Douaneovereenkomst inzake de tijdelijke invoer van beroepsmateriaal

Type Verdrag
Publication 1964-04-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

PREAMBULE

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Vergaderende onder auspiciën van de Internationale Douaneraad en van de Verdragsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en met medewerking van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur,

Gelet op voorstellen gedaan door vertegenwoordigers van de internationale handel en andere belanghebbenden, ter verruiming van de bepalingen betreffende de tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten bij invoer,

Ervan overtuigd, dat de aanvaarding van algemene regelen betreffende de tijdelijke invoer van beroepsmateriaal met vrijstelling van rechten bij invoer de internationale uitwisseling van gespecialiseerde kennis en techniek zal vergemakkelijken,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. Tijdelijke invoer

Artikel 2

Iedere Overeenkomstsluitende Partij die gebonden is door een bijlage bij deze Overeenkomst staat tijdelijke invoer toe ten aanzien van het in die bijlage bedoelde materiaal, onder de voorwaarden vermeld in de artikelen 1 tot en met 22 en in die bijlage. Onder materiaal wordt mede verstaan alle daarbij behorende hulpmiddelen en onderdelen.

Artikel 3

Indien een Overeenkomstsluitende Partij, tot nakoming van de voorwaarden verbonden aan de tijdelijke invoer zekerheidstelling eist mag deze zekerheid het bedrag van de te heffen rechten bij invoer met niet meer dan 10% te boven gaan.

Artikel 4

Materiaal waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan moet weder worden uitgevoerd binnen zes maanden na de datum van invoer. De douaneautoriteiten kunnen om geldige redenen en binnen de grenzen voorgeschreven door de wetgeving en voorschriften van het land van tijdelijke invoer een langere termijn toestaan of de eerste termijn verlengen.

Artikel 5

Materiaal waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan mag naar ieder land weder worden uitgevoerd in één of meer zendingen langs ieder douanekantoor dat daartoe is opengesteld, ook als dit kantoor een ander is dan het kantoor van invoer.

Artikel 6
1.

De in deze Overeenkomst neergelegde verplichting tot wederuitvoer geldt niet voor materiaal dat ernstig beschadigd is tengevolge van een ongeval waarvan op afdoende wijze wordt aangetoond dat het heeft plaats gehad, mits, al naar gelang de douaneautoriteiten zulks vorderen, het materiaal:

2.

Indien tijdelijk ingevoerd materiaal niet weder kan worden uitgevoerd als gevolg van een inbeslagneming of beslaglegging, anders dan op vordering van particulieren, wordt de verplichting tot wederuitvoer opgeschort voor de duur van het beslag.

Artikel 7

De faciliteiten van deze Overeenkomst worden eveneens verleend ten aanzien van losse delen ingevoerd voor de herstelling van materiaal waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan.

HOOFDSTUK III. Algemene bepalingen

Artikel 8

De bijlage of bijlagen waardoor een Overeenkomstsluitende Partij is gebonden vormt/vormen voor de toepassing van deze Overeenkomst een integrerend deel daarvan; met betrekking tot die Overeenkomstsluitende Partij geldt elke verwijzing naar deze Overeenkomst mede ten aanzien van die bijlage of bijlagen.

Artikel 9

De bepalingen van deze Overeenkomst bevatten minimum faciliteiten en beletten niet de toepassing van ruimere faciliteiten die bepaalde Overeenkomstsluitende Partijen toestaan of in de toekomst eventueel zullen toestaan, hetzij unilateraal, hetzij krachtens bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

Artikel 10

Voor de toepassing van deze Overeenkomst kunnen de gebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen die een douane-unie of een economische unie vormen worden beschouwd als één gebied.

Artikel 11

De bepalingen van deze Overeenkomst beletten niet dat uit hoofde van de nationale wetgeving en op grond van overwegingen van openbare zedelijkheid, openbare veiligheid, hygiëne of volksgezondheid, diergeneeskundige of planteziektenkundige overwegingen of wel om redenen van bescherming van octrooien, fabrieks- en handelsmerken, auteursrechten en kopijrechten, beperkingen worden opgelegd en toezicht wordt uitgeoefend.

