Overeenkomst van Nice van 15 juni 1957 betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, herzien te Stockholm op 14 juli 1967
Artikel 1
1). De landen waarvoor deze Overeenkomst geldt vormen een bijzondere Unie.
2). Zij aanvaarden met het oog op de inschrijving van merken een zelfde classificatie van waren en diensten.
3). Deze classificatie wordt gevormd door:
- a). een lijst van de klassen,
- b). een alfabetische lijst van de waren en diensten met vermelding van de klassen waarin zij zijn ingedeeld.
4). De lijst van de klassen en de alfabetische lijst van waren zijn die, welke in 1935 zijn uitgegeven door het Internationale Bureau voor de bescherming van de industriële eigendom.
5). De lijst van de klassen en de alfabetische lijst van waren en diensten kunnen worden gewijzigd of aangevuld door de krachtens artikel 3 van deze Overeenkomst ingestelde commissie van deskundigen en op de door genoemd artikel vastgestelde wijze.
6). De classificatie wordt in de Franse taal opgesteld en, op verzoek van ieder overeenkomstsluitend land, kan daarvan een officiële vertaling in zijn taal wonden openbaar (gemaakt door het Internationale Bureau van de intellectuele eigendom (hierna te noemen het „Internationale Bureau”), bedoeld in het Verdrag ter oprichting van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (hierna te noemen de „Organisatie”) in overeenstemming met de betrokken nationale Administratie. Elke vertaling van de lijst van de waren en diensten vermeldt bij de waren of diensten, behalve het rangnummer van de alfabetische opsomming in de desbetreffende taal, ook het rangnummer waaronder het op de in de Franse taal opgestelde lijst voorkomt.
Artikel 2
1). Onder voorbehoud van de door deze Overeenkomst opgelegde verplichtingen is de betekenis van de internationale classificatie die, welke daaraan door elk overeenkomstsluitend land wordt toegekend. In het bijzonder bindt de internationale classificatie de overeenkomstsluitende landen noch wat betreft de beoordeling van de omvang der bescherming van het merk, noch wat betreft de erkenning van de dienstmerken.
2). Elk der overeenkomstsluitende landen behoudt zich de bevoegdheid voor de internationale classificatie van de waren en diensten toe te passen ofwel als hoofdsysteem ofwel als hulpsysteem.
3). De Administraties der overeenkomstsluitende landen zullen in de titels en officiële bekendmakingen van de merkinschrijvingen de nummers van de klassen der internationale classificatie vermelden van de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven.
4). De omstandigheid dat een benaming voorkomt in de alfabetische lijst van de waren en diensten doet niets af aan de rechten die op die benaming zouden kunnen bestaan.
Artikel 3
1). Bij het Internationale Bureau wordt een Commissie van deskundigen ingesteld, die moet beslissen over alle in de internationale classificatie van de waren en diensten aan te brengen wijzigingen en aanvullingen. Elk der overeenkomstsluitende landen zal vertegenwoordigd zijn in de Commissie van deskundigen, waarvan de werkwijze wordt geregeld door een huishoudelijk reglement, vastgesteld bij meerderheid van stemmen der vertegenwoordigde landen. Het Internationale Bureau is in de Commissie vertegenwoordigd.
2). De voorstellen tot wijziging of aanvulling moeten door de Administratie der overeenkomstsluitende landen worden gericht tot het Internationale Bureau, dat deze uiterlijk twee maanden vóór de vergadering, waarin die voorstellen zullen worden behandeld, aan de leden van de Commissie van deskundigen moet doen toekomen.
3). De besluiten van de Commissie betreffende de in de classificatie aan te brengen wijzigingen worden genomen met algemene stemmen der overeenkomstsluitende landen. Onder wijziging moet worden begrepen elke overbrenging van waren van de ene klasse naar de andere, alsmede de instelling van een nieuwe klasse die een zodanige overbrenging ten gevolge heeft.
4). De besluiten van de Commissie betreffende aanvulling der classificatie worden genomen met gewone meerderheid van stemmen der overeenkomstsluitende landen.
5). De deskundigen zijn bevoegd hun mening schriftelijk kenbaar te maken of hun bevoegdheden over te dragen aan de deskundige van een ander land.
6). Ingeval een land geen deskundige heeft aangewezen om het te vertegenwoordigen, alsmede ingeval de aangewezen deskundige zijn mening niet heeft kenbaar gemaakt binnen een door het huishoudelijk reglement vast te stellen termijn, zal het desbetreffende land geacht worden het besluit van de Commissie te hebben aanvaard.
