Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
Japan,
Geleid door de wens een nieuw verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Personen op wie het Verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de of van beide verdragsluitende staten.
Artikel 2. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een verdragsluitende staat of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan.
Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, of naar bestanddelen van het inkomen, met inbegrip van belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van goederen en belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen.
De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn:
- a. wat Japan betreft:
- i. de inkomstenbelasting (Shotokuzei);
- ii. de vennootschapsbelasting (Hojinzei); en
- iii. de lokale belastingen voor ingezetenen (Juminzei) (hierna te noemen: „Japanse belasting”); en
- b. wat Nederland betreft:
- i. de inkomstenbelasting;
- ii. de loonbelasting;
- iii. de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de regering in de nettowinsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet; en
- iv. de dividendbelasting; (hierna te noemen: „Nederlandse belasting”).
Dit Verdrag is voorts van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun belastingwetgevingen zijn aangebracht en wel binnen een redelijke termijn na dergelijke wijzigingen.
Artikel 3. Algemene begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:
- a. betekent de uitdrukking „Japan” wanneer zij in aardrijkskundige zin wordt gebezigd, het volledige grondgebied van Japan, met inbegrip van zijn territoriale zee, waar de wetten met betrekking tot de Japanse belasting van kracht zijn, en alle gebieden buiten zijn territoriale zee, met inbegrip van de zeebodem en de ondergrond daarvan, waar Japan in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten heeft en waar de wetten met betrekking tot de Japanse belasting van kracht zijn;
- b. betekent de uitdrukking „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent;
- c. betekenen de uitdrukkingen „een verdragsluitende staat” en „de andere verdragsluitende staat” Japan of Nederland, al naar gelang de context vereist;
- d. betekent de uitdrukking „belasting” de Japanse belasting of de Nederlandse belasting, al naargelang de context vereist;
- e. betekent de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen;
- f. betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- g. heeft de uitdrukking „onderneming” betrekking op het uitoefenen van een bedrijf;
- h. betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een verdragsluitende staat” en „onderneming van de andere verdragsluitende staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een verdragsluitende staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere verdragsluitende staat;
- i. betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming van een verdragsluitende staat, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere verdragsluitende staat zijn gelegen;
- j. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
- i. wat Japan betreft, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger; en
- ii. wat Nederland betreft, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- k. betekent de uitdrukking „onderdaan”:
- i. wat Japan betreft elke natuurlijke persoon die de Japanse nationaliteit bezit, elke rechtspersoon opgericht of georganiseerd overeenkomstig de wetgeving van Japan en elke organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die ten behoeve van de Japanse belastingheffing wordt behandeld als een rechtspersoon opgericht of georganiseerd overeenkomstig de wetgeving van Japan; en
- ii. wat Nederland betreft elke natuurlijke persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit en elke rechtspersoon, samenwerkingsverband of vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in Nederland van kracht is;
- l. omvat de uitdrukking „bedrijfsuitoefening” mede de uitoefening van een vrij beroep en van andere werkzaamheden van zelfstandige aard; en
- m. wordt verstaan onder de uitdrukking „pensioenfonds” iedere persoon die:
- i. gevestigd is in en als zodanig gereguleerd wordt door de wetgeving van een verdragsluitende staat;
- ii. voornamelijk wordt geëxploiteerd voor het beheren of verstrekken van ouderdoms-, arbeidsongeschiktheids- of nabestaandenpensioenen, pensioenuitkeringen of andere soortgelijke beloningen of teneinde inkomsten te verwerven ten behoeve van andere pensioenfondsen; en
- iii. in die verdragsluitende staat van belasting is vrijgesteld ter zake van inkomsten verkregen uit de activiteiten omschreven onder ii.
Wat betreft de toepassing van dit Verdrag op enig moment door een verdragsluitende staat, heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die verdragsluitende staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die verdragsluitende staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die verdragsluitende staat aan die uitdrukking wordt gegeven.
Artikel 4. Inwoner
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „inwoner van een verdragsluitende staat” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die verdragsluitende staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van hoofdkantoor, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid en omvat mede:
- a. die verdragsluitende staat en een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan;
- b. een pensioenfonds gevestigd in en als zodanig gereguleerd door de wetgeving van die verdragsluitende staat; en
- c. een persoon die in die verdragsluitende staat gevestigd is en geëxploiteerd wordt met een hoofdzakelijk religieus, charitatief, educatief, wetenschappelijk, artistiek, cultureel of algemeen oogmerk, mits zijn volledige inkomen of een deel ervan ingevolge de wetgeving van die verdragsluitende staat is vrijgesteld van belasting.
Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die verdragsluitende staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die verdragsluitende staat.
Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide verdragsluitende staten is, wordt zijn positie als volgt bepaald:
- a. hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende staat waar hij een permanente woning tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide verdragsluitende staten een permanente woning tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);
- b. indien niet kan worden bepaald in welke verdragsluitende staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van beide verdragsluitende staten een permanente woning tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende staat waarin hij gewoonlijk verblijft;
- c. indien hij in beide verdragsluitende staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende staat waarvan hij onderdaan is;
- d. indien hij onderdaan is van beide verdragsluitende staten of van geen van beide, regelen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten de aangelegenheid in onderling overleg.
Indien een persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, ingevolge de bepalingen van het eerste lid, inwoner van beide verdragsluitende staten is, wordt hij geacht uitsluitend inwoner te zijn van de verdragsluitende staat waarin de plaats van zijn hoofdkantoor is gelegen.
