Verdrag betreffende de prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Door de Raad van Beheer van het Internationale Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 17 juni 1964 in haar achtenveertigste zitting;
Besloten hebbende tot het aanvaarden van bepaalde voorstellen betreffende prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, welk onderwerp het vijfde punt van de agenda der zitting vormt;
Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag zullen aannemen,
Neemt heden, de 8ste juli 1964, het volgende Verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald als „Verdrag betreffende de prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, 1964”;
Opgezegd per 22 juli 1988 (Trb. 1997/191). Zie voor de herroeping Trb. 1997/191.
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag
- a). omvat de term „wetgeving” of „wettelijke regeling” de wetten en reglementen, alsmede de statutaire bepalingen inzake Sociale Zekerheid;
- b). wordt verstaan onder „voorgeschreven”: vastgesteld bij of krachtens de nationale wetgeving;
- c). omvat de term „industriële inrichting” elke inrichting behorende tot een van de volgende takken van economische bedrijvigheid: winning van bodemschatten; industrie; bouwnijverheid en openbare werken; elektriciteits-, gas- en watervoorziening; sanitaire diensten; vervoer, goederenopslag en communicatie;
- d). wordt onder de term „ten laste” verstaan: de in de voorgeschreven gevallen veronderstelde toestand van onafhankelijkheid;
- e). wordt onder „ten laste komend kind” verstaan:
- i). een kind wiens leerplichtige leeftijd nog niet is verstreken of een kind dat nog niet de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt, zijnde de hoogste leeftijd in aanmerking te nemen;
- ii). onder bij de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden, een kind dat een leeftijd die hoger is dan die vermeld in alinea i) nog niet heeft bereikt wanneer het wordt opgeleid voor een beroep, zijn studie voortzet of lijdende is aan een chronische ziekte of een gebrek waardoor het niet geschikt is tot het verrichten van enige beroepsarbeid, tenzij de definitie van „ten laste komend kind” in de nationale wetgeving ieder kind omvat, dat een leeftijd die aanmerkelijk hoger is dan die genoemd in alinea i), nog niet heeft bereikt.
Artikel 2
Een Lid dat op economisch en medisch gebied nog onvoldoende is ontwikkeld kan zich, door een bij zijn akte van bekrachtiging gevoegde gemotiveerde verklaring, het recht voorbehouden tot tijdelijke toepassing van de afwijkende bepalingen voorkomende in de volgende artikelen: 5, 9, lid 3, alinea b), 12, 15, lid 2 en 18, lid 3.
Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, moet in de rapporten over de toepassing van dit Verdrag die het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, omtrent elk der afwijkende bepalingen die het toepast, vermelden:
- a). dat de redenen voor de toepassing nog steeds bestaan; of
- b). dat het met ingang van een bepaalde datum afstand doet van zijn recht tot toepassing van de desbetreffende afwijkende bepaling.
Artikel 3
Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt kan door een bij zijn akte van bekrachtiging gevoegde verklaring van de toepassing van dit Verdrag uitsluiten:
- a). zeevarenden, met inbegrip van zeevissers,
- b). overheidsdienaren,
wanneer deze categorieën worden beschermd door speciale regelingen welke voorzien in prestaties die in totaal tenminste gelijkwaardig zijn aan die van dit Verdrag.
Wanneer een ingevolge het vorige lid afgelegde verklaring van kracht is, kan het Lid de in die verklaring bedoelde personen uitzonderen van het aantal loontrekkenden dat voor de berekening van het percentage loontrekkenden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, alinea d) en artikel 5, in aanmerking wordt genomen.
Elk Lid dat een verklaring ingevolge het eerste lid van dit artikel heeft afgelegd kan later aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau kennisgeven dat het de verplichtingen van dit Verdrag aanvaardt ten aanzien van de categorie of categorieën personen die het bij zijn bekrachtiging heeft uitgesloten.
Artikel 4
De nationale wetgeving inzake prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten moet bescherming bieden aan alle loontrekkenden (met inbegrip van de leerlingen) werkzaam in het bedrijfsleven en in de overheidssector, met inbegrip van de coöperaties, en in geval van overlijden van de kostwinner aan de voorgeschreven categorieën rechthebbenden.
Elk Lid kan echter de uitzonderingen maken, die het nodig acht ten aanzien van:
- a). personen die gelegenheidswerk verrichten, dat niet in verband staat met de onderneming van de werkgever;
- b). thuiswerkers;
- c). inwonende gezinsleden van de werkgever, voor zover zij voor hem werken;
- d). andere categorieën loontrekkenden, waarvan het aantal niet meer mag bedragen dan 10% van het totaal der loontrekkenden, daarbij zij die met toepassing van de alinea's a tot en met c van dit lid zijn uitgezonderd, niet meegerekend.
Artikel 5
Wanneer een ingevolge artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is, kan de toepassing van de nationale wetgeving inzake prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten worden beperkt tot voorgeschreven categorieën loontrekkenden, welke in totaal tenminste 75 procent van het totale aantal loontrekkenden in de industriële inrichtingen omvatten, en in geval van overlijden van de kostwinner tot voorgeschreven categorieën rechthebbenden.
