Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
De Verdragsluitende Staten,
Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de wetenschap en de technologische kennis,
Geleid door de wens de wettelijke bescherming van uitvindingen te vervolmaken,
Geleid door de wens het verkrijgen van bescherming voor uitvindingen, wanneer deze bescherming wordt aangevraagd in meer dan één land, te vereenvoudigen en goedkoper te maken,
Geleid door de wens het publiek gemakkelijker en sneller toegang te verschaffen tot de technische gegevens, vervat in documenten die nieuwe uitvindingen beschrijven,
Geleid door de wens de economische ontwikkeling van ontwikkelingslanden te bevorderen en te bespoedigen door het nemen van maatregelen die zijn gericht op de verhoging van de doeltreffendheid van hun ter bescherming van uitvindingen uitgevaardigde nationale zowel als regionale wettelijke stelsels, door gemakkelijk toegankelijke gegevens te verstrekken over de beschikbaarheid van technologische oplossingen die kunnen worden toegepast op hun bijzondere behoeften en door de toegang tot de voortdurend in omvang toenemende moderne technologische kennis te vergemakkelijken,
De overtuiging toegedaan, dat samenwerking tussen de naties het bereiken van deze doeleinden ten zeerste zal vergemakkelijken,
Hebben het onderhavige Verdrag gesloten.
Inleidende bepalingen
Artikel 1. Oprichting van een Unie
(1). De Staten die partij zijn bij dit Verdrag (hierna te noemen „de Verdragsluitende Staten”) vormen een Unie voor samenwerking bij de indiening, het nieuwheidsonderzoek en de beoordeling van aanvragen voor de bescherming van uitvindingen en voor het verlenen van bijzondere technische diensten. De Unie zal bekend staan onder de naam Internationale Unie voor samenwerking inzake octrooien.
(2). Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag worden uitgelegd als een beperking van de rechten voorzien in het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van enig onderdaan of inwoner van enig land dat partij is bij laatstgenoemd Verdrag.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag en het Reglement en tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald:
- (i). wordt onder „aanvrage” verstaan een aanvrage voor de bescherming van een uitvinding; verwijzingen naar een „aanvrage” gelden als verwijzingen naar aanvragen voor octrooien van uitvinding, uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen bij uitvinderscertificaten en aanvullingen bij gebruikscertificaten;
- (ii). gelden verwijzingen naar een „octrooi” als verwijzingen naar octrooien van uitvinding, uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen bij uitvinderscertificaten en aanvullingen bij gebruikscertificaten;
- (iii). wordt onder „nationaal octrooi” verstaan een door een nationale instantie verleend octrooi;
- (iv). wordt onder „regionaal octrooi” verstaan een octrooi verleend door een nationale of een intergouvernementele instantie die bevoegd is octrooien te verlenen die in meer dan in één Staat rechtskracht hebben;
- (v). wordt onder „regionale aanvrage” verstaan een aanvrage om een regionaal octrooi;
- (vi). gelden verwijzingen naar een „nationale aanvrage” als verwijzingen naar andere dan ingevolge dit Verdrag ingediende aanvragen om nationale octrooien en regionale octrooien;
- (vii). wordt onder „internationale aanvrage” verstaan een ingevolge dit Verdrag ingediende aanvrage;
- (viii). gelden verwijzingen naar een „aanvrage” als verwijzingen naar internationale aanvragen en nationale aanvragen;
- (ix). gelden verwijzingen naar een „octrooi” als verwijzingen naar nationale octrooien en regionale octrooien;