Indien een verdragsluitende staat, ingevolge een bepaling van dit Verdrag, het belastingtarief over een bestanddeel van het inkomen van een inwoner van de andere verdragsluitende staat verlaagt of dat bestanddeel vrijstelt van belasting en die inwoner volgens de wetgeving die in die andere verdragsluitende staat van kracht is uitsluitend aan belastingheffing van die andere verdragsluitende staat onderworpen is voor zover dat bestanddeel van het inkomen wordt overgemaakt naar of wordt ontvangen in die andere verdragsluitende staat, is de verlaging of vrijstelling alleen van toepassing op dat bestanddeel van het inkomen voor zover het wordt overgemaakt naar of wordt ontvangen in die andere verdragsluitende staat.
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. komt een bestanddeel van het inkomen: in aanmerking voor de voordelen van het Verdrag die zouden worden toegekend, indien zij rechtstreeks zouden worden verkregen door een begunstigde, lid of deelnemer van die entiteit, die inwoner is van die andere verdragsluitende staat, voor zover deze begunstigden, leden of deelnemers inwoner zijn van die andere verdragsluitende staat en voldoen aan de andere voorwaarden omschreven in het Verdrag, ongeacht of het inkomen wordt behandeld als inkomen van deze begunstigden, leden of deelnemers ingevolge de belastingwetgeving van de eerstgenoemde verdragsluitende staat;
- i. dat afkomstig is uit een verdragsluitende staat via een entiteit die is georganiseerd in de andere verdragsluitende staat; en
- ii. dat behandeld wordt als inkomen van begunstigden, leden of deelnemers van die entiteit ingevolge de belastingwetgeving van die andere verdragsluitende staat;
- b. komt een bestanddeel van het inkomen: in aanmerking voor de voordelen van het Verdrag die zouden worden toegekend aan een inwoner van die andere verdragsluitende staat, ongeacht of het inkomen wordt behandeld als inkomen van deze entiteit ingevolge de belastingwetgeving van de eerstgenoemde verdragsluitende staat, indien deze entiteit inwoner is van die andere verdragsluitende staat en voldoet aan de overige voorwaarden omschreven in dit Verdrag;
- i. dat afkomstig is uit een verdragsluitende staat via een entiteit die is georganiseerd in de andere verdragsluitende staat; en
- ii. dat behandeld wordt als inkomen van die entiteit ingevolge de belastingwetgeving van die andere verdragsluitende staat;
- c. komt een bestanddeel van het inkomen: in aanmerking voor de voordelen van het Verdrag die zouden worden toegekend, indien zij rechtstreeks zouden worden verworven door een begunstigde, lid of deelnemer van die entiteit, die inwoner is van die andere verdragsluitende staat, voor zover deze begunstigden, leden of deelnemers inwoner zijn van die andere verdragsluitende staat en voldoen aan de overige voorwaarden omschreven in dit Verdrag, ongeacht of het inkomen wordt behandeld als inkomen van deze begunstigden, leden of deelnemers ingevolge de belastingwetgeving van de eerstgenoemde verdragsluitende staat, mits de staat waar de entiteit is georganiseerd met de eerstgenoemde verdragsluitende staat een verdrag heeft gesloten dat bepalingen bevat voor de doeltreffende uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken;
- i. dat afkomstig is uit een verdragsluitende staat via een entiteit die is georganiseerd in een andere staat dan de verdragsluitende staten; en
- ii. dat behandeld wordt als inkomen van begunstigden, leden of deelnemers van die entiteit ingevolge de belastingwetgeving van de andere verdragsluitende staat en ingevolge de belastingwetgeving van de staat waar de entiteit is georganiseerd;
- d. komt een bestanddeel van het inkomen: niet in aanmerking voor de voordelen van het Verdrag; en
- i. dat afkomstig is uit een verdragsluitende staat via een entiteit die is georganiseerd in een andere staat dan de verdragsluitende staten; en
- ii. dat behandeld wordt als inkomen van die entiteit ingevolge de belastingwetgeving van die andere verdragsluitende staat;
- e. komt een bestanddeel van het inkomen: niet in aanmerking voor de voordelen van het Verdrag.
- i. dat afkomstig is uit een verdragsluitende staat via een entiteit die is georganiseerd in die verdragsluitende staat; en
- ii. dat behandeld wordt als inkomen van die entiteit ingevolge de belastingwetgeving van de andere verdragsluitende staat;
Artikel 5. Vaste inrichting
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.
De uitdrukking „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:
- a. een plaats waar leiding wordt gegeven;
- b. een filiaal;
- c. een kantoor;
- d. een fabriek;
- e. een werkplaats; en
- f. een mijn, een olie- of gasbron, een (steen)groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen.
Een bouwterrein of constructie- of installatiewerkzaamheden die daarmee verband houden vormt of vormen alleen een vaste inrichting indien de duur ervan twaalf maanden overschrijdt.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking „vaste inrichting” niet geacht te omvatten:
- a. het gebruikmaken van inrichtingen uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
- b. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering;
- c. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor de verwerking door een andere onderneming;
- d. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of informatie te verzamelen;
- e. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft;
- f. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a. tot en met e. genoemde werkzaamheden, mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheden heeft.
Indien een persoon – niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger op wie de bepalingen van het zesde lid van toepassing zijn – namens een onderneming optreedt, en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in die verdragsluitende staat gewoonlijk uitoefent, wordt die onderneming, niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid, geacht in die verdragsluitende staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht, tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid, die, indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting, deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken.
Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een verdragsluitende staat te bezitten uitsluitend op grond van de omstandigheid dat zij in die verdragsluitende staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar, commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger, mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.