Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 7 juni 1967 in haar eenenvijftigste zitting;
Besloten hebbende tot het aanvaarden van bepaalde voorstellen betreffende de herziening van het Verdrag inzake de ouderdomsverzekering (industrie, enz.), 1933, het Verdrag inzake de ouderdomsverzekering (landbouw), 1933, het Verdrag inzake de invaliditeitsverzekering (industrie, enz.), 1933, het Verdrag inzake de invaliditeitsverzekering (landbouw), 1933, het Verdrag inzake de overlijdensverzekering (industrie, enz.), 1933 en het Verdrag inzake de overlijdensverzekering (landbouw), 1933, welk onderwerp het vierde punt van de agenda der zitting vormt;
Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag zullen aannemen,
Neemt heden, de 29ste juni 1967, het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als „Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, 1967”.
Deel I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag
- a. omvat de term „wetgeving” of „wettelijke regeling” de wetten en reglementen, alsmede de statutaire bepalingen inzake Sociale Zekerheid;
- b. wordt verstaan onder „voorgeschreven”: vastgesteld bij of krachtens de nationale wetgeving;
- c. omvat de term „industriële inrichting” elke inrichting behorende tot de volgende takken van economische bedrijvigheid: winning van bodemschatten; industrie; bouwbedrijf en openbare werken; electriciteits-, gas- en watervoorziening; sanitaire diensten; vervoer, goederen opslag en communicatie;
- d. wordt verstaan onder „wonen”: het gewoonlijk verblijf houden op het grondgebied van het Lid, en onder „ingezetene”: degene, die gewoonlijk op het grondgebied van het Lid verblijf houdt;
- e. wordt onder de term „ten laste” verstaan: de in de voorgeschreven gevallen veronderstelde toestand van afhankelijkheid;
- f. wordt verstaan onder „echtgenote”: een echtgenote die ten laste van haar echtgenoot komt;
- g. wordt verstaan onder „weduwe”: een vrouw die ten laste van haar echtgenoot kwam ten tijde van diens overlijden;
- h. omvat de term „kind”:
- i. een kind welks leerplichtige leeftijd nog niet is verstreken of een kind dat nog niet de 15-jarige leeftijd heeft bereikt, zijnde de hoogste leeftijd in aanmerking te nemen;
- ii. onder bij de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden, een kind dat een leeftijd, die hoger is dan die vermeld in alinea i. nog niet heeft bereikt wanneer het wordt opgeleid voor een beroep, zijn studie voortzet of lijdende is aan een chronische ziekte of een gebrek, waardoor het niet geschikt is tot het verrichten van enige beroepsarbeid, tenzij de definitie van „kind” in de nationale wetgeving ieder kind omvat, dat een leeftijd die aanmerkelijk hoger is dan die genoemd in alinea i. nog niet heeft bereikt;
- i. wordt verstaan onder „wachttijd”: een tijdvak van premiebetaling, arbeid, of wonen, of een combinatie van deze tijdvakken, al naar gelang is voorgeschreven;
- j. wordt onder de termen „contributieve uitkeringen” en „niet-contributieve uitkeringen” onderscheidenlijk verstaan: de uitkeringen waarvan de toekenning al dan niet afhankelijk is van een directe geldelijke bijdrage van de beschermde personen of hun werkgever, of van het gedurende een zeker tijdvak verrichten van arbeid.
Artikel 2
Elk Lid te welks aanzien dit Verdrag van kracht is moet toepassen:
- a. deel I;
- b. ten minste een der delen II, III en IV;
- c. de overeenkomstige bepalingen van de delen V en VI;
- d. deel VII.
Elk Lid moet in zijn akte van bekrachtiging aangeven ten aanzien van welk der delen II tot en met IV van dit Verdrag het de verplichtingen, voortvloeiende uit het Verdrag, aanvaardt.
Artikel 3
Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd kan later aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau ter kennis brengen dat het de verplichtingen voortvloeiende uit het Verdrag aanvaardt ten aanzien van een of meer der delen II tot en met IV, voor zover het die in zijn akte van bekrachtiging niet reeds heeft genoemd.
