Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Democratische Republiek Kongo inzake het luchtvervoer

Type Verdrag
Publication 1973-02-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

De Regering van de Democratische Republiek Kongo,

Verlangende de ontwikkeling van het luchtvervoer tussen Kongo en Nederland te bevorderen en zoveel mogelijk te streven naar internationale samenwerking op dit gebied, daarbij met name uitgaande van de beginselen en de bepalingen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944,

Zijn het volgende overeengekomen:

In de verhouding Nederlandse Antillen-Kongo vanaf 13 mei 1970.

In de verhouding Nederlandse Antillen-Kongo vanaf 13 mei 1970.

Artikel 1

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar de in deze Overeenkomst omschreven rechten en voorrechten met het oog op de vestiging van de internationale luchtverbindingen vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage.

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen

Artikel 2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage:

HOOFDSTUK II. Algemene bepalingen

Artikel 3

De wetten en voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij betrekking hebbende op het binnenkomen in en het vertrek uit haar grondgebied van de luchtvaartuigen gebruikt in de internationale luchtvaart of betrekking hebbende op de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen gedurende hun verblijf binnen de grenzen van haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de maatschappij of de maatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

De bemanningsleden, de passagiers en de verladers van goederen dienen, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een derde handelende voor hun rekening en in hun naam, zich te houden aan de wetten en voorschriften die op het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij het binnenkomen, het verblijf en het vertrek regelen van de bemanningsleden, passagiers en goederen, zoals b.v. die welke betrekking hebben op het binnenkomen, de immigratie, de emigratie, de paspoorten, de uitreisformaliteiten, de douane, de gezondheid en het deviezenstelsel.

Artikel 4

De bewijzen van luchtwaardigheid, de bewijzen van bevoegdheid en de vergunningen uitgereikt of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen en welke niet zijn verlopen, zijn door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend wat betreft de exploitatie van de luchtdiensten vermeld in de hierbij behorende Bijlage.

Niettemin behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor, wat betreft het vliegen over haar eigen grondgebied, de aan haar eigen onderdanen door de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende bewijzen van bevoegdheid niet als geldig te erkennen.

Artikel 5

(1). De luchtvaartuigen gebruikt in het internationale verkeer door de luchtvaartmaatschappijen aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen, alsmede hun normale boorduitrusting, hun reserves aan motorbrandstoffen en smeeroliën en hun boordvoorraden (met inbegrip van proviand, dranken en tabakswaren), zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij op de voorwaarden vastgelegd in het douanereglement van deze Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten en heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingen en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd.

(2). Van dezelfde rechten en heffingen zijn eveneens en op dezelfde voorwaarden vrijgesteld, met uitzondering van accijnzen en heffingen voor bewezen diensten:

(3). De normale boorduitrusting, de voorraden aan motorbrandstoffen, smeeroliën en boordproviand evenals de reservedelen die zich aan boord bevinden van de luchtvaartuigen voor internationaal luchtverkeer gebruikt door een van de Overeenkomstsluitende Partijen, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden gelost dan met toestemming van de douane-autoriteiten van deze Overeenkomstsluitende Partij. In dit geval worden zij onder toezicht van de genoemde douane-autoriteiten geplaatst totdat zij weer uitgevoerd worden of totdat daarvan aangifte bij de douane is gedaan. Zij blijven ter beschikking van de onderneming die er de eigenaar van is.

(4). De uitrusting, de voorraden en de materialen in het algemeen die vanaf de aankomst op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen vallen onder de bepalingen van de bovenstaande leden, mogen niet worden vervreemd zonder machtiging van de douane-autoriteiten van deze Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 6

Iedere Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor een maatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij machtiging tot exploitatie te weigeren of een zodanige machtiging in te trekken, wanneer zij op goede gronden van mening is niet over het bewijs te beschikken dat een overwegend deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de andere Overeenkomstsluitende Partij of bij onderdanen daarvan, of wanneer deze maatschappij zich niet houdt aan de wetten en voorschriften genoemd in artikel 3 of de verplichtingen die deze Overeenkomst haar oplegt niet nakomt.