Artikel 4
1). Alle wijzigingen en aanvullingen waartoe de Commissie van deskundigen besluit, zullen door het Internationale Bureau ter kennis worden gebracht van de Administraties van de overeenkomstsluitende landen. De besluiten zullen in werking treden, wat betreft de aanvullingen, bij ontvangst van de kennisgeving, en wat betreft de wijzigingen, na verloop van zes maanden te rekenen van de datum van verzending der kennisgeving.
2). Het Internationale Bureau brengt in zijn hoedanigheid van bewaarder van de classificatie van de waren en diensten daarin de wijzigingen en aanvullingen aan. Van deze wijzigingen en aanvullingen geschiedt openbaarmaking in de twee periodieken La Propriété industrielle en Les Marques internationales.
Artikel 5
- a). De bijzondere Unie kent een Algemene Vergadering, samengesteld uit de landen, die deze Akte hebben bekrachtigd of daartoe zijn toegetreden.
- b). De Regering van elk land is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
- c). De door elke delegatie gemaakte kosten worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.
- a). Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 4:
- i). neemt de Algemene Vergadering alle vraagstukken in behandeling betreffende de instandhouding en de ontwikkeling van de bijzondere Unie en de uitvoering van deze Overeenkomst;
- ii). verstrekt zij aan het Internationale Bureau richtlijnen betreffende de voorbereiding van de herzieningsconferenties, hierbij deugdelijk rekening houdende met de opmerkingen van de landen van de bijzondere Unie, die deze Akte niet hebben bekrachtigd of daartoe niet zijn toegetreden;
- iii). bestudeert zij en hecht zij haar goedkeuring aan de rapporten en werkzaamheden van de Directeur-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen: „de Directeur-Generaal”) met betrekking tot de bijzondere Unie en verstrekt zij hem alle van belang zijnde richtlijnen met betrekking tot de vraagstukken ter zake van de competentie van de bijzondere Unie;
- iv). stelt zij het programma en de tweejaarlijkse begroting van de bijzondere Unie vast en keurt zij haar jaarrekeningen goed;
- v). stelt zij het financiële reglement van de bijzondere Unie vast;
- vi). roept zij, behalve de in artikel 3 genoemde Commissie van deskundigen, de andere commissies van deskundigen en de werkgroepen in het leven, die zij van belang acht voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de bijzondere Unie;
- vii). beslist zij welke landen, geen leden der bijzondere Unie zijnde, en welke intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties als waarnemers tot haar vergaderingen kunnen worden toegelaten;
- viii). neemt zij de wijzigingen aan van de artikelen 5 tot en met 8;
- ix). verricht zij iedere andere handeling die dienstig is ter verwezenlijking van de doelstellingen van de bijzondere Unie;
- x). verricht zij alle overige taken, die in deze Overeenkomst besloten liggen.
- b). Aangaande de vraagstukken die eveneens andere door de Organisatie beheerde Unies raken, doet de Algemene Vergadering uitspraak na het advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie te hebben ingewonnen.
- a). Elk land dat lid is van de Algemene Vergadering heeft één stem.
- b). Het quorum wordt gevormd door de helft van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
- c). Niettegenstaande het bepaalde onder b) kunnen, indien gedurende een zitting het aantal vertegenwoordigde landen kleiner is dan de helft, maar gelijk aan of groter dan het derde deel van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering, door die Vergadering besluiten worden genomen; evenwel worden besluiten van de Algemene Vergadering, met uitzondering van die welke haar eigen procedure betreffen, eerst rechtens uitvoerbaar, nadat aan de hierna vermelde voorwaarden is voldaan. Het Internationale Bureau brengt de hier bedoelde besluiten ter kennis van de landen, die lid zijn van de Algemene Vergadering, die niet vertegenwoordigd waren en verzoekt hun binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de datum van de bedoelde kennisgeving, schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na afloop van deze termijn het aantal staten dat op deze wijze zijn stem heeft uitgebracht of zijn onthouding heeft kenbaar gemaakt, tenminste gelijk is aan het aantal landen, dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen bedoelde besluiten rechtens uitvoerbaar worden, aangenomen, dat tezelfdertijd de vereiste meerderheid is bereikt.
