Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen

Type Verdrag
Publication 1970-10-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 7 juni 1967 in haar eenenvijftigste zitting;

Besloten hebbende tot het aanvaarden van bepaalde voorstellen betreffende de herziening van het Verdrag inzake de ouderdomsverzekering (industrie, enz.), 1933, het Verdrag inzake de ouderdomsverzekering (landbouw), 1933, het Verdrag inzake de invaliditeitsverzekering (industrie, enz.), 1933, het Verdrag inzake de invaliditeitsverzekering (landbouw), 1933, het Verdrag inzake de overlijdensverzekering (industrie, enz.), 1933 en het Verdrag inzake de overlijdensverzekering (landbouw), 1933, welk onderwerp het vierde punt van de agenda der zitting vormt;

Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag zullen aannemen,

Neemt heden, de 29ste juni 1967, het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als „Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, 1967”.

Deel I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag

Artikel 2
1.

Elk Lid te welks aanzien dit Verdrag van kracht is moet toepassen:

2.

Elk Lid moet in zijn akte van bekrachtiging aangeven ten aanzien van welk der delen II tot en met IV van dit Verdrag het de verplichtingen, voortvloeiende uit het Verdrag, aanvaardt.

Artikel 3
1.

Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd kan later aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau ter kennis brengen dat het de verplichtingen voortvloeiende uit het Verdrag aanvaardt ten aanzien van een of meer der delen II tot en met IV, voor zover het die in zijn akte van bekrachtiging niet reeds heeft genoemd.

2.

De aanvaarding van de verplichtingen bedoeld in het voorgaande lid, wordt geacht een integrerend deel uit te maken van de bekrachtiging en heeft gelijke rechtskracht te rekenen van de datum der kennisgeving.

Artikel 4
1.

Een Lid dat op economisch gebied nog niet voldoende tot ontwikkeling is gekomen kan, door een bij de akte van bekrachtiging gevoegde gemotiveerde verklaring, zich het recht voorbehouden tot tijdelijke toepassing van de afwijkende bepalingen voorzien in artikel 9, tweede lid, artikel 13, tweede lid, artikel 16, tweede lid en artikel 22, tweede lid.

2.

Elk lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het voorgaande lid, moet in de verslagen over de toepassing van dit Verdrag, die het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, ten aanzien van elk der afwijkende bepalingen die het toepast, vermelden:

3.

Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel dient, wanneer de omstandigheden dit toelaten, het aantal beschermde loontrekkenden te verhogen.

Artikel 5

Wanneer op grond van een der delen II tot en met IV van dit Verdrag, waarop de bekrachtiging van toepassing is, een Lid gehouden is voorgeschreven groepen personen te beschermen die ten minste een bepaald percentage van de loontrekkenden of van het economisch actieve deel der bevolking uitmaken, moet dat Lid, alvorens zich te verbinden tot toepassing van dat deel, zich ervan vergewissen dat het bedoelde percentage is bereikt.

Artikel 6

Voor de toepassing van de delen II, III of IV van dit Verdrag kan een Lid rekening houden met de bescherming, voortvloeiende uit verzekeringen welke krachtens haar wetgeving niet verplicht zijn voor de beschermde personen, wanneer deze verzekeringen:

Deel II. Uitkeringen bij invaliditeit

Artikel 7

Elk Lid te welks aanzien dit deel van het Verdrag van kracht is, moet overeenkomstig de volgende artikelen van dit deel aan de beschermde personen uitkeringen bij invaliditeit waarborgen.

Artikel 8

De verzekerde eventualiteit moet omvatten de ongeschiktheid om enige beroepsmatige arbeid in bepaalde mate te verrichten, wanneer die ongeschiktheid waarschijnlijk blijvend zal zijn, dan wel wanneer zij voortbestaat na afloop van een voorgeschreven tijdvak van tijdelijke of aanvankelijke ongeschiktheid.

Artikel 9
1.

Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:

2.

Wanneer een verklaring, afgelegd overeenkomstig artikel 4, van kracht is, moeten tot de beschermde personen worden gerekend:

Artikel 10

De uitkering bij invaliditeit moet worden verleend in de vorm van een periodieke betaling berekend:

Artikel 11
1.