HOOFDSTUK III. Doortocht van internationale luchtdiensten

Artikel 7

(1). Iedere Overeenkomstsluitende Partij verleent de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij die een internationale luchtdienst onderhouden:

(2). Voor de toepassing van het in het eerste lid bepaalde dient iedere Overeenkomstsluitende Partij de routes aan te geven waarlangs de luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij over haar grondgebied moeten vliegen, alsmede de luchthavens die gebruikt mogen worden.

HOOFDSTUK IV. Overeengekomen diensten

Artikel 8

De Regering van de Democratische Republiek Kongo verleent aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en omgekeerd verleent de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Regering van de Democratische Republiek Kongo het recht de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen de overeengekomen diensten te doen exploiteren welke zijn omschreven in de Routetabellen voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst.

Artikel 9

De overeengekomen diensten worden geëxploiteerd door een of meer luchtvaartmaatschappijen door ieder der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen om de omschreven route of routes te exploiteren.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht, na de andere Overeenkomstsluitende Partij hierover van te voren in kennis te hebben gesteld, de maatschappij of maatschappijen door haar aangewezen om de genoemde overeengekomen diensten te exploiteren te vervangen door een of meer nationale maatschappijen. De aangewezen nieuwe maatschappij (maatschappijen) geniet (genieten) dezelfde rechten en is (zijn) gebonden aan dezelfde verplichtingen als de maatschappijen die zij vervangt (vervangen).

Artikel 10

De exploitatie van de overeengekomen diensten door iedere aangewezen maatschappij blijft evenwel onderworpen aan de verlening van een exploitatievergunning door de Overeenkomstsluitende Partij die de rechten toekent.

Overeengekomen wordt dat deze exploitatievergunning op de kortst mogelijke termijn aan de betrokken maatschappij of maatschappijen dient te worden verleend, onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 6 en 11 van deze Overeenkomst.

Artikel 11

De aangewezen maatschappijen zijn, zo nodig, gehouden de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij die de rechten verleent het bewijs te leveren dat zij in staat zijn te voldoen aan de door de wetten en voorschriften van de genoemde Overeenkomstsluitende Partij voorgeschreven eisen met betrekking tot het functioneren van commerciële luchtvaartmaatschappijen.

Artikel 12

De overeengekomen diensten kunnen naar goeddunken van de Overeenkomstsluitende Partij aan wie de rechten zijn verleend, onmiddellijk of met ingang van een latere datum worden geëxploiteerd.

Artikel 13

De door ieder der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappijen zijn verzekerd van een billijke en rechtvaardige behandeling ten einde gelijke mogelijkheden te verkrijgen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten.

Zij dienen op de gemeenschappelijke routes rekening te houden met hun wederzijdse belangen ten einde hun onderscheiden diensten niet aan te tasten.

Artikel 14

De door een der Overeenkomstsluitende Partijen krachtens deze Overeenkomst aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen geniet (en) op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht in internationaal verkeer passagiers, post en goederen af te zetten of op te nemen op de landingsplaatsen en op de routes vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage en op de in de volgende artikelen omschreven voorwaarden.

Artikel 15

(a). Op elk van de routes opgenomen in de hierbij gevoegde Bijlage hebben de overeengekomen diensten als primair doel het verschaffen, bij een redelijk te achten beladingsgraad, van een vervoerscapaciteit welke aangepast is aan de normale en redelijkerwijs te voorziene behoeften van het internationale luchtverkeer, afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij welke de genoemde diensten exploiteert, heeft aangewezen.

(b). De door een der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappij kan binnen de grenzen van de globale vervoerscapaciteit als voorzien in het eerste lid van dit artikel, voldoen aan de verkeersbehoeften tussen de grondgebieden van derde Staten gelegen op de overeengekomen routes en het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, daarbij rekening houdend met de plaatselijke en regionale diensten.

Artikel 16

Telkens wanneer een toeneming van het verkeer op deze routes zulks rechtvaardigt, kan een aanvullende capaciteit, boven die welke bedoeld is in het vorige artikel, ingezet worden door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen, onder voorbehoud van toestemming van de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 17

Ingeval de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen op een of meer routes, hetzij een gedeelte, hetzij het geheel van de vervoerscapaciteit die haar is toegestaan, niet wensen te gebruiken, kunnen zij voor een vastgestelde tijd aan door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen maatschappijen dat gedeelte of het geheel van de niet gebruikte vervoerscapaciteit overdragen.

