Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
Warschau, 16-05-2005
De lidstaten van de Raad van Europa en de andere Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,
Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;
Erkennend de waarde van het versterken van de samenwerking met de andere Partijen bij dit Verdrag;
Geleid door de wens doeltreffende maatregelen te nemen om terrorisme te voorkomen en, in het bijzonder, om het publiekelijk uitlokken van het plegen van terroristische misdrijven en werving en training met een terroristisch oogmerk tegen te gaan;
Zich bewust van de gevoelens van grote ongerustheid die veroorzaakt worden door de toename van terroristische misdrijven en de toenemende terroristische dreiging;
Zich bewust van de onzekere situatie waarin degenen die onder terrorisme te lijden hebben verkeren, en in dit verband opnieuw hun gevoelens van diepe solidariteit bevestigend met de slachtoffers van terrorisme en hun familie;
Erkennend dat terroristische misdrijven en de misdrijven vervat in dit Verdrag, door wie ook gepleegd, onder geen enkele omstandigheid te rechtvaardigen zijn door overwegingen van politieke, filosofische, ideologische, raciale, etnische, religieuze of soortgelijke aard, en herinnerend aan de verplichting van alle Partijen dergelijke misdrijven te voorkomen en, indien zij niet voorkomen worden, te vervolgen en te waarborgen dat er straffen op worden gesteld die rekening houden met de ernst ervan;
Herinnerend aan de noodzaak de strijd tegen het terrorisme te versterken en opnieuw bevestigend dat bij alle maatregelen die genomen worden om terroristische misdrijven te voorkomen of te bestrijden de rechtsstaat en democratische waarden, mensenrechten en fundamentele vrijheden alsmede andere bepalingen van het internationaal recht, met inbegrip van, wanneer van toepassing, het internationaal humanitair recht, dienen te worden geëerbiedigd;
Erkennend dat met dit Verdrag niet beoogd wordt gevestigde beginselen met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging aan te tasten;
In herinnering roepend dat terroristische daden, door hun aard of context, bedoeld zijn een bevolking in ernstige mate te intimideren of een regering of internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen iets te doen of niet te doen of de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „terroristisch misdrijf” verstaan, elk van de misdrijven vallend onder de reikwijdte van en omschreven in een van de in de Bijlage vermelde verdragen.
Bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding kan een Staat of de Europese Gemeenschap die geen partij is bij een verdrag dat in de Bijlage staat vermeld, verklaren dat, voor de toepassing van dit Verdrag op de desbetreffende Partij, dat verdrag geacht wordt niet te zijn opgenomen in de Bijlage. De verklaring is niet langer van kracht zodra het verdrag in werking treedt voor de Partij die een dergelijke verklaring heeft afgelegd. De Partij stelt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis van de inwerkingtreding ervan.
Artikel 2. Doelstelling
Het doel van dit Verdrag is het bevorderen van de inspanningen van de Partijen ter voorkoming van terrorisme en van de negatieve gevolgen ervan voor het volledig genot van mensenrechten, in het bijzonder het recht op leven, zowel door het nemen van maatregelen op nationaal niveau als door internationale samenwerking, met zorgvuldige inachtneming van bestaande toepasselijke multilaterale of bilaterale verdragen of overeenkomsten tussen de Partijen.
Artikel 3. Nationaal preventiebeleid
Elke Partij treft passende maatregelen, met name op het gebied van de opleiding van wetshandhavingsautoriteiten en andere instanties, en op het gebied van onderwijs, cultuur, informatie, media en publieksvoorlichting, met het oog op het voorkomen van terroristische misdrijven en hun negatieve gevolgen, met inachtneming van de verplichtingen op het gebied van mensenrechten als vervat in, wanneer van toepassing voor die Partij, het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en andere verplichtingen uit hoofde van het internationale recht.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om de samenwerking tussen nationale autoriteiten te verbeteren en te ontwikkelen met het oog op het voorkomen van terroristische misdrijven en hun negatieve gevolgen door, onder andere:
- a. uitwisseling van informatie;
- b. verbetering van de fysieke bescherming van personen en faciliteiten;
- c. verbetering van trainings- en coördinatieplannen voor civiele noodsituaties.
Elke Partij bevordert tolerantie door het aanmoedigen van de interreligieuze en interculturele dialoog en betrekt daarbij, voorzover relevant, niet-gouvernementele organisaties en andere onderdelen van het maatschappelijk middenveld teneinde spanningen te voorkomen die zouden kunnen bijdragen aan het plegen van terroristische misdrijven.
Elke Partij streeft ernaar de publieke bewustwording van het bestaan, de oorzaken en de ernst van en de bedreiging gevormd door terroristische misdrijven en de misdrijven vervat in dit Verdrag te bevorderen en overweegt het publiek aan te moedigen feitelijke, specifieke hulp, die zou kunnen bijdragen aan het voorkomen van terroristische misdrijven en misdrijven vervat in dit Verdrag, aan haar bevoegde autoriteiten te bieden.
