Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen
De staten die partij zijn bij dit Verdrag,
Overwegend dat de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen algemeen aanvaard wordt als een beginsel van internationaal gewoonterecht,
Indachtig de beginselen van het internationale recht vervat in het Handvest van de Verenigde Naties,
Ervan overtuigd dat een internationaal verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen bevorderlijk zou zijn voor de rechtsstaat en rechtszekerheid, in het bijzonder wat betreft de betrekkingen tussen staten en natuurlijke personen of rechtspersonen en zou bijdragen aan de codificatie en ontwikkeling van het internationale recht en de harmonisering van de praktijk op dit gebied,
Gelet op ontwikkelingen in de statenpraktijk wat betreft de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen,
Bevestigend dat de regels van het internationaal gewoonterecht van toepassing blijven op aangelegenheden die niet geregeld worden door de bepalingen van dit Verdrag,
Zijn het volgende overeengekomen:
DEEL I. INLEIDING
Artikel 1. Reikwijdte van dit Verdrag
Dit Verdrag is van toepassing op de immuniteit van staten en hun eigendommen van de rechtsmacht van de rechters van een andere staat.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „rechter” elke instantie van een staat, ongeacht haar benaming, die bevoegd is tot het verrichten van rechterlijke taken;
- b. „staat”
- i. de staat en zijn verschillende regeringsinstanties;
- ii. de onderdelen van een federale staat of de staatkundige onderdelen van de staat die bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen ten behoeve van de uitoefening van soevereine bevoegdheden en in die hoedanigheid optreden;
- iii. agentschappen of instanties van de staat of andere entiteiten, voor zover zij bevoegd zijn tot optreden ten behoeve van de uitoefening van soevereine bevoegdheden van de staat en daadwerkelijk optreden;
- iv. vertegenwoordigers van de staat die in die hoedanigheid optreden;
- c. „commerciële transactie”
- i. elke commerciële overeenkomst of transactie voor de verkoop van goederen of levering van diensten;
- ii. elke overeenkomst ter zake van een lening of een andere transactie van financiële aard, met inbegrip van elke verplichting tot garantstelling of vrijwaring ter zake van een dergelijke lening of transactie;
- iii. elke andere overeenkomst of transactie van commerciële, industriële, zakelijke of professionele aard, met uitzondering van arbeidsovereenkomsten van personen.
Om te bepalen of een overeenkomst of transactie een „commerciële transactie” is in de zin van het eerste lid, onderdeel c, dient primair de aard van de overeenkomst of de transactie in aanmerking te worden genomen, maar ook het doel dient in aanmerking te worden genomen indien de partijen bij de overeenkomst of transactie dat zijn overeengekomen of indien dat doel in de praktijk van de staat van het forum relevant is om het niet-commerciële karakter van de overeenkomst of transactie vast te stellen.
De bepalingen van het eerste en tweede lid betreffende het gebruik van begrippen in dit Verdrag laten het gebruik van die termen of de betekenis die daaraan kan zijn gegeven in andere internationale instrumenten of in het nationale recht van een staat onverlet.
Artikel 3. Voorrechten en immuniteiten die onaangetast worden gelaten door dit Verdrag
Dit Verdrag laat onverlet de voorrechten en immuniteiten die een staat uit hoofde van het internationale recht geniet ten aanzien van het verrichten van de werkzaamheden van:
- a. zijn diplomatieke vertegenwoordigingen, consulaire posten, bijzondere missies, vertegenwoordigingen bij internationale organisaties of delegaties bij organen van internationale organisaties of internationale conferenties; en
- b. de personen die daaraan verbonden zijn.
Dit Verdrag laat onverlet de voorrechten en immuniteiten die ratione personae aan staatshoofden worden verleend uit hoofde van het internationale recht.
Dit Verdrag laat onverlet de immuniteiten die een staat geniet uit hoofde van het internationale recht ter zake van luchtvaartuigen of ruimtevaartobjecten die het eigendom zijn van of worden geëxploiteerd door een staat.
Artikel 4. Geen terugwerkende kracht
Onverminderd de toepassing van de in dit Verdrag vervatte regels die uit hoofde van het internationale recht los van dit Verdrag van toepassing zijn op de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen, is dit Verdrag niet van toepassing op kwesties inzake immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen die aan de orde zijn in een geding tegen een staat voor een rechter van een andere staat, dat is ingesteld voordat dit Verdrag voor de betrokken staten in werking is getreden.
DEEL II. ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 5. Staatsimmuniteit
Een staat geniet ten aanzien van zichzelf en van zijn eigendommen immuniteit van de rechtsmacht van de rechters van een andere staat behoudens het bepaalde in dit Verdrag.
Artikel 6. Modaliteiten om gevolg te geven aan de immuniteit van staten
Een staat geeft uitvoering aan de staatsimmuniteit in de zin van artikel 5 door zich te onthouden van het uitoefenen van rechtsmacht in een geding tegen een andere staat voor zijn gerechten en verzekert daartoe dat zijn gerechten eigener beweging vaststellen dat de immuniteit van die andere staat uit hoofde van artikel 5 geëerbiedigd wordt.
