Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)
De Lidstaten van de Raad van Europa die deze (herziene) Code hebben ondertekend,
Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is een grotere eenheid tussen zijn Leden tot stand te brengen ten einde, met name, hun sociale vooruitgang te bevorderen;
Overwegende het belang van harmonisatie van zowel de bescherming die wordt gewaarborgd door sociale zekerheid als van de lasten die hieruit voortvloeien overeenkomstig gemeenschappelijke Europese normen;
Opmerkend dat de nationale wetgeving inzake sociale zekerheid zich in de meeste Lidstaten van de Raad van Europa verder heeft ontwikkeld sedert de Europese Code inzake Sociale Zekerheid en het Protocol daarbij op 16 april 1964 voor ondertekening werden opengesteld;
Van oordeel zijnd dat deze ontwikkeling herziening van die akten op alle daarvoor in aanmerking komende punten noodzakelijk maakt ten einde, enerzijds, deze aan te passen aan de huidige aspiraties en mogelijkheden van de Europese samenleving en, anderzijds, de bescherming van sociale zekerheid uit te breiden tot de gehele bevolking, te zamen met sociale rechten voor iedere persoon, en discriminatie uit te bannen, in het bijzonder discriminatie op grond van geslacht;
Het nut erkennend van verbetering en versoepeling van de in de Europese Code inzake Sociale Zekerheid en het Protocol daarbij vervatte normen en van het opnemen van nieuwe normen in een herziene code die de Code en het Protocol van 16 april 1964 geleidelijk moet vervangen,
Zijn de volgende bepalingen overeengekomen, die zijn opgesteld met medewerking van het Internationale Arbeidsbureau:
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van deze (herziene) Code:
- a. wordt verstaan onder „het Comité”: het Directie-Comité voor Sociale Zekerheid van de Raad van Europa of elk ander Comité dat door het Comité van Ministers belast is met de uitvoering van de taken die krachtens de bepalingen van deze (herziene) Code aan het Comité zijn opgedragen;
- b. omvat de term „wetgeving” de wetten en regelingen, alsmede de statuaire bepalingen inzake sociale zekerheid;
- c. wordt verstaan onder „voorgeschreven”: vastgesteld bij of krachtens de nationale wetgeving;
- d. wordt verstaan onder „ingezetene”: een persoon die gewoonlijk op het grondgebied van de betrokken Partij verblijf houdt;
- e. wordt verstaan onder „wachttijd”: hetzij een tijdvak van premiebetaling, hetzij een tijdvak van arbeid, hetzij een tijdvak van wonen, met inbegrip van ieder tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt, of een combinatie van deze tijdvakken, naar gelang is voorgeschreven voor de opening van het recht op prestaties;
- f. verwijst de term „ten laste” naar de toestand van afhankelijkheid die in voorgeschreven gevallen wordt verondersteld;
- g. wordt verstaan onder „nagelaten echtgenoot” de echtgeno(o)te die ten laste was van de overledene op het tijdstip van diens overlijden, en die niet is hertrouwd;
- h. wordt verstaan onder „kind”:
- i. een kind dat de leeftijd waarop de leerplicht afloopt, nog niet heeft bereikt, of dat jonger dan 16 jaar is;
- ii. onder voorgeschreven voorwaarden, een kind dat ouder is dan bedoeld onder i. hierboven, wanneer het wordt opgeleid voor een beroep , zijn studie voortzet of lijdt aan een chronische ziekte of een gebrek waardoor het niet geschikt is tot het verrichten van enige beroepsarbeid.
Artikel 2
Elke Partij die heeft verklaard zichzelf gebonden te achten door de in het eerste tot en met het derde lid van artikel 12 van het Europees Sociaal Handvest van 18 oktober 1961 vervatte verplichtingen of die de verplichtingen van de Europese Code inzake Sociale Zekerheid van 16 april 1964 heeft aanvaard, moet toepassen:
- a. Deel I;
- b. ten minste een van de Delen II tot en met X;
- c. de desbetreffende bepalingen van de Delen XI en XII; en
- d. Deel XIII
van deze (herziene) Code.