De in artikel 10 bedoelde uitkering moet bij intreden van de verzekerde eventualiteit ten minste worden gewaarborgd:

2.

Wanneer de toekenning van een uitkering bij invaliditeit afhankelijk is gesteld van de vervulling van een minimumtijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen, moet ten minste een verminderde uitkering worden gewaarborgd:

3.

Aan het bepaalde in het eerste lid van dit artikel wordt geacht te zijn voldaan wanneer een uitkering, berekend overeenkomstig deel V, doch naar een percentage dat tien eenheden minder bedraagt dan het percentage, dat in de bij dat deel gevoegde tabel voor de modelgerechtigde is aangegeven, ten minste gewaarborgd wordt aan ieder beschermd persoon, die overeenkomstig voorgeschreven regelen vijf jaren van premiebetaling, arbeid of wonen heeft vervuld.

4.

Een evenredige vermindering van het percentage, aangegeven in de bij deel V gevoegde tabel, kan worden toegepast wanneer de wachttijd, benodigd voor de toekenning van een met het verminderde percentage overeenkomende uitkering, langer is dan vijf jaren van premiebetaling, arbeid of wonen, doch korter dan vijftien jaren van premiebetaling of arbeid of tien jaren van wonen; een verminderde uitkering wordt toegekend overeenkomstig het tweede lid van dit artikel.

5.

Aan het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel wordt geacht te zijn voldaan, wanneer een uitkering, berekend overeenkomstig deel V, ten minste wordt gewaarborgd aan ieder beschermd persoon die overeenkomstig voorgeschreven regelen een wachttijd van premiebetaling of arbeid heeft vervuld, die bij een voorgeschreven minimumleeftijd niet langer dan vijfjaren mag zijn, maar die naar gelang de leeftijd vordert, langer mag zijn, doch niet langer dan een voorgeschreven aantal jaren.

Artikel 12

De in de artikelen 10 en 11 bedoelde uitkering moet worden verleend tijdens de gehele duur van de eventualiteit of tot het tijdstip waarop deze wordt vervangen door een ouderdomsuitkering.

Artikel 13
1.

Elk Lid, te welks aanzien dit deel van het Verdrag van kracht is moet, onder voorgeschreven voorwaarden:

2.

Wanneer een verklaring overeenkomstig artikel 4 van kracht is, kan het betrokken Lid van de bepalingen van het voorgaande lid afwijken.

Deel III. Ouderdomsuitkeringen

Artikel 14

Elk Lid, te welks aanzien dit deel van het Verdrag van kracht is, moet overeenkomstig de volgende artikelen van dit deel aan de beschermde personen ouderdomsuitkeringen waarborgen.

Artikel 15
1.

De verzekerde eventualiteit bestaat in het bereikt hebben van een voorgeschreven leeftijd.

2.

De voorgeschreven leeftijd mag niet hoger worden gesteld dan vijfenzestig jaar. Nochtans mag een hogere leeftijd worden voorgeschreven door de bevoegde autoriteiten, rekening houdende met de daarvoor in aanmerking komende demografische, economische en sociale omstandigheden, welke door statistieken worden gerechtvaardigd.

3.

Indien de voorgeschreven leeftijd gelijk is aan of hoger dan 65 jaar, moet deze onder voorgeschreven voorwaarden worden verlaagd voor personen die werkzaamheden hebben verricht welke door de nationale wetgeving met het oog op de ouderdomsuitkeringen als zwaar of ongezond worden aangemerkt.

Artikel 16
1.

Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:

2.

Wanneer een verklaring afgelegd overeenkomstig artikel 4 van kracht is, moeten tot de beschermde personen worden gerekend:

Artikel 17

De ouderdomsuitkering moet worden verleend in de vorm van een periodieke betaling, berekend:

Artikel 18
1.

De in artikel 17 bedoelde uitkering moet bij intreden van de verzekerde eventualiteit ten minste worden gewaarborgd:

2.

Wanneer de toekenning van een ouderdomsuitkering afhankelijk is gesteld van de vervulling van een minimumtijdvak van premiebetaling of arbeid, moet ten minste een verminderde uitkering worden gewaarborgd:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.