Internationale Overeenkomst inzake de procedure voor de vaststelling van tarieven voor geregelde luchtdiensten

Type Verdrag
Publication 1968-12-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De ondertekenende Regeringen,

Overwegende dat de vaststelling van tarieven voor geregelde internationale luchtdiensten in talloze bilaterale luchtvaartovereenkomsten op verschillende wijzen is geregeld of dat te dien aanzien tussen de Staten in het geheel geen regelingen bestaan;

Verlangende dat er eenvormigheid wordt gebracht in de beginselen en procedures voor de vaststelling van zodanige tarieven en dat, waar dit mogelijk is, gebruik wordt gemaakt van de procedures van de „International Air Transport Association”;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

Deze Overeenkomst:

Artikel 2
1.

In de volgende leden wordt onder de uitdrukking „tarief” verstaan de prijzen die moeten worden betaald voor het vervoer van passagiers, bagage en vracht en de voorwaarden waaronder deze prijzen gelden, daarbij inbegrepen de prijzen en voorwaarden voor bemiddeling en andere bijkomende diensten, doch niet betalingen of voorwaarden voor het vervoer van post.

2.

De door de luchtvaartmaatschappijen van een der partijen voor vervoer naar of van het grondgebied van de andere partij toe te passen tarieven, worden op een redelijk niveau vastgesteld, waarbij terdege rekening wordt gehouden met alle in aanmerking komende factoren, zoals exploitatiekosten, een redelijke winst, alsmede de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen.

3.

Ten aanzien van de in lid 2 van dit artikel bedoelde tarieven wordt, indien mogelijk, overeenstemming bereikt tussen de betrokken luchtvaartmaatschappijen van beide partijen, na overleg met de andere luchtvaartmaatschappijen die de gehele route of een deel daarvan exploiteren; deze overeenstemming dient, zo mogelijk, te worden bereikt door toepassing van de procedures van de International Air Transport Association voor het uitwerken van tarieven.

4.

De tarieven waarover aldus overeenstemming is bereikt worden ten minste negentig dagen vóór de voorgestelde datum van de invoering daarvan aan de luchtvaartautoriteiten van beide partijen ter goedkeuring voorgelegd. In bijzondere gevallen kan deze termijn worden verkort, onder voorbehoud van de toestemming van bedoelde autoriteiten.

5.

Goedkeuring kan uitdrukkelijk worden gegeven. Indien de luchtvaartautoriteit van geen der partijen binnen dertig dagen, te rekenen van de datum waarop, overeenkomstig lid 4 van dit artikel, de tarieven ter goedkeuring moeten zijn voorgelegd, te kennen geeft dat zij daaraan haar goedkeuring onthoudt, worden deze tarieven beschouwd te zijn goedgekeurd. Ingeval de termijn waarbinnen de tarieven ter goedkeuring moeten zijn voorgelegd overeenkomstig lid 4 is verkort, kunnen de luchtvaartautoriteiten overeenkomen dat de termijn waarbinnen van een eventuele onthouding van goedkeuring kennis moet worden gegeven korter moet zijn dan dertig dagen.

6.

Indien geen overeenstemming ten aanzien van een bepaald tarief overeenkomstig lid 3 van dit artikel kan worden bereikt, of indien in de loop van de tijdvakken bedoeld in lid 5 van dit artikel een der luchtvaartautoriteiten de andere ervan in kennis stelt dat zij aan een overeenkomstig de bepalingen van lid 3 overeengekomen tarief haar goedkeuring onthoudt, dienen de luchtvaartautoriteiten van beide partijen, na overleg met de luchtvaartautoriteiten van iedere andere Staat wier advies zij wensen in te winnen, te trachten het tarief bij onderlinge overeenkomst vast te stellen.

7.

Indien de luchtvaartautoriteiten geen overeenstemming kunnen bereiken over een hun ingevolge lid 4 van dit artikel voorgelegd tarief of over de vaststelling van een tarief ingevolge lid 6 van dit artikel, wordt het geschil geregeld overeenkomstig de bepalingen van de ter zake geldende bilaterale luchtvaartovereenkomst voor de regeling van geschillen.

8.

Een overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgesteld tarief blijft van kracht totdat een nieuw tarief is vastgesteld. De geldigheid van een tarief mag evenwel uit hoofde van dit lid met niet meer dan 12 maanden, te rekenen van de datum waarop deze zou zijn geëindigd, worden verlengd.

Artikel 3
1.

