Protocol bij het Europese Verdrag betreffende de gelijkstelling van diploma's voor toelating tot universiteiten

Type Verdrag
Publication 1965-02-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen die dit Protocol hebben ondertekend, Leden van de Raad van Europa,

Gelet op de oogmerken van het Verdrag betreffende de gelijkstelling van diploma's voor toelating tot universiteiten, dat op 11 december 1953 te Parijs is ondertekend, hierna te noemen „het Verdrag”;

Overwegende dat de voordelen die zijn verbonden aan het Verdrag mede ten nutte zouden kunnen komen van houders van diploma's het bezit waarvan een noodzakelijke vereiste is voor de toelating tot universiteiten, voor zover die diploma's worden verleend door instellingen die door een andere Verdragsluitende Partij buiten haar eigen grondgebied officieel worden gesteund en waarvan zij de diploma's gelijkstelt met de binnen haar grondgebied verleende diploma's;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1
1.

Iedere Verdragsluitende Partij erkent, met het oog op de toelating tot binnen haar grondgebied gelegen universiteiten waarvan de toelating aan staatstoezicht is onderworpen, de gelijkwaardigheid van diploma's die worden verleend door instellingen die door een Verdragsluitende Partij buiten haar eigen grondgebied officieel worden gesteund en waarvan zij de diploma's gelijkstelt met de binnen haar grondgebied verleende diploma's.

2.

De toelating tot een universiteit is afhankelijk van het aantal beschikbare plaatsen.

3.

Iedere Verdragsluitende Partij behoudt zich het recht voor, de bepalingen van lid 1 niet op haar eigen onderdanen toe te passen.

4.

In gevallen waarin de toelating tot universiteiten, gelegen binnen het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, niet onderworpen is aan staatstoezicht, doet die Verdragsluitende Partij de tekst van dit Protocol toekomen aan de betrokken universiteiten en stelt alle pogingen in het werk om de aanvaarding van de in de voorgaande leden van dit artikel neergelegde beginselen door die universiteiten te verkrijgen.

Artikel 2

Iedere Verdragsluitende Partij doet de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa een lijst toekomen van de instellingen buiten haar grondgebied die door haar officieel worden gesteund, voor zover deze diploma's uitreiken, het bezit waarvan een noodzakelijke vereiste is voor de toelating tot binnen haar grondgebied gelegen universiteiten.

Artikel 3

In dit Protocol betekent:

Artikel 4
1.

Leden van de Raad van Europa die partij zijn bij het Verdrag kunnen partij worden bij dit Protocol door:

2.

Iedere Staat die tot het Verdrag is toegetreden kan tot dit Protocol toetreden.

3.

Akten van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 5
1.

Dit Protocol treedt in werking een maand na het tijdstip waarop twee Lid-Staten van de Raad het zonder voorbehoud ten aanzien van bekrachtiging of aanvaarding hebben ondertekend, of het overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 hebben bekrachtigd of aanvaard.

2.

Ten aanzien van een Lid-Staat van de Raad die het Protocol op een later tijdstip zonder voorbehoud ten aanzien van bekrachtiging of aanvaarding ondertekent of het bekrachtigt of aanvaardt, treedt het Protocol in werking een maand na het tijdstip van ondertekening of van de nederlegging van de akte van bekrachtiging of aanvaarding.

3.

Ten aanzien van iedere toetredende Staat treedt het Protocol in werking een maand na het tijdstip waarop de akte van toetreding is nedergelegd. Deze toetreding wordt echter eerst van kracht nadat het Protocol in werking is getreden.

Artikel 6
1.

Dit Protocol blijft voor onbepaalde tijd van kracht.

2.

Iedere Verdragsluitende Partij kan, wat haarzelf betreft, dit Protocol opzeggen door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving.

3.

Deze opzegging wordt van kracht zes maanden na het tijdstip waarop de Secretaris-Generaal deze kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel 7

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet aan de Lid-Staten van de Raad en aan iedere tot dit Protocol toegetreden Staat mededeling van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg this 3rd day of June 1964 in English and French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary-General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.