De aanvaarding van de verplichtingen bedoeld in het voorgaande lid, wordt geacht een integrerend deel uit te maken van de bekrachtiging en heeft gelijke rechtskracht te rekenen van de datum der kennisgeving.
Artikel 4
Een Lid dat op economisch gebied nog niet voldoende tot ontwikkeling is gekomen kan, door een bij de akte van bekrachtiging gevoegde gemotiveerde verklaring, zich het recht voorbehouden tot tijdelijke toepassing van de afwijkende bepalingen voorzien in artikel 9, tweede lid, artikel 13, tweede lid, artikel 16, tweede lid en artikel 22, tweede lid.
Elk lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het voorgaande lid, moet in de verslagen over de toepassing van dit Verdrag, die het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, ten aanzien van elk der afwijkende bepalingen die het toepast, vermelden:
- a. dat de redenen voor de toepassing nog steeds bestaan; of
- b. dat het met ingang van een bepaalde datum afziet van zijn recht tot toepassing van de betrokken afwijkende bepaling.
Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel dient, wanneer de omstandigheden dit toelaten, het aantal beschermde loontrekkenden te verhogen.
Artikel 5
Wanneer op grond van een der delen II tot en met IV van dit Verdrag, waarop de bekrachtiging van toepassing is, een Lid gehouden is voorgeschreven groepen personen te beschermen die ten minste een bepaald percentage van de loontrekkenden of van het economisch actieve deel der bevolking uitmaken, moet dat Lid, alvorens zich te verbinden tot toepassing van dat deel, zich ervan vergewissen dat het bedoelde percentage is bereikt.
Artikel 6
Voor de toepassing van de delen II, III of IV van dit Verdrag kan een Lid rekening houden met de bescherming, voortvloeiende uit verzekeringen welke krachtens haar wetgeving niet verplicht zijn voor de beschermde personen, wanneer deze verzekeringen:
- a. onder toezicht staan van de overheid of overeenkomstig voorgeschreven normen door werkgevers en werknemers gemeenschappelijk worden uitgevoerd;
- b. zich uitstrekken tot een aanzienlijk deel der personen wier inkomsten uit arbeid die van een geschoolde mannelijke arbeider niet te boven gaan;
- c. te zamen met eventuele andere vormen van bescherming, voldoen aan de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag.
Deel II. Uitkeringen bij invaliditeit
Artikel 7
Elk Lid te welks aanzien dit deel van het Verdrag van kracht is, moet overeenkomstig de volgende artikelen van dit deel aan de beschermde personen uitkeringen bij invaliditeit waarborgen.
Artikel 8
De verzekerde eventualiteit moet omvatten de ongeschiktheid om enige beroepsmatige arbeid in bepaalde mate te verrichten, wanneer die ongeschiktheid waarschijnlijk blijvend zal zijn, dan wel wanneer zij voortbestaat na afloop van een voorgeschreven tijdvak van tijdelijke of aanvankelijke ongeschiktheid.
Artikel 9
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle loontrekkenden, met inbegrip van de leerlingen: of
- b. voorgeschreven groepen van het economisch actieve deel der bevolking, welke ten minste 75 procent uitmaken van het gehele economisch actieve deel der bevolking; of
- c. alle ingezetenen of de ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit de grenzen, voorgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, niet overschrijden.
Wanneer een verklaring, afgelegd overeenkomstig artikel 4, van kracht is, moeten tot de beschermde personen worden gerekend:
- a. voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke ten minste 25 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden; of
- b. voorgeschreven groepen loontrekkenden in industriële ondernemingen, welke ten minste 50 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen.
Artikel 10
De uitkering bij invaliditeit moet worden verleend in de vorm van een periodieke betaling berekend:
- a. overeenkomstig de bepalingen van artikel 26 of artikel 27, wanneer loontrekkenden of groepen van het economisch actieve deel der bevolking worden beschermd;
- b. overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, wanneer alle ingezetenen of de ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit voorgeschreven grenzen niet overschrijden, worden beschermd.