- (x). gelden verwijzingen naar de „nationale wetgeving” als verwijzingen naar de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat, of, indien het een regionale aanvrage of een regionaal octrooi betreft, als verwijzingen naar het verdrag dat voorziet in de indiening van regionale aanvragen of de verlening van regionale octrooien;
- (xi). wordt onder „datum van voorrang” voor de berekening van termijnen verstaan:
- a). indien de internationale aanvrage een beroep op een recht van voorrang ingevolge artikel 8 bevat, de dagtekening van het depot van de aanvrage waarop het beroep op recht van voorrang berust;
- b). indien de internationale aanvrage een beroep op meer dan één recht van voorrang ingevolge artikel 8 bevat, de dagtekening van het depot van de eerste aanvrage waarop het beroep op recht van voorrang berust;
- c). indien de internationale aanvrage geen beroep op een recht van voorrang ingevolge artikel 8 bevat, de dagtekening van het internationale depot van een zodanige aanvrage;
- (xii). wordt onder „nationaal bureau” verstaan de overheidsinstantie van een Verdragsluitende Staat die belast is met de verlening van octrooien; verwijzingen naar een „nationaal bureau” gelden tevens als verwijzingen naar enige intergouvernementele instantie die door meer dan één Staat is belast met de taak regionale octrooien te verlenen, mits ten minste één van deze Staten een Verdragsluitende Staat is en mits de genoemde Staten deze instantie hebben gemachtigd de verplichtingen op zich te nemen en de bevoegdheden uit te oefenen waarin dit Verdrag en het Reglement ten aanzien van nationale bureaus voorzien;
- (xiii). wordt onder „aangewezen bureau” verstaan het nationale bureau van of optredend voor de Staat, door de aanvrager ingevolge Hoofdstuk I van dit Verdrag aangewezen;
- (xiv). wordt onder „gekozen bureau” verstaan het nationale bureau van of optredend voor de Staat, door de aanvrager ingevolge Hoofdstuk II van dit Verdrag gekozen;
- (xv). wordt onder „ontvangend bureau” verstaan het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie waarbij de internationale aanvrage is ingediend;
- (xvi). wordt onder „Unie” verstaan de Internationale Unie voor samenwerking inzake octrooien;
- (xvii). wordt onder „Algemene Vergadering” verstaan de Algemene Vergadering van de Unie;
- (xviii). wordt onder „Organisatie” verstaan de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom;
- (xix). wordt onder „Internationaal Bureau” verstaan het Internationale Bureau van de Organisatie en, zolang deze blijven voortbestaan, de Verenigde Internationale Bureaus voor de Bescherming van de Intellectuele Eigendom (BIRPI);
- (xx). wordt onder „Directeur-Generaal” verstaan de Directeur-Generaal van de Organisatie en, zolang de BIRPI blijft voortbestaan, de Directeur van de BIRPI.
HOOFDSTUK I. Internationale aanvrage en internationaal nieuwheidsonderzoek
Artikel 3. De internationale aanvrage
(1). Aanvragen voor de bescherming van uitvindingen in de Verdragsluitende Staten kunnen worden ingediend als internationale aanvragen ingevolge dit Verdrag.
(2). Een internationale aanvrage dient, zoals aangegeven in dit Verdrag en het Reglement, een verzoekschrift, een beschrijving, één of meer conclusies, één of meer tekeningen (indien nodig) en een uittreksel te bevatten.
(3). Het uittreksel is alleen bedoeld als technische informatie en kan niet in aanmerking komen voor enig ander doel, in het bijzonder niet voor de uitlegging van de omvang van de gevraagde bescherming.
(4). De internationale aanvrage dient:
- (i). gesteld te zijn in een voorgeschreven taal;
- (ii). te voldoen aan de vormvoorschriften;
- (iii). te voldoen aan het voorgeschreven vereiste van eenheid van uitvinding;
- (iv). onderworpen te zijn aan de betaling van de voorgeschreven taksen.
