Overeenkomst tot vereenvoudiging van het reizigersverkeer tussen Ierland en de Beneluxlanden
De Regering van Ierland, enerzijds, en de Regeringen van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, gezamenlijk optredend op grond van de Overeenkomst van 11 april 1960 betreffende de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied, anderzijds, verlangend het reizigersverkeer tussen hun onderscheiden grondgebieden te vereenvoudigen, zijn overeengekomen een overeenkomst te sluiten van de navolgende inhoud:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
„Beneluxlanden” het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden; onder:
„Beneluxgebied” de grondgebieden in Europa van het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden, alsmede het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg.
Artikel 2
Belgische, Luxemburgse en Nederlandse staatsburgers die in het bezit zijn van een geldig nationaal paspoort kunnen, ongeacht hun plaats van herkomst, Ierland inreizen zonder verplicht te zijn zich vooraf van een visum te voorzien.
Artikel 3
Belgische, Luxemburgse en Nederlandse staatsburgers die in het bezit zijn van een geldige Belgische identiteitskaart, of van een geldige Luxemburgse „carte d'identité” (carte de légitimation), of van een geldige Nederlandse identiteitskaart (toeristenkaart), alsmede van een Ierse „Visitor's Card”, kunnen Ierland inreizen zonder verplicht te zijn zich vooraf van een visum te voorzien, mits hun verblijf de tijd van drie maanden niet te boven gaat en niet is bedoeld om arbeid te verrichten.
Artikel 4
(1). Met inachtneming van de bepalingen van lid 2 kunnen Ierse staatsburgers die in het bezit zijn van een geldig nationaal paspoort, ongeacht hun plaats van herkomst, het Beneluxgebied binnenreizen, zonder verplicht te zijn zich vooraf van een visum te voorzien.
(2). Ierse staatsburgers die zich voor een verblijf van langer dan drie maanden naar een der Beneluxlanden willen begeven, dienen zich voor hun vertrek door tussenkomst van de bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het desbetreffende Beneluxland van een machtiging tot voorlopig verblijf te voorzien.
Artikel 5
De bepalingen van de artikelen 2, 3 en 4 ontheffen Ierse staatsburgers die zich naar de Beneluxlanden begeven of staatsburgers van een der Beneluxlanden die zich naar Ierland begeven niet van de verplichting te voldoen aan de in het desbetreffende land geldende wetten en voorschriften terzake van binnenkomst, verblijf (tijdelijk of duurzaam) en de tewerkstelling van vreemde arbeidskrachten of het uitoefenen van een beroep of bedrijf door vreemdelingen.
Reizigers die niet ten genoegen van de bevoegde autoriteiten kunnen aantonen dat door hen aan deze wetten en voorschriften wordt voldaan, kan de toestemming tot binnenkomst worden geweigerd.
Artikel 6
Aan de bevoegde Ierse autoriteiten en aan de bevoegde autoriteiten van ieder Beneluxland wordt het recht voorbehouden iemand de toestemming tot binnenkomst of verblijf in het desbetreffende land te weigeren in ieder geval waarin deze persoon door deze autoriteiten als ongewenst wordt beschouwd, of op andere wijze ongewenst is in verband met het algemene beleid van de desbetreffende Regering met betrekking tot de binnenkomst of het verblijf van vreemdelingen.
Artikel 7
De Ierse Regering verbindt zich personen die het Beneluxgebied overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst zijn binnengekomen, te allen tijde op haar grondgebied terug te nemen.
De Belgische, Luxemburgse en Nederlandse Regeringen verbinden zich personen die het Ierse grondgebied overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst zijn binnengekomen, te allen tijde op haar grondgebied terug te nemen.
Artikel 8
Deze Overeenkomst treedt in de plaats van:
- a). de Overeenkomst betreffende afschaffing van visa tussen Ierland en België, ondertekend te Brussel op 16 april 1948;
- b). de Overeenkomst betreffende afschaffing van visa tussen Ierland en het Groothertogdom Luxemburg, ondertekend te Brussel op 1 december 1948;
- c). de Overeenkomst betreffende de wederzijdse afschaffing van visa tussen Ierland en Nederland, ondertekend te Dublin op 1 mei 1947.
Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de dag waarop de Ierse Regering aan de andere ondertekenende Regeringen heeft medegedeeld dat aan de voorwaarden voor uitvoering van de Overeenkomst in elk van deze landen is voldaan.
In afwachting van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden de bepalingen daarvan voorlopig toegepast met ingang van de datum van ondertekening.
Met uitzondering van artikel 7 kunnen de Regering van Ierland of de Regeringen van de Beneluxlanden de bovenstaande bepalingen geheel of gedeeltelijk om redenen van openbare orde of nationale veiligheid tijdelijk schorsen. In geval van schorsing van de onderhavige Overeenkomst door de Ierse Regering stelt deze Regering de Regering van elk der Beneluxlanden onmiddellijk daarvan in kennis.
In geval van schorsing door de Regeringen van de Beneluxlanden wordt deze schorsing onmiddellijk ter kennis van de Ierse Regering gebracht.
De Ierse Regering en de Regeringen der Beneluxlanden kunnen deze Overeenkomst te allen tijde met een opzeggingstermijn van zes maanden opzeggen. In geval van opzegging door de Ierse Regering stelt deze Regering de Regering van elk der Beneluxlanden onmiddellijk daarvan in kennis. In geval van opzegging door de Regeringen van de Beneluxlanden wordt deze opzegging onmiddellijk ter kennis van de Ierse Regering gebracht.
EN FOI DE QUOI les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent accord.
FAIT à Dublin, le 8 avril 1963, en quatre exemplaires en langue française.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.