Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten

Type Verdrag
Publication 1966-10-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Verdragsluitende Staten,

Overwegende de noodzaak tot internationale samenwerking op het gebied van de economische ontwikkeling en de rol, welke particuliere internationale investeringen daarbij spelen;

Rekening houdende met de mogelijkheid dat geschillen inzake dergelijke investeringen kunnen rijzen tussen Verdragsluitende Staten en onderdanen van andere Verdragsluitende Staten;

Erkennende dat het in bepaalde gevallen wenselijk kan zijn dat dergelijke geschillen door internationale procedures worden geregeld, ook al zullen deze geschillen in het algemeen onderworpen zijn aan nationale rechtswegen;

Bijzonder belang hechtende aan het openstaan van mogelijkheden voor internationale bemiddeling of arbitrage, waaraan Verdragsluitende Staten en onderdanen van andere Verdragsluitende Staten dergelijke geschillen kunnen onderwerpen, indien zij dit wensen;

Verlangende, deze mogelijkheden te scheppen onder auspiciën van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling;

Erkennende dat wederzijdse instemming van de partijen om deze geschillen te onderwerpen aan bemiddeling of arbitrage langs deze weg, een bindende overeenkomst vormt, welke met name vereist dat aan de aanbevelingen van de bemiddelaars passende aandacht wordt geschonken en dat de arbitrale uitspraken ten uitvoer worden gelegd;

Verklarende dat geen Verdragsluitende Staat, alleen door het feit dat hij dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, geacht wordt zonder zijn instemming verplicht te zijn een bepaald geschil aan bemiddeling of arbitrage te onderwerpen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. Het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen

Afdeling 1. Oprichting en Organisatie

Artikel 1
1.

Hierbij wordt opgericht het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (hierna te noemen het Centrum).

2.

Het doel van het Centrum is, de gelegenheid te openen voor bemiddeling en arbitrage ter beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Verdragsluitende Staten en onderdanen van andere Verdragsluitende Staten in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 2

De zetel van het Centrum is gevestigd ten hoofdkantore van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (hierna te noemen de Bank). De zetel kan worden verplaatst naar een andere plaats bij besluit van de Raad van Bestuur, genomen door een meerderheid van twee derden van zijn leden.

Artikel 3

Het Centrum bestaat uit een Raad van Bestuur en een Secretariaat. Het houdt een Lijst aan van Bemiddelaars en een Lijst van Arbiters.

Afdeling 2. De Raad van Bestuur

Artikel 4
1.

De Raad van Bestuur wordt gevormd door de vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten, en wel één van iedere Staat. Een plaatsvervanger kan als vertegenwoordiger optreden, wanneer de eigenlijke vertegenwoordiger afwezig of niet tot handelen in staat is.

2.

Als geen ander daartoe is aangewezen, is elke door een Verdragsluitende Staat benoemde bestuurder en plaatsvervangende bestuurder van de Bank ex officio de vertegenwoordiger, onderscheidenlijk de plaatsvervangende vertegenwoordiger, van die Staat.

Artikel 5

De President van de Bank is ex officio Voorzitter van de Raad van Bestuur (hierna genoemd de Voorzitter), maar heeft geen stemrecht. Wanneer hij afwezig of niet tot handelen in staat is of indien de zetel van de President van de Bank vacant is, treedt de waarnemend President op als Voorzitter van de Raad van Bestuur.

Artikel 6
1.

Onverminderd de bevoegdheden en taken, hem opgedragen in andere bepalingen van dit Verdrag, draagt de Raad van Bestuur zorg voor:

De hierboven onder a, b, c en f bedoelde besluiten worden door een meerderheid van twee derden der leden van de Raad van Bestuur genomen.

2.

De Raad van Bestuur kan iedere commissie instellen, die hij nodig oordeelt.

3.

De Raad van Bestuur oefent voorts alle andere bevoegdheden uit en verricht alle andere taken, die hij nodig oordeelt voor de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 7
1.

De Raad van Bestuur houdt jaarlijks een zitting en voorts zoveel andere zittingen als de Raad besluit of worden bijeengeroepen door de Voorzitter of bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal op verzoek van tenminste vijf leden van de Raad.

2.

Ieder lid van de Raad van Bestuur heeft één stem en behoudens de door dit Verdrag voorziene uitzonderingen, worden alle aan de Raad voorgelegde vraagstukken bij meerderheid der uitgebrachte stemmen beslist.

3.

Bij alle zittingen van de Raad van Bestuur bestaat het quorum uit de helft der leden, vermeerderd met één lid.

4.

