Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en bij het Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek

Type Verdrag
Publication 1991-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Overwegende dat het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, door lid te worden van de Gemeenschap, zich verplicht hebben om toe te treden tot het Verdrag van Brussel betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en tot het Protocol betreffende de uitlegging van dat Verdrag door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en bij het Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek, en te dien einde onderhandelingen met de Lid-Staten van de Gemeenschap te beginnen om daarin de noodzakelijke aanpassingen aan te brengen,

Zich ervan bewust dat de Lid-Staten van de Gemeenschap en de Lid-Staten van de Europese Vrijhandelsassociatie op 16 september 1988 te Lugano het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken hebben gesloten, waardoor de beginselen van het Verdrag van Brussel worden uitgebreid tot de Staten die partij zijn bij dit Verdrag;

Hebben besloten dit Verdrag te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

de heer Jacques de Lentdecker

Kabinetschef van de Minister van Justitie

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken:

mevrouw Jette Birgitte Selso

Zaakgelastigde bij de Ambassade van Denemarken te Madrid

de President van de Bondsrepubliek Duitsland:

Dr. Georg Tresspz

Gevolmachtigd Minister bij de Ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland te Madrid

Dr. Klaus Kinkel

Staatssecretaris van Justitie

de President van de Helleense Republiek:

de heer Giannis Skoularikis

Minister van Justitie

Zijne Majesteit de Koning van Spanje:

de heer Enrique Mugica Herzog

Minister van Justitie

de President van de Franse Republiek:

de heer Pierre Arpaillange

Zegelbewaarder

Minister van Justitie

de President van Ierland:

de heer Patrick Walshe

Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur van Ierland in Spanje

de President van de Italiaanse Republiek:

de heer Giuliano Vassalli

Minister van Justitie

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:

de heer Ronald Mayer

Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur van Luxemburg en Spanje

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

de heer Frits Korthals Altes

Minister van Justitie

de heer J. Spoormaker

Eerste Ambassadesecretaris

de President van de Portugese Republiek:

de heer Fernando Nogueira

Minister van Algemene Zaken en van Justitie

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

de heer John Patten

Onderminister van Buitenlandse Zaken

Die, in het kader van de Raad bijeen, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,

Omtrent de volgende bepalingen overeenstemming hebben bereikt:

TITEL 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek treden toe tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Brussel op 27 september 1968, hierna te noemen „het Verdrag van 1968” en tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, ondertekend te Luxemburg op 3 juni 1971, hierna te noemen „het Protocol van 1971”, zoals deze zijn gewijzigd:

Artikel 2

De fundamentele aanpassingen die bij het onderhavige Verdrag worden aangebracht in het Verdrag van 1968 en het Protocol van 1971, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag van 1978 en bij het Verdrag van 1982, zijn opgenomen in de titels II tot en met V. De formele aanpassingen van het Verdrag van 1968, zoals dat gewijzigd is bij het Verdrag van 1978 en het Verdrag van 1982, zijn voor elke betrokken authentieke versie afzonderlijk opgenomen in bijlage I, die een integrerend deel van dit Verdrag uitmaakt.

TITEL II. Aanpassingen van het Verdrag van 1968

Artikel 3

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 4

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 5

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 6

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 7

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 8

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 9

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 10

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 11

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 12

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 13

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 14

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 15

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 16

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 17

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 18

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 19

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 20

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 21

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

Artikel 22

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

TITEL III. Aanpassingen van het Protocol bij het Verdrag van 1968

Artikel 23

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.

TITEL IV. Aanpassingen van het Protocol van 1971

Artikel 24

Wijzigt het Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Luxemburg, 3 juni 1971.

Artikel 25

Wijzigt het Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Luxemburg, 3 juni 1971.

Artikel 26

Wijzigt het Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Luxemburg, 3 juni 1971.

Artikel 27

Wijzigt het Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Luxemburg, 3 juni 1971.

TITEL V. Aanpassingen van het Verdrag van 1978 en van het Verdrag van 1982

Artikel 28

Wijzigt het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie; Luxemburg, 9 oktober 1978, en het Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland; Luxemburg, 25 oktober 1982.

TITEL VI. Overgangsbepalingen

Artikel 29
1.

Het Verdrag van 1968 en het Protocol van 1971, als gewijzigd bij het Verdrag van 1978, bij het Verdrag van 1982 en bij dit Verdrag, zijn slechts van toepassing op rechtsvorderingen ingesteld en op authentieke akten verleden na de inwerkingtreding van dit Verdrag in de Staat van herkomst en, wanneer wordt verzocht om erkenning of tenuitvoerlegging van een beslissing of een authentieke akte, in de aangezochte Staat.

2.

Evenwel worden de beslissingen, gegeven na de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag in de betrekkingen tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat naar aanleiding van vóór deze dag ingestelde vorderingen, erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van titel III van het Verdrag van 1968, als gewijzigd bij het Verdrag van 1978, bij het Verdrag van 1982 en het onderhavige Verdrag, indien de bevoegdheid berustte op regels die overeenkomen met de bepalingen van de gewijzigde titel II van het Verdrag van 1968, of met de bepalingen neergelegd in een verdrag dat tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat van kracht was op het ogenblik dat de vordering werd ingesteld.

TITEL VII. Slotbepalingen

Artikel 30
1.

De Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen zendt aan de Regeringen van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse en de Nederlandse taal toe van het Verdrag van 1968, van het Protocol van 1971, van het Verdrag van 1978 en van het Verdrag van 1982.

2.

De teksten van het Verdrag van 1968, van het Protocol van 1971, van het Verdrag van 1978 en van het Verdrag van 1982 in de Portugese en de Spaanse taal zijn opgenomen in de bijlagen II, III, IV en V1)Genoemde bijlagen zijn niet opgenomen.van dit Verdrag. De teksten in de Portugese en de Spaanse taal zijn op gelijke wijze authentiek als de overige teksten van het Verdrag van 1968, het Protocol van 1971, het Verdrag van 1978 en het Verdrag van 1982.

Artikel 31

Dit Verdrag wordt door de ondertekenende Staten bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen.

Artikel 32
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op de datum waarop twee ondertekenende Staten, waarvan er een het Koninkrijk Spanje of de Portugese Republiek is, hun akten van bekrachtiging nederleggen.

2.

Dit Verdrag wordt met betrekking tot elke andere ondertekenende Staat van kracht op de eerste dag van de derde maand volgende op het nederleggen van de akte van bekrachtiging van die Staat.

Artikel 33

De Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen stelt de ondertekenende Staten in kennis van:

Artikel 34

Dit Verdrag, opgesteld in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, welke tien teksten gelijkelijk authentiek zijn, zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat van de Raad der Europese Gemeenschappen. De Secretaris-Generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, hun handtekening onder dit Verdrag hebben gesteld.

GEDAAN te Donostia-San Sebastian, de zesentwintigste mei negentienhonderd negenentachtig.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.