Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond

Type Verdrag
Publication 1964-01-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag:

Overwegende,

Dat het onderzoek van het zuidelijk deel van de sterrenhemel veel minder gevorderd is dan dat van het noordelijk deel,

Dat, dientengevolge, de gegevens die de basis vormen van de kennis van ons melkwegstelsel in de verschillende gedeelten van de sterrenhemel geenszins gelijkwaardig zijn en dat het noodzakelijk is deze gegevens te verbeteren en, voor zover zij onvoldoende zijn, aan te vullen,

Dat het, met name, bijzonder te betreuren is dat sterrenstelsels die in het noordelijk deel van de sterrenhemel geen equivalent hebben, voor de grootste thans in gebruik zijnde instrumenten bijna ontoegankelijk zijn,

Dat hieruit blijkt dat het noodzakelijk is spoedig op het zuidelijk halfrond krachtige, met die op het noordelijk halfrond vergelijkbare instrumenten te installeren, doch dat dit voornemen slechts met succes kan worden volbracht door middel van internationale samenwerking;

Verlangende gezamenlijk een sterrenwacht op het zuidelijk halfrond op te lichten, voorzien van krachtige instrumenten, en op deze wijze de samenwerking op het gebied van het astronomisch onderzoek te stimuleren en te organiseren;

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:

Artikel I. Oprichting van de Organisatie
1.

Bij dit Verdrag wordt een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond, hierna te noemen „de Organisatie”, opgericht.

2.

De Organisatie is voorlopig gevestigd te Brussel. De zetel van de Organisatie zal door de bij artikel IV ingestelde Raad definitief worden vastgesteld.

Artikel II. Doelstellingen
1.

De Organisatie heeft tot doel de bouw, de uitrusting en het doen functioneren van een op het zuidelijk halfrond gelegen sterrenwacht.

2.

Het basisprogramma van de Organisatie omvat de bouw, de inrichting en het doen functioneren van een sterrenwacht op het zuidelijk halfrond, die voorzien is van:

3.

Elk aanvullend programma dient aan de bij artikel IV van dit Verdrag ingestelde Raad te worden voorgelegd en door de Raad te worden goedgekeurd met twee-derde meerderheid van stemmen van alle Lid-Staten van de Organisatie. De Staten die het aanvullend programma niet hebben goedgekeurd, zijn niet verplicht bij te dragen tot de uitvoering van dat programma.

4.

De Lid-Staten bevorderen de uitwisseling van personen en van wetenschappelijke en technische gegevens die van nut zijn voor de uitvoering van de programma's waar zij aan deelnemen.

Artikel III. De Leden
1.

Leden van de Organisatie zijn de Staten die partij zijn bij dit Verdrag.

2.

De toelating van andere Staten tot de Organisatie geschiedt overeenkomstig de in artikel XIII, vierde lid, bepaalde procedure.

Artikel IV. Organen

De Organisatie bestaat uit de Raad en de Directeur.

Artikel V. De Raad
1.

De Raad bestaat uit afgevaardigden der Lid-Staten; elke Staat heeft twee afgevaardigden, waarvan er ten minste één astronoom dient te zijn. De afgevaardigden kunnen door deskundigen worden bijgestaan.

2.

De Raad

3.

De Raad komt minstens eenmaal per jaar bijeen en stelt zelf de plaats van bijeenkomst vast.

4.

Elke Lid-Staat beschikt over één stem in de Raad. Een Lid-Staat mag echter, behalve wat betreft het in artikel II, tweede lid, genoemde basisprogramma, zijn stem ten aanzien van de uitvoering van een programma slechts uitbrengen indien hij voor dat programma een financiële bijdrage heeft toegezegd of indien er wordt gestemd over installaties voor de aanschaffing waarvan hij bijdragen heeft toegezegd.

5.

De besluiten van de Raad zijn slechts geldig indien zij worden genomen bij aanwezigheid van de afgevaardigden van ten minste twee-derde van de Lid-Staten.

6.

Behalve indien in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden de besluiten van de Raad genomen met een volstrekte meerderheid van stemmen van de Lid-Staten die vertegenwoordigd zijn en hun stem uitbrengen.

7.

De Raad stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag.

8.

