Overeenkomst betreffende de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee
Preambule
De Regeringen van de Staten die partij zijn bij deze Overeenkomst,
Deelgenomen hebbende aan het werk van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee, die in 1902 te Kopenhagen is ingesteld als uitvloeisel van in 1899 te Stockholm en in 1901 te Christiania gehouden conferenties en die als taak heeft gekregen het uitvoeren van een programma van internationaal onderzoek van de zee.
Verlangende genoemde Raad een nieuw statuut te geven, ten einde de uitvoering van zijn programma te vergemakkelijken,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
De taak van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee, hierna te noemen „de Raad”, omvat:
- (a). het bevorderen en stimuleren van het wetenschappelijk speurwerk en onderzoekingen, zulks in verband met de bestudering van de zee en, in het bijzonder, van haar levende rijkdommen;
- (b). het opstellen der daartoe benodigde programma's en het organiseren, in overleg met de Overeenkomstsluitende Partijen, van wetenschappelijk speurwerk en onderzoekingen welke nodig zouden blijken te zijn;
- (c). het publiceren of op andere wijze bekend maken van de resultaten van het onder zijn auspiciën uitgevoerde wetenschappelijk speurwerk en onderzoekingen, of publikatie daarvan stimuleren.
Artikel 2
De Raad houdt zich bezig met de Atlantische Oceaan en de aangrenzende zeeën en in het bijzonder met de Noordatlantische Oceaan.
Artikel 3
(1). De Raad wordt in stand gehouden overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst
(2). De zetel van de Raad blijft in Kopenhagen gevestigd.
Artikel 4
De Raad streeft naar het maken en in stand houden van werkafspraken met andere internationale organisaties, die verwante doeleinden hebben en zal zoveel mogelijk met deze samenwerken, in het bijzonder met betrekking tot het verstrekken van wetenschappelijke gegevens, die worden gevraagd.
Artikel 5
De Overeenkomstsluitende Partijen verplichten zich de Raad alle inlichtingen te verschaffen, die van belang zijn voor de doelstellingen van deze Overeenkomst en die redelijkerwijze ter beschikking kunnen worden gesteld, alsmede de door de Raad gecoördineerde programma's van wetenschappelijk speurwerk zoveel mogelijk te helpen uitvoeren.
Artikel 6
(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij wordt in de Raad door niet meer dan twee afgevaardigden vertegenwoordigd.
(2). Een afgevaardigde die niet op een bijeenkomst van de Raad aanwezig kan zijn, kan door een ander worden vervangen die, wat die bijeenkomst betreft, met alle bevoegdheden van die afgevaardigde is bekleed.
(3). Elke Overeenkomstsluitende Partij kan naar eigen keuze deskundigen en adviseurs benoemen, die de Raad in zijn werkzaamheden bijstaan.
Artikel 7
(1). De Raad komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen. Deze zitting wordt te Kopenhagen gehouden, tenzij de Raad anders bepaalt.
(2). Een buitengewone zitting van de Raad kan op door het Bureau zelf te bepalen plaats en tijdstip worden belegd, hetzij op initiatief van dat Bureau zelf, hetzij op verzoek van ten minste één derde van de Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 8
(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft in de Raad één stem.
(2). Besluiten van de Raad worden, tenzij in deze Overeenkomst uitdrukkelijk anders wordt bepaald, bij eenvoudige meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen genomen. Bij staking van stemmen omtrent een zaak waarover bij eenvoudige meerderheid beslist kan worden, wordt het voorstel als verworpen beschouwd.
Artikel 9
(1). Met inachtneming van de bepalingen van deze Overeenkomst stelt de Raad zijn eigen Reglement vast, dat dient te worden aanvaard door een twee derde meerderheid der Overeenkomstsluitende Partijen.
(2). Engels en Frans zijn de voertalen van de Raad.
Artikel 10
(1). De Raad kiest uit de afgevaardigden zijn voorzitter, de eerste vice-voorzitter en nog vijf vice-voorzitters. Het aantal der laatsten kan worden uitgebreid bij een door de Raad met een twee derde meerderheid genomen besluit.
(2). De voorzitter en de vice-voorzitters treden in functie op de eerste november volgende op hun verkiezing, voor een tijdvak van drie jaar. Zij kunnen opnieuw worden gekozen overeenkomstig het Reglement.
(3). Zodra de voorzitter in functie treedt, houdt hij op afgevaardigde te zijn.
Artikel 11
(1). De voorzitter en de vice-voorzitters vormen te zamen het Bureau van de Raad.
(2). Het Bureau is de Uitvoerende Commissie van de Raad, legt de besluiten van de Raad ten uitvoer, stelt de agenda op en roept de vergaderingen bijeen. Het maakt eveneens de begroting op. Het belegt de reservefondsen en kwijt zich van de taken die de Raad het Bureau heeft opgedragen. Het legt tegenover de Raad verantwoording af voor zijn handelingen.
Artikel 12
De Raad stelt een Raadgevende Commissie in, een Financiële Commissie en andere commissies, die nodig zijn voor de uitvoering van zijn werkzaamheden; de taken van deze commissies worden omschreven in het Reglement.
Artikel 13
(1). De Raad benoemt een Algemeen Secretaris. Hij stelt diens rechtspositie vast en bepaalt waarin zijn werkzaamheden zullen bestaan.