Artikel 12

Elke inbreuk op de bepalingen van deze Overeenkomst, elke verwisseling, valse verklaring of handeling, die tot gevolg heeft dat een persoon of een voorwerp ten onrechte de voordelen geniet van de in deze Overeenkomst neergelegde regelen stelt de overtreder in het land waar het strafbare feit is begaan bloot aan de straffen voorzien in de wetgeving van dat land en aan de betaling van de verschuldigde rechten bij invoer.

HOOFDSTUK IV. Slotbepalingen

Artikel 13
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen komen, indien nodig, in vergadering bijeen ten einde de werking van deze Overeenkomst te onderzoeken en, in het bijzonder, om te onderzoeken welke maatregelen moeten worden genomen ter verzekering van een eenvormige uitlegging en toepassing van deze Overeenkomst.

2.

Zodanige vergaderingen worden bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Raad op verzoek van een of meer Overeenkomstsluitende Partijen; indien de te onderzoeken aangelegenheid slechts een of meer van kracht zijnde bijlagen betreft, moet het verzoek gedaan worden door een Overeenkomstsluitende Partij die door deze bijlage of bijlagen is gebonden. Tenzij de belanghebbende Overeenkomstsluitende Partijen anders beslissen, wordt de vergadering gehouden ter plaatse waar de Raad is gevestigd.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen stellen voor zodanige vergaderingen het reglement van orde vast. De besluiten van de Overeenkomstsluitende Partijen worden genomen met een meerderheid van tweederden van de aanwezige Overeenkomstsluitende Partijen die aan de stemming deelnemen. Indien het gaat om zaken die een of meer van kracht zijnde bijlagen betreffen zijn alleen die Overeenkomstsluitende Partijen tot stemmen gerechtigd die door die bijlage of bijlagen zijn gebonden.

4.

De Overeenkomstsluitende Partijen nemen geen besluiten tenzij meer dan de helft van hen aanwezig is.

Artikel 14
1.

Elk geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst wordt zoveel mogelijk bijgelegd door middel van rechtstreekse onderhandelingen tussen de desbetreffende partijen.

2.

Elk geschil dat niet door rechtstreekse onderhandelingen is bijgelegd, wordt door de Overeenkomstsluitende Partijen tussen wie het geschil is gerezen, voorgelegd aan de Overeenkomstsluitende Partijen, in vergadering bijeen overeenkomstig artikel 13 van deze Overeenkomst, die het geschil onderzoeken en aanbevelingen doen met het oog op de bijlegging daarvan.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen tussen wie het geschil is gerezen kunnen van tevoren overeenkomen dat zij de aanbevelingen van de Overeenkomstsluitende Partijen als bindend zullen aanvaarden.

Artikel 15
1.

Elke staat die lid is van de Raad en elke staat die lid is van de Verenigde Naties of van gespecialiseerde organisaties daarvan kan Partij bij deze Overeenkomst worden door:

2.

Deze Overeenkomst staat tot en met 31 maart 1962 te Brussel, ter plaatse waar de zetel van de Raad is gevestigd, open voor ondertekening door de staten bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Na deze datum kunnen zij tot deze Overeenkomst toetreden.

3.

In het geval voorzien onder b van het eerste lid van dit artikel dient deze Overeenkomst door de staten die haar hebben ondertekend te worden bekrachtigd in overeenstemming met hun grondwettelijke procedure.

4.

Elke staat die geen lid is van de in het eerste lid van dit artikel vermelde organisaties, tot wie door de Secretaris-Generaal van de Raad op verzoek van de Overeenkomstsluitende Partijen een daartoe strekkende uitnodiging is gericht, kan Partij worden bij deze Overkomst door toetreding nadat de Overeenkomst in werking is getreden.

5.

Elke staat als bedoeld in het eerste of vierde lid van dit artikel zal ten tijde van de ondertekening of bekrachtiging van of toetreding tot deze Overeenkomst mededelen door welke bijlage of bijlagen hij is gebonden. Daarna kan deze staat verklaren dat hij door een of meer andere bijlagen is gebonden door daarvan mededeling te doen aan de Secretaris-Generaal van de Raad.

6.

De akten van bekrachtiging of toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad.

Artikel 16
1.

Deze Overeenkomst treedt, met betrekking tot een bepaalde bijlage, in werking drie maanden nadat vijf van de in het eerste lid van artikel 15 van deze Overeenkomst bedoelde staten haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd en zich tot toepassing van die bijlage hebben verbonden.

