bekrachtiging of aanvaarding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 8
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop vijf Lid-Staten van de Raad partij bij de Overeenkomst zijn geworden overeenkomstig de bepalingen van artikel 7.

2.

Voor elke Lid-Staat die de Overeenkomst nadien zonder voorbehoud van bekrachtiging of aanvaarding ondertekent of haar bekrachtigt of aanvaardt, treedt de Overeenkomst in werking een maand na de datum van die ondertekening of de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging of aanvaarding.

Artikel 9
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of aanvaarding aangeven op welk gebied of welke gebieden deze Overeenkomst van toepassing is.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of aanvaarding, of op elk later tijdstip, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving de toepasselijkheid van deze Overeenkomst uitbreiden tot het gebied of de gebieden genoemd in die kennisgeving en voor de internationale betrekkingen waarvan zij verantwoordelijk is of waarvoor zij bevoegd is overeenkomsten aan te gaan.

3.

Elke krachtens het bepaalde in het voorgaande lid gedane kennisgeving kan, ten aanzien van elk in die kennisgeving genoemd gebied, overeenkomstig de in artikel 10 van deze Overeenkomst omschreven procedure worden ingetrokken.

Artikel 10
1.

Deze Overeenkomst blijft voor onbepaalde tijd van kracht.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst ten aanzien van haarzelf opzeggen door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving.

3.

De opzegging wordt van kracht zes maanden na het tijdstip van ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal. Een zodanige opzegging heeft evenwel niet ten gevolge dat de betrokken Overeenkomstsluitende Partij wordt ontslagen van enige verplichting, die uit deze Overeenkomst zou kunnen zijn ontstaan met betrekking tot personen bedoeld in artikel 1, eerste lid.

Artikel 11

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet de Lid-Staten van de Raad mededeling van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at London, this 6th day of May 1969, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory States.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.