Artikel 11
De in artikel 10 bedoelde uitkering moet bij intreden van de verzekerde eventualiteit ten minste worden gewaarborgd:
- a. aan een beschermd persoon die vóór het intreden van de eventualiteit overeenkomstig voorgeschreven regelen een wachttijd heeft vervuld welke kan bestaan hetzij in vijftien jaren van premiebetaling of arbeid, hetzij in tien jaren van wonen;
- b. wanneer in beginsel alle economisch actieve personen worden beschermd, aan een beschermd persoon die vóór het intreden van de eventualiteit overeenkomstig voorgeschreven regelen een wachttijd van drie jaren van premiebetaling heeft vervuld en voor wie tijdens de actieve periode van zijn leven premies zijn betaald waarvan het gemiddelde jaarlijkse aantal of het jaarlijkse aantal een voorgeschreven aantal bereikt.
Wanneer de toekenning van een uitkering bij invaliditeit afhankelijk is gesteld van de vervulling van een minimumtijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen, moet ten minste een verminderde uitkering worden gewaarborgd:
- a. aan een beschermd persoon die vóór het intreden van de eventualiteit overeenkomstig voorgeschreven regelen een wachttijd van vijf jaren van premiebetaling, arbeid of wonen heeft vervuld;
- b. wanneer in beginsel alle economisch actieve personen worden beschermd, aan een beschermd persoon die vóór het intreden van de eventualiteit overeenkomstig voorgeschreven regelen een wachttijd van drie jaren van premiebetaling heeft vervuld en voor wie tijdens de actieve periode van zijn leven de helft van het voorgeschreven gemiddelde jaarlijkse aantal of het jaarlijkse aantal premies, bedoeld in alinea b van het eerste lid van dit artikel, is betaald.
Aan het bepaalde in het eerste lid van dit artikel wordt geacht te zijn voldaan wanneer een uitkering, berekend overeenkomstig deel V, doch naar een percentage dat tien eenheden minder bedraagt dan het percentage, dat in de bij dat deel gevoegde tabel voor de modelgerechtigde is aangegeven, ten minste gewaarborgd wordt aan ieder beschermd persoon, die overeenkomstig voorgeschreven regelen vijf jaren van premiebetaling, arbeid of wonen heeft vervuld.
Een evenredige vermindering van het percentage, aangegeven in de bij deel V gevoegde tabel, kan worden toegepast wanneer de wachttijd, benodigd voor de toekenning van een met het verminderde percentage overeenkomende uitkering, langer is dan vijf jaren van premiebetaling, arbeid of wonen, doch korter dan vijftien jaren van premiebetaling of arbeid of tien jaren van wonen; een verminderde uitkering wordt toegekend overeenkomstig het tweede lid van dit artikel.
Aan het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel wordt geacht te zijn voldaan, wanneer een uitkering, berekend overeenkomstig deel V, ten minste wordt gewaarborgd aan ieder beschermd persoon die overeenkomstig voorgeschreven regelen een wachttijd van premiebetaling of arbeid heeft vervuld, die bij een voorgeschreven minimumleeftijd niet langer dan vijfjaren mag zijn, maar die naar gelang de leeftijd vordert, langer mag zijn, doch niet langer dan een voorgeschreven aantal jaren.
Artikel 12
De in de artikelen 10 en 11 bedoelde uitkering moet worden verleend tijdens de gehele duur van de eventualiteit of tot het tijdstip waarop deze wordt vervangen door een ouderdomsuitkering.
Artikel 13
Elk Lid, te welks aanzien dit deel van het Verdrag van kracht is moet, onder voorgeschreven voorwaarden:
- a. voorzien in revalidatiediensten, die in alle gevallen waarin dat mogelijk is de invaliden moeten opleiden, opdat zij hun vroegere arbeid kunnen hervatten of, indien dat niet mogelijk is, andere arbeid kunnen verrichten, welke het meest met hun krachten en bekwaamheid in overeenstemming is;
- b. maatregelen nemen om de plaatsing van invaliden in een geschikte werkkring te vergemakkelijken.