Artikel 6
Onder de door verzekering gedekte gevallen moeten de volgende worden begrepen, wanneer deze het gevolg zijn van een arbeidsongeval of van een beroepsziekte:
- a). ziektetoestand;
- b). ongeschiktheid tot werken welke voortspruit uit een ziektetoestand en welke derving van inkomsten uit arbeid met zich brengt, zoals nader geregeld bij de nationale wetgeving;
- c). algeheel verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven of gedeeltelijk verlies van zodanige geschiktheid, uitgaande boven een voorgeschreven minimum, wanneer het waarschijnlijk is dat dit gehele of gedeeltelijke verlies blijvend zal zijn, alsmede overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid;
- d). verlies van middelen van bestaan, ten gevolge van het overlijden van de kostwinner, door voorgeschreven categorieën rechthebbenden.
Artikel 7
Elk Lid dient een definitie van „arbeidsongeval” voor te schrijven, waarin tevens de voorwaarden worden opgenomen waaronder een ongeval dat op weg van of naar het werk heeft plaatsgevonden, als arbeidsongeval wordt aangemerkt, en in de rapporten over de toepassing van dit Verdrag die het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, deze definitie weer te geven en toe te lichten.
Indien de ongevallen die plaatsvinden op weg van en naar het werk, reeds gedekt worden door andere regelingen van de Sociale Zekerheid dan die met betrekking tot de schadeloosstelling van arbeidsongevallen en die regelingen bij ongevallen op weg van en naar het werk in prestaties voorzien, welke in totaal tenminste gelijkwaardig zijn aan die waarin dit Verdrag voorziet, behoeft van het ongeval op weg van en naar het werk geen gewag te worden gemaakt in het kader van de definitie van „arbeidsongeval”.
Artikel 8
Elk Lid moet
- a). bij de wet een lijst van ziekten vaststellen, welke tenminste de ziekten bevat, die in de bij dit Verdrag gevoegde Tabel I zijn genoemd en die onder voorwaarden als voorgeschreven, als beroepsziekten worden erkend, of
- b). in zijn wetgeving een algemene definitie van beroepsziekten opnemen, welke voldoende ruim is om tenminste de ziekten welke in de bij dit Verdrag genoemde Tabel I zijn genoemd, te dekken, of
- c). bij de wet een lijst van ziekten vaststellen overeenkomstig het bepaalde onder a), aangevuld door een algemene definitie van beroepsziekten, of door bepalingen welke het mogelijk maken vast te stellen of andere dan in de lijst genoemde ziekten of ziekten die zich niet onder de voorwaarden als voorgeschreven openbaren in het beroep zijn ontstaan.
Artikel 9
Elk Lid moet overeenkomstig de voorgeschreven bepalingen aan de beschermde personen de volgende prestaties waarborgen:
- a). de geneeskundige zorg en de daaraan verbonden diensten bij ziektetoestand;
- b). uitkeringen in de gevallen bedoeld in de alinea's b), c) en d) van artikel 6.
Het verkrijgen van aanspraak op prestaties mag niet afhankelijk worden gesteld van de duur van de arbeid, de duur van de verzekering of de betaling van premies; voor beroepsziekten mag echter een risicoperiode worden voorgeschreven.
De prestaties moeten worden verleend tijdens de gehele duur van het door verzekering gedekte geval. De uitkering bij arbeidsongeschiktheid behoeft echter niet te worden verleend over de eerste drie dagen:
- a). wanneer in de wetgeving van een lid op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag een carenstijd is voorzien, mits het Lid in de rapporten over de toepassing van dit Verdrag die het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen vermeldt dat de redenen voor de toepassing van deze afwijkende bepaling nog bestaan;
- b). wanneer een overeenkomstig artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is.
Artikel 10
De geneeskundige zorg en de daaraan verbonden diensten moeten in geval van ziektetoestand omvatten:
- a). de hulp van huisartsen en specialisten aan personen die al dan niet in een ziekenhuis zijn opgenomen, met inbegrip van huisbezoeken;
- b). tandheelkundige zorg;
- c). verpleging thuis, in een ziekenhuis of in een andere geneeskundige inrichting;
- d). kosten van opneming in een ziekenhuis, herstellingsoord, sanatorium of andere geneeskundige inrichtingen;
- e). tandheelkundige, farmaceutische en andere medische of chirurgische verstrekkingen, met inbegrip van prothesen, het onderhoud en de eventuele vervanging daarvan, alsmede brillen;
- f). de diensten verleend door een beoefenaar van een beroep hetwelk wettelijk erkend is als verwant aan het beroep van medicus, onder toezicht van een medicus of van een tandarts;
- g). zo mogelijk, de volgende hulp op het werk:
- i). eerste hulp aan slachtoffers van ernstige ongevallen;
- ii). herhaalde hulp aan hen die getroffen zijn door lichte verwondingen welke geen aanleiding zijn tot het staken van de arbeid.
