Verdrag betreffende het medische onderzoek naar de geschiktheid van jeugdige personen voor tewerkstelling ondergronds in de mijnen

Type Verdrag
Publication 1970-04-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 2 juni 1965 in haar negenenveertigste zitting;

Besloten hebbende bepaalde voorstellen aan te nemen betreffende het medisch onderzoek naar de geschiktheid van jeugdige personen voor tewerkstelling ondergronds in de mijnen, welk onderwerp een onderdeel is van het vierde punt van de agenda der zitting;

In aanmerking nemend dat het Verdrag betreffende het medisch onderzoek van jeugdige personen (industrie), 1946, dat op de mijnen van toepassing is, bepaalt dat tewerkstelling van kinderen en jeugdige personen beneden de leeftijd van 18 jaar in een industriële onderneming slechts kan worden toegestaan indien deze, blijkens een grondig medisch onderzoek, geschikt zijn bevonden voor het werk dat zij moeten verrichten, dat de voortzetting van de arbeidsverhouding met een kind of met een jeugdig persoon beneden de leeftijd van 18 jaar gebonden is aan de voorwaarde dat het medisch onderzoek wordt herhaald met tussenpozen van ten hoogste een jaar en dat de nationale wetgeving bepalingen dient te bevatten betreffende aanvullend medisch onderzoek;

In aanmerking nemend dat het Verdrag voorts bepaalt dat, voor zover het beroepen betreft aan de uitoefening waarvan ernstige gevaren voor de gezondheid zijn verbonden, medisch onderzoek naar de geschiktheid van betrokkenen voor het werk en het periodiek herhalen hiervan ten minste totdat de leeftijd van eenentwintig jaar is bereikt verplicht moeten zijn gesteld, en dat hetzij in de nationale wetgeving zelf de beroepen of categorieën van beroepen waarvoor deze verplichting geldt worden vastgesteld, hetzij in die wetgeving een in aanmerking komende autoriteit met die bevoegdheid wordt bekleed;

Overwegende dat het wenselijk is, met het oog op de gevaren voor de gezondheid die het ondergronds werken in de mijnen meebrengt, internationale normen vast te stellen waarin zowel een medisch onderzoek als een periodieke herhaling daarvan tot de leeftijd van eenentwintig jaar naar de geschiktheid van betrokkenen voor tewerkstelling ondergronds in de mijnen verplicht wordt gesteld, en waarin de aard van dit onderzoek wordt omschreven;

Besloten hebbende dat deze normen de vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,

Neemt heden, de 23ste juni 1965, het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het „Verdrag betreffende het medisch onderzoek van jeugdige personen (ondergrondse arbeid) 1965”:

Artikel 1
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder „mijn”: elk staatsbedrijf of particulier bedrijf, dat zich het winnen van zich onder het aardoppervlak bevindende stoffen ten doel stelt, met middelen die tewerkstelling ondergronds noodzakelijk maken.

2.

De bepalingen van dit Verdrag, de tewerkstelling en arbeid ondergronds in mijnen betreffende, zijn mede van toepassing op tewerkstelling of arbeid ondergronds in steengroeven.

Artikel 2
1.

Een grondig medisch onderzoek naar de geschiktheid voor tewerkstelling en een periodieke herhaling van dit onderzoek met tussenpozen van ten hoogste 12 maanden zijn vereist voor personen beneden de leeftijd van 21 jaar, die ondergronds in de mijnen worden tewerkgesteld of arbeid ondergronds verrichten.

2.

Het nemen van andere maatregelen inzake het medisch toezicht op jeugdige personen tussen 18 en 21 jaar is toegestaan indien de bevoegde autoriteit, na het inwinnen van medisch advies, van oordeel is dat dergelijke maatregelen gelijkwaardig zijn aan of doeltreffender zijn dan die welke krachtens het eerste lid van dit artikel zijn vereist, en zij de meest representatieve organisaties van de betrokken werkgevers en werknemers heeft gehoord en deze hun instemming hebben betuigd.

Artikel 3
1.

Het medisch onderzoek bedoeld in artikel 2 moet:

2.

Bij de eerste medische keuring en, indien dit uit medisch oogpunt noodzakelijk wordt geacht, ook bij de herkeuringen, dient een röntgenfoto van de longen te worden gemaakt.

3.

Aan het medisch onderzoek, dat krachtens dit Verdrag wordt vereist, mogen noch voor de jeugdige personen zelf, noch voor hun ouders of voogden kosten zijn verbonden.

Artikel 4
1.

Alle vereiste maatregelen, met inbegrip van passende strafbepalingen, dienen door de bevoegde autoriteit te worden genomen, ten einde de naleving van de bepalingen van dit Verdrag te waarborgen.

2.

Elk lid dat dit Verdrag bekrachtigt neemt de verplichting op zich hetzij een doelmatige inspectiedienst in stand te houden ter uitoefening van controle op de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag, hetzij zich ervan te overtuigen dat doelmatig toezicht wordt uitgeoefend.

3.

In de nationale wetgeving worden de personen aangewezen die zorgen voor de naleving van de bepalingen van dit Verdrag.

4.

De werkgever houdt registers bij, en stelt deze ter beschikking van de controlerende ambtenaren, waarin ten aanzien van personen beneden de leeftijd van 21 jaar die ondergronds zijn tewerkgesteld of arbeid verrichten staan vermeld:

5.

De werkgever stelt de vertegenwoordigers van de werknemers desgevraagd de in het vierde lid vermelde gegevens ter beschikking.

Artikel 5

De bevoegde autoriteit in elk land hoort de meest representatieve organisaties van de betrokken werkgevers en werknemers alvorens zij het algemene beleid voor de toepassing van dit Verdrag bepaalt en regelen stelt om hieraan uitvoering te geven.

Artikel 6

De formele bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.

Artikel 7
1.

Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.

2.

Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.

3.

Vervolgens treedt dit Verdrag ten aanzien van ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.

Artikel 8
1.

Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaar te rekenen van de datum waarop dit Verdrag in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze te registreren schriftelijke kennisgeving. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij is geregistreerd.

2.

Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na verloop van de termijn van tien jaar, bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaar onder de voorwaarden bedoeld in dit artikel.

Artikel 9
1.

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau geeft aan alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen die hem door de Leden van de Organisatie worden medegedeeld.

2.

Bij de kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden der Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.

Artikel 10

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties mededeling, ter registratie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden betreffende alle bekrachtigingen en opzeggingen, welke door hem overeenkomstig de voorgaande artikelen zijn geregistreerd.

Artikel 11

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig oordeelt, brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda der Conferentie te plaatsen.

Artikel 12
1.

Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:

2.

Het onderhavige Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.

Artikel 13

De Franse en de Engelse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.