De Raad van Bestuur kan bij een meerderheid van twee derden van zijn leden een procedure vaststellen, waarbij de Voorzitter een stemming door de Raad kan uitlokken zonder deze bijeen te roepen. Deze stemming wordt slechts als geldig beschouwd indien de meerderheid van de Raad zijn stem uitbrengt binnen de in genoemde procedure voorgeschreven termijnen.

Artikel 8

De werkzaamheden van de leden van de Raad van Bestuur alsmede van de President worden niet gehonoreerd door het Centrum.

Afdeling 3. Het Secretariaat

Artikel 9

Het Secretariaat bestaat uit een Secretaris-Generaal, een of meer Plaatsvervangende Secretarissen-Generaal en verder personeel.

Artikel 10
1.

De Secretaris-Generaal en de Plaatsvervangende Secretarissen-Generaal worden op voordracht van de Voorzitter gekozen door de Raad van Bestuur met een meerderheid van twee derden van zijn leden voor een tijdvak van ten hoogste zes jaar; zij zijn herkiesbaar. De Voorzitter stelt, na overleg met de leden van de Raad van Bestuur, voor elk ambt een of meer kandidaten voor.

2.

Het ambt van Secretaris-Generaal en Plaatsvervangend Secretaris-Generaal is onverenigbaar met de uitoefening van een politieke functie. De Secretaris-Generaal en de Plaatsvervangende Secretarissen-Generaal kunnen uitsluitend met toestemming van de Raad van Bestuur andere ambten vervullen of andere beroepswerkzaamheden verrichten.

3.

Wanneer de Secretaris-Generaal afwezig is of niet tot handelen in staat is, of wanneer het ambt vacant is, treedt de Plaatsvervangende Secretaris-Generaal op als Secretaris-Generaal.

Indien er meer dan een Plaatsvervangende Secretaris-Generaal zal zijn, stelt de Raad van Bestuur tevoren de volgorde vast, waarin zij zullen optreden als Secretaris-Generaal.

Artikel 11

De Secretaris-Generaal is de vertegenwoordiger in rechten en de hoogste ambtenaar van het Centrum. Hij is verantwoordelijk voor het beheer daarvan, waaronder de benoeming van de leden van het personeel overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en de door de Raad van Bestuur vastgestelde bepalingen. Hij treedt op als griffier en is bevoegd de scheidsrechterlijke uitspraken, gewezen ingevolge dit Verdrag, te legaliseren en afschriften daarvan te waarmerken.

Afdeling 4. De Lijsten

Artikel 12

De Lijst van Bemiddelaars en de Lijst van Arbiters bestaan ieder uit namen van personen die de voor deze functies vereiste bekwaamheden bezitten en aangewezen zijn op de hierna bepaalde wijze en die goedvinden, op deze Lijsten te worden vermeld.

Artikel 13
1.

Iedere Verdragsluitende Staat kan voor elke Lijst vier personen aanwijzen, die onderdaan van die Staat kunnen doch niet behoeven te zijn.

2.

De Voorzitter kan tien personen aanwijzen voor iedere Lijst. De aldus voor een Lijst aangewezen personen dienen ieder van verschillende nationaliteit te zijn.

Artikel 14
1.

De voor de Lijsten aangewezen personen dienen van hoog zedelijk karakter en erkende deskundigen op het gebied van het recht, van de handel, de industrie of de financiën te zijn, op wier onafhankelijkheid van oordeel kan worden vertrouwd. Deskundigheid op juridisch gebied is van bijzonder belang voor de op de Lijst van Arbiters vermelde personen.

2.

De Voorzitter houdt voorts bij zijn aanwijzing van personen voor de Lijsten rekening met het belang, dat op de Lijsten de voornaamste rechtsstelsels van de wereld en de belangrijkste vormen van economische bedrijvigheid zijn vertegenwoordigd.

Artikel 15
1.

De aangewezen personen staan op de Lijst voor perioden van zes jaar, die kunnen worden verlengd.

2.

Bij overlijden of aftreden van een der op de Lijsten vermelde personen heeft de autoriteit die deze persoon heeft aangewezen het recht, een opvolger aan te wijzen voor de resterende termijn.

3.

De op de Lijsten vermelde personen blijven daarop vermeld tot hun opvolger is aangewezen.

Artikel 16
1.

Eenzelfde persoon kan op beide Lijsten worden vermeld.

2.

Indien een persoon door verschillende Verdragsluitende Staten, of door één of meer Verdragsluitende Staten en tevens door de Voorzitter, is aangewezen voor eenzelfde Lijst, wordt hij geacht te zijn aangewezen door de autoriteit die hem het eerst heeft aangewezen. Indien hij echter onderdaan is van één der Staten die hem hebben aangewezen, wordt hij geacht door die Staat te zijn aangewezen.