Wanneer een verklaring overeenkomstig artikel 4 van kracht is, kan het betrokken Lid van de bepalingen van het voorgaande lid afwijken.
Deel III. Ouderdomsuitkeringen
Artikel 14
Elk Lid, te welks aanzien dit deel van het Verdrag van kracht is, moet overeenkomstig de volgende artikelen van dit deel aan de beschermde personen ouderdomsuitkeringen waarborgen.
Artikel 15
De verzekerde eventualiteit bestaat in het bereikt hebben van een voorgeschreven leeftijd.
De voorgeschreven leeftijd mag niet hoger worden gesteld dan vijfenzestig jaar. Nochtans mag een hogere leeftijd worden voorgeschreven door de bevoegde autoriteiten, rekening houdende met de daarvoor in aanmerking komende demografische, economische en sociale omstandigheden, welke door statistieken worden gerechtvaardigd.
Indien de voorgeschreven leeftijd gelijk is aan of hoger dan 65 jaar, moet deze onder voorgeschreven voorwaarden worden verlaagd voor personen die werkzaamheden hebben verricht welke door de nationale wetgeving met het oog op de ouderdomsuitkeringen als zwaar of ongezond worden aangemerkt.
Artikel 16
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle loontrekkenden, met inbegrip van de leerlingen; of
- b. voorgeschreven groepen van het economisch actieve deel der bevolking, welke ten minste 75 procent uitmaken van het gehele economisch actieve deel der bevolking; of
- c. alle ingezetenen of de ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit de grenzen, voorgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, niet overschrijden.
Wanneer een verklaring afgelegd overeenkomstig artikel 4 van kracht is, moeten tot de beschermde personen worden gerekend:
- a. voorgeschreven groepen loontrekkenden welke ten minste 25 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden; of
- b. voorgeschreven groepen loontrekkenden in industriële ondernenemingen, welke ten minste 50 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen.
Artikel 17
De ouderdomsuitkering moet worden verleend in de vorm van een periodieke betaling, berekend:
- a. overeenkomstig de bepalingen van artikel 26 of artikel 27, wanneer loontrekkenden of groepen van het economisch actieve deel der bevolking worden beschermd;
- b. overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, wanneer alle ingezetenen of de ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit voorgeschreven grenzen niet overschrijden worden beschermd.
Artikel 18
De in artikel 17 bedoelde uitkering moet bij intreden van de verzekerde eventualiteit ten minste worden gewaarborgd:
- a. aan een beschermd persoon die vóór het intreden van de eventualiteit overeenkomstig voorgeschreven regelen een wachttijd heeft vervuld, welke kan bestaan hetzij in dertig jaren van premiebetaling of arbeid, hetzij in twintig jaren van wonen;
- b. wanneer in beginsel alle economisch actieve personen worden beschermd, aan een beschermd persoon die vóór het intreden van de eventualiteit een voorgeschreven wachttijd heeft vervuld en voor wie tijdens de actieve periode van zijn leven premies zijn betaald waarvan het gemiddelde jaarlijkse aantaleen voorgeschreven aantal bereikt.
Wanneer de toekenning van een ouderdomsuitkering afhankelijk is gesteld van de vervulling van een minimumtijdvak van premiebetaling of arbeid, moet ten minste een verminderde uitkering worden gewaarborgd:
- a. aan een beschermd persoon die vóór het intreden van de eventualiteit overeenkomstig voorgeschreven regelen een wachttijd van vijftien jaren van premiebetaling of arbeid heeft vervuld;
- b. wanneer in beginsel alle economisch actieve personen worden beschermd, aan een beschermd persoon die vóór het intreden van de eventualiteit een voorgeschreven wachttijd van premiebetaling heeft vervuld en voor wie tijdens de actieve periode van zijn leven de helft van het voorgeschreven gemiddelde jaarlijkse aantal premies, bedoeld in alinea b van het eerste lid van dit artikel is betaald.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.