Elke andere Partij moet toepassen:
- a. Deel I;
- b. ten minste een van de Delen II tot en met X;
- c. de desbetreffende bepalingen van de Delen XI en XII; en
- d. Deel XIII
van deze (herziene) Code.
Artikel 3
Elke Overeenkomstsluitende Staat geeft in zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding aan ten aanzien van welke van de Delen II tot en met X hij de uit deze (herziene) Code voortvloeiende verplichtingen aanvaardt.
Elke Partij waarborgt aan de beschermde personen, met betrekking tot elk van de Delen II tot en met X ten aanzien waarvan zij de uit deze (herziene) Code voortvloeiende verplichtingen heeft aanvaard, de in dat Deel voorziene prestatie voor de verzekerde eventualiteit of eventualiteiten, in overeenstemming met de bepalingen van dat Deel.
Elke Overeenkomstsluitende Staat die de in de Delen II, III, IX en X vervatte verplichtingen aanvaardt, wordt geacht eveneens aan de in Deel VI vervatte verplichtingen te voldoen indien haar wetgeving aan slachtoffers van arbeidsongevallen of beroepsziekten recht geeft op medische zorg, ziekengeld en uitkering bij invaliditeit, en aan hun nagelaten betrekkingen het recht op uitkering aan nagelaten betrekkingen, ongeacht de oorzaak van de betreffende eventualiteit, en mits die wetgeving het recht op prestaties niet afhankelijk stelt van enige voorwaarde inzake een wachttijd. Voor de toepassing van dit lid wordt een Overeenkomstsluitende Staat, die wordt geacht aan de in Deel X vervatte verplichtingen te voldoen in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel, geacht de verplichtingen van Deel X te hebben aanvaard.
Elke Overeenkomstsluitende Staat die de in de Delen V, VII en IX vervatte verplichtingen aanvaardt, wordt geacht eveneens aan de verplichtingen van Deel X te voldoen indien zijn wetgeving, wat de Delen V en IX betreft, de gehele economisch actieve bevolking beschermt en, wat Deel VII betreft, alle kinderen van de economisch actieve bevolking beschermt.
Een Overeenkomstsluitende Staat die een beroep wenst te doen op de bepalingen van het derde of het vierde lid van dit artikel, moet dit aangeven in zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Elke Partij streeft ernaar passende maatregelen te nemen om gelijke behandeling van beschermde personen van beide geslachten te waarborgen bij de toepassing van die Delen van deze (herziene) Code waarvan zij de verplichtingen heeft aanvaard.
Artikel 4
Elke Partij kan later de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa ervan in kennis stellen dat zij de uit deze (herziene) Code voortvloeiende verplichtingen aanvaardt ten aanzien van één of meer van de Delen II tot en met X waarvan zij nog geen opgave heeft gedaan in haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
De aanvaarding van de in het voorgaande lid bedoelde verplichtingen wordt geacht een integrerend deel te vormen van de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, en heeft gelijke kracht te rekenen vanaf de datum van kennisgeving.
Artikel 5
Aanvaarding van de in één of meer van de Delen II tot en met X van deze (herziene) Code vervatte verplichtingen heeft, vanaf de datum van inwerkingtreding van die verplichtingen ten aanzien van de betrokken Partij, tot gevolg dat de overeenkomstige bepalingen van de Europese Code inzake Sociale Zekerheid en, waarvan toepassing, van het daarbij behorend Protocol, niet langer van toepassing zijn ten aanzien van de betrokken Partij indien die Partij door de eerste van genoemde akten of door beide akten gebonden is. Niettemin wordt aanvaarding van de in een of meer van de Delen II tot en met X van deze (herziene) Code vervatte verplichtingen geacht aanvaarding in te houden van de overeenkomstige bepalingen van de Europese Code inzake Sociale Zekerheid en, waar van toepassing, van het daarbij behorend Protocol, voor de toepassing van artikel 2 van genoemde Europese Code.