Een geding voor een gerecht van een staat wordt geacht te zijn ingesteld tegen een andere staat indien die andere staat:
- a. wordt genoemd als partij in dat geding; of
- b. niet wordt genoemd als partij in het geding maar dat geding wel de eigendommen, rechten, belangen of activiteiten van die andere staat beoogt te raken.
Artikel 7. Uitdrukkelijke instemming met uitoefening van rechtsmacht
Een staat kan geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht in een geding voor een rechter van een andere staat ter zake van een aangelegenheid of zaak indien hij uitdrukkelijk heeft ingestemd met de uitoefening van rechtsmacht door de rechter ter zake van de aangelegenheid of zaak:
- a. in een internationaal verdrag;
- b. in een schriftelijke overeenkomst; of
- c. in een verklaring voor de rechter of een schriftelijke mededeling in een specifiek geding.
Overeenstemming met een staat ter zake van de toepassing van het recht van een andere staat wordt niet uitgelegd als instemming met de uitoefening van rechtsmacht door de gerechten van die andere staat.
Artikel 8. Gevolgen van deelname in een geding voor een rechter
Een staat kan in een geding voor de rechter van een andere staat geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht indien:
- a. hij het geding zelf heeft ingesteld; of
- b. hij is opgekomen in het geding of enige andere maatregel heeft getroffen ten aanzien van de inhoud ervan. Indien de staat ten genoegen van de rechter aantoont dat hij slechts naderhand kennis heeft kunnen nemen van de feiten waarop hij zijn immuniteit had kunnen gronden, kan hij een beroep doen op immuniteit op grond van die feiten, mits hij zulks doet zodra dit mogelijk is.
Een staat wordt niet geacht te hebben ingestemd met de uitoefening van rechtsmacht door de rechter van een andere staat indien hij zich voegt in een geding of andere maatregelen treft uitsluitend ten behoeve van:
- a. een beroep op immuniteit; of
- b. een beroep op een recht op of belang in de eigendommen die het voorwerp zijn van het geding.
De verschijning van een vertegenwoordiger van een staat als getuige voor de rechter van een andere staat wordt niet uitgelegd als instemming door de eerstbedoelde staat met de uitoefening van rechtsmacht door de rechter.
Indien een staat verzuimt te verschijnen voor de rechter van een andere staat wordt dat niet uitgelegd als instemming door de eerstbedoelde staat met de uitoefening van de rechtsmacht door de rechter.
Artikel 9. Eisen in reconventie
Een staat die een geding instelt bij de rechter van een andere staat kan geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht van de rechter ter zake van een eis in reconventie die voortvloeit uit dezelfde rechtsverhouding of uit de feiten waarop de eis in conventie is gegrond.
Een staat die zich met een eis voegt in een geding voor de rechter van een andere staat kan geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht van de rechter ter zake van een eis in reconventie die voortvloeit uit dezelfde rechtsverhouding of uit de feiten waarop de door de staat ingestelde eis is gegrond.
Een staat die een eis in reconventie indient in een tegen hem bij de rechter van een andere staat ingesteld geding kan ter zake van de eis in conventie geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht van de rechter.
DEEL III. GEDINGEN WAARIN GEEN BEROEP OP STAATSIMMUNITEIT KAN WORDEN GEDAAN
Artikel 10. Commerciële transacties
Indien een staat een commerciële transactie aangaat met een buitenlandse natuurlijke persoon of rechtspersoon en geschillen ter zake van die commerciële transactie krachtens de toepasselijke regels van het internationaal privaatrecht vallen onder de rechtsmacht van de rechter van een andere staat, kan de staat in gedingen die voortvloeien uit die commerciële transactie, geen beroep doen op immuniteit ten aanzien van die rechtsmacht.
Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. in het geval van een commerciële transactie tussen staten; of
- b. indien de partijen bij de commerciële transactie uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen.
Indien een staatsonderneming of een andere door een staat opgerichte entiteit eigen rechtspersoonlijkheid heeft en:
- a. gedingen kan instellen of zelf voor de rechter gedaagd kan worden; en
- b. eigendommen kan verwerven en vervreemden, in bezit of in eigendom kan hebben, met inbegrip van eigendommen ter zake waarvan de staat die entiteit gemachtigd heeft tot de exploitatie of het beheer ervan,
betrokken is bij een geding dat betrekking heeft op een commerciële transactie waarbij die entiteit partij is, blijft de immuniteit van rechtsmacht die die staat geniet, onverlet.
Artikel 11. Arbeidsovereenkomsten
Tenzij anders overeengekomen tussen de betrokken staten, kan een staat geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht ten overstaan van een rechter van een andere staat die voor het overige bevoegd is ter zake van een geding dat betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst tussen de staat en een natuurlijke persoon voor werkzaamheden die geheel of gedeeltelijk zijn verricht of dienen te worden verricht op het grondgebied van die andere staat.
