Europese Overeenkomst betreffende het reizen van jeugdige personen op collectieve paspoorten tussen de landen die lid zijn van de Raad van Europa

Type Verdrag
Publication 1963-08-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De ondertekenende Regeringen van de Lid-Staten van de Raad van Europa,

Verlangende de faciliteiten te bevorderen voor reizen van jeugdige personen tussen hun landen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen laat op haar gebied groepen jeugdige personen toe die komen uit het gebied van een der andere Overeenkomstsluitende Partijen en reizen op een collectief reisdocument dat beantwoordt aan de voorwaarden die zijn aangegeven in deze Overeenkomst.

Artikel 2

Een ieder die voorkomt op een collectief paspoort voor jeugdige personen moet onderdaan zijn van het land dat dit reisdocument heeft afgegeven.

Artikel 3

Jeugdige personen kunnen tot hun 21e jaar gebruik maken van collectieve reisdocumenten die krachtens deze Overeenkomst zijn afgegeven.

Artikel 4

De leider van een groep, die minstens 21 jaar moet zijn, houder van een geldig individueel paspoort, en aangewezen volgens de voorschriften die eventueel van kracht zijn op het gebied van de Overeenkomstsluitende Partij die het collectieve reisdocument heeft afgegeven, moet:

Artikel 5

Ieder collectief reisdocument voor jeugdige personen moet minstens vijf en maximaal vijftig namen bevatten, de leider van de groep niet meegerekend.

Artikel 6

Alle personen die voorkomen op een collectief reisdocument moeten bij elkaar blijven.

Artikel 7

Indien, in tegenstelling tot de bepalingen van artikel 6, een der leden van de groep die voorkomt op het collectieve reisdocument voor jeugdige personen gescheiden wordt van de groep of, om welke reden dan ook, niet met de andere leden van de groep terugkeert in het land dat het collectieve reisdocument heeft af gegeven moet de leider van de groep dit onverwijld melden aan de plaatselijke autoriteiten en, voor zover mogelijk, aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van het land dat genoemd document heeft afgegeven.

Bij het verlaten van het land moet hij in ieder geval de grenspost ervan op de hoogte stellen.

Het lid dat niet met zijn groep het land verlaat moet, indien dit noodzakelijk is, een individueel reisdocument aanvragen bij de vertegenwoordiger van zijn land.

Artikel 8

De duur van het verblijf van een groep die op een collectief reisdocument voor jeugdige personen reist mag niet langer zijn dan drie maanden.

Artikel 9

Het collectieve reisdocument voor jeugdige personen dient, overeenkomstig het aangehechte model, in ieder geval de volgende gegevens te bevatten:

Artikel 10

De instantie die normaliter belast is met de afgifte van de paspoorten geeft het collectieve reisdocument af overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 en verklaart dat alle erop vermelde personen onderdanen zijn van het land van afgifte van het document, zoals bepaald in artikel 2.

Iedere wijziging van of toevoeging aan een collectief reisdocument dient te worden verricht door de instantie die het heeft afgeleverd.

Artikel 11

Ieder collectief reisdocument wordt in beginsel slechts in een enkel origineel exemplaar afgegeven.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan, op het ogenblik van de ondertekening van deze Overeenkomst of van de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of goedkeuring of toetreding, door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring mededelen, welk aantal extra exemplaren zij eventeel zou kunnen verlangen.

Artikel 12

De leden van de groep die op een collectief paspoort reizen worden ontheven van de verplichting een nationaal identiteitsbewijs over te leggen.

Zij dienen echter, indien nodig, in staat te zijn op de een of andere manier hun identiteit te bewijzen.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan, op het ogenblik van de ondertekening van deze Overeenkomst of van de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of goedkeuring of toetreding, door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring mededelen, op welke manier de leden van een groep hun identiteit dienen te bewijzen.

Artikel 13

Op het ogenblik van de ondertekening van deze Overeenkomst of van de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of goedkeuring of toetreding, kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen, voor de toelating tot en het verblijf op haar gebied en onder voorbehoud van wederkerigheid, door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de bepalingen van deze Overeenkomst uitbreiden tot jeugdige vluchtelingen en staatlozen die op regelmatige wijze op het gebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij gevestigd zijn en wier terugkeer naar dat gebied gewaarborgd is. Deze verklaring kan ieder ogenblik worden ingetrokken door middel van een kennisgeving, gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 14

Deze Overeenkomst staat ter ondertekening open voor de leden van de Raad van Europa, die er partij bij kunnen worden door:

De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 15

Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop drie leden van de Raad, overeenkomstig de bepalingen van artikel 14, de Overeenkomst zonder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring hebben ondertekend, of haar hebben bekrachtigd of goedgekeurd.

Voor ieder lid dat de Overeenkomst later zonder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring ondertekent, of bekrachtigt of goedkeurt, treedt de Overeenkomst in werking een maand na de datum van ondertekening of van de nederlegging van de akte van bekrachtiging of goedkeuring.

Artikel 16

Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa iedere staat die geen lid is van de Raad uitnodigen tot deze Overeenkomst toe te treden. De toetreding wordt van kracht een maand na de datum van de nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 17

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet de Leden van de Raad en de toetredende staten mededeling van:

Artikel 18

Deze Overeenkomst blijft voor onbeperkte tijd van kracht.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan harerzijds de toepassing: van deze Overeenkomst beëindigen, door daarvan zes maanden tevoren mededeling te doen aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto by their respective Governments, have signed the present Agreement.

Done at Paris, this 16th day of December 1961, in English and French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary-General shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding Governments.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.