Artikel 4. Het verzoekschrift
(1). Het verzoekschrift bevat:
- (i). een verzoek dat de internationale aanvrage overeenkomstig dit Verdrag wordt behandeld;
- (ii). de aanwijzing van de Verdragsluitende Staat of Staten waarin bescherming voor de uitvinding wordt verlangd op de grondslag van de internationale aanvrage („aangewezen Staten”); indien voor een aangewezen Staat een regionaal octrooi kan worden verkregen en de aanvrager liever een regionaal octrooi dan een nationaal octrooi wenst te verkrijgen, dient zulks in het verzoekschrift te worden vermeld; indien, ingevolge een verdrag betreffende een regionaal octrooi, de aanvrager zijn aanvrage niet kan beperken tot bepaalde Staten die partij zijn bij dat verdrag, worden de aanwijzing van één van deze Staten en de vermelding van de wens ter verkrijging van het regionale octrooi behandeld als een aanwijzing van alle Staten die partij zijn bij dat verdrag; indien, ingevolge de nationale wetgeving van de aangewezen Staat, de aanwijzing van die Staat als een aanvrage om een regionaal octrooi geldt, wordt de aanwijzing van genoemde Staat behandeld als een vermelding van de wens ter verkrijging van het regionale octrooi;
- (iii). de naam van en andere voorgeschreven gegevens betreffende de aanvrager en de mogelijke gemachtigde;
- (iv). de titel van de uitvinding;
- (v). de naam van en andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder, indien de nationale wetgeving van ten minste één van de aangewezen Staten vereist dat deze gegevens worden verstrekt op het tijdstip van indiening van een nationale aanvrage. In andere gevallen kunnen de genoemde gegevens worden verstrekt hetzij in het verzoekschrift, hetzij in afzonderlijke kennisgevingen gericht tot elk aangewezen bureau welks nationale wetgeving het verstrekken van de genoemde gegevens vereist, doch toestaat dat zij worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage.
(2). Iedere aanwijzing is onderworpen aan de betaling van de voorgeschreven taks binnen de voorgeschreven termijn.
(3). Tenzij de aanvrager om een van de andere soorten van bescherming als genoemd in artikel 43 verzoekt, betekent de aanwijzing dat de verlangde bescherming bestaat uit de verlening van een octrooi door of voor de aangewezen Staat. Voor de toepassing van dit lid is artikel 2, (ii) niet van toepassing.
(4). Het niet vermelden in het verzoekschrift van de naam van en de andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat welks nationale wetgeving het verstrekken van zodanige gegevens vereist, doch toestaat dat zij worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage. Het niet verstrekken van de genoemde gegevens in een afzonderlijke kennisgeving heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat welks nationale wetgeving het verstrekken van de genoemde gegevens niet vereist.
Artikel 5. De beschrijving
De beschrijving dient de uitvinding voldoende duidelijk en volledig weer te geven om door een deskundige te kunnen worden toegepast.
Artikel 6. De conclusies
De conclusie of conclusies omschrijven datgene waarvoor bescherming wordt gevraagd. De conclusies dienen duidelijk en beknopt te zijn. Zij dienen volledig steun te vinden in de beschrijving.
Artikel 7. De tekeningen
(1). Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, onder (ii), zijn tekeningen vereist indien zij nodig zijn voor het begrijpen van de uitvinding.
(2). Indien, zonder dat zulks nodig is voor het begrijpen van de uitvinding, de aard van de uitvinding door tekeningen kan worden toegelicht:
- (i). kan de aanvrager zodanige tekeningen bij de indiening in de internationale aanvrage opnemen,
- (ii). kan een aangewezen bureau verlangen dat de aanvrager binnen de voorgeschreven termijn zodanige tekeningen bij hem indient.
Artikel 8. Beroep op een recht van voorrang
(1). De internationale aanvrage kan een verklaring bevatten, zoals voorgeschreven in het Reglement, waarin een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan op grond van één of meer aanvragen, die eerder zijn ingediend in of voor een land dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.
- a). Onverminderd het bepaalde onder b) zijn de vereisten voor en de rechtsgevolgen van een ingevolge het eerste lid gedaan beroep op een recht van voorrang die, welke zijn voorzien in artikel 4 van de Akte van Stockholm van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.
- b). De internationale aanvrage waarvoor een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang op grond van een of meer aanvragen, die eerder in of voor een Verdragsluitende Staat zijn ingediend, kan de aanwijzing van die Staat bevatten. Indien in de internationale aanvrage een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang op grond van een of meer nationale aanvragen, ingediend in of voor een aangewezen Staat of indien een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang van een internationale aanvrage waarin slechts één Staat is aangewezen, worden de vereisten voor en de rechtsgevolgen van het beroep op het recht van voorrang in die Staat geregeld door de nationale wetgeving van die Staat.
