Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek inzake de regeling van financiële aangelegenheden
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek,
Gelet op de op 4 november 1949 gesloten „Overeenkomst tussen Nederland en Tsjechoslowakije inzake Nederlandse belangen die in Tsjechoslowakije het voorwerp waren van nationalisatie, confiscatie en nationaal beheer”,
Gelet op de op 28 november 1952 gesloten „Overeenkomst tussen Nederland en Tsjechoslowakije inzake Tsjechoslowaakse belangen die in Nederland zijn getroffen door de Nederlandse Wet nr. H 251 van 18 juli 1947”,
Geleid door de wens tot een algehele en definitieve afdoening te komen van de daarin omschreven vraagstukken en andere financiële aangelegenheden,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
De Regering van Tsjechoslowakije betaalt een bedrag van f 5.400.000 aan de Nederlandse Regering ter algehele afdoening van aanspraken op schadevergoeding terzake van alle Nederlandse eigendommen, rechten en belangen die zijn getroffen door Tsjechoslowaakse maatregelen strekkend tot nationalisatie, confiscatie of onteigening of door andere soortgelijke maatregelen, strekkend tot ontneming of beperking van de rechten van de eigenaren ten aanzien van bedoelde eigendommen, rechten en belangen, alsmede terzake van alle Nederlandse vorderingen gedekt door hypotheek op goederen in Tsjechoslowakije die door bedoelde maatregelen zijn getroffen.
In de onderhavige Overeenkomst worden onder de in het eerste lid van dit artikel genoemde Nederlandse eigendommen, rechten en belangen verstaan: eigendommen, rechten en belangen, die zowel op het tijdstip dat de desbetreffende Tsjechoslowaakse maatregel werd genomen, als op het tijdstip van ondertekening van deze Overeenkomst, toebehoorden aan Nederlandse natuurlijke personen of in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde en aldaar hun zetel hebbende rechtspersonen.
Artikel 2
De Nederlandse Regering betaalt een bedrag van f 2 900 000 aan de Tsjechoslowaakse Regering ter algehele afdoening van aanspraken op schadevergoeding terzake van alle Tsjechoslowaakse vermogensbestanddelen die krachtens de Nederlandse Wet nr. H 251 van 18 juli 1947 zijn overgegaan in eigendom van de Staat der Nederlanden.
Artikel 3
Tot betaling van het in artikel 1 van deze Overeenkomst genoemde bedrag wordt bestemd:
- a). het bedrag van f 4 500 000, zijnde het totaal der door de Tsjechoslowaakse Regering aan de Nederlandsche Bank N.V., krachtens de op 4 november 1949 tussen de beide Regeringen gesloten Overeenkomst, vooruitbetaalde bedragen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de onderhavige Overeenkomst door beide Regeringen als betaald en ontvangen zullen worden beschouwd;
- b). het bedrag van f 900 000, in mindering te brengen op het bedrag van f 2 900 000, dat de Nederlandse Regering krachtens artikel 2 van deze Overeenkomst aan de Tsjechoslowaakse Regering betaalt en dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst als betaald en ontvangen wordt beschouwd.
Het bedrag van f 2 000 000 dat, nadat overeenkomstig het bepaalde in lid 1 (b) van dit artikel het bedrag van f 900 000 in mindering is gebracht, overblijft, wordt binnen 1 maand na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst gestort op de rekening van de Tsjechoslowaakse Regering bij de Nationale Bank van Tsjechoslowakije te Praag en wordt als definitieve afdoening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst genoemde betaling beschouwd.
Artikel 4
De Nederlandse Regering verklaart dat door de betaling van het in artikel 1 van deze Overeenkomst genoemde bedrag, zowel de Tsjechoslowaakse Regering als Tsjechoslowaakse natuurlijke personen en rechtspersonen ontheven zijn van alle verplichtingen jegens de Nederlandse Regering en Nederlandse natuurlijke personen en rechtspersonen ter zake van de eigendommen, rechten en belangen waarvoor krachtens het bepaalde in artikel 1 schadevergoeding wordt betaald.
De Tsjechoslowaakse Regering verklaart dat door de betaling, op de wijze als omschreven in artikel 3 van deze Overeenkomst, van het in artikel 2 genoemde bedrag, zowel de Nederlandse Regering als Nederlandse natuurlijke personen en rechtspersonen ontheven zijn van alle verplichtingen jegens de Tsjechoslowaakse Regering en Tsjechoslowaakse natuurlijke personen en rechtspersonen ten aanzien van Tsjechoslowaakse vermogensbestanddelen waarvoor krachtens het bepaalde in artikel 2 schadevergoeding wordt betaald.
Van het tijdstip van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst af, zal het Koninkrijk der Nederlanden geen enkele, krachtens het bepaalde in artikel 1 van deze Overeenkomst geregelde vordering meer geldend maken, noch daaraan op enigerlei wijze steun verlenen.
Van het tijdstip van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst af, zal de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek geen enkele, krachtens het bepaalde in artikel 2 van deze Overeenkomst geregelde vordering meer geldend maken, noch daaraan op enigerlei wijze steun verlenen.
Artikel 5
De Tsjechoslowaakse Regering beschouwt alle Tsjechoslowaakse vorderingen uit hoofde van belastingen en heffingen met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde eigendommen, rechten en belangen als volledig geregeld.
Artikel 6
Voor de verdeling van de in de artikelen 1 en 2 genoemde bedragen zijn uitsluitend verantwoordelijk de Nederlandse, onderscheidenlijk de Tsjechoslowaakse Regering.
Ter vergemakkelijking van de uitvoering van de onderhavige Overeenkomst, zal elk der beide Regeringen op een daartoe strekkend verzoek de andere Regering alle nodige inlichtingen verschaffen en haar alle nodige steun verlenen.
Artikel 7
Nadat het in artikel 1 genoemde bedrag is verdeeld, verstrekt de Nederlandse Regering aan de Tsjechoslowaakse Regering een lijst van de personen aan wie schadevergoeding is verleend en zal zij haar alle beschikbare bescheiden ten bewijze van de titel met betrekking tot de schadevergoedingsaanspraken overleggen.
Artikel 8
Deze Overeenkomst treedt in werking op een datum vast te stellen door middel van een wisseling van nota's, waarbij wordt medegedeeld dat de door de nationale wetgeving van elk der Overeenkomstsluitende Partijen vereiste formaliteiten zijn vervuld.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned representatives, duly authorised for that purpose, have signed the present Agreement.
DONE at The Hague, this 11th day of June 1964, in two copies in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands
(sd.) J. LUNS
For the Government of the Czechoslovak Socialist Republic
(sd.) L. ŽILKA
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.