3.

Alle aanwijzingen worden ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal en hebben rechtsgevolg vanaf het tijdstip waarop deze kennisgeving is ontvangen.

Afdeling 5. De Inkomsten van het Centrum

Artikel 17

Indien de uitgaven van het Centrum niet kunnen worden gedekt door de vergoedingen voor het gebruik van zijn diensten of door andere ontvangsten, worden de resterende kosten gedragen door de Verdragsluitende Partijen die lid zijn van de Bank, en door de Verdragsluitende Staten die geen lid van de Bank zijn, overeenkomstig de door de Raad van Bestuur vastgestelde regels.

Afdeling 6. Status, immuniteiten en voorrechten

Artikel 18

Het Centrum bezit volledige rechtspersoonlijkheid naar internationaal recht. De rechtsbevoegdheid van het Centrum omvat onder meer:

Artikel 19

Ten einde zijn werkzaamheden te kunnen verrichten geniet het Centrum op het grondgebied van elk der Verdragsluitende Staten de in deze Afdeling neergelegde immuniteiten en voorrechten.

Artikel 20

Het Centrum, alsmede zijn eigendommen en tegoeden, genieten immuniteit van rechtsmacht, tenzij het Centrum afstand doet van deze immuniteit.

Artikel 21

De Voorzitter, de leden van de Raad van Bestuur, zij die optreden als bemiddelaars, arbiters of als leden van een Comité ingesteld ingevolge artikel 52, lid 3, alsmede de ambtenaren en het overige personeel van het secretariaat:

Artikel 22

De bepalingen van artikel 21 zijn van toepassing op hen die als partij, vertegenwoordiger, raadsman, advocaat, getuige of deskundige aan een geding volgens dit Verdrag deelnemen, met dien verstande echter dat het bepaalde sub b) slechts van toepassing is ten aanzien van hun reis naar en van, en hun verblijf in de plaats waar het geding wordt gehouden.

Artikel 23
1.

De archieven van het Centrum zijn onschendbaar, onverschillig waar zij zich bevinden.

2.

Elke Verdragsluitende Staat verleent het Centrum met betrekking tot zijn officiële verbindingen, een behandeling die tenminste even gunstig is als die welke hij aan andere internationale organisaties verleent.

Artikel 24
1.

Het Centrum, alsmede zijn tegoeden, eigendommen en inkomsten en de op grond van dit Verdrag door hen verrichte handelingen en transacties zijn vrijgesteld van alle belastingen en douanerechten. Het Centrum is eveneens vrijgesteld van elke aansprakelijkheid voor de invordering of betaling van belastingen of douanerechten.

2.

Geen belasting wordt geheven op of in verband met de door het Centrum aan de Voorzitter of de leden van de Raad van Bestuur betaalde onkostenvergoedingen, of op of in verband met de salarissen, onkostenvergoedingen of andere emolumenten welke door het Centrum aan de ambtenaren of het overige personeel van het Secretariaat worden betaald, behalve voor zover het betreft hen, die onderdaan zijn van het land waar zij hun werkzaamheden verrichten.

3.

Geen belasting wordt geheven op of in verband met de honoraria of onkostenvergoedingen, ontvangen door personen die optreden als bemiddelaars, arbiters of leden van een ingevolge artikel 52, lid 3, ingesteld Comité, in de gedingen die krachtens dit Verdrag plaatsvinden, indien het enige aanknopingspunt voor het opleggen van die belasting is de plaats waar het Centrum is gelegen of de plaats waar het geding plaatsvindt, of de plaats waar deze honoraria of vergoedingen worden betaald.

HOOFDSTUK II. Het werkterrein van het Centrum

Artikel 25
1.

Het werkterrein van het Centrum omvat de beslechting van alle rechtsgeschillen tussen een Verdragsluitende Staat (of een samenstellend deel of een orgaan van die Staat, hetwelk als zodanig door die Verdragsluitende Staat aan het Centrum is aangewezen) en een onderdaan van een andere Verdragsluitende Staat, welke rechtstreeks voortvloeien uit een investering, en ten aanzien waarvan de partijen er schriftelijk in hebben toegestemd, deze aan het Centrum voor te leggen. Wanneer de partijen hun toestemming hebben gegeven, kan geen hunner deze eenzijdig intrekken.

2.

Onder „onderdaan van een andere Verdragsluitende Staat” wordt verstaan:

3.

Toestemming door een samenstellend deel of orgaan van een Verdragsluitende Staat behoeft de goedkeuring van die Staat, tenzij die Staat het Centrum mededeelt dat een dergelijke goedkeuring niet vereist is.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.