De overeenkomstig lid 1 van dit artikel verleende verstrekkingen moeten met alle daartoe geëigende middelen strekken tot instandhouding, herstel, dan wel, zo dit niet mogelijk is, verbetering van de gezondheid van de getroffene, alsmede van diens geschiktheid om te werken en om te voorzien in zijn persoonlijke behoeften.
Artikel 11
Elk Lid dat de geneeskundige zorg en de daaraan verbonden diensten verleent door middel van een algemene gezondheidsregeling of een regeling voor geneeskundige zorg voor loontrekkenden kan in zijn wetgeving bepalen dat deze zorg aan hen die getroffen zijn door een arbeidsongeval of een beroepsziekte, onder dezelfde voorwaarden wordt verleend als aan andere rechthebbenden, mits de desbetreffende bepalingen zodanig zijn gesteld, dat de betrokkenen niet in behoeftige omstandigheden geraken.
Elk Lid dat de geneeskundige zorg en de daaraan verbonden diensten verleent in de vorm van terugbetaling van door de getroffene gedane uitgaven kan in zijn wetgeving bijzondere bepalingen opnemen voor gevallen waarin de omvang, duur of de kosten van deze zorg redelijke grenzen overschrijden, mits deze bepalingen niet in tegenspraak zijn met de doeleinden vermeld in artikel 10, tweede lid, en zodanig gesteld zijn, dat de betrokkenen niet in behoeftige omstandigheden geraken.
Artikel 12
Indien een krachtens artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is, moeten de geneeskundige zorg en de daaraan verbonden diensten tenminste omvatten:
- a). de hulp van huisartsen, met inbegrip van huisbezoeken;
- b). de hulp van specialisten, verleend in ziekenhuizen, aan personen die al dan niet in een ziekenhuis zijn opgenomen, alsmede de hulp van specialisten, welke buiten een ziekenhuis kan worden verleend;
- c). de verstrekking van noodzakelijke geneesmiddelen op voorschrift van een geneeskundige of van een andere daartoe bevoegde persoon;
- d). opneming in een ziekenhuis, wanneer deze noodzakelijk is; en
- e). zo mogelijk, op het werk, eerste hulp aan slachtoffers van arbeidsongevallen.
Artikel 13
Ingeval van tijdelijke of beginnende arbeidsongeschiktheid bestaat de uitkering in een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 of artikel 20.
Artikel 14
Ingeval van verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven, wanneer dit verlies waarschijnlijk blijvend zal zijn, of van overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid, worden de uitkeringen verleend in alle gevallen waarin dit verlies of deze vermindering een voorgeschreven graad overschrijdt en na afloop van het tijdvak gedurende hetwelk uitkeringen overeenkomstig artikel 13 verschuldigd zijn nog voortduurt.
Ingeval van algeheel verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven, wanneer dit verlies waarschijnlijk blijvend zal zijn, of ingeval van een overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid, bestaat de uitkering in een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 of artikel 20.
Ingeval van een aanmerkelijk gedeeltelijk verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven, boven een voorgeschreven graad, indien dit verlies waarschijnlijk blijvend zal zijn, of ingeval van een overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid, bestaat de uitkering in een periodieke betaling, in een billijke verhouding staande tot die bedoeld in lid 2 van dit artikel.
Ingeval van een niet aanmerkelijk gedeeltelijk verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven, doch boven de voorgeschreven graad bedoeld in lid 1, wanneer dit verlies waarschijnlijk blijvend zal zijn of ingeval van overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid, kan de uitkering geschieden in de vorm van een betaling ineens.
De graden van verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven of van de overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid bedoeld in de leden 1 en 3 van dit artikel, worden door de nationale wetgeving zodanig vastgesteld, dat de betrokkenen niet in behoeftige omstandigheden geraken.
Artikel 15
In bijzondere omstandigheden kan met goedvinden van de getroffene de periodieke betaling bedoeld in de leden 2 en 3 van artikel 14, geheel of ten dele, worden omgezet in een uitkering ineens welke overeenkomt met de contante waarde van die periodieke betaling, indien de bevoegde autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat een zodanige uitkering ineens op een voor de getroffene bijzonder gunstige wijze zal worden aangewend.
Indien een overeenkomstig artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is en het Lid meent niet over voldoende administratieve middelen te beschikken om een regelmatige betaalbaarstelling van de periodieke betalingen te verzekeren, kan het in de leden 2 en 3 van artikel 14 bedoelde periodieke betalingen omzetten in een uitkering ineens, overeenkomende met hun contante waarde berekend op basis van de bestaande gegevens.
Artikel 16
Voor getroffenen die in een toestand verkeren, welke geregeld oppassing en verzorging door een derde nodig maakt, moet worden voorzien in verhogingen van de periodieke betalingen of andere bijzondere of aanvullende uitkeringen, naar gelang wordt voorgeschreven.
Artikel 17
De nationale wetgeving bepaalt de voorwaarde waaronder herziening, schorsing of intrekking van de periodieke uitkeringen terzake van verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven of van een overeenkomstige vermindering van de lichamelijke gesteldheid zal plaatsvinden in verband met de wijzigingen welke in de mate van dit verlies of deze vermindering kunnen optreden.
Artikel 18
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.