Artikel 6
Voor de toepassing van de Delen II, III, IV, V, VIII (voorzover het laatstgenoemde deel betrekking heeft op medische zorg), IX en X van deze (herziene) Code kan een Partij rekening houden met de bescherming voortvloeiende uit verzekeringen die krachtens haar wetgeving niet verplicht zijn voor de betrokken personen, mits deze verzekeringen:
- a. onder toezicht van de overheid staan dan wel, volgens voorgeschreven regels, hetzij door werkgevers en werknemers, hetzij, in voorkomend geval, door zelfstandigen of niet actieve personen worden uitgevoerd; en
- b. te zamen met eventuele andere vormen van bescherming, voldoen aan de desbetreffende bepalingen van deze (herziene) Code.
Artikel 7
Elke Partij kan door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring afwijken van de bepalingen van artikel 9, eerste tot en met derde lid, artikel 17, eerste lid, artikel 27, eerste lid, artikel 29, tweede lid, artikel 52, eerste tot en met derde lid, en van de bepalingen van Deel X betreffende het verlenen van prestaties aan nagelaten echtgenoten onder de voorwaarden vermeld in respectievelijk artikel 9, vierde lid, artikel 17, tweede lid, artikel 27, tweede en derde lid, artikel 29, derde lid, artikel 52, vierde lid, en artikel 70.
Elke Partij kan door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring afwijken van andere bepalingen van de Delen II tot en met X en van de bepalingen van artikel 74 van deze (herziene) Code, mits de wetgeving van die Partij bescherming waarborgt die ten minste gelijkwaardig is in het geheel van het betreffende Deel, aan de bescherming die in deze (herziene) Code is voorzien. De formulering van dergelijke afwijkingen is echter onderworpen aan goedkeuring door het Comité van Ministers van de Raad van Europa in een beslissing genomen met een meerderheid van stemmen zoals bepaald in artikel 20.d van het Statuut van de Raad van Europa, op basis van een voorstel gedaan door het in artikel 1, eerste lid, letter a, van deze (herziene) Code bedoelde Comité, en aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
Elke Staat kan op het tijdstip van ondertekening of nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat van de toepassing van een of meer delen van deze (herziene) Code worden uitgesloten ambtenaren die worden beschermd door bijzondere stelsels krachtens welke, in totaal, prestaties worden verleend die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke worden voorzien krachtens deze (herziene) Code.
DEEL II. MEDISCHE ZORG
Artikel 8
De gedekte eventualiteit moet omvatten de noodzaak tot medische zorg van curatieve aard en, onder voorgeschreven voorwaarden, de noodzaak tot medische zorg van preventieve aard.
Artikel 9
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle werknemers, met inbegrip van leerlingen, alsmede hun ten laste komende echtgenoten en kinderen; of
- b. alle economisch actieve personen alsmede hun ten laste komende echtgenoten en kinderen; of
- c. alle inwoners.
Niettegenstaande de bepalingen van het voorgaande lid kan een Partij van de toepassing van dit Deel uitsluiten:
- a. groepen werknemers die in totaal niet meer dan 5 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers; of:
- b. groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking; of
- c. groepen ingezetenen die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke ingezetenen.
Wanneer hetzij letter a, hetzij letter b van het eerste lid van dit artikel van toepassing is, geldt voor personen die een van de volgende uitkeringen ontvangen of een van de in letter a of letter b van dit lid genoemde uitkeringen aanvragen:
- a. Invaliditeitsuitkeringen, ouderdomsuitkeringen of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen;
- b. uitkeringen wegens duurzame arbeidsongeschiktheid tot een voorgeschreven mate of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, in het geval van arbeidsongevallen of beroepsziekten;
- c. werkloosheidsuitkeringen;
dat zij, alsmede hun ten laste komende echtgenoten en kinderen, onder voorgeschreven voorwaarden tot de beschermde personen blijven behoren.