Indien er geen bilaterale luchtvaartovereenkomst tussen de twee partijen bestaat, of indien er wel een bilaterale overeenkomst bestaat, doch deze geen bepalingen voor de regeling van geschillen bevat, en er zich een geschil zoals bedoeld in lid 7 van artikel 2 voordoet, kunnen de partijen overeenkomen het geschil ter beslissing voor te leggen aan een bepaalde persoon of instantie; zij kunnen ook overeenkomen het geschil op verzoek van een van hen ter beslissing voor te leggen aan een scheidsgerecht van drie scheidsrechters.

2.

Om een zodanig scheidsgerecht samen te stellen wijst elk der partijen binnen zestig dagen na het tijdstip waarop de andere partij haar instemming met het verzoek om een scheidsrechterlijke beslissing heeft betuigd een scheidsrechter aan; de derde scheidsrechter wordt, andermaal binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen van het tijdstip waarop de tweede scheidsrechter werd aangewezen, door de beide aldus aangewezen scheidsrechters benoemd.

3.

Indien een der partijen nalaat binnen de onderscheiden termijnen een scheidsrechter aan te wijzen, of indien de derde scheidsrechter niet wordt benoemd, kan een der partijen tot de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie het verzoek richten het scheidsgerecht voltallig te maken. In dat geval dient de derde scheidsrechter onderdaan te zijn van een derde Staat en dient hij op te treden als president van het scheidsgerecht.

4.

Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast. Alle beslissingen van het scheidsgerecht dienen met meerderheid van stemmen te worden genomen en zijn definitief.

Artikel 4

Onverminderd het bepaalde in lid 7 van artikel 2 en in artikel 3, wordt elk geschil tussen twee of meer partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst dat niet door middel van onderhandelingen kan worden geregeld, op verzoek van een van hen aan arbitrage onderworpen. Indien binnen zes maanden, te rekenen van het tijdstip waarop om arbitrage werd verzocht, de partijen niet in staat blijken overeenstemming te bereiken omtrent de wijze van arbitrage, kan een van hen, door middel van een verzoek gedaan overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van het Internationale Gerechtshof, het geschil aan dit Hof voorleggen.

Artikel 5

Deze Overeenkomst staat voor ondertekening open door elke Staat die lid is van de Europese Burgerluchtvaartconferentie.

Artikel 6
1.

Deze Overeenkomst dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd of goedgekeurd.

2.

De akten van bekrachtiging en de kennisgevingen van goedkeuring worden bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie nedergelegd.

Artikel 7
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag nadat vijf Staten die lid zijn van de Europese Burgerluchtvaartconferentie hetzij hun akten van bekrachtiging hebben nedergelegd hetzij kennis hebben gegeven van hun goedkeuring.

2.

Zij treedt voor iedere Staat die haar nadien bekrachtigt of goedkeurt in werking op de dertigste dag na de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of kennisgeving van goedkeuring,

Artikel 8
1.

Deze Overeenkomst staat, nadat zij in werking is getreden, open voor toetreding door iedere Staat die lid is van de Verenigde Naties of van een der gespecialiseerde organisaties.

2.

Toetreding geschiedt door middel van nederlegging door de toetredende Staat van een akte van toetreding bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en wordt van kracht op de dertigste dag na de datum van nederlegging.

Artikel 9

Deze Overeenkomst kan door iedere partij worden opgezegd door middel van een aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie gerichte kennisgeving. Deze opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van deze kennisgeving.

Artikel 10
1.

Iedere partij kan ten tijde van de ondertekening, bekrachtiging of goedkeuring van deze Overeenkomst of van de toetreding daartoe, verklaren dat zij zich niet gebonden acht door artikel 4. De andere partijen zijn niet gebonden door dat artikel met betrekking tot iedere partij die zulk een voorbehoud heeft gemaakt.

2.

Iedere partij die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het voorgaande lid kan dit te allen tijde intrekken door middel van een aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie gerichte kennisgeving.

Artikel 11
1.

Zodra deze Overeenkomst in werking treedt wordt zij door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties geregistreerd.

2.

De Internationale Burgerluchtvaartorganisatie doet een gewaarmerkt afschrift van deze Overeenkomst toekomen aan alle Staten die lid zijn van de Verenigde Naties of van een der gespecialiseerde organisaties.

3.

De Internationale Burgerluchtvaartorganisatie stelt alle Staten die lid zijn van de Verenigde Naties of van een der gespecialiseerde organisaties in kennis van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, having been duly authorized, have signed the present Agreement.

DONE at Paris, the tenth day of July one thousand nine hundred and sixty-seven, in a single copy in the English, French and Spanish languages, all three texts being equally authoritative.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.