Artikel 4. Internationale samenwerking bij preventie
Voorzover relevant en met inachtneming van hun mogelijkheden, helpen en ondersteunen de Partijen elkaar teneinde hun vermogen om het plegen van terroristische misdrijven te voorkomen te vergroten, onder andere door het uitwisselen van informatie en beste praktijken alsmede door training en andere gezamenlijke inspanningen met een preventief karakter.
Artikel 5. Publiekelijk uitlokken van het plegen van een terroristisch misdrijf
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder „publiekelijk uitlokken van het plegen van een terroristisch misdrijf”, de verspreiding, of het op andere wijze beschikbaar maken, van een boodschap aan het publiek met het oogmerk aan te zetten tot het plegen van een terroristisch misdrijf, wanneer een dergelijke gedraging, ongeacht of terroristische misdrijven al dan niet rechtstreeks worden bepleit, het gevaar oplevert dat een of meer van dergelijke misdrijven zouden kunnen worden gepleegd.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om het publiekelijk uitlokken van het plegen van een terroristisch misdrijf, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.
Artikel 6. Werving voor terrorisme
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „werving voor terrorisme” verstaan, het aansporen van een andere persoon een terroristisch misdrijf te plegen of daaraan deel te nemen, of zich aan te sluiten bij een organisatie of groep met het doel bij te dragen aan het plegen van een of meer terroristische misdrijven door de organisatie of de groep.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om werving voor terrorisme, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.
Artikel 7. Training voor terrorisme
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder „training voor terrorisme”, het geven van instructie voor het vervaardigen of gebruiken van explosieven, vuurwapens of andere wapens of schadelijke of gevaarlijke stoffen, of voor andere specifieke methoden of technieken, met als doel het plegen van of bijdragen aan het plegen van een terroristisch misdrijf, in de wetenschap dat beoogd wordt de verstrekte vaardigheden daarvoor in te zetten.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om training voor terrorisme, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.
Artikel 8. Irrelevantie van het plegen van een terroristisch misdrijf
Om een handeling een strafbaar feit te doen zijn als vervat in de artikelen 5 tot en met 7 van dit Verdrag, is het niet noodzakelijk dat een terroristisch misdrijf feitelijk wordt gepleegd.
Artikel 9. Bijkomende strafbare feiten
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om in haar nationale recht als strafbare feiten aan te merken:
- a. het als medeplichtige deelnemen aan een strafbaar feit als omschreven in de artikelen 5 tot en met 7 van dit Verdrag;
- b. het organiseren van het plegen van een strafbaar feit als omschreven in de artikelen 5 tot en met 7 van dit Verdrag, of anderen opdracht geven tot het plegen daarvan;
- c. het bijdragen tot het plegen van een of meer strafbare feiten als omschreven in de artikelen 5 tot en met 7 van dit Verdrag door een groep personen die optreden met een gemeenschappelijk doel. Deze bijdrage dient opzettelijk te zijn en dient te worden geleverd:
- i. hetzij met het oog op de bevordering van de criminele activiteit of het criminele doel van de groep, wanneer een dergelijke activiteit of het doel het plegen van een strafbaar feit inhoudt als omschreven in de artikelen 5 tot en met 7 van dit Verdrag; of
- ii. hetzij met de wetenschap van de bedoeling van de groep een strafbaar feit als omschreven in de artikelen 5 tot en met 7 van dit Verdrag te plegen.
Elke Partij neemt tevens de maatregelen die nodig zijn om overeenkomstig, en in overeenstemming met, haar nationale recht als strafbaar feit aan te merken, pogingen tot het plegen van een strafbaar feit als omschreven in de artikelen 6 en 7 van dit Verdrag.
Artikel 10. Aansprakelijkheid van rechtspersonen
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om, in overeenstemming met haar rechtsbeginselen, de aansprakelijkheid te vestigen van rechtspersonen voor deelneming aan de strafbare feiten als omschreven in de artikelen 5 tot en met 7 en 9 van dit Verdrag.
Met inachtneming van de rechtsbeginselen van de Partij, kan deze aansprakelijkheid van rechtspersonen strafrechtelijk, civielrechtelijk of bestuursrechtelijk zijn.
Deze aansprakelijkheid geldt onverminderd de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de natuurlijke personen die de strafbare feiten hebben gepleegd.
Artikel 11. Sancties en maatregelen
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om op de strafbare feiten als omschreven in de artikelen 5 tot en met 7 en 9 van dit Verdrag doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen te stellen.
Eerdere definitieve veroordelingen die in andere Staten zijn uitgesproken wegens strafbare feiten als vervat in dit Verdrag, mogen, voorzover dit is toegestaan volgens het nationale recht, in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de straf in overeenstemming met het nationale recht.