Een Partij kan van de bepalingen van het eerste tot en met het derde lid van dit artikel afwijken indien haar wetgeving voorziet in de waarborg van medische zorg voor:
- a. voorgeschreven groepen werknemers die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers; of
- b. voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 75 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking; of
- c. voorgeschreven groepen ingezetenen die in totaal ten minste 70 % uitmaken van de gezamenlijke ingezetenen,
en, in geval van ziekte die langdurige behandeling vereist, voor alle ingezetenen.
Artikel 10
De medische zorg moet omvatten:
- a. de hulp van huisartsen en specialisten, al dan niet in ziekenhuizen, met inbegrip van de nodige diagnosen en onderzoeken, alsmede huisbezoeken;
- b. zorg, verleend door een beoefenaar van een beroep dat wettelijk is erkend als verwant aan het beroep van medicus, onder toezicht van een medicus of een andere persoon die bevoegd is die zorg te verlenen;
- c. de verstrekking van de noodzakelijke geneesmiddelen op voorschrift van een medicus of van een andere daartoe bevoegde persoon;
- d. opneming in een ziekenhuis of een andere geneeskundige instelling;
- e. tandheelkundige hulp, met inbegrip van de noodzakelijke prothesen;
- f. medische revalidatie, met inbegrip van de verstrekking, het onderhoud en de vernieuwing van prothesen en orthopedische middelen, alsmede medische hulpmiddelen, als voorgeschreven;
- g. vervoer van de patiënt als voorgeschreven.
Wanneer de wetgeving van een Partij erin voorziet dat de rechthebbende of diens kostwinner bijdraagt in de kosten van medische zorg, dienen de regels betreffende deze bijdrage in de kosten zodanig te zijn vastgesteld dat zij geen te zware last vormt en dat zij aan de doelmatigheid van de medische en sociale bescherming geen afbreuk doet.
De medische zorg dient erop gericht te zijn de gezondheid van de beschermde persoon en zijn geschiktheid om te werken in stand te houden, te herstellen ofte verbeteren, en in zijn persoonlijke behoeften te voorzien.
Artikel 11
Wanneer de wetgeving van een Partij het recht op medische zorg afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd, mag die wachttijd niet langer zijn dan ter voorkoming van misbruik noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 12
De medische zorg moet worden verleend tijdens de gehele duur van de gedekte eventualiteit.
Wanneer artikel 9, eerste lid, letter a, dan wel letter b, van toepassing is, blijft het recht op medische zorg onder voorgeschreven voorwaarden gehandhaafd voor personen die niet langer behoren tot een van de groepen van beschermde personen.
DEEL III. UITKERING VAN ZIEKENGELD
Artikel 13
De gedekte eventualiteit moet omvatten de ongeschiktheid tot werken als gevolg van ziekte of van een ongeval, en die derving van inkomsten uit arbeid tot gevolg heeft, zoals geregeld bij de nationale wetgeving.
Artikel 14
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle werknemers, met inbegrip van leerlingen; of
- b. voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking;
Niettegenstaande het bepaalde in letter a van het voorgaande lid kan een Partij groepen werknemers die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers, uitsluiten van de toepassing van dit Deel.
Artikel 15
Het ziekengeld moet worden verleend in de vorm van een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71 hetzij van artikel 72. Het bedrag kan gedurende de eventualiteit variëren, mits het gemiddelde bedrag in overeenstemming is met die bepalingen.
Artikel 16
Wanneer de wetgeving van een Partij het recht op ziekengeld afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd, mag die wachttijd niet langer zijn dan ter voorkoming van misbruik noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 17
Wanneer de wetgeving van een Partij erin voorziet dat ziekengeld slechts wordt verleend na afloop van een bepaald aantal wachtdagen, mag dat aantal niet meer bedragen dan de eerste drie dagen van inkomstenderving.
Een Partij die artikel 14, eerste lid, letter b, toepast, kan ten aanzien van zelfstandigen afwijken van de bepalingen van het voorgaande lid.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.