- d). Onverminderd het bepaalde in artikel 8, tweede lid, worden de besluiten van de Algemene Vergadering genomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
- e). Onthouding geldt niet als stem.
- f). Een afgevaardigde kan slechts één enkel land vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van dit land zijn stem uitbrengen.
- g). De landen van de bijzondere Unie, die geen lid zijn van de Algemene Vergadering, kunnen haar bijeenkomsten bijwonen als waarnemers.
- a). De Algemene Vergadering komt eenmaal in de twee jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal en, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, gedurende dezelfde periode en te zelfder plaatse als de Algemene Vergadering van de Organisatie.
- b). De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal ingevolge een verzoek van een vierde van de landen, die lid zijn van de Algemene Vergadering.
- c). Voor elke zitting wordt de agenda opgesteld door de Directeur-Generaal.
5). De Algemene Vergadering stelt haar reglement van orde vast.
Artikel 6
- a). De aan de bijzondere Unie toevallende administratieve taken worden verricht door het Internationale Bureau.
- b). Het Internationale Bureau bereidt in het bijzonder de bijeenkomsten voor en voorziet in het secretariaat van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van alle andere door een van laatstgenoemden in te stellen commissies van deskundigen en werkgroepen.
- c). De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de bijzondere Unie en tevens haar vertegenwoordiger.
2). De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van de door een van laatstgenoemden in te stellen commissies van deskundigen en werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.
- a). Het Internationale Bureau bereidt volgens de aanwijzingen van de Algemene Vergadering de conferenties voor ter herziening van de bepalingen van de Overeenkomst, met uitzondering van de artikelen 5 tot en met 8.
- b). Het Internationale Bureau kan bij de voorbereiding van de herzieningsconferenties het advies inwinnen van intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties.
- c). De Directeur-Generaal en de door hem aangewezen personen nemen zonder stemrecht deel aan de beraadslagingen tijdens deze herzieningsconferenties.
4). Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem opgedragen taken uit.
Artikel 7
- a). De bijzondere Unie heeft een begroting.
- b). De begroting van de bijzondere Unie omvat de eigen inkomsten en uitgaven van de bijzondere Unie, haar bijdrage aan de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven der Unies, alsook, indien zulks zich voordoet, het bedrag dat ter beschikking is gesteld van de begroting van de Conferentie der Organisatie.
- c). Als gemeenschappelijke uitgaven der Unies worden beschouwd de uitgaven die niet uitsluitend ten laste van de bijzondere Unie komen maar tevens van een of meer andere Unies, welke worden beheerd door de Organisatie. Het aandeel van de bijzondere Unie in deze gemeenschappelijke uitgaven is evenredig aan het belang, dat deze uitgaven voor haar vertegenwoordigen.
2). De begroting van de bijzondere Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coördinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.
3). De begroting van de bijzondere Unie wordt gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten:
- i). de contributie van de landen der bijzondere Unie;
- ii). de taksen en gelden verschuldigd voor diensten verleend door het Internationale Bureau namens de bijzondere Unie;
- iii). de opbrengst van de verkoop van de publikaties van het Internationale Bureau betreffende de bijzondere Unie en de rechten welke op deze publikaties betrekking hebben;
- iv). giften, legaten en subsidies;
- v). huuropbrengsten, renten en overige inkomsten.
- a). Ter vaststelling van zijn bijdrage in de zin van het derde lid, onder i), behoort ieder land vans de bijzondere Unie tot de klasse waarin het is ondergebracht ter zake van de Unie van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom en betaalt het zijn jaarlijkse bijdragen op basis van het aantal eenheden, dat voor die klasse in die Unie is vastgesteld.
- b). De jaarlijkse bijdrage van elk land van de bijzondere Unie wordt gevormd door een bedrag, waarvan de verhouding tot de som van de jaarlijkse bijdragen van alle landen aan de begroting van de bijzondere Unie dezelfde is als de verhouding tussen het aantal eenheden van de klasse, waarin het is ondergebracht en het totale aantal eenheden van de landen gezamenlijk.
- c). De bijdragen zijn ieder jaar op 1 januari verschuldigd.
- d). Een land, dat achterstallig is met de betaling van zijn bijdragen kan in geen der organen van de bijzondere Unie zijn stemrecht uitoefenen indien het bedrag van zijn achterstalligheid gelijk is aan of hoger dan dat der bijdragen, verschuldigd over twee volledige verstreken jaren. Zulk een land kan evenwel vergund worden de uitoefening van zijn stemrecht in het desbetreffende orgaan te behouden, zolang dit orgaan van oordeel is, dat de achterstalligheid wordt veroorzaakt door uitzonderlijke en onvermijdelijke omstandigheden.