De Raad kiest uit zijn midden een Voorzitter, waarvoor een ambtstermijn van één jaar geldt en die ten hoogste tweemaal achtereenvolgens herkozen mag worden.

9.

De Voorzitter roept de Raad in vergadering bijeen. Hij is verplicht de Raad in vergadering bijeen te roepen binnen 30 dagen nadat twee of meer Lid-Staten een desbetreffende wens te kennen hebben gegeven.

10.

De Raad kan de hulporganen in het leven roepen die nodig zijn voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de Organisatie. De Raad bepaalt de opdracht van zodanige organen.

11.

De Raad bepaalt, met eenparigheid van stemmen van de Lid-Staten, de keuze van de Staat op wiens grondgebied de sterrenwacht wordt gevestigd en de plaats van vestiging.

12.

Overeenkomsten met de Staat op wiens grondgebied de zetel is, onderscheidenlijk de sterrenwacht wordt gevestigd, nodig voor de uitvoering van dit Verdrag, worden door de Raad gesloten.

Artikel VI. Directeur en personeel
2.

De Directeur wordt bijgestaan door het wetenschappelijk, technisch en administratief personeel waarvoor de Raad zijn goedkeuring verleent.

3.

Behoudens de bepalingen van artikel V, lid 2 d, en binnen de door de begroting gestelde grenzen, wordt het personeel door de Directeur aangesteld en ontslagen. Het dienstverband wordt aangegaan en beëindigd overeenkomstig het door de Raad aangenomen statuut van het personeel.

4.

De Directeur en het personeel van de Organisatie oefenen hun functies uit in het belang van de Organisatie. Zij mogen geen instructies vragen aan, noch ontvangen van, andere dan de bevoegde organen van de Organisatie. Zij onthouden zich van iedere handeling die niet verenigbaar is met de aard van hun functies. Elke Lid-Staat verplicht zich de Directeur en het personeel van de Organisatie niet bij de uitoefening van hun functies te beïnvloeden.

5.

De wetenschappelijke onderzoekers en hun medewerkers die met toestemming van de Raad werkzaamheden in de sterrenwacht komen verrichten zonder tot het personeel van de Organisatie te behoren, staan onder het gezag van de Directeur en zijn onderworpen aan de door de Raad vastgestelde of goedgekeurde algemene bepalingen.

Artikel VII. Financiële bijdragen
2.

Indien een in artikel II, derde lid, bedoeld aanvullend programma wordt vastgesteld, stelt de Raad een speciale schaal vast teneinde de bijdragen te bepalen, die de aan dat programma deelnemende Lid-Staten dienen te leveren ter bestrijding van de kosten van dat programma. Deze speciale schaal wordt vastgesteld volgens de in lid 1 van dit artikel genoemde regels, zonder dat daarbij echter met de onder c vermelde bepalingen rekening wordt gehouden.

3.

Staten die lid worden van de Organisatie na de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag, zijn verplicht, behalve hun bijdrage aan de toekomstige investerings- en uitrustingsuitgaven en aan de lopende bedrijfskosten, tevens een speciale bijdrage te leveren die hun aandeel vertegenwoordigt in de reeds verrichte investerings- en uitrustingsuitgaven. De omvang van deze bijdrage wordt met tweederde meerderheid van stemmen van de Lid-Staten door de Raad vastgesteld.

4.

Tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen anders beslist, worden alle overeenkomstig de bepalingen van lid 3 van dit artikel betaalde speciale bijdragen aangewend ter vermindering van de bijdragen van de andere Lid-Staten.

5.

Een Staat heeft niet het recht deel te nemen aan werkzaamheden waarvoor hij geen financiële bijdrage heeft geleverd.

6.

De Raad kan voor de Organisatie bestemde giften en legaten aanvaarden, mits daaraan geen voorwaarden verbonden zijn die onverenigbaar zijn met de doelstellingen van de Organisatie.

Artikel VIII. Wijzigingen
1.

De Raad kan de Lid-Staten wijzigingen van dit Verdrag en van het daaraan gehechte Financiële Protocol aanbevelen. Elke Lid-Staat die een wijziging wenst voor te stellen, doet daarvan mededeling aan de Directeur. De Directeur brengt de aldus voorgestelde wijzigingen ter kennis van de Lid-Staten ten minste drie maanden voordat zij in de Raad aan een onderzoek worden onderworpen.