2.

Voor elke staat die deze Overeenkomst bekrachtigt of ertoe toetreedt nadat vijf staten haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd en zich tot toepassing van een of meer bepaalde bijlagen hebben verbonden, treedt deze Overeenkomst, met betrekking tot die bijlage of bijlagen, in werking drie maanden nadat deze staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd met de verklaring dat hij door deze bijlage of bijlagen is gebonden.

3.

Voor elke staat die, na ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of na bekrachtiging of toetreding, zich verbindt tot toepassing van een andere bijlage die eerder reeds door vijf staten is aanvaard, treedt deze Overeenkomst, met betrekking tot die bijlage, in werking drie maanden nadat deze staat heeft medegedeeld dat hij door deze bijlage is gebonden.

Artikel 17
1.

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten doch kan door elke Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd op elk willekeurig tijdstip na de datum van haar inwerkingtreding als is vastgesteld in artikel 16 van deze Overeenkomst.

2.

De opzegging wordt medegedeeld door een schriftelijke kennisgeving die wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad.

3.

De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal van de Raad de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen.

4.

De bepalingen van het tweede en derde lid van dit artikel zijn ook van toepassing op de bijlagen van deze Overeenkomst. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan op elk tijdstip na de datum waarop zij overeenkomstig artikel 16 van deze Overeenkomst in werking zijn getreden verklaren dat zij zich niet langer gebonden acht door een of meer bijlagen. Elke Overeenkomstsluitende Partij die alle bijlagen waardoor zij gebonden was opzegt wordt geacht de gehele Overeenkomst te hebben opgezegd.

Artikel 18
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen, in vergadering bijeen overeenkomstig artikel 14 van deze Overeenkomst, kunnen wijzigingen van deze Overeenkomst aanbevelen.

2.

De tekst van elke aldus aanbevolen wijziging wordt door de Secretaris-Generaal van de Raad medegedeeld aan alle Overeenkomstsluitende Partijen, aan alle andere staten die haar hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, aan de Verdragsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

3.

Binnen een termijn van zes maanden na de datum waarop de aanbevolen wijziging is medegedeeld kan elke Overeenkomstsluitende Partij, of, in geval de wijziging alleen een van kracht zijnde bijlage betreft, elke Overeenkomstsluitende Partij die door deze bijlage is gebonden, de Secretaris-Generaal van de Raad mededelen:

4.

Zolang een Overeenkomstsluitende Partij die een mededeling als bedoeld in het derde lid, onder b, van dit artikel heeft gedaan, de Secretaris-Generaal niet van de aanvaarding in kennis stelt, kan zij, gedurende een termijn van negen maanden na afloop van de termijn van zes maanden als bedoeld in het derde lid van dit artikel, bezwaren tegen de aanbevolen wijziging indienen.

5.

Indien tegen de aanbevolen wijziging bezwaren zijn ingediend overeenkomstig de bepalingen van het derde en vierde lid van dit artikel wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en blijft deze zonder gevolg.

6.

Indien geen bezwaren tegen de aanbevolen wijziging zijn ingediend overeenkomstig de bepalingen van het derde en vierde lid van dit artikel wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard, met ingang van de volgende data:

7.

Elke wijziging die geacht wordt te zijn aanvaard wordt van kracht zes maanden na de datum waarop deze is geacht te zijn aanvaard.

8.

De Secretaris-Generaal van de Raad stelt alle Overeenkomstsluitende Partijen zo spoedig mogelijk in kennis van alle overeenkomstig het derde lid, onder a, van dit artikel ingediende bezwaren alsmede van alle overeenkomstig het derde lid, onder b, van dit artikel gedane mededelingen. Hij stelt vervolgens alle Overeenkomstsluitende Partijen ervan in kennis dat de Overeenkomstsluitende Partijen of Partijen die een zodanige mededeling hebben gedaan bezwaar maken tegen de aanbevolen wijziging dan wel deze aanvaarden.

9.

Elke staat die deze Overeenkomst bekrachtigt of ertoe toetreedt, wordt geacht de wijzigingen te hebben aanvaard, die van kracht zijn ten tijde van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.