- e). Ingeval een begroting niet is vastgesteld voor de aanvang van het nieuwe begrotingsjaar, wordt de begroting van het voorafgaande jaar aangehouden volgens de werkwijze voorzien in het financieel reglement.
5). Het bedrag der taksen en der gelden verschuldigd voor door het Internationale Bureau namens de bijzondere Unie verleende diensten wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal, die daarover verslag uitbrengt aan de Algemene Vergadering.
- a). De bijzondere Unie bezit een operationeel fonds, gevormd door een eenmalige storting van elk der landen van de bijzondere Unie. Indien het fonds ontoereikend wordt beslist de Algemene Vergadering over bijstorting.
- b). Het bedrag der eerste storting door ieder land aan het hiervoor vermelde fonds of dat van zijn deelneming aan de bijstorting is evenredig aan de bijdrage van dat land voor het jaar waarin het fonds is gesticht of tot bijstorting is besloten.
- c). Het aandeel en de wijze van storting worden vastgesteld door de Algemene Vergadering op voorstel van de Directeur-Generaal en na advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie.
- a). De Overeenkomst betreffende zetelvestiging, gesloten met het land op welks grondgebied de Organisatie haar zetel heeft, bepaalt dat, indien het operationeel fonds niet toereikend is, dat land voorschotten verstrekt. Het bedrag van deze voorschotten en de voorwaarden waarop zij worden verstrekt, vormen telkenmale het onderwerp van afzonderlijke overeenkomsten tussen het betrokken land en de Organisatie.
- b). Het land bedoeld onder a) en de Organisatie hebben elk het recht de overeenkomst tot het verstrekken van voorschotten schriftelijk op te zeggen. De opzegging wordt van kracht drie jaar na afloop van het jaar waarin de kennisgeving is gedaan.
8). Het nazien der rekeningen wordt verricht, op de wijze voorzien in het financiële reglement, door een of meer landen van de bijzondere Unie of door onafhankelijke controleurs, die met hun instemming zijn aangewezen door de Algemene Vergadering.
Artikel 8
1). Voorstellen tot wijziging van de artikelen 5, 6 en 7 en van dit artikel kunnen worden ingediend door ieder land dat lid is van de Algemene Vergadering of door de Directeur-Generaal. Deze voorstellen worden door laatstgenoemde ten minste zes maanden voor zij aan de behandeling door de Algemene Vergadering worden onderworpen, medegedeeld aan de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
2). De wijzigingen van de in het eerste lid genoemde artikelen worden door de Algemene Vergadering vastgesteld. Voor deze vaststelling is drie vierde van de uitgebrachte stemmen vereist; voor een wijziging van artikel 5 en van dit lid is evenwel vier vijfde van de uitgebrachte stemmen vereist.
3). De wijzigingen van de in het eerste lid genoemde artikelen worden van kracht één maand na ontvangst door de Directeur-Generaal van de schriftelijke verklaringen van aanvaarding, verricht overeenkomstig hun onderscheiden constitutionele procedures, door drie vierde van de landen, die lid waren van de Algemene Vergadering op het tijdstip waarop de herziening werd aanvaard. Een aldus aanvaarde herziening van de genoemde artikelen bindt alle landen die lid zijn van de Algemene Vergadering op het tijdstip waarop de wijziging van kracht wordt of die op een latere datum lid worden; wijzigingen, die de financiële verplichtingen van de landen der bijzondere Unie verzwaren, binden evenwel slechts die landen, die te kennen hebben gegeven deze wijzigingen te aanvaarden.
Artikel 9
1). Elk der landen van de bijzondere Unie dat deze Akte heeft ondertekend kan haar bekrachtigen en, zo het deze niet heeft ondertekend, daartoe toetreden.
2). Landen, die geen lid zijn van de bijzondere Unie, doch partij zijn bij het Verdrag van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom, kunnen tot deze Akte toetraden en daardoor lid worden van de bijzondere Unie.
3). De akten van bekrachtiging en van toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.
- a). Voor de eerste vijf landen die hun akten van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Akte in werking drie maanden na de datum waarop de vijfde akte van bekrachtiging of van toetreding is nedergelegd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.