2.

De door de Raad aanbevolen wijzigingen kunnen slechts worden aanvaard met toestemming van alle Lid-Staten, gegeven overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. Deze wijzigingen worden van kracht dertig dagen nadat de laatste mededeling van aanvaarding van de wijziging is ontvangen. De Directeur deelt aan de Lid-Staten de datum waarop de wijziging van kracht wordt mede.

Artikel IX. Geschillen

Tenzij de betrokken Lid-Staten een andere wijze van beslechting aanvaarden, wordt ieder geschil tussen de Lid-Staten betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag of van het Financiële Protocol, dat niet kan worden beslecht door bemiddeling van de Raad, bij het Permanente Hof van Arbitrage te 's-Gravenhage aanhangig gemaakt, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen van 18 oktober 1907.

Artikel X. Uittreding

ledere Lid-Staat van de Organisatie kan na een termijn van ten minste tien jaar, te rekenen van de datum waarop hij lid van de Organisatie werd, de Voorzitter van de Raad schriftelijk mededelen dat hij uit de Organisatie treedt. Een zodanige uittreding wordt van kracht aan het einde van het boekjaar volgende op dat waarin de Voorzitter de desbetreffende mededeling heeft ontvangen. Een Lid-Staat die uit de Organisatie treedt kan geen enkel recht doen gelden op de activa van de Organisatie, noch op het bedrag van de door hem reeds gestorte bijdragen.

Artikel XI. Het niet-nakomen van verplichtingen

Indien een van de Leden van de Organisatie niet langer aan de uit dit Verdrag of het Financiële Protocol voortvloeiende verplichtingen voldoet, wordt dat Lid door de Raad verzocht zich te houden aan de bepalingen van dit Verdrag of van dit Protocol. Indien dat Lid niet aan het verzoek van de Raad voldoet binnen de daarvoor gestelde termijn, kunnen de overige Leden met eenparigheid van stemmen beslissen hun samenwerking binnen de Organisatie zonder dat Lid voort te zetten. In dat geval kan die Staat geen enkel recht doen gelden op de activa van de Organisatie, noch op het bedrag van de door hem reeds gestorte bijdragen.

Artikel XII. Opheffing

De Organisatie kan te allen tijde bij een met twee-derde meerderheid van stemmen van de Lid-Staten genomen besluit worden opgeheven. Bij dit besluit wordt tevens een vereffenaar benoemd, tenzij bij de opheffing met eenparigheid van stemmen een overeenkomst tussen de Lid-Staten tot stand komt. De activa van de Organisatie worden tussen de Staten die op het tijdstip van de opheffing lid van de Organisatie zijn, verdeeld, in de verhouding van de daadwerkelijk door hen betaalde bijdragen sinds zij partij bij dit Verdrag zijn. Eventuele passiva worden door deze Staten aangevuld in de verhouding van de voor het op dat ogenblik lopende boekjaar vastgestelde bijdragen.

Artikel XIII. Ondertekening - Toetreding
1.

Dit Verdrag en het daaraan gehechte Financiële Protocol staan ter ondertekening open voor alle Staten die aan de aan dit Verdrag voorafgaande werkzaamheden hebben deelgenomen.

2.

Dit Verdrag en het daaraan gehechte Financiële Protocol dienen te worden goedgekeurd of bekrachtigd door elke Staat overeenkomstig zijn grondwettelijke bepalingen.

3.

De akten van goedkeuring of bekrachtiging worden bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Franse Republiek nedergelegd.

4.

De Raad kan, met eenparigheid van stemmen van de Lid-Staten, tot de toelating tot de Organisatie van niet in het eerste lid van dit artikel bedoelde Staten besluiten. De op deze wijze toegelaten Staten worden lid van de Organisatie door middel van nederlegging van een akte van toetreding bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Franse Republiek.

Artikel XIV. Inwerkingtreding
1.

Dit Verdrag en het daaraan gehechte Financiële Protocol treden in werking op de datum waarop de vierde akte van goedkeuring of van bekrachtiging wordt nedergelegd, mits het totaal van de bijdragen volgens de in de bijlage bij het Financiële Protocol opgenomen schaal niet minder bedraagt dan 70 %.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.