(2). Met inachtneming van de algemene richtlijnen van de Raad stelt het Bureau het andere personeel aan dat nodig is voor het uitvoeren van de werkzaamheden van de Raad. Het stelt de rechtspositie van dit personeel vast en bepaalt waarin de werkzaamheden van dit personeel zullen bestaan.
Artikel 14
(1). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen betaalt de kosten van de door haar benoemde afgevaardigden, deskundigen en adviseurs, behalve voorzover de Raad daaromtrent anders bepaalt.
(2). De Raad dient met een twee derde meerderheid van alle Overeenkomstsluitende Partijen aan de jaarlijkse begroting van de Raad zijn goedkeuring te hechten.
(3). In het eerste en tweede boekjaar nadat deze Overeenkomst overeenkomstig artikel 16 in werking is getreden, dragen de Overeenkomstsluitende Partijen bij in de kosten van de Raad tot een bedrag dat gelijk is aan dat hetwelk zij hadden bijgedragen of dat zij hadden toegezegd te zullen bijdragen in het jaar voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
(4). Wat het derde boekjaar en de daaropvolgende boekjaren betreft, betalen de Overeenkomstsluitende Partijen bijdragen, die worden berekend volgens een door de Raad ontworpen en door alle Overeenkomstsluitende Partijen aanvaarde schaal. Met toestemming van alle Overeenkomstsluitende Partijen kan deze schaal door de Raad worden gewijzigd.
(5). Een Regering die tot deze Overeenkomst toetreedt, draagt voor elk boekjaar in de kosten van de Raad bij tot een tussen die Regering en de Raad overeen te komen bedrag, totdat de in het vierde lid van dit artikel bedoelde schaal van toepassing is op door die Regering te betalen bijdragen.
(6). Een Overeenkomstsluitende Partij die gedurende twee achtereenvolgende jaren in gebreke is gebleven haar bijdrage te betalen, geniet geen der aan deze Overeenkomst verbonden rechten, totdat zij aan haar financiële verplichtingen heeft voldaan.
Artikel 15
(1). Op het grondgebied der Overeenkomstsluitende Partijen bezit de Raad rechtspersoonlijkheid, indien dit is overeengekomen tussen de Raad en de Regering van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij.
(2). De Raad, de afgevaardigden en deskundigen van de Raad, de Algemeen Secretaris en de andere functionarissen genieten op het grondgebied der Overeenkomstsluitende Partijen voorrechten en immuniteiten, die nodig zijn voor de uitoefening van hun functie indien dit tussen de Raad en de betrokken Overeenkomstsluitende Partij is overeengekomen.
Artikel 16
(1). Deze Overeenkomst staat tot 31 december 1964 open ter ondertekening namens de Regeringen van alle Staten die deelnemen aan het werk van de Raad.
(2). Deze Overeenkomst dient door de ondertekenende Regeringen te worden bekrachtigd of goedgekeurd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke procedures.
De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden nedergelegd bij de Regering van Denemarken, die als depot-regering optreedt.
(3). Deze Overeenkomst treedt in werking op de tweeëntwintigste juli volgende op de nederlegging van de akten van bekrachtiging of goedkeuring door alle ondertekenende Regeringen. Indien evenwel op 1 januari 1968 niet alle ondertekenende Regeringen deze Overeenkomst hebben bekrachtigd, doch ten minste drie vierde der ondertekenende Regeringen akten van bekrachtiging of goedkeuring hebben nedergelegd, kunnen laatstbedoelde Regeringen onderling bij bijzonder Protocol ten aanzien van de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt en andere daarmede verband houdende zaken regelingen treffen; in dat geval treedt deze Overeenkomst ten aanzien van een eventuele andere ondertekenende Regering die haar op een later tijdstip bekrachtigt of goedkeurt in werking op de datum waarop zij haar akte van bekrachtiging of goedkeuring heeft nedergelegd.
(4). Nadat deze Overeenkomst in werking is getreden overeenkomstig het derde lid van dit artikel, kan de Regering van iedere Staat, door middel van een aan de Regering van Denemarken gerichte schriftelijke aanvrage, verzoeken tot de Overeenkomst te mogen toetreden. Haar wordt toegestaan bij die Regering een akte van toetreding neder te leggen nadat de Regering van Denemarken ervan in kennis is gesteld dat de Regeringen van drie vierde van de Staten die reeds een akte van bekrachtiging, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd daaraan hun goedkeuring hechten. Ten aanzien van iedere toetredende Regering treedt deze Overeenkomst in werking op de datum waarop zij haar akte van toetreding heeft nedergelegd.
Artikel 17
Nadat twee jaren zijn verstreken sedert de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan elke Overeenkomstsluitende Partij haar te allen tijde opzeggen door middel van een aan de Regering van Denemarken gerichte schriftelijke kennisgeving. Deze opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst.
Artikel 18
Wanneer deze Overeenkomst in werking treedt, wordt zij door de depot-regering bij het secretariaat van de Organisatie der Verenigde Naties geregistreerd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest.
Final Clause
IN WITNESS WHEREOF the undersigned being duly authorised have signed the present Convention:
DONE at Copenhagen this twelfth day of September 1964, in the English and French languages, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Government of Denmark who shall forward certified true copies to all signatory and acceding Governments.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.