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
- a. de werknemer is aangesteld voor het vervullen van bepaalde functies in de uitoefening van bevoegdheden van de overheid;
- b. de werknemer:
- i. diplomatiek ambtenaar is zoals omschreven in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961;
- ii. consulair ambtenaar is zoals omschreven in het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 1963;
- iii. lid is van het diplomatieke personeel van een permanente vertegenwoordiging bij een internationale organisatie of van een speciale missie of is aangewezen als vertegenwoordiger van een staat bij een internationale conferentie; of
- iv. een andere persoon is die diplomatieke immuniteit geniet;
- c. het voorwerp van het geding de aanstelling, verlenging van een arbeidsovereenkomst of de hernieuwde aanstelling van een natuurlijke persoon betreft;
- d. het voorwerp van het geding het ontslag of de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een natuurlijke persoon betreft en, vast te stellen door het staatshoofd, de regeringsleider of minister van Buitenlandse Zaken van de staat die als werkgever optreedt, een dergelijke procedure de veiligheidsbelangen van die staat zou schaden;
- e. de werknemer onderdaan is van de staat die als werkgever optreedt op het tijdstip waarop het geding wordt ingesteld, tenzij deze permanent ingezetene is van de staat van het forum; of
- f. de staat die als werkgever optreedt en de werknemer schriftelijk anders zijn overeengekomen, behoudens overwegingen op het gebied van openbare orde uit hoofde waarvan de staat van het forum exclusieve rechtsmacht heeft op grond van het voorwerp van het geding.
Artikel 12. Persoonlijk letsel en schade aan eigendommen
Tenzij anders overeengekomen tussen de betrokken staten, kan een staat geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht ten overstaan van de rechter van een andere staat die voor het overige bevoegd is ter zake van een geding dat betrekking heeft op financiële schadevergoeding wegens overlijden of persoonlijk letsel, of schade aan of verlies van materiële eigendommen, veroorzaakt door handelen of nalaten waarvan gesteld wordt dat dat toe te schrijven is aan de staat, indien het handelen of nalaten geheel of gedeeltelijk plaatsvond op het grondgebied van die andere staat en degene die heeft gehandeld of heeft nagelaten te handelen zich op dat grondgebied bevond op het tijdstip van dat handelen of nalaten.
Artikel 13. Eigendom, bezit en gebruik van eigendommen
Tenzij anders overeengekomen tussen de betrokken staten, kan een staat geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht ten overstaan van een rechter van een andere staat die voor het overige bevoegd is ter zake van een geding dat betrekking heeft op het vaststellen van:
- a. een recht van de staat op of zijn belang in, zijn bezit of gebruik van, of enige verplichting van de staat voortvloeiend uit zijn belang in of zijn bezit of gebruik van onroerende zaken die zich bevinden in de staat van het forum;
- b. een recht van de staat op of zijn belang in roerende of onroerende zaken dat hem is toegevallen uit hoofde van rechtsopvolging of schenking dan wel als behorend tot goederen die de staat onder algemene titel uit hoofde van erfrecht verkrijgt; of
- c. elk recht van de staat op of zijn belang in het beheer van eigendommen, zoals die van trusts of van een failliete boedel of van de eigendommen van een onderneming bij opheffing ervan.
Artikel 14. Intellectuele en industriële eigendom
Tenzij anders overeengekomen tussen de betrokken staten, kan een staat geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht ten overstaan van een rechter van een andere staat die voor het overige bevoegd is ter zake van een geding dat betrekking heeft op:
- a. het vaststellen van een recht van de staat op een octrooi, een tekening of model van nijverheid, handelsnaam of bedrijfsnaam, handelsmerk, auteursrecht of een andere vorm van intellectuele of industriële eigendom die in de staat van het forum, al dan niet tijdelijk, wettelijk beschermd wordt; of
- b. een inbreuk die door de staat op het grondgebied van de staat van het forum zou zijn gemaakt op een recht van de aard genoemd in onderdeel a, dat toebehoort aan een derde en wordt beschermd in de staat van het forum.
Artikel 15. Deelname in ondernemingen of andere collectieve lichamen
Een staat kan geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht ten overstaan van een rechter van een andere staat die voor het overige bevoegd is ter zake van een geding dat betrekking heeft op zijn deelneming in een onderneming of ander collectief lichaam, met of zonder rechtspersoonlijkheid, zijnde een procedure ter zake van de verhouding tussen de staat en het lichaam of de andere deelnemers daarin, mits het lichaam:
- a. andere deelnemers heeft dan staten of internationale organisaties; en
- b. is opgericht of anderszins tot stand gekomen krachtens het recht van de staat van het forum of zijn zetel of zijn hoofdvestiging heeft in die staat.
Een staat kan evenwel in een dergelijk geding beroep doen op immuniteit van rechtsmacht indien de betrokken staten dat zijn overeengekomen of indien de partijen bij het geschil dat hebben geregeld in een schriftelijke overeenkomst of indien de akte van oprichting of tot regulering van het lichaam in kwestie bepalingen van die strekking bevat.
Artikel 16. Schepen in het bezit van of geëxploiteerd door een staat
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.