Artikel 9. De aanvrager
(1). Elke inwoner of onderdaan van een Verdragsluitende Staat kan een internationale aanvrage indienen.
(2). De Algemene Vergadering kan besluiten de inwoners en onderdanen van een land, dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, maar dat geen Partij is bij het onderhavige Verdrag, toe te staan internationale aanvragen in te dienen.
(3). De begrippen woonplaats en nationaliteit en de toepassing van deze begrippen ingeval er meer dan één aanvrager is of ingeval de aanvragers niet dezelfde zijn voor alle aangewezen Staten, worden omschreven in het Reglement.
Artikel 10. Het ontvangende bureau
De internationale aanvrage wordt ingediend bij het voorgeschreven ontvangende bureau, dat de aanvrage zal controleren en verder behandelen zoals bepaald in dit Verdrag en in het Reglement.
Artikel 11. Dagtekening van depot en rechtsgevolgen van de internationale aanvrage
(1). Het ontvangende bureau kent als dagtekening van het internationale depot de datum van ontvangst van de internationale aanvrage toe, mits dat bureau heeft vastgesteld, dat op het tijdstip van ontvangst:
- (i). de aanvrager niet wegens zijn woonplaats of nationaliteit klaarblijkelijk onbevoegd is een internationale aanvrage bij het ontvangende bureau in te dienen;
- (ii). de internationale aanvrage in de voorgeschreven taal is gesteld;
- (iii). de internationale aanvrage ten minste de volgende elementen bevat:
- a). een aanduiding dat zij als een internationale aanvrage is bedoeld;
- b). de aanwijzing van ten minste één Verdragsluitende Staat;
- c). de naam van de aanvrager, zoals voorgeschreven;
- d). een deel dat op het eerste gezicht een beschrijving lijkt te zijn;
- e). een deel dat op het eerste gezicht een conclusie of de conclusies lijkt te zijn.
- a). Indien het ontvangende bureau vaststelt dat de internationale aanvrage op het tijdstip van ontvangst niet voldeed aan de vereisten opgesomd in het eerste lid, verzoekt het de aanvrager, zoals bepaald in het Reglement, de vereiste verbetering(en) in te dienen.
- b). Indien de aanvrager aan het verzoek voldoet, zoals bepaald in het Reglement, kent het ontvangende bureau als dagtekening van het internationale depot de datum van ontvangst van de vereiste verbetering toe.
(3). Onverminderd artikel 64, vierde lid, zijn aan internationale aanvragen die voldoen aan de vereisten, opgesomd in het eerste lid, onder (i) tot en met (iii) en waaraan een dagtekening van het internationale depot is toegekend de rechtsgevolgen verbonden van een regelmatige nationale aanvrage in elke aangewezen Staat met ingang van de dagtekening van het internationale depot die als de werkelijke dagtekening van het depot in elke aangewezen Staat geldt.
(4). Een internationale aanvrage die voldoet aan de vereisten, opgesomd in het eerste lid onder (i) tot en met (iii), is gelijkwaardig aan een regelmatig nationaal depot in de zin van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.
Artikel 12. Toezending van de internationale aanvrage aan het Internationale Bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
(1). Eén exemplaar van de internationale aanvrage wordt bewaard door het ontvangende bureau („archiefexemplaar”), één exemplaar („oorspronkelijk exemplaar”) wordt toegezonden aan het Internationale Bureau en een ander exemplaar („exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek”) wordt, zoals bepaald in het Reglement, toegezonden aan de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, bedoeld in artikel 16.
(2). Het oorspronkelijke exemplaar wordt beschouwd als het rechtsgeldige exemplaar van de internationale aanvrage.
(3). De internationale aanvrage wordt als ingetrokken beschouwd, indien het oorspronkelijke exemplaar niet binnen de voorgeschreven termijn door het Internationale Bureau is ontvangen.
Artikel 13. Beschikbaarheid van een afschrift van de internationale aanvrage voor de aangewezen bureaus
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.