Elke Partij verzekert dat rechtspersonen die aansprakelijk worden gesteld overeenkomstig artikel 10 onderworpen worden aan doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke sancties, met inbegrip van geldelijke sancties.
Artikel 12. Voorwaarden en waarborgen
Elke Partij waarborgt dat de vaststelling, uitvoering en toepassing van de strafbaarstelling ingevolge de artikelen 5 tot en met 7 en 9 van dit Verdrag, plaatsvindt met inachtneming van de verplichtingen op het gebied van mensenrechten, met name het recht op vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en vrijheid van godsdienst, als vervat in, wanneer van kracht voor die Partij, het Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en andere verplichtingen uit hoofde van het internationale recht.
Ten aanzien van de vaststelling, uitvoering en toepassing van de strafbaarstelling ingevolge de artikelen 5 tot en met 7 en 9 van dit Verdrag dient voorts het evenredigheidsbeginsel te gelden wat betreft de legitieme doelen die worden nagestreefd en de noodzaak daarvan in een democratische maatschappij, waarbij elke vorm van willekeur of discriminatoire of racistische behandeling wordt uitgesloten.
Artikel 13. Bescherming, schadeloosstelling en steun voor slachtoffers van terrorisme
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om de slachtoffers van terroristische daden die gepleegd zijn op haar eigen grondgebied, te beschermen en te steunen. Deze maatregelen kunnen onder andere financiële ondersteuning en schadeloosstelling van slachtoffers van terrorisme en hun naaste familie omvatten, via toepasselijke nationale regelingen en met inachtneming van de nationale wetgeving.
Artikel 14. Rechtsmacht
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om haar rechtsmacht te vestigen met betrekking tot de in dit Verdrag vervatte strafbare feiten, wanneer:
- a. het strafbare feit is gepleegd op het grondgebied van die Partij;
- b. het strafbare feit is gepleegd aan boord van een schip dat onder de vlag van die Partij vaart, of aan boord van een luchtvaartuig dat overeenkomstig de wetgeving van die Partij staat ingeschreven;
- c. het strafbare feit is gepleegd door een onderdaan van die Partij.
Elke Partij kan haar rechtsmacht met betrekking tot de in dit Verdrag vervatte strafbare feiten tevens vestigen wanneer:
- a. het strafbare feit gericht was op of heeft geleid tot het plegen van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1 van dit Verdrag, op het grondgebied of tegen een onderdaan van die Partij;
- b. het strafbare feit gericht was op of heeft geleid tot het plegen van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1 van dit Verdrag, tegen een in het buitenland gevestigde staats- of regeringsvoorziening van die Partij, met inbegrip van diplomatieke of consulaire gebouwen van die Partij;
- c. het strafbare feit gericht was op, of heeft geleid tot het plegen van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1 van dit Verdrag, in een poging die Partij te dwingen iets te doen of na te laten;
- d. het strafbare feit is gepleegd door een staatloze die op het grondgebied van die Partij zijn of haar vaste verblijfplaats heeft; of
- e. het strafbare feit is gepleegd aan boord van een luchtvaartuig dat door de Regering van die Partij wordt gebruikt.
Elke Partij neemt tevens de maatregelen die nodig zijn om haar rechtsmacht te vestigen met betrekking tot de in dit Verdrag vervatte strafbare feiten in gevallen waarin de vermoedelijke dader zich op haar grondgebied bevindt en zij deze persoon niet uitlevert aan een Partij wier rechtsmacht gebaseerd is op een bevoegdheidsregel die eveneens in de wetgeving van de aangezochte Partij bestaat.
Dit Verdrag sluit geen rechtsmacht in strafrechtelijke aangelegenheden uit die wordt uitgeoefend in overeenstemming met het nationale recht.
Wanneer meer dan een Partij aanspraak maakt op rechtsmacht met betrekking tot een in dit Verdrag vervat vermeend strafbaar feit, raadplegen de betrokken Partijen elkaar, voorzover relevant, teneinde te bepalen welke rechtsmacht het meest geëigend is ten behoeve van strafvervolging.
Artikel 15. Onderzoeksverplichting
Indien een Partij informatie verkrijgt dat de pleger of vermoedelijke pleger van een in dit Verdrag omschreven strafbaar feit zich mogelijk op haar grondgebied bevindt, neemt de desbetreffende Partij de maatregelen die krachtens haar nationale recht nodig zijn voor een onderzoek naar de in de verstrekte informatie opgenomen feiten.
Een Partij op wier grondgebied de dader of vermoedelijke dader zich bevindt neemt, indien zij ervan overtuigd is dat de omstandigheden dit rechtvaardigen, in overeenstemming met haar nationale recht de passende maatregelen ter verzekering van de aanwezigheid van die persoon ten behoeve van strafvervolging of uitlevering.
Een ieder tegen wie de in het tweede lid genoemde maatregelen worden genomen heeft het recht:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.