De luchtvaartautoriteiten die alle rechten of een deel ervan hebben overgedragen, kunnen deze op ieder moment hernemen.

Artikel 18

De Overeenkomstsluitende Partijen plegen op geregelde tijden met elkaar overleg, ten einde te onderzoeken op welke wijze de bepalingen van dit hoofdstuk van de Overeenkomst door de aangewezen maatschappijen worden toegepast en er zich van te overtuigen dat hun belangen niet worden geschaad. Bij dit overleg dient rekening te worden gehouden met de vervoersstatistieken. Deze statistieken zullen zij geregeld onderling uitwisselen.

Artikel 19

(1). De tarieven dienen op een redelijk niveau te worden vastgesteld; hierbij dient met name rekening te worden gehouden met een economische exploitatie, de kenmerken van iedere dienst en de tarieven voorgesteld door de andere maatschappijen die dezelfde route geheel of gedeeltelijk exploiteren.

(2). De tarieven voor vervoer van of naar een van de luchthavens op de route mogen niet lager zijn dan de tarieven die worden berekend door de maatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partij die de lokale of regionale diensten op een deel van deze route onderhouden.

(3). De vaststelling van de tarieven welke zullen worden toegepast op de overeengekomen diensten op de routes opgenomen in de Bijlage bij deze Overeenkomst, geschiedt zoveel mogelijk in overeenstemming tussen de aangewezen maatschappijen.

Deze maatschappijen zullen handelen:

(4). De aldus vastgestelde tarieven dienen ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij, ten minste dertig dagen voor de voorgestelde datum van inwerkingtreding; deze termijn kan in bijzondere gevallen, onder voorbehoud van instemming van die autoriteiten, worden verkort.

(5). Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de vaststelling van een tarief volgens het bepaalde in het derde lid van dit artikel of indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen mededeling doet niet te kunnen instemmen met het tarief dat haar volgens het bepaalde in voorgaand vierde lid is voorgelegd, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen tot een bevredigende regeling te komen.

Indien geen overeenstemming wordt bereikt, zal een beroep worden gedaan op het scheidsgerecht, als voorzien in artikel 23 van deze Overeenkomst.

Zolang de scheidsrechterlijke uitspraak niet is gedaan, heeft de Overeenkomstsluitende Partij die heeft medegedeeld met een tarief niet te kunnen instemmen, het recht van de andere Overeenkomstsluitende Partij te eisen dat de eerder geldende tarieven worden gehandhaafd.

Artikel 20

Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze Overeenkomst moeten de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar op zo kort mogelijke termijn de gegevens verstrekken die betrekking hebben op de vergunningen die zijn verleend aan de maatschappijen die aangewezen zijn om de overeengekomen diensten te exploiteren.

Deze gegevens dienen met name te omvatten een afschrift van de verleende vergunningen, de eventuele wijzigingen ervan, zomede alle daaraan gehechte stukken.

De aangewezen maatschappijen doen de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen ten minste vijftien dagen voor de aanvang van de exploitatie van hun onderscheiden diensten mededeling van de dienstregelingen, de frequenties en de typen toestellen die zullen worden gebruikt. Zij moeten eveneens mededeling doen van alle eventuele latere wijzigingen.

HOOFDSTUK V. Uitlegging - Herziening - Opzegging - Geschillen

Artikel 21

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde om overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen verzoeken inzake de uitlegging, toepassing of wijzigingen van deze Overeenkomst.

Dit overleg vangt aan uiterlijk na zestig dagen te rekenen van de datum van ontvangst van het verzoek.

De wijzigingen die men besloten heeft in deze Overeenkomst aan te brengen worden van kracht nadat zij door middel van een langs diplomatieke weg gevoerde notawisseling zijn bevestigd.

Artikel 22

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededeling doen van haar wens deze Overeenkomst op te zeggen.

Een zodanige kennisgeving wordt gedaan aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst van deze kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij deze kennisgeving vóór het einde van deze periode in gemeen overleg wordt ingetrokken.

Ingeval de Overeenkomstsluitende Partij welke een zodanige kennisgeving ontvangt, de ontvangst daarvan niet zou bevestigen, wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen vijftien dagen na ontvangst daarvan bij de zetel van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 23

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.